of 59190 LinkedIn

Kompas 2019: nieuwe vormen van samenwerking tussen burger en bestuur

Burgers vragen meer van het lokaal bestuur dan eens in de vier jaar te worden gehoord, mensen willen permanent bij het lokaal beleid worden betrokken. Deze betrokkenheid uit zich in velerlei vormen van innovatieve burgerinitiatieven. Vier maanden lang – van september tot en met december 2018 –zijn het ministerie van Binnenlandse Zaken, het Nederlands Gesprek Centrum en Binnenlands Bestuur door Nederland getrokken met de estafette Vernieuwing Lokaal Bestuur, op zoek naar inspirerende voorbeelden van moderne burgerparticipatie.
Aart Verschuur Reageer

Burgers vragen meer van het lokaal bestuur dan eens in de vier jaar te worden gehoord, mensen willen permanent bij het lokaal beleid worden betrokken. Deze betrokkenheid uit zich in velerlei vormen van innovatieve burgerinitiatieven. Vier maanden lang – van september tot en met december 2018 –zijn het ministerie van Binnenlandse Zaken, het Nederlands Gesprek Centrum en Binnenlands Bestuur door Nederland getrokken met de estafette Vernieuwing Lokaal Bestuur, op zoek naar inspirerende voorbeelden van moderne burgerparticipatie.

Honderden deelnemers aan de bijeenkomsten namen deel aan in totaal 32 workshops, waarin bewoners, ondernemers, ambtenaren en politici met elkaar in gesprek zijn gegaan over nieuwe vormen van samenwerking tussen burger en bestuur. De estafettebijeenkomsten hadden steeds een verschillend thema: participatie in sociaal beleid (Leeuwarden), de energietransitie (Amersfoort), leefbaarheid en veiligheid (Rotterdam) en burgerparticipatie in relatie tot de Omgevingswet (Haarlem). Op 17 januari 2019 vond in Helmond de slotbijeenkomst plaats, als deel van de jaarlijkse bijeenkomst Kompas, georganiseerd door Binnenlands Bestuur.

 

Burgemeester Helmond: dialoog essentieel
Elly Blanksma-Van den Heuvel, burgemeester van Helmond, opent de bijeenkomst in theater Het Speelhuis in Helmond. Zij benadrukt dat vooruitgang in de samenleving pas echt waarde heeft als iedereen er deelgenoot van kan zijn. Iedereen. ‘We leven in een tijd van globalisering en groei. Een tijd van mondialisering en ongekende mogelijkheden. Een tijd die ontegenzeggelijk veel kansen biedt en waarin de wereld nog nooit zo klein is geweest als vandaag de dag. Maar zolang welvaart en welzijn niet onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden, leidt deze tijd tot grote zorgen.’

 

Blanksma-Van den Heuvel wil meer aandacht voor mensen die minder makkelijk meekomen, die vernieuwingen als een bedreiging zien, voor zichzelf of hun eigen omgeving. ‘Of het nu gaat om de betaalbaarheid van de energietransitie, wel of geen vuurwerk of zwarte piet, de discussies worden overal gevoerd. We zien overal onvrede, in sociale media, door lage verkiezingsopkomsten. In Helmond heeft bij de afgelopen verkiezingen slechts 42,1 procent de moeite genomen naar de stembus te gaan. Een dieptepunt, zowel landelijk als voor mijn stad.’

 

De verschillen tussen wijken in Helmond zijn enorm, zegt Blanksma-Van den Heuvel. Helmond telt 92.000 inwoners, het is één stad. Toch leven sommige mensen op sommige plekken gemiddeld zeven jaar korter dan daar waar het sociaal beter gaat. ‘Het is juist in die wijken waar het vertrouwen tanende is, waar voor politiek, burgemeesters en bestuurders een sleutelrol ligt. We zijn verplicht op zoek te gaan naar het verdwenen vertrouwen, waarbij alleen door luisteren en oprechte aandacht weer een dialoog kan ontstaan. Zodat het vertrouwen in de overheid langzaam weer kan terugkomen. Juist om de samenleving weer te verbinden is die dialoog essentieel.’

 

Wie wordt de moderne Thorbecke?
Moderne bestuurders, politici en ambtenaren weten hoe belangrijk ‘de dialoog met de burger’ is. Maarten Schurink, secretaris-generaal van het ministerie van BZK, toont op deze bijeenkomst het Thorbecke-monument bij de Haagse Hofvijver als voorbeeld. Eén deel van het beeldkunstwerk bestaat uit de staatsman Thorbecke, die vanaf zijn marmeren schrijftafel in zijn eentje een nieuwe grondwet schrijft, kijkend naar het Torentje van de minister-president. Het andere deel van het monument bestaat uit burgers, bestuurders, politici, informeel pratend aan en op een roestvrijstalen tafel. Gelijkwaardig met elkaar in gesprek. Negentiende eeuw versus moderne tijd.

