of 59082 LinkedIn

Betrokken politie is goede politie

Als de politie actief problematische jeugdgroepen wil aanpakken, dan moet ze betrokkenheid tonen. Maar die betrokkenheid is niet in alle gemeenten vanzelfsprekend, zegt bestuurskundige Anne van Uden.

Onderzoek politie-aanpak probleemjeugd

De aanpak van problematische jeugdgroepen is gebaat bij betrokkenheid van de politie. Het probleem is dat nu voornamelijk wordt gekeken naar de criminaliteits- en veiligheidscijfers en de AD Misdaadmeter, en niet naar hoe de politie met probleemjongeren omgaat. Toch is die betrokkenheid een essentieel onderdeel van politiewerk, zegt bestuurskundige Anne van Uden in haar proefschrift over de aanpak van problematische jeugdgroepen door de politie.

Bij het tonen van betrokkenheid gaat het erom dat de politie oog heeft voor probleemjongens en de gezinnen waarin zij opgroeien en ze het belangrijk vindt om hen eerlijk en respectvol te benaderen, aldus Anne van Uden. ‘Die betrokkenheid helpt de precieze problemen aan te pakken wanneer ze nog niet zo ernstig zijn. Ik zag in mijn onderzoek dat de politie vaak pas handelt al het écht niet anders meer kan. Betrokkenheid tonen door het leggen en onderhouden van contacten kan ertoe bijdragen dat de kans groter wordt dat problemen niet uit de hand lopen.’

Dicht op de huid
Van Uden promoveerde vorige week aan de Radboud Universiteit op haar onderzoek naar de aanpak van problematische jeugdgroepen door de politie. Ze draaide uren mee met agenten, observeerde, maakte interviews en nam documenten door in drie steden: Prinsendam, Kasteelstad en Westwijk. Twee hebben meer dan 100 duizend inwoners, een minder. De steden en personen zijn geanonimiseerd in het proefschrift. Van Uden over die opmerkelijke keuze: ‘Als je het vertrouwen wilt winnen van de mensen die je spreekt en als je voor je onderzoek een reëel beeld wilt krijgen van hoe het eraan toegaat, dan is anonimiteit essentieel. Uiteindelijk is het niet nodig om namen te noemen, omdat ik iets wilde zeggen over de aanpak van probleemjongeren.’

In Prinsendam legde de politie niet of nauwelijks contacten met (criminele) probleemjongeren, merkte Van Uden. ‘Er waren daar al langer problemen met jeugdgroepen, maar nadat het tijdens Oud en Nieuw uit de hand was gelopen, besloten politie en gemeente dat ze de top 10 van jongens die voor de grootste problemen zorgden dicht op de huid te gaan zitten. In Kasteelstad vonden ze dat de deur altijd op een kier moest blijven, hoe vervelend jongens ook waren, in Prinsendam begonnen ze daar niet meer aan.

In principe was de afspraak dat leden uit een jeugdgroep geen hulpverleningstrajecten meer aangeboden kregen. In Prinsendam was wekelijks overleg tussen de gemeente en de politie over die aanpak. Een enkele keer merkte ik dat de druk van de burgemeester invloed had op dat overleg.’

Contact leggen
In Kasteelstad kwam de betrokkenheid heel prominent naar voren in het politiewerk. ‘Er is ook een speciaal politieteam vrijgemaakt dat de wijken ingaat en dat met probleemjongens in gesprek gaat.’ Anne van Uden, die enige jaren bij de Politieacademie werkte en thans is verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden: ‘In Kasteelstad vindt de politie het belangrijk om te investeren in contacten. Ze werken in nabijheid van de jongens, ze weten wat er speelt en ze hebben oog voor het individu. Dat is een mooi voorbeeld van hoe een betrokken politie eruitziet’, aldus Van Uden.

Betrokkenheid van de politie mag waardevol zijn, maar werkt het ook bij de aanpak van probleemjongeren? Van Uden: Zo moet je niet naar politiewerk kijken. Alsof de politie het vooral goed doet als de criminaliteitscijfers dalen. Dat is veel te eenzijdig. We weten al veel langer dat de politie geen directe invloed heeft op de criminaliteitscijfers. Politiewerk is veel meer; het leggen van contact bijvoorbeeld en hoe de politie omgaat met burgers. In het verleden was de verhouding tussen de politie en de jeugdgroepen in Kasteelstad gespannen.

Ze praatten amper met elkaar en agenten werden bedreigd. Dat was niet aan de orde toen ik er op pad ging met de politie. In de andere twee steden waar ik was, werd het belang van het gesprek veel minder benadrukt. Als we voorbijreden, dan keken de jongens soms weg. Dat zag ik niet in Kasteelstad.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.