of 64231 LinkedIn

Veiligheid als verdienmodel

een alternatief voor fysieke overlast: een real time intelligence field lab waarmee de internationale zone in Den Haag integraal kan worden beveiligd.

De gemeente Den Haag profileert zich als conferentiestad. Maar bewoners zitten niet te wachten op de overlast die de beveiliging met zich meebrengt. De oplossing? Het Living Lab, een publiek-private samenwerking die geld én de nieuwste snufjes beveiliging oplevert. 

‘Hele straten waren hier afgezet’, vertelt Joris den Bruinen. Hij doelt op de Afghanistan-conferentie van 31 maart 2009, de grootste VN-conferentie ooit in Nederland. De bijeenkomst in het World Forum was een kolfje naar de hand van de Haagse burgemeester Jozias van Aartsen, want de gemeente Den Haag wil zich meer profileren als internationale stad van vrede en recht. Maar, zegt Den Bruinen, ‘bewoners van de internationale zone hadden vooral last van die conferentie.’

Den Bruinen is adjunct-directeur van The Hague Security Delta. Tijdens het congres ‘Veilig door Innovatie’ presenteerde zijn stichting deze week een alternatief voor dergelijke, fysieke overlast: een real time intelligence field lab waarmee de internationale zone in Den Haag integraal kan worden beveiligd. In zo’n zone worden inlichtingen en operationele informatie over de beveiliging van het gebied gedeeld. Ook kunnen er experimenten met nieuwe veiligheidssnufjes worden gedaan. Hamvraag: kan dit Living Lab ook een voorbeeld zijn voor een publiek-private samenwerking tussen gemeenten en bedrijven elders in Nederland?

De internationale zone in Den Haag bevindt zich rondom het onlangs voor 25 miljoen euro door de gemeente aangekochte World Forum Congres Gebouw. Ook Europol en het Joegoslavië-Tribunaal zijn daar gevestigd. Binnenkort wordt daar ook nog eens Eurojust gehuisvest en er is al begonnen met de bouw van het Internationaal Strafhof. Maar door het gebied lopen ook openbare straten. Eromheen liggen woonwijken, waarvan de bewoners niet op wegafzettingen en extra controles zitten te wachten.

Sensoren
In het Living Lab wordt nu het gebruik van sensoren getest. ‘Als we het combineren met een check van nummerplaten van auto’s die het gebied inrijden, denken we eventueel onveilige situaties te voorkomen’, zegt Den Bruinen. ‘Je kunt ook denken aan software die afwijkend gedrag van mensen of auto’s registreert. Dan hoef je de straat mogelijk niet meer af te sluiten.’

Burgemeester Van Aartsen verwacht dat The Hague Security Delta (een samenwerking tussen overheid, bedrijven en kennisinstellingen) zich binnen enkele jaren zal ontwikkelen tot het grootste veiligheidsnetwerk van Europa. Hij heeft er alle vertrouwen in dat door de ontwikkeling van nieuwe toepassingen de doelmatigheid en effectiviteit van investeringen in veiligheid worden vergroot. Daarnaast kan het initiatief de economie van Den Haag en de BV Nederland een forse impuls geven. Kortom: veiligheid niet als kostenpost, maar als verdienmodel. En ook de onwonenden varen er wel bij.

Het Living Lab is inmiddels Den Haag ontstegen. De Stichting The Hague Security Delta onderhoudt al nauwe banden met de regio Twente en Brainport Eindhoven. En op 13 februari 2014 wordt het Nationaal Innovatiecentrum Veiligheid geopend. ‘Door het als cluster te organiseren en zichtbaar te maken ontstaat een aanzuigende werking op internationale bedrijven in de veiligheidssector die zich hier willen vestigen als hun port to Europe’, vertelt Den Bruinen.

Met het Nationaal Innovatiecentrum Veiligheid is er straks ook een fysieke component voor ontmoeting, samenwerking en het etaleren van Nederlandse innovatieve oplossingen. ‘Daar bieden we ruimtes en voorzieningen voor het real time intelligence field lab; voor serious gaming en bijvoorbeeld de cyber­attack experience. Experts kunnen in een lab­omgeving in projectvorm hieraan werken. Vanuit het centrum kunnen we koppelingen maken met de internationale zone om real life te testen. Er zijn ook robuuste living labs in Twente en Eindhoven.’ Het Nationaal Innovatiecentrum Veiligheid wordt zo een proeftuin waarin experimenten worden gedaan.

Vraag naar producten uit het Living Lab is er zeker, aldus Den Bruinen. ‘Die komt van individuele internationale organisaties, maar ook vanuit burgemeester Van Aartsen in zijn rol als verantwoordelijke voor de openbare orde en veiligheid. De gemeente en de veiligheidsregio spelen hierbij een rol. Dit wordt des te pregnanter door de Nuclear Security Summit op 24 en 25 maart 2014 in Den Haag. Daar komen 58 wereldleiders samen. De vraag is: hoe beveilig je die plek? Je werkt in een openbare omgeving, waarin je zo min mogelijk zichtbaar wilt zijn. Je wilt werken tegen zo laag mogelijke kosten, maar je zult daarbij ook moeten voldoen aan de juridische voorwaarden.’