 

Dit beeld is symbolisch voor de tijd waarin we leven. De kunstenaar weet ons te raken met een beeld van hoe de tijd zich heeft ontwikkeld en wat modern bestuur vraagt. En toch ook zijn er belangrijke overeenkomsten tussen toen en nu, betoogt Schurink. ‘Thorbecke is interessant, omdat veel van wat hij met zijn ganzenveer schreef nog steeds waarheid is. Zijn tijd is vergelijkbaar met de huidige tijd. Ook toen was er veel onduidelijkheid, polarisatie en wisten mensen niet hoe met elkaar verder te gaan.’

De moderne tijd, moderne participatie vraagt om vernieuwing, de burger moet zich (weer) vertegenwoordigd voelen en kunnen meepraten. ‘Niet alleen landelijk, juist ook lokaal’, benadrukt Schurink. De overheid moet zich daarin beweeglijk opstellen. Wendbaar, flexibel, aanpassingsgericht. Zonder altijd hetzelfde (participatie)recept op iedereen van toepassing te verklaren. ‘Per wijk, per buurt, per vraagstuk, per groep, per inwoner moeten we maatwerk leveren. Niet denken aan één structuur, aan één oplossing. De overheid moet kijken naar wat leeft en wat het beste past bij de mensen. Met als doel dat burgers weten: als je meedoet, maak je het verschil.’

 

Geef mensen de mogelijkheid deel te nemen
De overheid moet luisteren naar inwoners, zeker als deze zelf met ideeën komen over hoe ze invloed willen uitoefenen. Dat stelt ook Boudewijn Steur, programmamanager versterking democratie en bestuur bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. ‘Zorg dat mensen de mogelijkheid krijgen deel te nemen. De estafettebijeenkomsten hebben duidelijk laten zien dat er enorm veel energie is in onze samenleving van inwoners die mee willen doen.’

 

Het mooie en tegelijk lastige is dat deze participatie er overal anders uitziet. Dat ligt niet alleen aan de participanten, het heeft ook te maken met het domein waarin mensen meepraten. Bij leefbaarheid en sociale cohesie praten mensen anders mee dan bij de energietransitie. In Zuidwest-Friesland bijvoorbeeld, met 83 kernen, worden bewoners door het gemeentebestuur bij het sociaal domein betrokken via dorpsverenigingen en dorpsraden, die ‘aftappen’ wat er leeft. Het werkt goed. Meningen en eventuele onvrede worden goed doorgesluisd. Maar in Utrecht bijvoorbeeld hebben bewoners zelf een energiecoöperatie opgericht, ook omdat ze hopen daar rendement uit te halen. Met dergelijke vormen van eigenbelang is niets mis, stelt Steur.

 

‘Participeren doen mensen rond onderwerpen die ze raken. Voor zaken die er voor hen toe doen. De overheid moet daarom goed nadenken op welke onderwerpen ze mensen wil betrekken. Het lijkt hip om inwoners overal bij in te schakelen, maar niet iedereen voortdurend bij alles ingeschakeld worden. Het gaat mensen vooral om onderwerpen die een direct effect op hun leven hebben. Zoals de energietransitie en het aardgasvrij maken van woningen. Dat heeft een enorme impact, daar willen mensen daadwerkelijke invloed op hebben.’

 

De overheid moet daarom duidelijk communiceren waarover geparticipeerd kan worden, om teleurstellingen en valse beloften te voorkomen, benadrukt Steur. En de overheid moet vooral het perspectief van mensen zelf op de voorgrond plaatsen, de inhoud centraal zetten. Daarbij moet de overheid meer gebruik maken van het bestaande ‘weefsel’ in de samenleving, van maatschappelijke organisaties, actieve burgers en bestaande initiatieven.

 

Steur: ‘Inwoners zijn geen participatieprofessionals. Sommigen spreken beter de overheidstaal dan anderen, en velen kunnen dat niet. Hebben we dit als overheid voldoende op het netvlies en doen we er genoeg mee? Biedt de overheid hulp bij het participeren, bijvoorbeeld via meedenkende contactambtenaren die ook goed zijn ingebed in de ambtelijke en bestuurlijke organisatie? Die zorgen dat het aan de voorkant niet allemaal te technisch en te financieel wordt, en dat echt open gesproken kan worden over wat de burger raakt.’

 


 

Verslagen van de eerdere estafette-bijeenkomsten:


Leeuwarden: samenwerken in het sociaal domein
Acht keer de burger centraal in het sociaal domein
Open deuren in het sociaal domein

Participatie is eigenlijk een beetje een vies woord

 

Amersfoort: draagvlak voor de energietransitie
Energie in eigen hand

 

Rotterdam: veiligheid en leefbaarheid als coproductie
Veiligheid en leefbaarheid als coproductie

 

Haarlem: onze omgevingswet
Participeren volgens de Omgevingswet

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.