of 61441 LinkedIn

De energietransitie: samen op zoek naar mutual gains

De energietransitie: samen op zoek naar mutual gains. Samenwerking essentieel voor het slagen van de warmtetransitie
BMC Reageer

Nederland maakt werk van de energietransitie. We gaan van fossiel naar hernieuwbaar en van lineair naar circulair. De uitdagingen zijn legio en BMC'ers Joost Rompa en Ingrid Kersten weten dat als geen ander. Niet zo raar dus dat ze allebei spreker waren tijdens het Energy Reinvented Community-congres, dat op 8 oktober 2020 plaatsvond.

De warmtetransitie stond centraal tijdens het Energy Reinvented Community-congres. Wat zijn de gevolgen als we afstappen van fossiele brandstoffen? Hoe groot wordt dan de rol van stadverwarming en lokale en regionale warmtenetten? En in hoeverre gaan woningbouw, tuinbouw en industrie deze gebruiken? Senior adviseur Joost Rompa nam tijdens het congres deel aan het avondlijke panelgesprek. Hij stelde dat samenwerking essentieel is voor het slagen van de warmtetransitie. ‘Maar dat is ook een enorme uitdaging: hoe breng je alle verschillende partijen en hun uiteenlopende belangen samen? Hoe laat je ze succesvol samenwerken om van de warmtetransitie een succes te maken? En vooral ook: hoe neem je bewoners van stad, wijk en dorp daarin mee?’


Zwitserland

Rompa geeft een voorbeeld. ‘De afgelopen periode heb ik de regio Midden-Holland geholpen met het opstellen van hun concept-Regionale Energiestrategie (RES). Geen sinecure, want in deze RES moesten de belangen van onder meer vijf gemeenten, één provincie, drie waterschappen en twee netbeheerders samenkomen. Mijn rol bestond uit het “spelen van Zwitserland”, zoals ik dat graag noem. Ik ben onpartijdig, hoor iedereen neutraal aan en kan zo alle belangen samensmeden tot iets – een rapport, een strategie, een visie – waarin partijen zich herkennen’


Stakeholdermanagement

Een complexe vorm van stakeholdermanagement dus. ‘Zeker’, beaamt Rompa. ‘Of je het nu hebt over de energietransitie, de warmtetransitie of het opstellen van een RES: ik laveer tussen alle stakeholders en smeed allianties op verschillende schaalniveaus.’ Rompa beleeft daar veel plezier aan. ‘Ik probeer tijdens overleggen onderlinge verbindingen en persoonlijke relaties te versterken; dat vergemakkelijkt het soms moeilijke gesprek dat je met elkaar voert. Samen gaan we dan op zoek naar de mutual gains. Hoe? Door het transitievraagstuk regionaal en integraal te benaderen. Bij BMC zien we de energietransitie bijvoorbeeld niet als een puur technisch vraagstuk, maar als een vraagstuk dat je moet bezien vanuit people, planet & profit. Op het ERC-podium was mijn pleidooi dan ook: think regional, act local.’


Belangen wegen

Rompa weegt alle belangen eerlijk. ‘In mijn adviezen en rol als programmamanager sluit ik niemand buiten. Iedereen moet het gevoel hebben dat ze zonder oordeel input kunnen leveren. En dat er een oplossing komt waarin iedereen zich in gelijke mate kan vinden. Dat gaat natuurlijk niet altijd zonder slag of stoot. Ik vergelijk het ook wel eens met het lopen van een marathon; de RES richt zich namelijk op 2030 en blikt zelfs al vooruit tot 2050. Je bent samen op weg naar de eindstreep, maar soms wil iemand opeens hordelopen. Die moet je dan wel weer de marathon intrekken. Om het in de marathontermen te houden: masseren is belangrijk voor een goed en gezamenlijk eindresultaat.’


Raakvlak

Senior adviseur Ingrid Kersten herkent dat helemaal. ‘Tijdens het Energy Reinvented Community-congres heb ik een workshop gegeven over de Omgevingswet. Dat lijkt misschien een vreemde eend in de energietransitie-bijt, maar er is wel degelijk een groot raakvlak.’ Kersten vertelt dat de Omgevingswet beoogt terug naar de basis te gaan. ‘Het Rijk richt het hele wetgevingsstelsel op ruimtelijk gebied opnieuw in. De lokale overheid kan dit ook doen. Dit kan helpen bij de energietransitie: dicht bij de inwoner door ruimte te bieden voor initiatief en op regionaal niveau door als overheden met elkaar af te stemmen op welke manier de invoering van de Omgevingswet kan helpen bij de doelstellingen van de RES.’ Het doel van de Omgevingswet is de regelgeving minder ingewikkeld te maken. ‘Hierdoor kunnen burgers veel meer zelf regelen en is de overheid hier minder tijd aan kwijt’, aldus Kersten. ‘Zo ontstaat er vanzelf meer ruimte om te focussen op grotere opgaven, zoals de energietransitie.’


Versterken van uitvoeringskracht

Bedoeling is dat de Omgevingswet ook ruimte creëert voor meekoppelkansen. ‘De energietransitie is zo’n kans’, aldus Kersten. ‘Die gaat immers over vraagstukken “buiten”, die een grote impact hebben op de fysieke leefomgeving . Waar komen zonneparken en windmolens? Hoe kun je de bouw van nieuwe woningen zo plotten op de ruimtelijke kaart dat ook daar kansen voor de energietransitie ontstaan? Alles grijpt in elkaar in. Als overheid heb je nú de kans de focus te leggen op de belangrijke opgaven, zoals de energietransitie en alles daarop in te regelen.’ Rompa sluit af: ‘Wij BMC’ers zijn partner in het versterken van uitvoeringskracht voor de energietransitie. We nemen partijen aan de hand en gidsen hen gezamenlijk bij het transformatieproces. Van plan tot uitvoering.’

 

Meer informatie

Wilt u meer informatie over dit onderwerp? Neem dan contact op met een van onze adviseurs.

 

Joost Rompa, senior adviseur

Bestuur & Organisatie

06 - 30 05 13 63 / joost.rompa@bmc.nl

Bekijk profiel

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.