of 63606 LinkedIn

Worstelen met Wobbers

© Shutterstock
© Shutterstock

Ambtenaren worden er moedeloos van. Toch lijken gemeenten het uitgangspunt te hanteren de zogeheten veelwobbers snel te bedienen. Ook lijken zij nu door te hebben dat praten met rancuneuze wobbers meer oplevert dan de hakken in het zand te zetten.

Het ontbreekt aan een speciale opleiding voor ambtenaren

Acht van de tien verzoeken op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) die in 2020 binnenkwamen bij de gemeente Bergeijk waren afkomstig van een echtpaar uit het kerkdorp Riethoven. Sinds 2017 sturen zij steeds meer Wob-verzoeken. Ambtenaren werken zich een slag in de rondte om die tijdig te behandelen, anders volgt een boete.

Die hebben ze nog niet gekregen, zegt de gemeentejurist, maar ambtelijk kost het veel tijd, vooral de bezwaar- en beroepsprocedures die erop volgen. ‘Ze stellen geen inhoudelijke vragen, maar procesvragen, zoals: moet er geen handtekening onder het besluit staan? Of: is dit wel de bevoegdheid van de commissie bezwaarschriften?’

Er zit geen lijn in de Wob-verzoeken, ze gaan over uiteenlopende onderwerpen. ‘Wel verzoeken zij steeds vaker om al openbare informatie, zoals openbaarmaking van ‘de openbare besluitenlijst van de gemeenteraad/het college’.’ Wanneer een gemeente veel Wob-verzoeken ontvangt, komt meestal een hoog percentage van één persoon, weet Merel Copier, advocaat bij Hekkelman. ‘Ook gemeentegrootte en de mate van actieve openbaarmaking speelt mee.’ Volgens haar collega Marie-Anna Bullens worstelen gemeenten met veelwobbers. ‘Soms is iemand dagenlang ermee bezig, terwijl die ook andere taken heeft. Daarbij is het behandelen van een Wob-verzoek foutgevoelig. Gemeenten zijn gebonden aan korte termijnen. Zeker bij omvangrijke verzoeken kan een behandelaar iets over het hoofd zien.’

Als iemand alleen Wob-verzoeken indient om iets te doen te hebben, is dat demotiverend voor ambtenaren. ‘De wil is er, maar de frustratie over de zin ervan ook.’ Het gaat daarbij eveneens om de omvang. ‘De dwangsom is eraf, maar het karwei is tijdrovend. Gemeenten willen er wat aan doen, variërend van alles toesturen en leges heffen tot alles op de website zetten.’

Gemeenten moeten een Wob-verzoek binnen vier weken behandelen en mogen die termijn één keer verlengen. Uitgangspunt is meestal binnen de termijn een beslissing te nemen, ervaart Copier. ‘Maar het gaat soms om een ruim bereik, met ook e-mails, en de gemeente moet eerst onderzoeken welke stukken onder haar berusten en onder het bereik van het verzoek vallen. Daarna moet ze bezien welke stukken wel en niet openbaar kunnen worden gemaakt en dan moet het college een besluit nemen. Het lukt dan niet altijd de termijn te halen.’

Als het gaat om zaken waarin parallel een procedure loopt, komen gemeenten vaak bij een juridisch adviseur als Hekkelman terecht, aldus Bullens. ‘Indieners willen informatie verzamelen om meer argumenten aan te voeren. Als een besluit of procedure onder de rechter is, vragen gemeenten ons wel om een toets te doen, zoals bij een bestemmingsplanprocedure of een conflict met de gemeente. Gaat het om misbruik van recht? Onze ervaring is dat hierop spelen niet per se de oplossing is.’

Meestal gaat het om juridische vragen over toepassing van de Wob, hoe een weigeringsgrond te interpreteren en de verhouding ten opzichte van andere wetgeving. ‘Bij opgevraagde stukken zijn vaak derden betrokken.’ Gemeenten willen er het liefst praktisch mee omgaan. ‘Misbruik speelt pas als vaak dezelfde vragen zijn ingediend. Daar zitten gemeenten niet op te wachten.’

Rechtlijnig
De gemeente Bergeijk heeft geprobeerd in gesprek te raken met het echtpaar over het aantal Wob-verzoeken. Er is mediation aangeboden, ook via de Nationale ombudsman en de commissaris van de koning. Dit werd door het echtpaar afgewezen. ‘We zijn nog in overleg met deze twee instanties om dit nogmaals voor te kunnen stellen.’ Best practice voor gemeenten is de stukken te verstrekken, aldus Bullens. ‘Vaak hebben gemeenten dat uitgangspunt. Zelf overzicht houden en ook publiceren op de website. Een volgende keer kun je dan zeggen: we hebben dat al openbaar gemaakt. Het is de gemakkelijkste route, mits je daardoor belangen van betrokken personen, gemeente of derden niet onevenredig schaadt.’

