of 63606 LinkedIn

Stadjers versus Ommelanders

Op het gebied van culturele identiteit zijn de verschillen tussen stad en ommeland relatief gezien het grootst in Groningen. De beleving van het Sinterklaasfeest, de jaarwisseling en ‘Europa’ is blijkens onderzoek van I&O Research in opdracht van Binnenlands Bestuur in de dorpen wezenlijk anders dan in de stadse omgeving. Start van een serie over de vermeende kloof tussen stad en ommeland.

Op het gebied van culturele identiteit zijn de verschillen tussen stad en ommeland relatief gezien het grootst in Groningen. De beleving van het Sinterklaasfeest, de jaarwisseling en ‘Europa’ is blijkens onderzoek van I&O Research in opdracht van Binnenlands Bestuur in de dorpen wezenlijk anders dan in de stadse omgeving. Start van een serie over de vermeende kloof tussen stad en ommeland.

Een andere bril
Bestaat er een duidelijke kloof tussen stad en platteland? Op cultureel, ruimtelijk, sociaaleconomisch en democratisch vlak belichten we in vier afleveringen wat daarvan waar is. Deel 1: cultuur.

Sociaal-culturele verschillen in het Groningse

Sinds de herindeling, twee jaar geleden vallen Ten Boer en Haren officieel niet meer onder de ommelanden. Ze zijn immers vanaf dan onderdeel van de gemeente Groningen en worden bestuurd vanaf de Grote Markt in de stad. Die fusie kwam niet zonder slag of stoot tot stand: tot het laatst toe was er verzet tegen het verlies van zelfstandigheid, vooral vanuit Haren. Wat vooral ook een argument was: de vrees voor het verlies van identiteit. De afkeer van een gedwongen huwelijk met de grote stad was er zelfs zo groot, dat Haren het nog probeerde aan te leggen met het Drentse Tynaarlo. Die vrijage liep op niets uit en het Wassenaar van Groningen werd door provincie en rijk alsnog gekoppeld aan de iets noordelijker gelegen stad.

In menig opzicht is het verschil in beleefde identiteit met die fusie niet weggepoetst, zo besefte het Groningse gemeentebestuur en ‘gaf’ elk dorp bij de start van de collegeperiode een ‘eigen’ wethouder als aanspreekpunt. Op ambtelijk niveau wordt er bovendien gewerkt met speciale wijkteams. Dit met het doel rekening te houden ‘met het karakter en de specifieke behoefte van een gebied’.

Maar waarin uit zich dat dan, dat verschil in identiteit tussen stad en ommeland? Binnenlands Bestuur was er benieuwd naar en liet I&O Research er onderzoek naar doen, ook in Groningen en directe omgeving. Wat blijkt? Het verschil tussen stad en ommelanden is niet zomaar een gemakkelijk geslaakte kreet, het is met name op sociaal-cultureel gebied aanwijsbaar. Of het nu gaat om hoe er wordt aangekeken tegen het instituut Europa, migranten uit moslimlanden, het afsteken van vuurwerk of Zwarte Piet: er zitten op alle onderdelen verschillen in beleving.

Tradities en symbolen
Laten we beginnen met het laatste, Zwarte Piet. Die hoort, zo spreken de Groningse ommelanders zich in de enquête in meerderheid (55 procent) uit, bij de Nederlandse traditie. Daar moet je van afblijven. De stadsen tillen daar veel minder zwaar aan. Nog geen kwart van hen vindt het breken met de traditie een probleem. Ook zonder zwarte helpers kan het Sinterklaasfeest wat de meesten betreft doorgaan.

Een van de verklaringen voor dat verschil is volgens Peter Kanne van I&O Research dat een groter deel van de bevolking in de stad gekleurd is, waarmee Zwarte Piet dus gevoeliger ligt. ‘Stedelingen kunnen zich doorgaans beter inleven in de positie van Nederlanders met een migratieachtergrond. Wat vooral meetelt is dat hoogopgeleiden vaker voorstander zijn van aangepaste pieten. En in steden – zeker die met een universiteit – wonen nu eenmaal meer hoger opgeleiden dan op het platteland.’

Voor Lotte Meijer, wetenschappelijk onderzoeker bij het SCP, is in Groningen het verschil misschien wel iets groter dan in sommige andere regio’s vanwege juist die factoren. Zo scoort Groningen relatief hoog op het gebied van vergrijzing. ‘Maar waarschijnlijk is ook het opleidingsniveau wat lager en de sociale kwetsbaarheid groter’, aldus de sociaal psycholoog. ‘Stedelingen zijn relatief jong en jongeren voelen zich sterker dan ouderen verbonden met burgerlijke vrijheden en juist wat minder met tradities en symbolen. Stedelingen hebben ook relatief vaak een hoge opleiding genoten dan wel een migratieachter grond, twee andere kenmerken die samengaan met een binding met Nederland waarin burgerlijke vrijheden een relatief grote rol spelen’, zo stelde ze al eens eerder op basis van andere onderzoeken. ‘Demografische kenmerken zijn het meest voorspellend.’

