of 59162 LinkedIn

Afdeling benadrukt: ‘machtscriterium’ niet relevant voor overtrederschap

Nysingh Advocaten-Notarissen Reageer

AfbeeldingAfbeeldingmr. M.R. Kruisselbrink (Matthias) en Simon van Doren

 

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft op 22 augustus 2018 een noemenswaardige uitspraak (ABRvS 22 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2804) gedaan over de toepassing en uitleg van het overtredersbegrip van artikel 5:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Volgens dit artikel wordt onder het begrip ‘overtreder’ verstaan: ‘degene die de overtreding pleegt of medepleegt’. De Afdeling verduidelijkt in deze uitspraak dat het ‘machtscriterium’ géén rol speelt bij de beantwoording van de vraag of een persoon als overtreder in de zin van artikel 5:1 lid 2 Awb kan worden aangemerkt. De casus is als volgt.

De casus

Op 29 juli 2014 heeft het college van B en W van de gemeente Wijdemeren (college) aan een vennootschap een last onder dwangsom opgelegd om een aantal paardenbakken met bijbehorende voorzieningen en lichtmasten te verwijderen. Volgens het college is het gebruik van de paardenbakken in strijd met het vigerende bestemmingsplan (artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wabo). Tevens handelt de vennootschap volgens het college in strijd met het bepaalde onder artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a van de Wabo omdat er omheiningen en lichtmasten zijn gebouwd zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning.


Oordeel Afdeling

De bezwaren en beroepen van de vennootschap en haar vennoten tegen deze besluiten worden vervolgens ongegrond verklaard. In hoger beroep bij de Afdeling betogen de vennootschap en haar vennoten dat de rechtbank ten onrechte de vennootschap als overtreder heeft aangemerkt van de verboden in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, en c, van de Wabo. De omheining en de bijbehorende voorzieningen zijn namelijk niet door haar gebouwd en de paardenbak wordt ook niet door haar gebruikt. Bovendien is de vennootschap pas opgericht ná de plaatsing hiervan.


De Afdeling stelt de appellanten deels in het gelijk. Dat de vennootschap het in haar macht heeft om de overtreding te beëindigen, doet voor de vraag of de vennootschap als overtreder kan worden aangemerkt – anders dan waarvan het college en de rechtbank zijn uitgegaan – niet ter zake. Volgens de Afdeling brengt dit met zich dat het college de vennootschap ten onrechte als overtreder van het bepaalde in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a van de Wabo heeft aangemerkt. Bepalend voor de vraag of de vennootschap overtreder is van het verbod in bovengenoemd artikel is immers of de vennootschap de lichtmasten en omheiningen heeft gebouwd. En dat is niet het geval.

 

Volgens de Afdeling kan de vennootschap wél worden aangemerkt als overtreder van het verbod in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo. Hier is immers bepalend de vraag of de vennootschap gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan gebruikt. De Afdeling komt tot de conclusie dat dit inderdaad het geval is, anders dan de vennootschap betoogt.

 

Interessant in dit kader is nog de overweging van de Afdeling dat met het aanschrijven van de vennootschap het college niet ook de betreffende vennoot als natuurlijke persoon heeft aangeschreven. De omstandigheid dat wellicht één van de vennoten de overtreder is, maakt bovendien op zichzelf nog niet dat ook de vennootschap overtreder is. Het college had de vennootschap én de vennoten daarom dus apart moeten aanschrijven.


Voor de praktijk

In deze uitspraak schenkt de Afdeling klare wijn en benadrukt zij dat voor de vraag of een persoon als overtreder kan worden aangemerkt, níét van belang is of hij of zij het in haar macht heeft om de overtreding te beëindigen. Dat een persoon het in zijn macht heeft om de overtreding te beëindigen, betekent immers nog niet dat hij of zij de overtreding ook daadwerkelijk heeft gepleegd of medegepleegd. Dit in tegenstelling tot hetgeen in de praktijk en in de lagere rechtspraak dus nog weleens wordt aangenomen.


Pas nadat is vastgesteld dat een persoon overtreder is, komt de vraag aan de orde of hij het ook in zijn macht heeft om de overtreding te beëindigen. Alleen in dat geval mag immers een last onder dwangsom worden opgelegd als bedoeld in artikel 5:32 Awb.


Informatie

Voor meer informatie over toezicht en handhaving kunt u contact opnemen met Matthias Kruisselbrink (T: 088 752 00 37, E: matthias.kruisselbrink@nysingh.nl) of Simon van Doren (T: 088 752 0037, E: simon.vandoren@nysingh.nl).

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

Nysingh advocaten-notarissenAfbeelding

Afbeelding

mr. P.L.G. Haccou (Patrick)

T 026 357 57 35

www.nysingh.nl

Meer nieuws

Afbeelding

Op de hoogte blijven? Volg Nysingh

Afbeelding Afbeelding Afbeelding

Afbeelding