of 61869 LinkedIn

Vaals zoekt verbinding met Aken

Deze zomer brengt Binnenlands Bestuur vier reportages over het leven en welzijn aan de rand van Nederland. Deel 3: Vaals.

Vaals hield lang last van de mijnensluiting en het vertrek van de textielindustrie. Veel Vaalsenaren vonden het leven van een uitkering wel best. Een nieuwe transitievisie vanuit de eigen bevolking maakt er korte metten mee.

Ver weg in eigen land
Deze zomer brengt Binnenlands Bestuur vier reportages over het leven en welzijn aan de rand van Nederland. Deel 3: Vaals.

Duitsers zorgen voor nieuw elan

Iets smoezeligs kleeft grensplaatsen aan. Zo ook de Maastrichterlaan in Vaals. Zie het rijtje BMW’s met witte nummerborden op de parkeerplaats voor de Aldi. Terwijl hun Duitse echtgenotes binnen de ‘billige’ Hollandse spullen in het wagentje gooien, waken de mannen met gekruiste armen bij hun wagen – om parkeerboetes te ontlopen. Zie het met tientallen stickers bezoedelde grensbord.

Er is ook een minder bekend, veel mooier Vaals, nauwelijks honderd meter verwijderd van de drukke Maastrichterlaan. Je dwaalt er op zondagmiddag vrijwel in je eentje door de kronkelige straten langs stadsvilla’s in pasteltinten en pleinen met kunstwerken in het groen. Op een enkel terras schurken daar in vredige rust de lokalo’s samen.

Dat is het Vaals van Johann Arnold von Clermont. De Akense textielfabrikant stak in 1761 om geloofsredenen de grens over. Zijn geboortestad was streng katholiek. Het dorpje Vaals stond onder bescherming van de Staten-Generaal van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, wat inhield dat iedereen er zijn eigen geloofsdiensten mocht houden. ‘Het leidde tot een wekelijkse pelgrimage van honderden protestantse kerkgangers uit het omliggende gebied naar Vaals’, zegt burgemeester Harry Leunessen. Onder hen enkele lakenfabrikanten uit het Akense rijk die er besloten te blijven, onder wie Von Clermont.

Het monumentale gemeentehuis waar we deze maandagochtend zitten is ook te danken aan deze ‘Bill Gates van Vaals’, grapt Leunessen. ‘Het was een lakenfabriek, een ververij en diende als Von Clermonts woonhuis. We werken hier als gemeente eigenlijk in een museum.’ Een gemengd genoegen, overigens. ‘Het oogt heel charmant, maar we mogen de ramen aan de buitenkant niet aanpassen. Daarom wordt er aan de binnenkant nog een glasraam tegenaan gezet.’ Een airco heeft het gemeentehuis niet. ‘De raadsvergaderingen van mei tot en met september zijn bloedheet.’ Pas vijf maanden geleden is Leunessen in Vaals neergestreken, nadat hij eerder onder meer elf jaar wethouder was in Landgraaf.

Hij heeft de belangrijkste wapenfeiten van zijn nieuwe gemeente op een paar A-viertjes uitgeprint en voor de zekerheid een secondant meegenomen: wethouder Jean-Paul Kompier (werk en economie, Lokaal!), een volbloed Vaalsenaar. Kompier maakte als kind begin jaren zeventig de keerzijde van Von Clermonts bemoeienis met Vaals mee: de afhankelijkheid van de Vaalsenaren van de lokale textielindustrie. Die legde het af tegen goedkoop textiel uit lagelonenlanden. ‘In Parkstad heeft men de klap van de mijnsluiting gehad’, zegt Leunessen. ‘Ook een deel van onze inwoners werkte daar. Daar kwam de klap van de ingestorte textielindustrie overheen. Dus waar ze in Parkstad één linkse directe hebben gekregen, hadden wij er in Vaals twee.’

Knokkels
De gevolgen werkten decennia door, weet Kompier. ‘Het gros van de Vaalser textielarbeiders was gezond, maar ze zijn rond 1975 voor een groot deel arbeidsongeschikt verklaard en de wao ingegaan. Oneigenlijk gebruik, dat kon toen nog. De kinderen die in die tijd zijn geboren, die zagen dat. Papa was overdag thuis en had ook nog voldoende geld om van te leven, want de wao was een redelijk goeie regeling in die tijd.’ Het drukte de ambitie in veel arbeidersfamilies. Waarom zou je je immers ontwikkelen als de staat met gratis geld bijsprong? ‘Jongen, je moet je niet de knokkels kapot maken door te werken’, vertaalt Kompier een Vaals gezegde. ‘Dat is wat er hier lang leefde. Ouders gaven hun kinderen het slechte voorbeeld. Pas bij de derde generatie zie je nu een kentering.’