Uniek
De Haagse internationale zone is uniek. Elk gebouw heeft nu zijn eigen beveiliging en de politie houdt de publieke ruimte in de gaten. Daar komt meteen een tweede reden bovendrijven om over te gaan op integrale beveiliging: het is efficiënter samen de beveiliging te doen in plaats van ieder voor zich. Den Bruinen: ‘We kunnen camerabeelden uitwisselen of informatie uit sensoren delen en ontsluiten. The Hague Security Delta is een publiek-private samenwerking en het gebeurt op basis van need-to-know en need-to-share. De gegevens zijn natuurlijk wel beveiligd, zodat niet iedereen erbij kan. We willen niet alleen kunnen reageren, maar ook een voorspellend vermogen hebben inzake veiligheidssituaties. In de internationale zone kunnen we die technieken ontwikkelen en testen.’

Een complicerende factor voor het gebruik van integrale beveiliging zijn de uiteenlopende voorwaarden die de verschillende ambassades en internationale instellingen hanteren. ‘Dat stemmen we onderling af’, zegt Den Bruinen. ‘Wat kan en mag er? Wat is legitiem? Wat kan op het gebied van privacy? Dat moeten we gezamenlijk uitdenken en daar betrekken we alle partijen bij. Met de Verenigde Naties, ministeries, de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR), brandweer en politie maken we afspraken en protocollen. Die afstemming loopt al een jaar.’

De komende tijd zal moeten blijken of ook andere gemeenten zich door de presentatie van het Living Lab voelen uitgedaagd voor integrale beveiliging samen te werken met bedrijven. In de gemeente Amsterdam zouden op het eerste gezicht de Amerikaanse ambassade op het Museumplein, de Zuidas met haar grote bedrijven of het havengebied ervoor in aanmerking kunnen komen. Op de vraag of dat al zo ver is, geeft de gemeente geen antwoord. ‘Over specifieke veiligheidsmaatregelen en bijbehorende kosten doen wij nooit mededelingen’, zegt Iris Reshef, woordvoerder van burgemeester Van der Laan. ‘Ontwikkelingen op dit gebied, zoals dat Living Lab, volgen wij uiteraard wel op de voet.’

‘Er zijn veel voorbeelden van andere soorten van publiek-private samenwerking waarbij gemeenten en bedrijfsleven samenwerken om een gebied te beveiligen’, aldus woordvoerder Esther Verhoeff van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). ‘Een goed voorbeeld zijn regionale ruimtes voor cameratoezicht van waaruit bedrijven­terreinen worden beveiligd. In de regio Eindhoven ontwikkelen ze ook innovatieve vormen van cameratoezicht. De internationale zone in Den Haag is vanwege zijn omvang en brede karakter echter uniek.’

Belangrijke partner
De VNG zegt regelmatig contact te hebben met TNO, een belangrijke partner in het project. ‘Wij zijn op de hoogte van de ontwikkelingen, maar er niet actief mee bezig.’ Voor de VNG is van belang dat bij de opzet van dergelijke projecten een goede scheiding is tussen het publieke belang, dat door de overheid wordt behartigd, en het particuliere belang. ‘Die moeten niet door elkaar lopen. Als aan die voorwaarde is voldaan, is er geen probleem.’

Volgens Joris den Bruinen is die financiering van het Living Lab nog in ontwikkeling. ‘We delen het op in fases. Publieke innovatie zou van gemeenten en rijk kunnen komen en er is een rol voor de politie. Daarnaast investeren private partijen erin en dragen internationale instellingen zelf bij. Hoe kosten worden verdeeld is nog de vraag. Per fase spelen weer verschillende vraagstukken.’

In de veiligheidssector in Den Haag werken inmiddels 10.000 mensen. De omzet bedraagt 1,5 miljard euro. ‘Bedrijven willen investeren in het Living Lab omdat ze er oplossingen van verwachten. Daarbij kunnen ze hun producten ook in het buitenland verkopen. Het CSI The Hague concept is naar Zuid-Afrika geëxporteerd. Daar zit nu CSI Cape Town. Het Nederlands Forensisch Instituut verdient aan trainingen, waardoor er een betere opleiding voor de politie is. Zij hebben allerlei bedrijven in het kielzog meegetrokken. Ook smart secure zones kunnen we exporteren.’

De slotvraag is of al die focus op veiligheid wel terecht is. Geven we niet veel geld uit aan dreigingen die er helemaal niet zijn? ‘Je weet niet wat de dreigingen van morgen zijn’, antwoordt Den Bruinen. ‘We moeten zorgen dat de internationale organisaties en hun werknemers veilig zijn.’

Hij erkent dat risico’s nooit 100 procent zijn af te dekken en dat er afwegingen moeten worden gemaakt over de kosten. ‘Het is wel zo dat risico’s vaak ontstaan door het niet goed delen van informatie. Als dat wel kan, kunnen we daar alleen maar beter van worden en ook beter risico’s afdekken.’

En door het Living Lab bespaar je straks mogelijk op andere kosten. Neem de metersdikke muren van Europol of de checkpoints met beveiligers en camera’s bij internationale organisaties. Den Bruinen: ‘Die kosten zitten er al in of worden continu gemaakt, dus dan kun je dat beter reduceren. Maar het is ook een onderdeel van dit hele proces dat we bepalen of wat we allemaal doen ook logisch is. Het Living Lab is met recht een proeftuin.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.