Bad practice is alles bekijken met de blik: we willen niks verstrekken. Copier propageert ook in de beoordeling openbaarheid, maar met oog voor de belangen en persoonlijke levenssfeer van anderen. ‘Verder hangt het af van het type Wob- verzoek. Beleidsnota’s en raadsvoorstellen zijn anders dan gegevens van derden.’ Welke type stukken het meest wordt opgevraagd, is lastig te zeggen. Het hangt ook erg af van de persoon van de verzoeker en het type stukken, zegt Bullens. ‘Het gaat vaak om achtergrond van beleid, dus beleidsstukken. Maar er zijn ook mensen die ontwikkelingen willen tegenhouden.’

Uiteindelijk moet het bestuur beslissen en daar moet een onderbouwing aan ten grondslag liggen. ‘Een gemeente kan een overeenkomst met haar niet geheel willen verstrekken, omdat die gevoelige gegevens bevat die haar positie kunnen schaden. Een Wob-verzoek wordt dan ook wel gedeeltelijk geweigerd. Wij helpen dan bij de voorbereiding van het besluit.’ Bullens is zelf rechtlijnig in weigeringsgronden. ‘Als het niet al te fraai is voor de gemeente, is mijn advies niet om het niet te verstrekken. Dan kom je in bezwaar- en beroepsprocedures terecht en uiteindelijk bij de rechter.’ Ze krijgt niet vaak de opdracht om informatie niet te verstrekken. ‘We krijgen geen mail van een gemeente met: hoe kunnen we dit geheim houden?’

Geldzoekers
Wob-specialist Roger Vleugels voerde in dertig jaar tijd als juridisch adviseur ongeveer 7.500 Wob-procedures voor zijn cliënten en was een van de wetgevingsadviseurs voor de nieuwe Wob. In 2009 waarschuwde hij de Kamer dat het van toepassing verklaren van de Wet Dwangsom op de Wob ‘gelukzoekers’ kan aantrekken. Dit gebeurde volgens hem in beperkte mate en vooral door bureaus die verkeersboetes wilden doen verdampen (de ‘flitspalenmaffia’). ‘Daarnaast heb je mensen die appeltjes te schillen hebben met de overheid en dat deels doen via stapels Wob-verzoeken.’ Beide stromen zijn grotendeels opgedroogd door het niet langer toepassen van de Wet Dwangsom.

‘Maar vooral door anders innen van verkeersboetes en doordat rancuneuze Wobbers vaak stuk lopen op buiten behandelingstellingen die, eindelijk, vaker gehanteerd worden. Dwangsom men ontvangen via de Algemene wet bestuursrecht is ingewikkelder. Dat schrikt opportunistische geldzoekers af.’ Toepassing van de Wob is volgens Vleugels voor gemeenten te vaak een probleem, omdat zij te weinig Wob-ambtenaren hebben en die geen Wob-opleiding hebben gehad. ‘Nagenoeg alle landen hebben zulke opleidingen, soms op bachelor niveau, maar hier is geen echte opleiding voor Wob-ambtenaren.’

Gemeenten ‘worstelen’ ook met toepassing van de Wob, omdat ‘archieven een puinhoop zijn’. ‘Document management systemen zijn amper tot niet geïnstalleerd en handige zoekapplicaties worden amper tot niet gebruikt of zijn niet te gebruiken, omdat pdf’jes niet zijn omgezet in bewerkbare tekst.’

Alle Nederlandse gemeenten samen krijgen minder Wob-verzoeken binnen dan een grote Engelse stad, weet Vleugels. Gemeenten worstelen ook door hoe zij Wob-verzoeken behandelen. ‘Ze sturen niet een gewone ontvangstbevestiging, maar met een interpretatie van het Wob-verzoek. Als zij in plaats van die interpretatie gewoon meteen inhoudelijk beginnen met de behandeling, zou dat veel sneller zijn. Vaak begint de vergaring van documenten pas na de verdaging, na 28 dagen.’

Rompslomp
Het aantal veelwobbers is zeer beperkt, weet Vleugels. ‘Hooguit 10 tot 15 procent van de gemeenten heeft er beperkt last van of gehad, want door genoemde wijzigingen is het aantal al afgenomen. Gemeenten die te maken hebben met rancuneuze wobbers deden dit lang ‘nogal dom’: traag beslissen, juridiseren, hakken in het zand. ‘Maar het begint gemeenten nu helder te worden dat juridiseren niet in hun belang is. Een hogere ambtenaar of wethouder met de verzoeker laten praten, leidt vaak tot het stoppen met wobben uit rancuneuze oogmerken.’

De gemeente Bergeijk heeft haar werkwijze omtrent Wob-verzoeken (tijdelijk) gewijzigd. De raad ging daarmee unaniem mee akkoord. Dat verzoek kwam van de griffie die nu te afhankelijk is van vergadercycli van de raad en (te) veel moest leunen op ambtelijke ondersteuning vanuit het college.

De griffier krijgt het nu mandaat om antwoorden op bij de raad ingediende Wobverzoeken zelfstandig voor te bereiden. De raad neemt het inhoudelijke besluit over het verzoek. ‘Deze werkwijze moet leiden tot minder administratieve rompslomp en snellere doorlooptijden.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.