of 63606 LinkedIn

Vooral stad is donkergroen

Gelderland zuid is volgens onderzoek van I&O Research in opdracht van Binnenlands Bestuur de meest progressieve regio van Nederland, zeker op het gebied van duurzaamheid. Toch zijn er binnen de regio aanzienlijke verschillen in hoe ‘groen’ men wil zijn.

Gelderland zuid is volgens onderzoek van I&O Research in opdracht van Binnenlands Bestuur de meest progressieve regio van Nederland, zeker op het gebied van duurzaamheid. Toch zijn er binnen de regio aanzienlijke verschillen in hoe ‘groen’ men wil zijn.

Een andere bril
Bestaat er een duidelijke kloof tussen stad en platteland? Op cultureel, ruimtelijk, sociaaleconomisch en democratisch vlak belichten we in vier afleveringen wat daarvan waar is. Deel 2: Gelderland zuid


Randgemeenten zijn stukken behoudender

Dertig Nederlandse energieregio’s zijn bezig met het opstellen van een plan hoeveel schone energie ze willen leveren in 2030. Zo sleutelt ook de regio Arnhem-Nijmegen een Regionale Energiestrategie (RES) in elkaar, een karwei dat met zestien gemeenten samen moet worden geklaard. Afgaande op het I&O-onderzoek moet dat een fluitje van een cent zijn in het zuidoostelijke deel van Gelderland: nergens in de zes onderszochte regio’s is men meer bezorgd over het klimaat en vindt men vaker dat een volgend kabinet meer moet doen aan de uitstoot van broeikasgassen [zie tabel].

En dat is ook terug te vinden als ambitie in het conceptbod in het RES-plan, zoals dat eind september vorig jaar aan het rijk werd aangeboden. “In 2030 willen we 55 procent minder CO2 uitstoten dan in 1990”, staat er stoer. Die ambitie gaat een stuk verder dan de 49 procent die landelijk is afgesproken. Het conceptbod ‘is het resultaat van een gezamenlijke inzet’ en werd op 23 september 2020 unaniem aangenomen door de betrokken overheden.

De regio Nijmegen is, meer dan andere regio’s, begaan met het klimaat. Maar wanneer de regio nader wordt bekeken, komen in het I&O-onderzoek toch duidelijke verschillen naar voren op stellingen die gaan over duurzaamheid. Zo vindt drie kwart van de inwoners van stedelijk gebied dat de gemeente moet bijdragen aan een duurzamer Nederland, door bijvoorbeeld meer windmolens, zonnepanelen en dergelijke te stimuleren en te plaatsen. In het ommeland ligt dat percentage een stuk lager, namelijk op 58 procent.

Terugkrabbelen
En dan, ondanks deze verschillen, toch unaniem een zo ambitieus RESplan presenteren? The devil is in the detail. Waar wordt gesproken over een unaniem tot stand gekomen plan, maken ze in Heumen – een van de 16 RES-gemeenten – wel degelijk een voorbehoud. In een in de oplegnotitie van het conceptplan opgenomen reactie stelt de gemeente namelijk nadrukkelijk te willen vasthouden aan de doelstelling van 49 procent CO2 reductie in 2030 ‘i.p.v. de 55 procent CO2-reductie waar het concept bod nu vanuit gaat’, zo staat te lezen in het RES-plan. Hè? Hoe hebben we het nu met elkaar? Het was toch een unaniem bod?

RES-procesregisseur Eva de Ruiter spreekt desgevraagd ook van een ‘gekkig’ en ‘bijzonder besluit’ van Heumen. Wat blijkt? Het is genomen nadat het RES-plan al was geaccordeerd. Het college dat ermee instemde, stapte echter op na verzet vanuit de bevolking over de in hun ogen te vergevorderde windmolen-plannen. Het nieuwe college liet vervolgens de regio weten allerlei ambities in het akkoord terug te schroeven. Niet alleen het genoemde percentage CO2-reductie, maar ook het aantal zoekgebieden waar windmolens en zonnevelden zouden kunnen komen.

