of 60220 LinkedIn

‘Van nostalgie alleen kun je niet leven’

Het kermisseizoen is in volle gang. De kermisexploitanten mogen niet klagen, vindt hun voorman Atze Lubach. Maar de dorpskermissen zijn wél in gevaar: er is minder ruimte voor en ze worden geplaagd door de horeca. ‘Gemeenten zouden iedereen gelijk moeten behandelen.’

Donkere wolken boven dorpskermis

De kermis draait op volle toeren aan de Oisterwijkse Lind. De typische kermis-kakofonie schalt over de brink. Burgemeester Hans Janssen (55) heeft dikke pret in de botsautootjes. Hij heeft net met testgezinnen de jaarlijkse kermisprijzen uitgedeeld. De kamelenrace, de Polyp en de Lost Escape zijn in de prijzen gevallen. Én de poffertjeskraam, waar de burgemeester zich na afloop van het gejoel en gebots tegoed doet aan poffertjes met slagroom en aardbeien. ‘Deze burgemeester heeft een groot kermishart, dubbelgevouwen in de botsautootjes en met het zweet op de kop, maar in de Polyp wilde hij niet’, lacht de voorzitter van de Nationale Bond van Kermisbedrijfhouders Bovak, Atze Lubach (50).

In ons land worden jaarlijks zo’n 1.400 kermissen georganiseerd. Brabant is koploper met ruim 230 kermissen, waarvan er zes in de kermis top 10 staan. Je kunt er deze zomer iedere dag in de botsautootjes. Dit weekeinde eindigen de kermissen in Uden (85 attracties) en de grootste van de Benelux in Tilburg (230 attracties), maar geen nood, dan volgen de kermissen van Veldhoven, Eindhoven, Boekel, Liempde, Rosmalen en Zeilberg, en daarna Oss, Boxtel, Oosterhout en Den Bosch – allemaal in dezelfde week. Bovak-voorzitter Lubach reist ze allemaal af. ‘Mijn caravan staat nu drie maanden in Uden. Daarna ga ik naar Noordwijk aan Zee, voor de kermissen in de Bollenstreek tot aan Terneuzen, en dan naar Sevenum voor de kermissen in onder andere Weert en Sittard. We sluiten af in Zuidlaren.’

Pas eind oktober kan de caravan in de stalling in zijn woonplaats Beerta. In vergelijking met de kermis in het naburige Tilburg (‘ons nationaal product’) is die van Oisterwijk met zijn veertig attracties bescheiden, maar niet zó bescheiden dat burgemeester Janssen moet vrezen voor haar voortbestaan. Talloze kleine kermissen moeten dat volgens Lubach wel. ‘Ieder jaar verdwijnen er zo’n 25 à 30 dorpskermissen. Dorpen hebben het lastig, zeker dorpen met een stand alone kermis. De kermis komt, er hangt een bordje om de lantarenpaal, en de kermis gaat. Er gebeurt niets anders. Dat wordt een moeilijk verhaal.’

Randprogramma
De dorpen die hun kermis combineren met een randprogramma doen het volgens Lubach goed. Lubach: ‘Denk aan een braderie of een wielerronde. De kermis in Dronryp in Friesland is dit jaar uitgeroepen tot de beste kleine kermis van Nederland juist omdat ze de kermis combineren met kaatsen, volleybal, muziek van een band of dj in een feesttent, een fietspuzzeltocht en een seniorenmiddag.’ Gemeenten laten steeds vaker de pacht voor de kleine dorpskermissen en de elektriciteitskosten vallen.

Pacht of niet, in Brabant zijn dit jaar de kermissen van Megen en Macheren verdwenen. In Noord-Limburg zijn de twee dorpskermissen in Molenboek en Middelaar ter ziele gegaan. Burgemeesters zien het met lede ogen aan, zoals Willem Gradison van Mook en Middelaar. In een poging de kermis van Mook (21-25 augustus) van de ondergang te redden en levendigheid in het dorp te houden, ziet ook Mook af van het heffen van pacht. ‘We willen de nostalgische kermis graag behouden. Maar als het zo doorgaat, is het afgelopen met de dorpskermis’, zei burgemeester Gradisen een paar maanden geleden tegen de regionale zender RN7. ‘Als ik op bezoek ga bij een echtpaar dat zestig jaar getrouwd is, vraag ik altijd waar de eerste ontmoeting plaatsvond. In de helft van de gevallen was dat op de kermis. Het zou zonde zijn als die nostalgie verdwijnt.’

