of 62236 LinkedIn

In het democratische proces ontbreken checks and balances

Het democratische proces en daarmee ook het openbare bestuur vertonen symptomen van slijtage. Daar zijn tal van redenen voor. In dit blog ga ik in op wat ik beschouw als een van de onderliggende aandoeningen: het onbewust en onopgemerkt uithollen van noodzakelijke checks and balances in de kern van het democratische proces.

Richting geven, uitvoeren en controleren
Ik beperk mij hierbij tot de verhouding tussen de wetgevende en de uitvoerende macht en meer specifiek de verhouding op nationaal niveau tussen de Staten-Generaal en het kabinet. Op provinciaal en lokaal niveau bestaat eenzelfde verhouding met dezelfde problematiek. Ik spreek daarom van de verhouding tussen het ‘parlement’ en het dagelijkse bestuur, bij wijze van gelijke terminologie voor elk van de drie overheidsniveaus.

Tussen het parlement en het dagelijkse bestuur is er sprake van een verdeling van verantwoordelijkheden. Binnen deze verhouding heeft het parlement het recht om richting te geven aan het dagelijkse bestuur en controlerend op te treden. Bij een gezonde verdeling van verantwoordelijkheden houden de leden van het parlement zich vooral bezig met de basale vraag welke resultaten zij willen bereiken voor de samenleving en binnen welke randvoorwaarden. Ik noem dit de vraag naar ‘het wat’, ofwel de wat-vraag. Wat willen we bereiken binnen welke randvoorwaarden?

Daarnaast speelt voor het parlement de hoe-vraag: hoe gaan we dat doen? Welke activiteiten of maatregelen zijn wenselijk om die doelen te bereiken binnen de afgesproken randvoorwaarden? Bij gezonde verhoudingen kan het antwoord op deze vraag vooral aan het dagelijkse bestuur worden overgelaten. Maar niet helemaal. Voor de richtinggevende rol van het parlement moet de beantwoording van de hoe-vraag voldoende vertrouwen geven dat ‘het wat’ ook daadwerkelijk op deze wijze wordt gerealiseerd. Ook kan een bepaalde wijze van uitvoering in sommige gevallen een legitiem maatschappelijk doel zijn. Voor de controlerende rol van het parlement is de hoe-vraag belangrijk als er twijfel bestaat of het dagelijkse bestuur de afgesproken resultaten wel heeft bereikt binnen de afgesproken randvoorwaarden. In dat geval komt de focus namelijk te liggen op de vraag wat er mis is gegaan met het realiseren van de afgesproken activiteiten of maatregelen en tot welke gevolgtrekking dat moet leiden.
In een gezonde democratische verhouding legt het dagelijkse bestuur in zijn medewetgevende en in zijn uitvoerende rol altijd de focus op ‘het wat’ en ‘het hoe’ in een helder en logisch onderling verband.

Het is echter van belang een onderscheid te maken tussen verantwoordelijkheid en bevoegdheden. Wat ik wil beweren is dat in een gezonde democratische verhouding het parlement en het dagelijkse bestuur beide verantwoordelijk zijn voor het vaststellen van ‘het wat’ (al dan niet in de vorm van formele wetgeving). Het parlement is bevoegd om de zienswijze van het dagelijkse bestuur over ‘het hoe’ ter discussie te stellen. Maar het dagelijkse bestuur is verantwoordelijk voor het vaststellen van ‘het hoe’ en ook voor het overtuigen van het parlement dat ‘het hoe’ helder en logisch aansluit op ‘het wat’.
 
De burger als geïnteresseerde en als kiezer
De gezonde verdeling van verantwoordelijkheden tussen de leden van het parlement en het dagelijkse bestuur heeft ook implicaties voor de wisselwerking tussen de burger en het parlement. Binnen gezonde democratische verhoudingen leggen burgers - in hun rol als als kiezer - en het parlement allebei de focus op ‘het wat’.

Vergelijk dit met de je eigen positionering als burger in de markteconomie. Als geïnteresseerde in de aankoop van een product of dienst leg je de focus primair op de vraag welk resultaat de aankoop voor jou moet opleveren en welke randvoorwaarden je aan de aankoop stelt. Denk aan gebruikskwaliteit, levensduur, prijs en garantievoorwaarden. Op die terreinen ben je als koper de expert: alleen jijzelf bepaalt het antwoord op deze vraag. Je kunt natuurlijk ook eisen stellen aan de wijze waarop het product wordt geproduceerd. Maar dat doe je dan op hoofdlijnen, zoals bijvoorbeeld ‘duurzaam’ of ‘zonder kinderarbeid’. Hoe gedetailleerder je je focust op de productieketen en het productieproces, hoe meer je je gaat inlaten met aspecten waarop je allesbehalve expert bent. Je laat het over aan de producent hoe hij zijn product fabriceert en zodra je jouw vertrouwen in die producent verliest, keer je hem bij de volgende aankoop de rug toe. Een gezonde politieke markt vertoont veel overeenkomsten met een gezonde economische markt.

 

Door Toine van Helden, senior adviseur bij BMC en auteur van het boek 'Succesvol doelen bereiken'

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

AfbeeldingBezoekadres:

Databankweg 26,

3821 AL Amersfoort

Postadres:

Postbus 490

3800 AL Amersfoort

 

Tel.nr.(033) 496 52 00

www.bmc.nl

info@bmc.nl


Meer nieuws

Training en opleiding

Whitepapers van BMC

Advies en onderzoek

Onze bloggers