of 58952 LinkedIn

Adders onder gras bij kabinetsplannen decentralisaties

D66 Kamerlid-Gerard Schouw
D66 Kamerlid-Gerard Schouw

Het decentraliseren van werk, begeleiding en persoonlijke verzorging en jeugdzorg naar 100.000-plus gemeenten is risicovol. Als taken en geld voor de drie decentralisaties van het sociale domein alleen naar 100.000-plus gemeenten gaan, verliezen alle andere gemeenten hun beleidsvrijheid.

Deelgemeenten
Deze zorg sprak D66-Kamerlid Gerard Schouw onlangs uit op een door D66 georganiseerde debatavond over bestuurskracht en regionale samenwerking in Heeze. ‘Gemeenten die afhankelijk worden van de grote centrumgemeenten worden straks als het ware deelgemeenten. En daar heeft het kabinet Rutte I nu net een streep door gehaald’, aldus Schouw. Het Kamerlid baseert zijn uitspraken op een stuk van het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) dat op verzoek van de informateurs van het kabinet Rutte II is aangeleverd.

 

Drie varianten
In het regeerakkoord staat dat het kabinet ‘op termijn’ toe wil naar gemeenten van tenminste 100.000 inwoners en dat de te decentraliseren taken ‘in principe’ gericht worden op 100.000-plus gemeenten. Tot nu toe was onduidelijk hoe dat vorm zou moeten krijgen. Het stuk dat voor de onderhandelaars is gemaakt, geeft iets meer inzicht in de richtingen waarin wordt gedacht. Er worden drie varianten aangedragen.

 

Taken naar centrumgemeenten
Een van de drie varianten gaat uit van decentralisatie van taken en geld naar 100.000-plus gemeenten. Gemeenten die niet willen opschalen, moeten accepteren dat een 100.000-plusgemeente als centrumgemeente gaat fungeren. De centrumgemeente bepaalt dus het beleid voor de omliggende gemeenten, die hun invloed kwijtraken. Inwoners van niet-centrumgemeenten hebben, via gemeenteraadsverkiezingen, ook niets meer te zeggen over de te decentraliseren taken. Volgens BZK ligt in deze variant een ‘prikkel om gemeenten te stimuleren tot natuurlijke opschaling’.

 

Bestuurlijke weerstand
Decentralisatie van taken kan in deze variant op zijn vroegst per 2015 plaatsvinden, vanwege het tijdpad van herindeling. Daarbij is ‘geen rekening gehouden met vertraging als gevolg van bestuurlijke weerstand’, aldus het stuk van BZK aan de informateurs. De decentralisaties werk (Participatiewet) en begeleiding en persoonlijke verzorging (nu Algemene wet bijzondere ziektekosten, Awbz) staan op de rol voor 2014.

 

Verplichte herindeling
Een tweede scenario is in wezen een variant op de eerste. Taken worden enkel en alleen gedecentraliseerd naar 100.000-plusgemeenten. Gemeenten worden ‘van bovenaf’ verplicht om te fuseren, ze mogen alleen zelf hun toekomstige fusiepartner kiezen. Het fenomeen centrumgemeente komt in deze variant niet voor. In Nederland blijven dan tussen de 100 en 130 van de huidige 415 gemeenten over. Ook hier wordt uitgegaan van invoering per 2015.

 

Vierde bestuurslaag
In een derde variant hebben gemeenten de mogelijkheid regionale samenwerkingsverbanden aan te gaan van minimaal 100.000 inwoners. Formele opschaling tot 100.000-plus gemeenten via herindeling is in deze variant niet nodig. Regionale samenwerkingsverbanden kunnen de financiële middelen voor hun taken rechtstreeks op hun rekening krijgen. Formeel is dan echter geen sprake meer van decentralisatie naar (regio)gemeenten, maar naar samenwerkingsverbanden. Een ander bezwaar van deze variant is dat een vierde bestuurslaag ontstaat, met een indirect gekozen bestuur.

 

Inkrimpen aantal samenwerkingsverbanden
Via deze variant kan wel het aantal samenwerkingsverbanden worden ingekrompen en kan worden geregeld dat gemeenteraden een steviger vinger in de pap krijgen om samenwerkingsverbanden aan te sturen en te controleren, zo staat in het BZK-stuk.