‘Van nostalgie kunnen we niet leven’, reageert Atze Lubach nuchter. ‘De burgemeester wil de nostalgische kermis in stand houden. Dat begrijp ik wel, maar ik kan het land niet vullen met nostalgische attracties. Er ligt genoeg in loodsen, maar je krijgt die ouwe spullen nooit meer door de keuring.’ Soms lukt het om tegen de stroom in een kleine dorpskermis te organiseren. In het Brabantse Ommel (duizend zielen) bijvoorbeeld. Lubach: ‘Ieder jaar is het moeilijk. Ze doen er alles aan om hun kermis te behouden. De dorpsbewoners brengen geld bijeen om de reiskosten van de exploitanten te vergoeden. Ze doen van alles.

Maar is het een florerende kermis? Je krijgt er hooguit zes tot acht attracties. Een reuzenrad krijg je er niet, die gaan naar de festivals, waar we ze niet kunnen aanslepen, net als de Polypen. Maar het dorp wil dat reuzenrad wel, want dat staat ook op de grote kermis. De opening is spectaculair, maar de dag erop loopt het publiek er twintig minuten verdwaald rond. In Eindhoven staan 110 attracties, Helmond staat helemaal vol. Dan fietsen we daar toch naartoe?’

Ach en wee
De kermisvoorman wil maar zeggen: onze samenleving verandert, we kunnen gaan en staan waar we willen en de dorpen slapen. Atze Lubach: ‘Als we hier tien jaar geleden hadden gezeten, dan zouden we ach en wee hebben geklaagd over de verschraling. De bakker verdwijnt uit het dorp, de dorpswinkel, de Rabobank weg. Dat kan niet! Maar: ging je er ook naartoe en kocht je er ook iets? Nou eh, nee, dat niet. Als ik van mijn werk kom, dan rij ik langs de AH XL in de stad. Maar het idee!’

Zo reageren mensen ook als het lot van hún dorpskermis ter sprake komt, weet Lubach. Doodzonde. ‘Maar gaat u er ook naartoe? Geeft u er ook uw geld uit? Het is emotie. Die emotie hebben de exploitanten ook hoor. Ik krijg ze aan de telefoon: “Ik sta er al veertig jaar, mijn ouders stonden er met de draaimolen.” Ik zeg dan: “Heb je weleens gekeken hoeveel kinderen er in dat dorp wonen? Tik eens in op Wikipedia.” Ja, dertig. “Heb jij zakelijk dan nog iets in dat dorp te zoeken, zelfs als de kinderen twee keer in de draaimolen gaan?” Dat is ook hard en sneu voor een burgemeester. Hij geeft om de sociale cohesie en de leefbaarheid in het dorp, maar we zijn geen rondreizend museum.’

Dorpen kunnen alleen hun kermis van de ondergang redden als zich inzetten voor een randprogramma, zegt kermisvoorman Lubach uit Beerta, waar Dorpsbelangen jaarlijks een dorpskermis combineert met een braderie en een rommelmarkt. Lubach: ‘In de dorpen moeten dorpsbewoners samen met exploitanten zorgen voor randactiviteiten. Vanochtend kwamen hier in Oisterwijk hartpatiënten bij elkaar in de poffertjeskraam. Dat kunnen de exploitanten niet alleen doen, daar heb je de dorpsgemeenschap voor nodig. Zonder draagvlak kun je geen kermis laten draaien in dorp waarvan de inwoners met het grootste gemak naar een grotere buurgemeente gaan, waar wel een florerende kermis is. Of willen ze naar een pretpark? Dan gaan ze naar Kaatsheuvel.’

