of 59318 LinkedIn

‘We willen meer eenheid’

De huidige stadsdelen houden in maart 2014 op te bestaan. De 233 deelraadsleden en de 30 deelraadbestuurders worden teruggebracht tot 98 lokaal gekozen volksvertegenwoordigers, waarvan 21 bestuurders.

Amsterdam vormt de zeven stadsdelen om tot bestuurscommissies. Maar nog steeds met een ‘volwassen en volwaardig pakket’, verzekert wethouder Andrée van Es.

De huidige stadsdelen houden in maart 2014 op te bestaan. De 233 deelraadsleden en de 30 deelraadbestuurders worden teruggebracht tot 98 lokaal gekozen volksvertegenwoordigers, waarvan 21 bestuurders. Dat scheelt op jaarbasis zo’n 3,5 miljoen euro. ‘De besparingen zijn geen doel op zich van deze bestuurlijke hervorming’, benadrukt wethouder Andrée van Es (Bestuurlijk Stelsel, GroenLinks). 

‘Het wetsvoorstel afschaffing deelgemeenten maakte aanpassing van het bestuurlijk stelsel noodzakelijk. Maar dat was niet de enige reden. Door de economische ontwikkeling moeten we als overheid sneller besluiten kunnen nemen en efficiënter kunnen opereren. Ook willen we meer eenheid in de stad. Tegelijkertijd kent Amsterdam een lange traditie van lokale democratie. We hebben al 32 jaar stadsdelen. Wat in die jaren aan kracht en ervaring is opgebouwd, willen we behouden. Maar wel in een vorm die past bij deze tijd.’

‘Het belangrijkste uitgangspunt is dat we één ongedeelde stad zijn: één Amsterdam. Met oog voor de diversiteit, voor de problemen en kansen van buurten en wijken.’ In plaats van de huidige deelraden en stadsdeelbesturen komen er, zo heeft de raad op 28 november op basis van het collegevoorstel besloten, per maart 2014 zeven bestuurscommissies. Die nieuwe commissies bestaan uit in totaal maximaal 98 leden. Ze worden direct gekozen.

Waarom is dit in uw ogen het beste ­model?
Van Es: ‘We hebben allerlei modellen bekeken, niet in de laatste plaats voorstellen van onze eigen lokale politieke partijen. Zo pleitte de Amsterdamse VVD in zijn discussienotitie ‘Mokum 3.0’ voor centralisering. GroenLinks had een creatief voorstel voor een zogeheten Stadsparlement. Daarin zouden deelraadsleden samen de gemeenteraad vormen, waar ook regio­gemeenten zich bij zouden kunnen aansluiten. Ook hebben we gekeken naar andere grote steden, zoals Rotterdam, Den Haag en Enschede. Al die elementen zijn meegewogen in ons uiteindelijke voorstel, net als de wensen van burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties.’

Waarom heeft u gekozen voor een direct gekozen lokaal bestuur, hoewel dit niet wettelijk verplicht is? Blijft hiermee niet het gevaar op eilandjes bestaan?
‘De stad is te groot om vanuit de Stopera te besturen. Veel besluiten gaan over specifieke buurten en wijken. De reikwijdte van die besluiten is misschien beperkt, maar voor dat gebied zelf hebben ze grote gevolgen. Denk aan de herinrichting van straten en buurten. Die besluiten wil je niet alleen aan ambtenaren overlaten. Die moeten door een democratisch gekozen en afrekenbaar lokaal bestuur worden genomen.’

‘Ik ben ervan overtuigd dat bijvoorbeeld het Plein ’40-’45 in Nieuw-West er een stuk slechter bij zou liggen als we het de laatste jaren hadden overgelaten aan de ambtenaren en bestuurders van de centrale stad. Die richten zich nou eenmaal eerder op een plein als de Dam dan op een plein ver buiten het centrum van de stad. Lokale bestuurders kennen de buurten en wijken in hun stadsdeel. Zij zijn de oren en ogen van het stadsbestuur en toegankelijk en aanspreekbaar voor bewoners en bedrijven.’

Het is nu nog onduidelijk welke taken en bevoegdheden de bestuurscommissies krijgen. Dat is dan ook een van de grootste kritiekpunten vanuit de huidige stadsdeelraden, maar ook vanuit diverse Amsterdamse oppositiepartijen in de raad en de lokale afdelingen van PvdA en GroenLinks. ‘De taken en bevoegdheden gaan we nu uitwerken’, zegt Van Es. ‘Daarvoor was eerst een uitspraak van de raad nodig over de hoofdlijnen van het nieuwe stelsel.’