‘Zowel qua draagvlak – maatschappelijk en bestuurlijk – als qua omvang van de opgave voor Heumen, strookt het concept bod niet met het lokale beleid en participatieproces’, aldus het college. De gemeente gaat uit van maar één zoekgebied, terwijl in het conceptplan er twee staan. Bovendien wil Heumen dat er vooral wordt ingezet op energie uit zon en water. Pas in laatste instantie mag er naar windmolens worden gekeken. En die mogen bovendien nooit hoger zijn dan 150 meter en als ze al worden geplaatst: op minstens 1 kilometer van de dichtstbijzijnde woonkern.

Linkse steden
In het kerkdorp Hernen, een paar kilometer verderop, denkt Twan van Bronkhorst wel beter te weten wat de kans is om het minder groene geluid van de randgemeenten te laten doorklinken in het RES-plan. Volgens de fractievoorzitter van Kernachtig Wijchen, met twaalf van de 27 zetels veruit de grootste partij in Wijchen, worden ze door de grote gemeenten met de rug tegen de muur gezet. ‘Ja, ook wij willen duurzamer, maar dan wel realistisch. Wij zijn groen, maar niet gek.’ En die forse ambities in het unaniem aanvaarde concept RES-plan dan? Die komen uit de koker van Arnhem en Nijmegen, zo maakt Van Bronkhorst onomwonden duidelijk. ‘Die steden hebben een andere politieke kleur, zijn links georiënteerd. Partijen als GroenLinks en de SP die hebben wij hier niet, evenmin als Druten’, zegt hij. In de gemeenten rondom Nijmegen zijn de lokale partijen juist in de meerderheid, maar zij slagen er ondanks pogingen daartoe tot dusver niet in om een vuist te maken. Dus leggen ze het vaak af tegen de twee grote buurmannen. Ook waar het om het RES-plan gaat.

Extra handicap daarbij is dat gemeenteraden volgens Van Bronkhorst ‘op afstand’ worden gehouden. ‘Ambtenaren van de provincie, de steden, het college, de stakeholders, die maken de dienst uit. Die hele verduurzaming is vanuit het rijk gedelegeerd naar de regio’s. Op die manier zou er beter draagvlak kunnen worden gecreëerd onder de bevolking.’ Van Bronkhorst lacht schamper. Eén ding is voor hem duidelijk: dat draagvlak is er niet en komt er zo ook niet. ‘Burgers worden helemaal niet betrokken. Hier in het dorp hangt bijna huis voor huis een poster voor het raam met daarop een windmolen met een rood kruis erdoor. Die molens staan gepland langs de snelweg hier, die pal achter Hernen loopt. En dan krijgen we vorige week een brief van de provincie dat in de plannen nog te weinig is ingezet op windturbines!’

Achtertuin
Dat zou wel eens olie op het vuur kunnen zijn. Over het algemeen hebben inwoners van het landelijk gebied in de zes regio’s het niet zo op windmolens en zonneparken, zo blijkt uit het onderzoe,. Één op de drie ommelanders vindt het (helemaal) niet goed dat er moderne windmolens en zonnepaneelvelden bij hen in de buurt staan. Het aandeel stedelingen dat die opinie deelt ligt lager: nog geen kwart procent vindt het niet goed dat er windmolens in de buurt aanwezig zijn en maar 20 procent laat zich negatief uit over de aanwezigheid van zonnepaneelvelden.

‘De term “not in my backyard” oftewel “niet in mijn achtertuin” waarbij men wel gebruik wil maken van de in dit geval duurzame voorziening, maar er geen hinder van wil ondervinden, schemert hier doorheen’, aldus Peter Kanne van I&O Research. ‘Stedelingen ervaren overwegend vaker geen hinder of overlast van windmolens in de buurt dan ommeland (79 tegenover 68 procent). Inwoners uit het ommeland geven aan dat zij wel hinder of overlast ervaren van windmolens doordat ze het uitzicht blokkeren of men ze niet mooi vindt.’

