of 59345 LinkedIn

Ziek door falende overheid

Voormalig gemeentesecretaris van Eindhoven, Bert Brunninkhuis, wordt in juni 2009 getroffen door Q-koorts. Een fietstochtje verandert zijn leven en zijn carrière. En niet te vergeten zijn kijk op de landelijke overheid. ‘Lang niet alles is publiekelijk bekend.’

Zo’n twee weken na een ritje per fiets naar Cromvoirt en terug krijgt Bert Brunninkhuis (61) last van vreemdsoortige lichamelijke klachten. ‘Op een meerdaagse bijeenkomst van gemeentesecretarissen van 100.000-plus gemeenten in Breda, voelde ik me ’s nachts niet lekker worden. Ik had pijn in mijn zij en was benauwd. De volgende dag ben ik gestrekt in de auto door mijn vrouw naar huis gereden.’ Het duurt echter nog even voordat de diagnose Q-koorts wordt gesteld.

Na een paar dagen van hoge koorts, zware hoofdpijn en gebrek aan eetlust constateert de huisarts een longontsteking. Zes dagen ligt Brunninkhuis zo ziek als een hond op bed, zonder enige verbetering. ‘Ik was moe, kon geen licht verdragen en me nergens op concentreren.’ Vrouw en dochters vertrouwen het niet en brengen Brunninkhuis naar het ziekenhuis. Daar zakt hij door zijn benen.

‘Ik kreeg meteen een ruggenprik omdat ze bang waren dat ik meningitis, hersenvliesontsteking had.’ Dat is het niet. Vier dagen later blijkt uit bloedmonsters dat het Q-koorts is. Na infusen, een antibiotica kuur en bezoeken aan een keur van artsen kan hij na ruim een week naar huis. Eenmaal ontslagen uit het ziekenhuis begint de ellende eigenlijk pas echt. ‘Ik kon niets, helemaal niets.’

 

Versufte idioot

De man die altijd al het nieuws volgt, alles leest wat los- en vastzit, kan niet lezen en zich niet concentreren. ‘Een half jaar lang heb ik als een versufte idioot op de bank gezeten. Het was te vermoeiend om regelmatig mensen te zien en te spreken. Ik zat in een sociaal isolement.’

Daarna wordt het tijd om te revalideren en te re-integreren. Een moeizame weg. De vermoeidheid blijft hem parten spelen. Daarnaast krijgt de Q-koorts vat op zijn stembanden, wat Brunninkhuis vaak een hese stem bezorgt. Mensen vragen hem  waarom hij zich niet laat afkeuren. Maar zijn werk is zijn lust en zijn leven. Voor de netwerker pur sang die  tot juni 2009 geen enkel probleem heeft om tot ’s avonds laat door te gaan, is dat dan ook geen optie. ‘Geen denken aan. Dat wilde ik toen niet en dat wil ik nu niet. Het leven moet bewegen, moet inspireren.’

Wel komt langzaam aan het besef dat hij nooit meer de oude zal worden. ‘Én-én ging niet meer. Werken en sport bijvoorbeeld, of werken en een druk sociaal leven.’ Dus wordt het vooral werk. Maar al snel blijkt ook ‘alleen’ werk te veel. De hoop dat de vermoeidheid na verloop van tijd weer zal plaatsmaken voor de energie van weleer, blijkt ijdel. Na vele gesprekken met naaste familie en goede vrienden hakt hij de knoop door en besluit zijn functie neer te leggen. ‘Burgemeester en wethouders hebben recht op een gezonde gemeentesecretaris die er vol voor kan gaan.’ Op dat moment heeft Brunninkhuis zijn teleurstelling over zijn carrièrewending al verwerkt. ‘Ik was bevrijd van alle druk.’

Ombudsman
We spreken Brunninkhuis daags na de presentatie van het rapport van de Nationale Ombudsman Het spijt mij. Over Q-koorts en de menselijke maat. Zo rustig en berustend als de voormalige gemeentesecretaris over zijn ziekteverloop en werk praat, zo fel wordt hij als we komen te spreken over de aanpak van de Q-koorts door de toenmalige ministers Gerda Verburg (Landbouw) en Ab Klink (Volksgezondheid).

De Nationale Ombudsman Alex Brenninkmeijer concludeert in zijn rapport dat de aanpak van de Q-koorts door de overheid niet behoorlijk is geweest. De overheid heeft haar burgers ‘onvoldoende’ en ‘niet tijdig’ geïnformeerd over de risico’s en oorzaken van Q-koorts. De belangen van omwonenden en passanten in met name Brabant hebben te weinig aandacht gekregen. De toenmalige ministers bleven alsmaar met maatregelen wachten op onomstotelijk bewijs over de overdraagbaarheid van de bacterie en de besmettingshaarden en hebben daarom Q-koorts niet voortvarend bestreden. Dit alles heeft de relatie tussen de overheid en de Q-koorts­patiënten ernstig geschaad.

Onbehoorlijk
Dat vertrouwen moeten worden hersteld, stelt de Ombudsman vervolgens in zijn aanbevelingen aan de huidige minister van Volksgezondheid en de staatssecretaris van Landbouw. Het aanbieden van excuses en een financiële tegemoetkoming voor schrijnende gevallen is daartoe een eerste stap, stelt de Ombudsman.

Hij pleit verder voor een bevolkingsonderzoek en de oprichting van een steunpunt waar Q-koortspatiënten en andere betrokkenen terechtkunnen voor informatie, advies en ondersteuning. Ook moeten beide ministeries actief bijdragen aan het verspreiden en onderhouden van kennis over Q-koorts en daaraan gerelateerde gezondheidsproblemen.

