of 63428 LinkedIn

Zwartste collegeperiode ooit

De huidige collegeperiode ontwikkelt zich tot de zwartste ooit voor wethouders. Nooit kwamen zo veel wethouders ten val. Ook het aantal wethouders dat om persoonlijke of gezondheidsredenen afhaakt en het niet meer volhoudt, bereikt recordhoogten. Het politiek-bestuurlijke klimaat lijkt de grote boosdoener.

De huidige collegeperiode ontwikkelt zich tot de zwartste ooit voor wethouders. Nooit kwamen zo veel wethouders ten val. Ook het aantal wethouders dat om persoonlijke of gezondheidsredenen afhaakt en het niet meer volhoudt, bereikt recordhoogten. Het politiek-bestuurlijke klimaat lijkt de grote boosdoener.

Wethoudersonderzoek 2020

Wie de cijfers van het Wethoudersonderzoek 2020, uitgevoerd door De Collegetafel in opdracht van Binnenlands Bestuur, op zich laat inwerken, kan en mag de vraag stellen of het wethouderschap nog een aantrekkelijke en te ambiëren, gezonde functie is. Het wethouderschap in de huidige collegeperiode is een zware en complexe taak die te veel eist van steeds meer wethouders. Wethouders gaan niet alleen gebukt onder de financiële problemen – vooral een gevolg van de hoge uitgaven in het sociaal- en zorgdomein – maar de financiële zorgen dreigen door de gevolgen van de coronacrisis alleen maar groter te worden. Het leidt tot spanningen in het college, in de gemeenteraad en in de samenleving. Het is een cocktail die zich vertaalt in grote aantallen wethouders die al dan niet gedwongen afhaken: liefst 231 wethouders in 2020 waaronder, voor het tweede jaar op rij, meer dan honderd wethouders die om een politieke vertrouwensbreuk ten val kwamen.

Burn-out
In de eerste plaats is daar het ongekend hoge aantal van 59 wethouders dat om persoonlijke en gezondheidsredenen afhaakt. In het afgelopen jaar gaven 26 wethouders er om persoonlijke redenen de brui aan. Veelal betreft het oudere wethouders die het mooi genoeg vinden, met pensioen gaan omdat zij de energie missen om de collegeperiode vol te maken. Daarnaast haakten 33 wethouders om gezondheidsredenen af. Het gaat om wethouders die de grenzen van hun fysieke mogelijkheden bereikten. ‘Mijn cardioloog zei dat ik alvast wat dingen mocht gaan doen, als ze maar niet stressvol zijn. Wethouder zijn hoort daar niet bij’, aldus Bert Frings (GroenLinks, Nijmegen).

Stoppen vanwege gezondheidsredenen is, zo heeft het verleden bewezen, soms een alibi voor onvoldoende politiek functioneren. Echter, Marcel van Zon (CDA, Alkmaar) meldde zich ziek omdat hij kampte met een burn-out. De werkelijke reden, bleek later, was dat hij op klaarlichte dag op straat in elkaar was geslagen door een onbekende aanvaller.

Bedreigingen, toe genomen werkdruk, complexere dossiers, het toenemend aantal avondvergaderingen – het blijken allemaal extra argumenten te zijn waarom wethouders steeds vaker afhaken. In de periode 2002-2006 haakten 76 wethouders af om persoonlijke of gezondheidsredenen. Dat aantal steeg in de periode 2014-2018 tot 95. De huidige collegeperiode overtreft die aantallen nu al ruimschoots: sinds de start van de collegeperiode in 2018 zijn al 116 wethouders om persoonlijke en gezondheidsredenen afgehaakt. Met nog veertien maanden te gaan tot de raadsverkiezingen ligt een verdere stijging van het aantal wethouders dat om die redenen afhaakt voor de hand, zeker gezien de druk op het lokaal bestuur, de complexiteit van bestuurlijke opgaven en de spanningen van een pre-verkiezingsjaar.

Vertrouwensbreuk
Een tweede opmerkelijke trend is het ongekend hoge aantal wethouders dat in de huidige collegeperiode om politieke redenen tussen de wielen is gekomen. In de huidige collegeperiode lijkt niets normaal. Het was goed gebruik dat in het tweede volledige collegejaar de meeste wethouders ten val kwamen. Zo ging het in 2004, 2008, 2012 en 2016. Het jaar 2020 breekt met die trend, want met 109 politiek tijdelijk of definitief ten val gekomen wethouders wordt de score van 126 gevallen wethouders in 2019 – het eerste jaar van deze collegeperiode – niet gehaald.