Pro-Europa
Een ander opvallend verschil, zo blijkt uit de enquête, is hoe er in de noordelijke provincie wordt aangekeken tegen ‘Europa.’ Op het Groningse platteland is de steun ervoor aanzienlijk minder dan in het stedelijk gebied. Zo zegt meer dan de helft van de ommelanders dat de Europese integratie te ver is gegaan en zouden de EU-instellingen volgens ruim vier op de tien van hen te veel macht hebben. Bij de stadjers is liggen die percentages stukken lager [zie figuur]. Vier op de tien stedelingen vinden dat om de grote vraagstukken van deze tijd te kunnen aanpakken de EU juist meer bevoegdheden moet krijgen. Meijer herkent de uitkomst wat betreft de steun voor de EU. Dat kwam in ieder geval ook in het Oekraïnereferendum naar voren en eveneens in het Continu Onderzoek Burgerperspectieven van het SCP.

‘De belangrijkste verklaringen zijn ook hier de bevolkingssamenstelling in termen van opleidingsniveau en leeftijd. Hoger opgeleiden, jongeren zijn meer geneigd voor de EU en ze wonen vaker in de stad.’ Afgezet tegen de vijf andere onderzochte regio’s valt overigens op dat Europa er in het Groningse overall bezien best goed afkomt. Alleen de regio Gelderland-Zuid is minder kritisch op de EU. Helemaal verwonderlijk is dat niet. De provincie Groningen profiteert namelijk het meest van de Brusselse subsidiepotten, zo bleek vorig jaar uit een onderzoek van adviesbureau ERAC. Bedrijven, onderwijsinstellingen en overheden kregen er samen meer dan 500 euro per inwoner aan EU-subsidies – inwoners van de stad Groningen zelfs meer dan 1.000 euro. Ter vergelijking: het gemiddelde in Nederland ligt op ongeveer 250 euro per inwoner.

Terug naar Zwarte Piet. Burgemeester en wethouders van Groningen houden rekening met de verschillen in beleving die daarover bestaan. Bij de intocht in Groningen zouden in 2020 geen Zwarte Pieten meer welkom zijn. Zo werd op initiatief van de gemeente – in overleg met de organisatie van de jaarlijkse intocht – besloten. Alleen roetveeg- en naturelpieten mochten nog. ‘We vinden het belangrijk dat de figuur van Zwarte Piet door niemand als kwetsend ervaren wordt’, zo liet integratie- wethouder Glimina Chakor optekenen door RTVNoord.

Maar in Haren en Ten Boer mochten nog wel Zwarte Pieten rondlopen. ‘Daar willen we wel stapsgewijs naar een Zwarte Pietloze intocht. Over een aantal jaren moet dat het geval zijn’, aldus GroenLinks-wethouder Chakor. Vanwege corona werd de intocht overigens afgelast. Dorpswethouder van Ten Boer, Inge Jongman, wil niet ingaan op een interviewverzoek om te praten over hoe bestuurlijk om te gaan met de vermeende kloof tussen inwoners van stedelijk en landelijk gebied. De CU-wethouder geeft aan dat zij ‘van de verbinding’ is ‘en niet wil focussen op een eventuele kloof tussen stad en ommeland.’ Erover praten zou de kloof in haar ogen juist groter kunnen maken. Het is maar weer eens de bevestiging dat-ie bestaat.


Leeftijd en opleiding
De verschillen in houding en opvattingen tussen stad en ommeland op het gebied van identiteit worden ook volgens de I&O Research-onderzoekers voornamelijk verklaard door verschillen in opleidingsniveau en door leeftijd. Zo vindt 63 procent van de lager opgeleiden uit de zes regio’s – Zuid-Holland-zuid, Gelderland-zuid, Twente, zuidoost-Brabant en Noord-Holland-zuid en Groningen – dat men van de traditie Zwarte Piet af moet blijven tegenover 30 procent van hoger opgeleiden dat het daarmee eens is: een verschil van 33 procent. Ook tussen leeftijdscategorieën zijn de verschillen aanzienlijk. Een kwart van de 18-24-jarigen is het ermee eens ten opzichte van 55 procent van de 50-64-jarigen en 60 procent van de 65-plussers. De verschillen tussen leeftijd zijn respectievelijk 30 procent en 35 procent.  


Verantwoording
I&O Research voerde van 26 november tot en met 3 december 2020 een online onderzoek uit naar de standpunten en ervaringen van Nederlanders in zes regio’s. 4.615 respondenten vulden de vragenlijst in. De resultaten zijn gewogen op leeftijd, geslacht en opleidingsniveau naar de totalen van Nederland en voor die achtergrondkenmerken representatief naar de bevolking.


Afbeelding


Afbeelding

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.