 

Tweejaarlijks examen gemeenten
Geen enkele variant is volgens Schouw acceptabel. Het gaat D66 om bestuurskracht, democratische kracht en financiële draagkracht van gemeenten; een normaantal van 100.000 inwoners vindt hij onzin. ‘Een gemeente van 40.000 inwoners kan ook goed functioneren.’ De partij pleitte eerder voor een tweejaarlijks ‘examen’ waarbij elke gemeenten onder auspiciën van de provincie op de drie punten wordt beoordeeld. Schouw: ‘Als blijkt dat een gemeente haar taken niet kan uitvoeren, moet in overleg met de provincie naar een oplossing worden gezocht. Dat kan samenvoeging zijn, maar ook samenwerking met andere gemeenten.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Anne Vrieze (Zelfstandig beleidsadviseur) op
Waar komt toch het idee vandaan dat 100.000+ gemeenten beter zouden functioneren dan kleinere gemeenten? Ik heb als beleidsadviseur zowel in grote 100.000+ gemeenten gewerkt, als middelgrote en kleinere gemeenten tot hele klein aan toe. Wat ik zie is dat de kleinere en hele kleine gemeenten het beste in staat zijn om hun burgers te helpen. Zij kunnen goed maatwerk leveren. Vaak is een medewerker van het Wmo loket, in goede samenwerking met een kleinschalig casusoverleg het beste in staat om burgers op een goede manier te helpen en daadwerkelijk oplossingen te bieden. De middelgrote tot hele grote gemeenten staan vele malen meer op afstand. De interne bestuurlijke en ambtelijke drukte is groot. Ik pleit er dan ook voor om door te gaan op de weg die reeds ingeslagen was voor de verkiezingen, alleen op die manier bereiken we dat het gewenste resultaat met zowel tevreden burgers als bezuinigingen wordt gehaald!
Door Henk (gemeenteraadsfraktielid) op
Het verhaar van Joosje spreekt mij erg aan. Dit bewijst te gelijkertijd dat herindeling heilloos is. Wij in ons dorp van <9000 inwoners gaan uit van wat je WEL kan en doen dat met persoonlijke aandacht.
Door Nick op
Fijn als je alleen in hoofdlijnen denkt en je niet hoeft bezig te houden met de consequenties van wat je bedenkt.
In de drie noordelijke provincies zijn twee 100.000+ gemeenten. Hoezo decentralisatie?
Door Een ander geluid op
Typisch voorbeeldje van haags gebabbel. Scan voor de grap maar een aantal bestuurskrachtmetingen. Deze zeggen niets over de kwaliteit van het uitvoerend apparaat. En dat apparaat bepaald of men in staat is grote taken over te nemen. De kracht van het bestuur is hierin ondergeschikt. Dit klopt ook want de decentralisatie wordt besloten door het rijk en niet door het lokale bestuur. Dus ongeacht het resultaat van de bestuurskrachtmeting van een gemeente wordt gedecentraliseert of niet. het enige criterium is de omvang van de gemeente.
Door H. Wiersma (gepens.) op
Van het oorspronkelijke gedachtengoed van D'66 voor het vernieuwen van de Overheid lijkt niet veel meer over. Op het gebied van reorganisatie van de Overheid is de partij hard op weg één van de meest conservatieve partijen van Nederland te worden.
Door joosje op
Tja wat is bestuurskracht? Na noodgedwongen beëindigen van haar bedrijf na 18 jaar hard werken, werd mijn zus in een gemeente van 300.000 inwoners op een grote hoop gegooid, bijna letterlijk. Verhuizing naar een gemeente van 32.000 inwoners leidde haar naar een dienst die keek naar haar kwaliteiten, contacten met bedrijven heeft en nu kan zij na een half jaar interne opleiding bij dat bedrijf aan het werk. Deze persoonlijke aandacht is zoveel effectiever. Kan natuurlijk ook bij grotere gemeenten, maar zijn er eigenlijk cijfers over dit soort prestaties gerelateerd aan de omvang van de gemeenten?