of 59250 LinkedIn

Specifieke onderdelen Wiv nog onbekend

Specifieke onderdelen Wiv nog onbekend. De algemene bekendheid met de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv) is in vergelijking met een maand geleden toegenomen
Reageer

Peiling I&O Research maart 2018:

Algemene bekendheid met Wiv toegenomen
De algemene bekendheid met de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv) is in vergelijking met een maand geleden toegenomen. Ruim twee derde van de Nederlanders (68%) heeft iets gezien, gehoord of gelezen over de wet en is naar eigen zeggen inhoudelijk (redelijk) goed op de hoogte. Dit is een duidelijke toename ten opzichte van begin februari, toen dit voor 55 procent van de Nederlanders gold.

Een op zes Nederlanders zegt ‘goed’ te weten wat Wiv inhoudt, de helft ‘ongeveer’…

Als we specifieker doorvragen naar wat Nederlanders weten van de wet en haar consequenties, blijkt dat 15 procent zegt hiervan goed op de hoogte te zijn. De grootste groep (48%) zegt ongeveer te weten wat er in de nieuwe wet staat, terwijl een kwart (24%) ‘een heel klein beetje’ weet wat de wet behelst. Een op de acht (12%) weet helemaal niet wat de wet met zich meebrengt.

 

… maar specifieke onderdelen van de Wiv zijn nog onbekend bij grote delen kiezers 
Hoewel Nederlanders dus op hoofdlijnen naar eigen zeggen redelijk goed op de hoogte zijn van de nieuwe Wiv, blijkt de daadwerkelijke (getoetste) kennis van specifieke onderdelen minder.

  • De bevoegdheden die samenhangen met het ongericht onderscheppen van data via de kabel (door tegenstanders ook wel het ‘sleepnet’ genoemd) zijn bij Nederlanders het meest bekend. Zes op de tien Nederlanders (60%) weten dat de diensten meer mogelijkheden krijgen om data via de kabel te onderscheppen, ook van onschuldige burgers. Twee derde (67%) weet dat deze data maximaal drie jaar bewaard mogen worden.
  • ?Andere bevoegdheden van de diensten zijn bij een minderheid van de Nederlanders bekend. Dit geldt met name voor het ongezien delen van informatie met buitenlandse inlichtingendiensten (31% is hiervan op de hoogte), het hacken van een verdachte computer via een derde (38%) en het opzetten van een DNA-database (39%).
  • Ook degenen die zeggen goed op de hoogte te zijn van de wet, weten in beperkte mate dat de diensten deze middelen krijgen. Van deze groep weet 41 procent dat de diensten niet-geverifieerde informatie mogen delen met buitenlandse inlichtingendiensten, 43 procent is ermee bekend dat een DNA-database kan worden opgezet en 51 procent is ervan op de hoogte dat het hacken via een derde tot de mogelijkheden behoort.

 

Voorstemmers op onderdelen minder goed op de hoogte 
Als we de kennis van wat er in de Wiv staat onder de voor- en tegenstemmers vergelijken, ontstaat een wisselend beeld. Kiezers die zeggen vóór de Wiv te gaan stemmen, zijn met sommige onderdelen beter bekend, maar met andere onderdelen juist minder goed.

  • Voorstemmers weten iets vaker (78%) wat de bewaartermijn is dan tegenstanders (73%). Ook is de nieuwe toetsingscommissie en de DNA-database bij hen meer bekend. Zij denken echter ook vaker dat de inlichtingendiensten verdachte personen mogen arresteren (47% om 34%), wat niet het geval is.
  • Dat de inlichtingendiensten de bevoegdheid krijgen om op grotere schaal en ongerichter data te onderscheppen via de kabel, ook van onschuldige burgers (de ‘sleepnet’-bevoegdheid) is bij voorgenomen tegenstemmers beter bekend (79%) dan bij voorstemmers (65%). Hetzelfde geldt voor het hacken via derden (52% versus 43%) en het ongelezen delen van informatie met buitenlandse inlichtingendiensten (44% versus 36%). Ook bij de tegenstanders is deze laatste bevoegdheid dus bij minder dan de helft bekend.
  • Het monitoren van sociale media en het aftappen van journalisten of advocaten met rechterlijke toestemming is bij beide groepen ongeveer even bekend.