Er is geen reden voor optimisme over deze meevaller. Ten eerste behoort het afgelopen jaar tot de zes zwartste jaren voor wethouders waarin meer dan honderd wethouders te maken kreeg met een politieke vertrouwensbreuk. Bovendien is er geen enkele collegeperiode – sinds de invoering van het dualisme in 2002 – waarin er zoveel wethouders ten val kwamen sinds de start van de collegeperiode. Sinds de laatste raadsverkiezingen zijn er in deze collegeperiode al 265 wethouders door een politieke vertrouwensbreuk ten val gekomen, een nooit vertoonde score. De records uit de eerste duale collegeperiode (2002- 2006) zijn in absolute en procentuele zin gebroken.

Destijds was de invoering van het dualisme en de entree van de nieuwe, populistische Leefbaar-partijen in de lokale politiek de verklaring voor het hoge aantal wethouders dat ten val kwam. De verklaring voor de huidige hoge aantallen moet worden gezocht in een combinatie van factoren die het huidige politiek bestuurlijke klimaat kenschetsen. Er is de financiële zorgwekkende situatie waarin veel gemeenten verkeren en waardoor zij fors moeten bezuinigen als gevolg van de hoge uitgaven in het sociaal domein en in de zorg. Er is het grote aantal fracties in de raad. In vergelijking met 2002 is het gemiddeld aantal fracties gestegen van minder dan zes naar bijna acht.

Tien of meer fracties in een raad is zeker in grote gemeenten eerder regel dan uitzondering, ook door afsplitsingen. Het gebrek aan samenwerkend en verbindend vermogen om in een versplinterd politiek landschap er samen de schouders onder te zetten, is een derde verklaring. Politieke profileringsdrang leidt sneller tot afsplitsingen, bovendien heeft het sluiten van compromissen – die bestuurlijk onmisbaar zijn in een landschap dat bestaat uit vele kleine fracties – een negatieve klank omdat het geurt naar achterkamertjespolitiek.

Zakencolleges
Politiek verstoorde verhoudingen en vertrouwensbreuken in de coalitie blijken in dat klimaat de belangrijkste verklaring voor het hoge aantal vallende wethouders in 2020. In een 23-tal gemeenten leidde dit in 2020 tot de val van de coalitie en een andere samenstelling van het college. Wat echter opmerkelijk was dat in een zestal gemeenten (Bergen op Zoom, Geertruidenberg, Hoogeveen, Meerssen, Smallingerland en Waalre) er geen nieuw meerderheidscoalitie werd of kon worden gevormd, maar dat de raad koos voor een zakencollege. De financiële problemen verhinderden in Bergen op Zoom, Geertruidenberg, Hoogeveen en Smallingerland de vorming van een gebruikelijke meerderheidscoalitie. In Meerssen en Waalre leiden ogenschijnlijk onoplosbare bestuurlijke kwesties als herindeling en samenwerking in het college tot de keuze voor een zakencollege. In een dergelijk college krijgen wethouders-van-buiten – uitgezonderd Geertruidenberg dat voor eigen wethouders koos – de opdracht orde op zaken te stellen, dan wel schoon schip te maken.

Het aantreden van zakencolleges in Hoogeveen en Smallingerland vormde ook het sluitstuk van een tijdrovend proces om breuken te lijmen en weer over te gaan tot de orde van de dag. Almere, Buren, Oldambt en Sittard-Geleen slaagden er in 2020 in om na vele maanden formeren weer tot een nieuwe coalitie te komen. Het in een gefragmenteerd landschap tot collegiale afspraken komen om de knelpunten in de lokale samenleving in de rest van de collegeperiode aan te pakken – het blijkt in politiek verstoorde verhoudingen een lastige, bijna onmogelijke opgave. Lelystad had afgelopen jaar maanden nodig voordat er een nieuw college aantrad, terwijl in Renkum het nieuwe jaar de oplossing moet gaan bieden voor een al maanden voortslepende bestuurlijke impasse.

De keuze voor een zakencollege betekent ook dat de politieke kleur van het college er even niet meer toe doet. Dat verschijnsel, waarbij vakkennis en bestuurlijke kwaliteit belangrijker zijn dan de politieke kleur van de wethouder, zagen we ook in twee gemeenten die voor de keuze werden gesteld een opvolger te vinden voor een afgetreden wethouder. Zowel in Culemborg als Stadskanaal werd een kandidaat gezocht en gevonden met de duidelijke boodschap dat de politieke kleur van de kandidaat van ondergeschikt belang was. Het typeert het pragmatisme van de lokale democratie in deze politiek gefragmenteerde tijden.