Daar komt bij dat het leven in Vaals goedkoop was, dankzij een sterke woningstichting, voortgekomen uit de gemeentelijke organisatie. Kompier: ‘Die mikte vrijwel alleen op sociale woningbouw. We zijn de enige gemeente in de regio met hoogbouw. Die flats moesten worden gevuld. Dat leidde tot lage huren, ook in de wijk eromheen.’

Zelfs statige stadspanden kon je in Vaals voor een grijpstuiver bewonen. ‘Van binnen verkeren ze vaak in een slechte staat van onderhoud. Ze werden opgekocht door huisjesmelkers, die er nauwelijks in investeerden en ze in appartementen opdeelden. Je kon er een jaar of acht geleden nog kamers huren voor 80 euro per maand. Daar zat slecht volk tussen.’

Zo raakte Vaals stilaan in de versukkeling, beschreven in de recente transitievisie ‘Vaals verbindt’. Niet ontstaan vanuit de gemeentelijke kokers, zeggen burgemeester en wethouder trots, maar helemaal bedacht en uitgewerkt door een groep ‘fris en dwars denkende Vaalsenaren’ onder leiding van transitieprofessor Jan Rotmans. Hun uiteindelijke schrikbeeld, lees je, is een ontzield Vaals ‘met veel leegstand en verloedering, een soort Shoarmahalla, met veel discountwinkels, een enkele boer die nog resteert, een gehavend en aangetast landschap, en een soort wingewest van Aken, het sociale afvoerputje van Limburg, met teruggekeerde bordelen en casino’s, en een crimineel broeinest.’

De transitievisie legt de vinger op de zere plek, beaamt Leunessen, maar dat horrorscenario blijft Vaals zeker bespaard. Want zijn gemeente heeft de weg omhoog weer te pakken. Hij wijdt waarderende woorden aan de Vaalser aanpak in het sociale domein die families opport de knokkels te gebruiken. ‘We zitten dicht achter de voordeur met een beweegmakelaar.’ Daarnaast wil Leunessen de pull-factoren waardoor mensen met een laag inkomen naar Vaals komen onder de loep nemen.

‘Dat betekent dat je naar je woningbestand moet kijken. Lage huren trekken mensen met een laag inkomen. We bekijken welke instrumenten we hebben om verdere woningsplits ingen te voorkomen.’ Voor alle duidelijkheid: het zijn niet alleen de lage woonlasten waardoor mensen naar Vaals verhuizen. Leunessen vertelt hoe hij als nieuwe burgemeester op het terras werd aangesproken door iemand uit Ridderkerk. ‘Die was in het kielzog van een vriendin naar Vaals gekomen. Vanwege het schitterende uitzicht dat je hier hebt over het omringende heuvelland.’

Bourgogne
Je zou het als je over de Maastrichterlaan langs de volle terrassen loopt bijna vergeten. Twee minuten van de Vaalser dorpskern rij je de heuvels in met vergezichten die de vergelijking met de Bourgogne of Toscane kunnen doorstaan. Zou Vaals de potentie van het Zuid-Limburgse heuvelland niet nog beter kunnen benutten?

Wethouder Kompier begrijpt de vraag, zegt hij. ‘Maar kijk wat wij hier al hebben. Het bruist overal. De café-terrassen, de campings, de hotels. We halen jaarlijks meer dan zeshonderdduizend overnachtingen. Als je er een paar grote hotels bijbouwt, zou je naar een miljoen kunnen gaan. Moet je dat willen? Ik wandel graag door de natuur. We moeten uitkijken dat we ons vijfsterrenlandschap niet verkwanselen.’

Het dilemma reikt verder dan toerisme. ‘We hebben een wereldberoemd wijndomein, Sint-Martinus. Inmiddels een global player. Aan de ene kant heb je als gemeente het belang van het bedrijf met z’n werkgelegenheid. En Sint-Martinus is promotioneel voor onze gemeente ook buitengewoon belangrijk. Pas stonden er drie pagina’s over in de ANWB Kampioen, dat is onbetaalbaar. Maar er wonen ook mensen omheen die ongestoord willen leven. Dat is de balans waar je voortdurend naar moet zoeken.’

‘Kwaliteit’ en ‘beleving’ zijn in het toekomstige toerisme de sleutelwoorden, weet Leunessen. Daar moet Vaals in investeren. ‘Onze historie kan beter worden uitgevent. Op het gebied van evenementen kunnen we stappen maken. Ook de kwaliteit van het winkelaanbod en van de horeca kan nog omhoog. Dan vis je in een toeristisch segment dat meer te besteden heeft.’