Maar ja, die burger, die wordt volgens Twan van Bronkhorst onderwijl nergens in gekend. ‘Die kijkt naar ons als volksvertegenwoordigers, spreekt ons erop aan, maar wij staan met de rug tegen de muur. En nogmaals, ook wij willen verduurzamen, energieneutraal zijn in 2040, maar je moet wel realistisch zijn.’ Wat hij eigenlijk wil zeggen: de lat ligt nu te hoog in het RESplan en de vraag is hoeveel waarde je aan die opgeschreven ambities moet hechten. Intussen wordt er in de regio wel al volop gezocht naar mogelijkheden om energie duurzaam op te wekken, bijvoorbeeld via zonnevelden, windturbines en warmtenetten.

De regio zegt al ‘vergevorderd’ te zijn: de zoekgebieden voor wind- en zonneenergie zijn benoemd, de uitwerking volgt in de komende maanden. Veel zal in de omliggende kleine gemeenten met relatief veel buitengebied een plek moeten krijgen: een grote gemeente als Nijmegen heeft weinig ruimte voor windmolens en zonnepanelen. De randgemeenten krijgen dan dat ‘zuur’ gecompenseerd door ‘zoet’ in de vorm van bijvoorbeeld gebiedsimpulsen of landschapsverbetering. Althans, dat is het plan.

RES 1.0
Of in de volgende versie van het energieplan al wat zuur voor Heumen – het tweede zoekgebied – is geschrapt, zal eind juni blijken. Het is er volgens het Heumense college van B&W door een interpretatiefout van ‘een ambtenaar’ in terecht gekomen. En er was zo veel haast om het conceptrapport op tijd in te leveren dat het niet kon worden hersteld. In datzelfde nieuwe plan (RES 1.0) wordt ook duidelijk of aan die andere wens van Heumen wordt tegemoetgekomen – het temperen van de CO2-reductie. Verantwoordelijk procesregisseur Eva de Ruiter wil over 6 procent meer of minder eigenlijk niet zoveel discussie meer voeren. ‘Hoe effectief is dat?’, zegt ze. ‘Laten we van start gaan, echt gaan beginnen en dan zien wat we van de ambities kunnen waarmaken. Na veel verzet en boosheid in het begin, merk ik dat bij veel raden het besef groeit dat er maatregelen nodig zijn.’ En hoe krijg je de burger mee? ‘De noodzaak voor klimaatmaatregelen zo goed mogelijk uitleggen en toelichten, ook door het rijk. Het is geen verzinsel van de wethouder. Het is een wereldprobleem. Je moet hem er niet alleen in laten staan.’


Gas en boeren
Het grootste verschil tussen stad en ommeland in de regio Gelderland zuid is zichtbaar bij de stelling in het I&O-onderzoek over de ontwikkelingen in het afstappen van het gebruik van gas in Nederland: het verschil tussen stad en ommeland is 27 procent. De stedelijke gebieden in Gelderland zuid zijn overwegend minder vaak van opvatting dat dit ‘belachelijk’ is dan de landelijke gebieden. Ook zijn stedelingen er meer toe bereid om daadwerkelijk van het gas af te gaan, ook als dit geld kost, dan mensen in het ommeland (44 tegenover 26 procent).
Eveneens staan de stedelingen minder achter de boeren en hun protesten tegen de stikstofmaatregelen dan de ommelanders. Een derde van de ommelanders (35 procent) valt de boeren bij tegenover 18 procent van de stedelingen.


 

Verantwoording
I&O Research voerde van 26 november tot en met 3 december 2020 een online onderzoek uit naar de standpunten en ervaringen van Nederlanders in zes regio’s. 4.615 respondenten vulden de vragenlijst in. De resultaten zijn gewogen op leeftijd, geslacht en opleidingsniveau naar de totalen van Nederland en voor die achtergrondkenmerken representatief naar de bevolking.


Afbeelding

(Klik op de afbeelding voor een vergroting)


Afbeelding

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.