Circa zes op tien kiezers bij referendum vóór Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 
Het verschil tussen voor- en tegenstanders van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten is nauwelijks veranderd in de afgelopen maanden. Nu is 51 procent vóór de nieuwe inlichtingenwet, terwijl 30 procent tegen is. De groep die het nog niet weet, is afgenomen tot 19 procent.
Als we de groep ‘weet niet’ buiten beschouwing laten, dan is de verhouding tussen voor- en tegenstanders 63 om 37 procent. Het aandeel voorstemmers is daarmee iets toegenomen ten opzichte van begin februari, toen de verhouding 60/40 was, maar onveranderd ten opzichte van de peilingen in oktober. 

Jongeren blijven tegen nieuwe wet

Net als in eerdere metingen zijn jongeren (t/m 34 jaar) per saldo tegen de Wiv. Naarmate men ouder is, is men vaker voorstander van de Wiv. Van de jongeren is 34 procent vóór de nieuwe wet. Dit loopt op tot 63 procent onder de 65-plussers.

 

Noodzaak voor meer bevoegdheden wordt onderschreven
Zeven op de tien Nederlanders onderschrijven de noodzaak dat de Nederlandse inlichtingendiensten (AIVD en MIVD) meer bevoegdheden moeten krijgen om terrorisme en criminaliteit te bestrijden. De helft (50%) heeft er vertrouwen in dat de wet voldoende waarborgen bevat voor de rechten van burgers. Een kwart (24%) vindt deze waarborgen onvoldoende. Drie op de tien Nederlanders (29%) vinden dat de Wiv een te grote aantasting betekent van de privacy, in verhouding tot de extra veiligheid die het oplevert. Ruim vier op de tien Nederlanders zijn het hier niet mee eens.

 

Informatie niet ongelezen delen met buitenlandse inlichtingendiensten
Het delen van informatie met buitenlandse inlichtingendiensten is een van de thema’s die in de Wiv aan de orde komt. Nederlanders vinden per saldo dat informatie mag worden gedeeld met buitenlandse inlichtingendiensten, maar als daar aan wordt toegevoegd dat Nederlandse inlichtingendiensten dit ongelezen doen, is een meerderheid daar tegen. Hieruit kan de conclusie worden getrokken dat Nederlanders het belangrijk vinden dat gegevens vooraf worden gefilterd door de Nederlandse diensten, voordat deze worden uitgewisseld met het buitenland.

 

Klik hier voor het volledige rapport
 

Verantwoording
Dit blijkt uit landelijk representatief onderzoek van I&O Research onder 4.413 Nederlanders van 18 jaar en ouder. Het onderzoek werd uitgevoerd van 8 tot en met 12 maart 2018. De resultaten zijn gewogen op geslacht, leeftijd, opleiding, regio en stemgedrag bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2017.


Media


Meer informatie
Laurens Klein Kranenburg | 053-4825025 | 
Peter Kanne | 06-31943707 | 

 

Overname uit deze publicatie is alleen toegestaan met expliciete vermelding van I&O Research als bron.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

AfbeeldingI&O Research 
Postbus 563

7500 AN  Enschede

T 053 200 52 00

T 020 308 48 00 (Amsterdam)

www.ienoresearch.nl 

info@ioresearch.nl

Meer nieuws

Onze bloggers

I&O Research 20 jaar: verleden, ontwikkeling, heden & toekomst. Bekijk hieronder de film

Afbeelding

Blijf op de hoogte!

Meld u nu aan voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het nieuws in de branche en bij I&O Research ...

 

Klik hier

Whitepapers