Brunninkhuis: ‘Ik ben het eens met de aanbevelingen van Brennink­meijer, maar wat mij betreft had hij harder in zijn oordeel mogen zijn.’ Zo stelt de Ombudsman dat de overheid op een groot aantal punten ‘niet behoorlijk’ heeft gehandeld. ‘Ik vind dat met name Gerda Verburg, als coördinerend bewindspersoon, zeer onbehoorlijk of zelfs onrechtmatig heeft gehandeld’, stelt Brunninkhuis fel. ‘Er zijn minstens 25 doden te betreuren, duizenden mensen zijn ziek geworden en tienduizenden mensen zijn besmet geraakt. Dat was niet nodig geweest. Ze heeft 2,5 jaar getreuzeld voordat ze actie ondernam. Het is onbegrijpelijk dat gezondheid van mensen onderhandelbaar blijkt te zijn.’

Hij verwijt met name Verburg dat zij hem niet heeft geïnformeerd over de grote gevaren waaraan hij werd blootgesteld, omdat de privacy van de boer voorging en omdat zij de economische belangen van de geitenhouders voorop heeft gesteld, ten koste van zieke burgers.

Brunninkhuis vindt dat er een parlementaire enquête moet komen. ‘Er is de laatste tijd veel boven tafel gekomen, maar ik ben ervan overtuigd dat er nog veel meer boven tafel kan komen.’ Deze overtuiging is mede ingegeven door de ‘orkestratie’ van de reacties van de oud-ministers ­Verburg en Klink tijdens de openbare hoorzitting van de Nationale Ombudsman eerder dit jaar.

‘Ze waren het daar op alle punten met elkaar eens, terwijl er tijdens de Q-koorts-epidemie regelmatig stevige verschillen tussen beide ministeries waren.’ Maar ook de onthulling onlangs in Nieuwsuur, dat er al lang testen beschikbaar waren om besmetting bij geiten te kunnen vaststellen voordat uiteindelijk werd besloten ze te gebruiken, sterkt hem in het vermoeden dat nog lang niet alles publiekelijk bekend is.

Arrogantie
Boos maakt hem dat. ‘Wat heeft Verburg bezield dat ze niet eerder is gaan ruimen? Waarom wilde ze eerst honderd procent zekerheid over de betrouwbaarheid van zo’n test? Terwijl die betrouwbaarheid er al was. Roep om actie vanuit deskundigen en commissarissen van de Koningin heeft zij niet gehonoreerd. Zij wilde ook honderd procent causaal verband tussen de oorzaak (de geiten) en de vreselijke gevolgen. Terwijl die niet te geven is. Ze had uit voorzorg moeten ruimen.’

Ook het feit dat de overheid burgers niet heeft geïnformeerd over de Q-koorts en de mogelijke besmettingshaarden, onder meer uit privacybescherming van geitenhouders, kan niet door de beugel, vindt Brunninkhuis. ‘Beroep op de privacy is in dergelijke ernstige gevallen toch niet houdbaar? Door haar arrogantie en onverzettelijkheid zijn er onnodig veel mensen besmet geraakt en zijn er mensen overleden.’

Onbegrijpelijk vindt hij bovendien dat geitenhouders – ‘eigenaren van bacteriologische fabrieken’ – wel financieel zijn gecompenseerd en patiënten niet. ‘De burgers zijn zo in de steek gelaten. Het feit dat Verburg de privacy van boeren heeft laten prevaleren boven de gezondheid van mensen laat zien dat de kloof tussen overheid en burger enorm is.’

Het vertrouwen in de landelijke overheid heeft met de falende aanpak een forse knauw gekregen, ook bij Brunninkhuis die al een leven lang werkt voor de publieke zaak.  ‘Een overheid moet burgers in bescherming nemen. Dat heeft zij niet gedaan’, zegt hij. Sterker, hij heeft er totaal geen fiducie in dat de overheid met een volgende dierenziekte wel tijdig en adequaat zal optreden. Het feit dat de overheid niet erkent dat zij hierin heeft gefaald en daarvoor haar excuses niet aanbiedt, bevestigt en vergroot het bestaan van de kloof tussen overheid en de burger, stelt Brunninkhuis.

‘De afstand tussen Den Haag en de burger is veel te groot. In de Q-koorts-affaire was de burger voor de minister non-existent. Ook Tweede Kamerleden staan te ver van de mensen zodat Den Haag nauwelijks besef heeft van wat er echt gebeurt. Burgers kloppen echter wél aan bij  gemeentebesturen als ze iets niet zint. Door dit correctiemechanisme wordt het gemeentebestuur bij de les gehouden. Dit mechanisme ontbreekt in Den Haag.’

Lang slapen
Na het neerleggen van de functie van gemeentesecretaris, blijft Brunnikhuis aanvankelijk nog wel lid van de directieraad. ‘Eindhoven is een gemeente waaraan je verslaafd raakt. Er is zo veel dynamiek.’ Maar ook dat houdt hij niet vol. Per april is hij noodgedwongen uit de directieraad gestapt. Het lezen van alle B&W-stukken op zondag en de minimaal zes uur vergaderen per week met alleen al de directieraad breken hem te veel op. Nu werkt hij ‘gewoon’ voltijds aan grote projecten die niet onder zware tijdsdruk staan, zoals de grote ontwikkelingen ten noordwesten van de stad, de groei van de luchthaven en de bereikbaarheid via weg en spoor. ‘Dat lukt meestal met veel discipline, lang slapen en begrip van de omgeving.’


CV
Bert Brunninkhuis (Reutum, 1950) studeerde Nederlands recht in Nijmegen en daarna algemene economie in Amsterdam. Voordat hij gemeentesecretaris werd in Eindhoven vervulde hij onder andere directiefuncties bij het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (WVC), Interpolis, NOC*NSF en de Koninklijke Bibliotheek.

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.