Maar een groot deel van de potentie van Vaals ligt slechts een paar kilometer oostwaarts of, beter gezegd, begint eigenlijk zodra je dat bestickerde Duitslandbord aan de Maastrichterlaan voorbij bent: Aken. Leunessen: ‘We realiseren ons dat we met een topuniversiteit als de Akense RWTH nog een heleboel kansen hebben liggen.’ Zijn docenten exacte vakken op de middelbare school hadden vrijwel allemaal gestudeerd aan de Rheinisch-Westfälische Technische Hochschule, vult Kompier aan. Vaak woonden ze als Duitse student in Vaals en waren aan een Limburgs meisje blijven hangen. ‘Maar op enig moment zijn de banden van Vaals met Aken verwaterd.’

Studenten
Zoals Johann Arnold von Clermont ooit vanuit Aken het dorp Vaals tot bloei bracht, zo gebeurt dat de laatste jaren dankzij nieuwe generaties Duitsers opnieuw. Met dank aan de oplopende woningnood in Aken. Om de Akense studenten van passende woonruimte te voorzien, heeft Vaals recent twee studentencomplexen uit de grond gestampt. Leunessen: ‘We zetten als college vol in op Duitse studenten. Maar de grote uitdaging zit ‘m erin om hen te betrekken bij de gemeenschap van Vaals.’

Een nieuwe jonge garde, goed opgeleid, moet Vaals van elan voorzien. In ‘Vaals verbindt’ wordt gesproken over debatcentra en andere cultuurpodia om de voorheen afwachtende Vaalsenaren tot meer betrokkenheid bij hun gemeente te verleiden. Kompier hoopt de Akense studenten langer te binden door ze tijdens hun studie de mogelijkheid te bieden in Vaals een bedrijfje te starten. ‘We hebben daarvoor twee centra opgericht met lage huren.

Een leegstaande basisschool in Lemiers, en een pand hier in de Kerkstraat dat als broedplaats dient. Iedereen met een vraag of probleem kan er binnen stappen.’ Aken is blij dat Vaals een deel van de woningnood oplost, vertelt Leunessen. Maar er kan nog veel meer samen. ‘Pas hadden we op de top van de Vaalserberg een manifestatie rond 35 jaar verdrag van Schengen. Kom ik daar Marcel Philipp tegen, de Oberbürgermeister van Aken.’ Zijn Duitse collega zag ineens de potentie van de locatie. ‘Goh, we zouden samen veel meer met die Vaalserberg kunnen doen.’ Zeker, vond ook Leunessen. Nu, droogjes: ‘Als je vaker samen aan tafel zit, heb je dat soort uitwisselingen niet boven op de berg.’

Calimero-complex
Heeft die Akense houding niet te maken met het verschil in schaal: een gemeente van 10.000 inwoners tegenover een stad met het vijfentwintigvoudige aantal? Dat leidt snel tot een Calimerocomplex. Nee, stelt Leunessen. ‘Aken behandelt ons als een gelijkwaardige partner. Dat heb ik vanaf mijn eerste contacten mogen ervaren. Maar we zijn, en dan moet ik mijn woorden zorgvuldig kiezen, tegelijk ook onderdeel van de stad en fysiek aan Aken vastgegroeid.’ En dat blijkt: behalve studenten maken ook steeds meer andere Duitsers de overstap. Inmiddels is ruim een kwart van de Vaalsenaren van Duitse origine. Is er een maximum aan? ‘Ik zie dat niet zo’, stelt Kompier. ‘Een echte Vaalsenaar als ik voelt zich meer Duits dan Hollands. Wij spreken de taal vloeiend en accentvrij. De Duitsers zijn in Vaals vaak ook goed geïntegreerd. Als ze uit ons zangkoor zouden wegvallen, hebben we een groot probleem.’

Op Facebook ziet Leunessen de Vaalsenaren Duitse tv-series volgen, Duitse boeken lezen. En daar blijft het niet bij. Het is een Duitse ontwikkelaar die het plein rond het Vaalser gemeentehuis op dit moment zijn fraaie facelift bezorgt. Zelfs de bakkers in Vaals zijn overwegend in Duitse handen. Een echte Vaalsenaar, vertelt Kompier, ‘wordt hier in het academisch ziekenhuis geboren en overlijdt er ook vaak.’ Hier is Aken, wel te verstaan, drie kilometer verderop, maar voor een Vaalsenaar een soort Vaals-oost. Leunessen: ‘Zo bekeken heeft Vaals een internationaal topevenement met het CHIO.’ Kompier: ‘Elf zwembaden. En hoeveel bioscopen wel niet?’

Wat ze willen zeggen: dat grensbord op de Maastrichterlaan is niet voor niks royaal bestickerd. Geen Vaalsenaar trekt zich er nog iets van aan.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.