Op veel kleine en grote kermissen ‘ligt gelukkig nog steeds een boterham’, maar die komen volgens de kermisvoorman steeds meer in de verdrukking. Letterlijk, wel te verstaan. Lubach: ‘Door de herinrichting van de schaarse openbare ruimte in Nederland staat het arbeidsterrein van onze kermisbedrijfhouders onder druk. De centra van de dorpen en steden moeten duurzamer, groener en gezelliger, en wij staan van oudsher in het centrum, zoals hier aan De Lind in Oisterwijk. Er is minder ruimte voor de kermis. Alleen: wij komen met steeds grotere apparaten omdat het publiek dat van ons verlangt. Het moet groots en spectaculair. Die discussie over de beschikbare ruimte voor de kermis hebben we met 350 gemeenten.’

Het blijft niet bij de verdrukking van het werkterrein voor de kermisbedrijfhouders, zegt Atze Lubach. Ook de leefomgeving van de kermisexploitanten wordt ingeperkt. ‘Wij nemen alles mee: onze salonwagens en onze gezinnen. Dat is onze cultuur. Als wij komen, hebben we dus meer ruimte nodig dan alleen de attractieruimte. Dat is één. Twee: met de gezinnen rijdt de school mee. We hebben in Nederland een uniek onderwijssysteem voor de reizende beroepsbevolking. De Stichting Rijdende School heeft twaalf grote trailers en bestelbussen. Als de kermisgezinnen noodgedwongen hun kinderen ergens anders laten omdat er geen ruimte in het dorp of in de stad is, dan gaat de Rijdende School ook ter ziele.’

In de clinch
Gemeenten zijn niet anti-kermis en er is geen politieke partij die te hoop loopt tegen de kermis in het dorp of de stad, en de herinrichting van de centra is de uitkomst van een democratisch proces. ‘Daar kan ik last van hebben en ik kan proberen om meer ruimte te krijgen, maar ik kan er niet boos om worden.’ Waar kermisvoorman Lubach wél kwaad om kan worden, en behoorlijk ook, is de (kwalijke) rol van de horeca als de kermis in een dorp of stad neerstrijkt. Atze Lubach: ‘De horeca wil tijdens de kermis iedere centimeter buiten de deur benutten. Het gaat alle perken te buiten. We liggen wekelijks in de clinch met de horeca. Vorige week liep het hier in Oisterwijk ook uit de hand. Ze zetten een dj of een band waar wij ons geld moeten verdienen. Het terraspubliek staat bij ons tot op de traanplaten. De kermis is niets meer dan een decor om de horeca aan zijn omzet te helpen. Wij zijn aan veel strengere regels gebonden dan de horeca. En ze betalen op geen enkele manier mee aan het feestje, hè? Als het na middernacht misgaat, dan heeft de kermis het gedaan, terwijl die dan allang dicht is en de rottigheid van de horeca komt.’

En dus komt bij iedere ‘evaluatie’ van de kermis, ook in Oisterwijk, het ‘gespannen huwelijk’ van de kermis met de horeca ter sprake. Bovak-voorzitter Atze Lubach: ‘Die evaluaties leveren te weinig op. Gemeenten accepteren het agressieve ondernemen van kermisexploitanten terecht niet en dat zouden ze van horecaondernemers ook niet moeten doen. De cafés blazen ons weg met hun 135 decibellen. Ga naar 75 decibel voor iedereen. Wil je meer terras? Dan pachten. Promotie? Meebetalen, het is ook jullie feestje. Gemeenten zouden iedereen gelijk moeten behandelen.’


CV
Atze Lubach (Dokkum, 1968) volgde tussen 1987 en 1990 de NHL Hogeschool. Van 1994 tot 2000 was Lubach vertegenwoordiger opslag en transport gevaarlijke (afval)stoffen bij ATF Drachten. Van 2000 tot 2008 werkte hij als consultant afvalmanagement & sales bij Van Gansewinkel. Atze Lubach is sinds 2006 eigenaar van Atze J. Lubach Entertainment en verzorgt voorstellingen, presentaties, dagvoorzitterschappen, huwelijksvoltrekkingen en rouwceremonies. Lubach werd begin 2016 voorzitter van de Nationale Bond voor Kermisbedrijfhouders Bovak.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.