In een toelichting op het collegevoorstel staat dat het lokale bestuur zich vooral richt op gebiedsgerichte invulling en uitvoering van taken met een lokale functie en een lokaal bereik. Kunt u een aantal voorbeelden noemen, zodat we een idee krijgen waaraan wordt gedacht?
‘Zoals gezegd kunnen we met dit raads­besluit aan de slag met de uitwerking. Daar wil ik nu niet op vooruit lopen. Maar de bestuurscommissies zullen, net als de stadsdelen nu, gaan over onderdelen van de inrichting van de openbare ruimte, het welzijnsbeleid, de lokale economische ontwikkeling en ruimtelijke ordening. Het gaat om het concreet invullen en toepassen van stedelijk beleid op lokaal niveau. Verder kun je denken aan beleid en beheer van voorzieningen die vooral door inwoners van een stadsdeel worden gebruikt. Ook houden de bestuurscommissies hun belangrijke rol in het mogelijk maken en het bevorderen van burger- en buurtinitiatieven en in het nog meer betrekken van burgers bij het bestuur van de stad. Dit gebeurt in de toekomst wel binnen stedelijke kaders: de bestuurscommissies vertalen die stedelijke kaders naar wat er nodig is in de buurten en wijken van het stadsdeel.’

Heeft het direct gekozen bestuur wel iets te zeggen als het alleen gedelegeerde bevoegdheden op zijn bordje krijgt? Kan er nog wel eigen beleid worden gevoerd, of eigen kleuring aan ‘centraal beleid’ worden gegeven?
‘Ja, wel degelijk. Het takenpakket van de bestuurscommissies wordt kleiner en meer lokaal georiënteerd, maar het is nog steeds een volwassen en volwaardig pakket, waarbinnen zij integrale afwegingen kunnen maken, eigen prioriteiten stellen en beschikken over een eigen budget.’

Wat blijft er straks van de stadsdelen over en verandert er iets in de beleving van de gewone burger? Wordt de afstand tot het bestuur bijvoorbeeld groter?
‘Amsterdammers zullen de verbeteringen hopelijk echt gaan merken. Met het nieuwe bestuurlijk stelsel willen we de dienstverlening aan burgers en bedrijven verbeteren. Vooral vanuit het principe van Eén Amsterdam. Er zijn op dit moment dubbelingen en ook onnodige verschillen in beleid en uitvoering tussen stadsdelen waar boven­lokaal werkende ondernemers en maatschappelijke organisaties soms last van hebben. Ondernemers klagen bijvoorbeeld over andere voorwaarden en procedures per stadsdeel. Dat verbetert straks. Verder zetten we in op burgerparticipatie en buurtgericht werken. Daarmee willen we de betrokkenheid van Amsterdammers bij hun eigen buurt én bij het bestuur van de stad verder vergroten. De bestuurscommissies krijgen daarin een belangrijke rol, net als de huidige stadsdelen die nu al hebben.’

Naast de kritiek op het uitblijven van duidelijkheid over bevoegdheden, was er ook kritiek over het feit dat de bestuurlijke herinrichting ‘van bovenaf’ worden opgelegd. Wat vindt u van die kritiek en hoe gaat u draagvlak creëren?
‘In Rotterdam zijn de voorstellen voor bestuurlijke hervorming ontwikkeld door de gemeenteraad. Dat zou je kunnen zien als ontwikkeling ‘van onderop’. Hier zijn de voorstellen, zoals afgesproken met de raad, in eerste instantie door het college ontwikkeld. Daarbij heb ik als wethouder Bestuurlijk Stelsel veel gesprekken gevoerd met burgers, ondernemers en maatschappelijke organisaties en hebben de stadsdelen adviezen uitgebracht aan het college.’

Met het raadsbesluit van 28 november heeft Amsterdam een besluit op hoofdlijnen genomen. Dat wordt de komende tijd vertaald naar een Verordening op de bestuurscommissies, waarin ook de taken en bevoegdheden worden vastgelegd. Het budget van de bestuurscommissies volgt daaruit. De raad neemt voor de zomer van 2013 een besluit over de verordening. Van Es: ‘Dat moet ook echt, want in maart 2014 zijn de verkiezingen.


Deze maand besluit Eerste Kamer
De Eerste Kamer neemt naar verwachting deze maand een besluit over de afschaffing van de deelgemeenten. Amsterdam en Rotterdam zijn vanwege de op handen zijnde wetswijziging noodgedwongen op zoek naar een ander bestuurlijk stelsel. De Rotterdamse raad neemt op 20 december een besluit over de hervorming van de deelgemeenten.