Persoonlijke fouten
Tot slot kan de vraag worden gesteld of het optreden van wethouders zelf een verklaring is voor het hoge aantal afhakende wethouders en politieke valpartijen. Het recordaantal wethouders dat om politieke of gezondheidsredenen afhaakt, roept toch ook de vraag op of bij het aantreden van de wethouders voldoende is geselecteerd op persoon en kwaliteit van de kandidaten die zijn voorbereid op wat hen te wachten staat. Sterk optredende wethouders kunnen coalitiebreuken voorkomen; verstoorde verhoudingen hebben minder kans te ontstaan wanneer wethouders bekwaam zijn voor hun taak en functie. Het beoordelen van de 24 wethouders die in 2020 van het pluche zijn verdwenen als gevolg van persoonlijke fouten, toont dat een falende bestuursstijl of gebrekkige projectverantwoordelijkheid een aandachtspunt blijft bij de selectie.

Gelukkig waren de valpartijen op het altijd spraakmakende thema integriteit in 2020 op de vingers van een hand te tellen. Slechts twee wethouders verdwenen van het toneel naar aanleiding van een integriteitskwestie. Willemien Vreugdenhil (CDA, Ede) stapte op nadat duidelijk was dat zij bij de gemeentesecretaris had gepleit voor de positie van een ambtenaar met wie zij een relatie heeft. ‘Zij heeft aangegeven dat ze niet zo had moeten handelen. Een bestuurder moet te allen tijde boven iedere twijfel verheven zijn’, reageerde de Edese CDA-voorzitter Elze Bent.

Geert Post (SGP, Urk) moest weg omdat hij had verzwegen ‘formeel betrokken’ te zijn bij het transportbedrijf van zijn zoon die in Engeland werd aangehouden op verdenking van drugssmokkel. De nieuwe burgemeester, voormalig wethouder Cees van den Bos, beloofde in de regionale krant beterschap. En dat hij als verantwoordelijke voor integriteit meer aandacht zou geven aan het naleven van integere gedragsregels. ‘We moeten elkaar aanspreken op de juiste manier.’


Vier burgemeesters ten val
In 2020 kwamen vier burgemeesters als gevolg van een politieke vertrouwensbreuk ten val. In Ermelo nam André Baars ontslag na de publicatie van een onderzoek door professor Paul Frissen over het optreden van de burgemeester. Baars bleek zich ‘belerend’ richting wethouders op te stellen, hanteerde ‘een dominante bestuursstijl’. Baars wachtte het debat over het rapport in de gemeenteraad niet af en diende zijn ontslag in omdat er geen vertrouwen meer was in zijn optreden.

Harry de Vries stopte als waarnemend burgemeester van Scherpenzeel. Hij was in botsing gekomen met de wethouders die hem hadden beschuldigd van ‘lekken’ en solistisch optreden. Ook in Scherpenzeel stelde Frissen een onderzoeksrapport op. De Vries kreeg daarop excuses van de voltallige raad maar een volledige rehabilitatie zat er niet. Volgens Frissen had De Vries er beter aan gedaan om op de winkel te passen in plaats van zich in het herindelingsdebat te mengen. Maar volgens De Vries was dat voor hem niet aan de orde ‘vanuit respect voor de raad, het provinciaal bestuur en de gemeente Barneveld’.

Jan Brenninkmeijer, burgemeester van Waalre, verloor het vertrouwen van de wethouders terwijl hij met de vertrouwenscommissie uit de raad in de herbenoemingsprocedure zat. Het bekend worden van de vertrouwensbreuk tussen wethouders en burgemeester leidt tot steunbetuigingen vanuit de bevolking voor de burgervader maar de raad verzoekt de provincie om hulp. Commissaris van de koning Wim van den Donk zet Brenninkmeijer aan de kant en stuurt voormalig gedeputeerde, Kamerlid en burgemeester Jan Boelhouwer als waarnemer naar Waalre.

Jos Heijmans stelde zichzelf eerst op non-actief en stapte later op als burgemeester van Weert. De aanleiding was een onderzoek naar subsidie die Heijmans buiten de raad om zou hebben gegeven aan een stichting waarvan hij zelf voorzitter was. Volgens Heijmans was er geen sprake van belangenverstrengeling, persoonlijke verrijking of overtreding van de gemeentelijke gedragscode. Volgens Heijmans moest hij vertrekken vanwege politieke jaloezie. ‘Ik stond te veel op de voorgrond’, vertelde hij in Binnenlands Bestuur.


Verantwoording
Het Wethoudersonderzoek 2020 is uitgevoerd door DeCollegetafel in opdracht van Binnenlands Bestuur. De gegevens zijn verzameld op basis van publicaties op websites van (regionale) dagbladen, nieuwsmedia, politieke partijen en alle gemeenten. Voor meer informatie, zie: www.decollegetafel.nl 


Klik hier voor de lijst van gevallen wethouders


Afbeelding


AfbeeldingAfbeelding

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.