‘Discussie over taken ontbreekt’
De stadsdeelvoorzitters van de twee grootste Amsterdamse stadsdelen Nieuw-West en West zijn uiterst kritisch over de plannen tot vorming van de bestuurscommissies.

Haastige spoed is zelden goed; dit adagium geldt niet alleen voor het regeerakkoord, maar ook voor de vorming van de bestuurscommissies, vindt stadsdeelvoorzitter Achmed Baâdoud (PvdA) van Nieuw-West, met ruim 139.000 inwoners het grootste stadsdeel. ‘Ik had gehoopt dat er eerst een discussie gevoerd zou worden over welke taken en bevoegdheden er naar de stadsdelen zouden gaan, en dat op basis daarvan een keuze zou worden gemaakt over de vorm. Nu wordt eerst de vorm en maat gekozen, terwijl we nog helemaal niet weten wat de inhoud wordt.’

Hij is, evenals stadsdeelvoorzitter Martien Kuitenbrouwer (PvdA) van West (130.000 inwoners), voorstander van het ‘ontdubbelen’ van taken. ‘We hadden eerst de discussie moeten voeren over waar je welke taken het beste kunt beleggen; bij het stadsdeel of bij de stad?’ Het is belachelijk om zeven woonvisies, zeven welzijnsvisies en zeven dierenwelzijnvisies te hebben. Laten we daar mee ophouden’, stelt ook Kuitenbrouwer.

Baâdoud en Kuitenbrouwer snappen de haast van het Amsterdamse college niet. Baâdoud: ‘Er wordt nu geanticipeerd op een wet die er nog niet is. De Eerste Kamer moet zich er nog over buigen.’ Het argument van het Amsterdams college om nu een hoofdlijnenbesluit te nemen zodat daarna alles tijdig voor de verkiezingen van maart 2014 kan worden uitgewerkt, veegt Baâdoud resoluut van tafel. ‘In de vorige collegeperiode is het aantal stadsdelen van veertien naar zeven teruggebracht. Dat was een veel ingrijpender en ingewikkelder reorganisatie dan die nu op stapel staat. Dat besluit werd op 10 juni 2009 genomen terwijl de verkiezingen op 7 maart, nog geen jaar later, werden gehouden.’

Buitenstaanders zullen de kritiek van de stadsdelen zien als de strijd ter behoud van hun baantjes. ‘Ik snap die kritiek aan één kant wel, maar het is jammer dat er zo over wordt gedacht’, vindt Baâdoud. En ook niet terecht in zijn ogen. ‘Wij willen een goede bestuurlijke organisatie voor de stad, voor de Amsterdammers. Bestuurscommissies moeten meer zijn dan uitvoeringsorganisaties. Geef de bestuurscommissies fatsoenlijke bevoegdheden of hef alle deelgemeenten op.’

Ook Kuitenbrouwer vreest dat de bestuurscommissies pure uitvoeringsorganisaties worden. ‘De taken van de bestuurscommissies worden kleiner dan nu, al is nog niet duidelijk hoeveel kleiner. Het collegevoorstel is duidelijk een compromis van VVD, PvdA en GroenLinks, waarbij de VVD liever niets meer decentraal wilde en de PvdA en GroenLinks wel. Er is niet genoeg nagedacht of het wel een werkbaar compromis is.’

In de ogen van Kuitenbrouwer is het dat niet. ‘Het stelsel van stadsdelen moet je altijd onderhouden, maar het lijkt nu echt de verkeerde kant op te schieten. Aan één kant ben ik blij dat wordt gekozen voor lokale verkiezingen, maar zonder een duidelijk politiek mandaat is het niet meer dan een lege huls, nepdemocratie. Dat moet je niet willen. Als we geen gezag, bevoegdheden en middelen krijgen, zijn we niet geloofwaardig. Je houdt mensen voor de gek.’

‘Het raadsbesluit van vorige week woensdag biedt wel ruimte; bestuurscommissies kunnen toch wat gaan voorstellen’, stelt Kuitenbrouwer. In het collegevoorstel werd nog gesproken over een ‘substantieel kleiner’ takenpakket. De raad heeft het woord ‘substantieel’ via een amendement geschrapt. De indieners van het amendement (PvdA, GroenLinks, VVD) willen dat de bestuurscommissies een ‘robuust takenpakket’ en ‘voldoende bevoegdheden’ krijgen. Wat dit precies gaat betekenen voor de stadsdelen wordt op zijn vroegst in het voorjaar duidelijk. Dan komt het college met de uitwerking van het nieuw bestuurlijk stelsel.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.