of 59318 LinkedIn

Screening wethouders wordt regel

Het voor benoeming screenen van wethouders op integriteit is steeds meer gemeengoed geworden. Berenschot hield na de raadsverkiezingen in maart dit jaar in 78 gemeenten bijna 300 kandidaat-wethouders tegen het licht. Conclusie: geen enkel beletsel op benoeming.

Het voor benoeming screenen van wethouders op integriteit is steeds meer gemeengoed geworden. Berenschot hield na de raadsverkiezingen in maart dit jaar in 78 gemeenten bijna 300 kandidaat-wethouders tegen het licht. Conclusie: geen enkel beletsel op benoeming.


Ruime verdubbeling integriteitstoetsen vergeleken met 2014


Het screenen van kandidaat-wethouders is in Nederland eerder regel dan uitzondering geworden. Bijna driekwart van de gemeenten waar in maart 2018 raadsverkiezingen werden gehouden, liet door een extern bureau een risicoanalyse uitvoeren naar de integriteit van de kandidaten, zo bleek uit een inventarisatie van NRC. Bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen, in 2014, was dat nog maar in een op de drie gemeenten. Behalve deze als relatief zwaar bekend staande onderzoeken werden in nog eens bijna 90 gemeenten lichtere integriteitstoetsen gehouden. Slechts 10 gemeenten zouden helemaal niets aan screening van wethouders-kandidaten doen. Dat waren er volgens hetzelfde NRC-onderzoek nog 54 in 2014.

Ronald van der Mark kan de toegenomen belangstelling voor screening uit eigen ervaring onderschrijven. In 2009 deed hij als Berenschotter de eerste integriteitstoets bij een gedeputeerde. Na de gemeenteraadsverkiezingen in 2014 kwamen de screeningsverzoeken voor het eerst op grotere schaal binnen. Ruim 30 integriteitsonderzoeken voerden hij en zijn collega’s toen uit, in evenzoveel gemeenten. Maar de echte hausse kwam dit jaar, na de verkiezingen op 21 maart.

Na de toenemende geluiden over ondermijning – het indringen van de onderwereld in de bovenwereld – van de lokale politiek en vooral ook de ophef over de benoeming van wethouder Jo Palmen in Brunssum, stond de telefoon op zijn afdeling regelmatig roodgloeiend. ‘Vanaf maart tot eind vorige maand – Enkhuizen was de laatste gemeente waarin een college moest worden gevormd – onderwierpen we in 78 gemeenten de kandidaat- wethouders aan een integriteitstoets. Ruim een verdubbeling ten opzichte van 2014’, zegt managing director Van der Mark. In alle provincies, met uitzondering van Flevoland en Groningen, scanden hij en zijn medewerkers de integriteit van de bijna 300 kandidaat-wethouders.

Verrassingen
Met de integriteitstoets moet de kans op onaangename verrassingen kleiner worden. Niet dat er zoveel ongelukken te betreuren waren overigens in het lokaal bestuur. Ja, wethouders vallen bij bosjes, maar hun voortijdige vertrek heeft lang niet altijd te maken met integriteitskwesties. Uit onderzoek van De Collegetafel in opdracht van Binnenlands Bestuur bleek dat van de 75 wethouders die in 2017 opstapten dat slechts in vier gevallen met niet integer handelen van doen had.

Het gaat dus niet zozeer om de hoeveelheid incidenten als wel om de publicitaire aandacht die ze krijgen. Zo stonden de media wekenlang bol van de benoeming van Jo Palmen tot wethouder in Brunssum. Volgens de burgemeester, die zich baseerde op een integriteitsonderzoek, zou de gemeente groot risico lopen als Palmen lid zou worden van het college. De raad liet zich niets gelegen liggen aan de alarm bellen van de burgemeester en zette de benoeming door, waarna de burgemeester aftrad.

In een nieuw onderzoek werd vervolgens gesteld dat het wel meeviel met de risico’s die aan Palmens benoeming kleefden. Maar intussen was de beer los. De minister, niet wetend wat zij met de ontstane situatie aan moest, kondigde in elk geval aan te komen met een verplichte integriteitstoets.

Veel burgemeesters besloten niet te wachten op de minister en schakelden na de verkiezingen in maart zelf externe bureaus in om de kandidaat-wethouders aan een integriteitsscan te onderwerpen. Van alle 292 kandidaten die Berenschot onder de loep nam, bleek bij geen enkele kandidaat sprake van ook maar enig beletsel om tot benoeming over te gaan. Alle kandidaten kregen een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) en geen enkele kandidaat had een functie die niet verenigbaar was met het wethouderschap. ‘Maar’, zo zegt Van der Marks collega Laurens Vellekoop, ‘risico’s troffen we wel aan. Bij 80 procent van de kandidaten was er sprake van één of meer risico’s.’

Dat lijkt op het eerste oog veel, om niet te zeggen érg veel. Maar in ogenschouw nemend wat zoal als risico wordt aangemerkt, moet je wel bijna onder een steen hebben geleefd om een geheel blanco blazoen te hebben. Zo zijn er aan elk lidmaatschap van een plaatselijke vereniging risico’s verbonden: de vereniging zou wel eens subsidie van de gemeente kunnen krijgen. Wat ook als risico geldt, is als een familielid van de beoogd wethouder werkzaam is bij dezelfde gemeente.

Ook de (voormalige) werkgever van de wethouderskandidaat kan een factor zijn waarin je in je hoedanigheid als bestuurder last van kan hebben. Wat bijvoorbeeld als dat een adviesbureau was? Of het sw-bedrijf in de regio? Het telt allemaal mee. In die zin zeggen de hoeveelheid aangemerkte risico’s niet altijd zoveel. Het gaat met name om de vergroting van de bewustwording bij kandidaat- bestuurders dat er door persoonlijke relaties en functies een (schijn van) belangenverstrengeling kan ontstaan.

Sociale media
De kandidaten wordt in de scans het hemd van het lijf gevraagd. Dat begint met het verzoek een uitgebreid cv en een VOG te overleggen, alsook een uittreksel uit het BKR dat moet aangeven of er al dan niet sprake is van schuldposities. Vervolgens krijgt de kandidaat ter beantwoording een vragenlijst waarin onder andere wordt gevraagd naar zijn of haar financiële belangen, betrekkingen van een eventuele partner en eerste lijn familieleden.

Ook zijn er vragen die zijn gericht op in hoeverre ze chantabel zijn. Dat kan zijn vanwege verhoudingen, schulden, foto’s die ooit zijn verstuurd, en uitingen op sociale media. Wat dat laatste betreft wordt ook een mediascan gemaakt. Vervolgens worden de kandidaten onderworpen aan een diepte-interview, waarin nader op de antwoorden wordt ingegaan. Onderdeel van dat interview is het omgaan met dilemma’s, gericht op bewustwording.

Bij elk risico dat uit het onderzoek naar boven komt, geven de onderzoekers meteen ook een aandachtspunt, advies of een oplossing mee hoe ermee om te gaan. Dat kan variëren van de aanbeveling een (deel van de) bestuurlijke portefeuille over te dragen aan een collega-wethouder tot het stoppen met bepaalde nevenfuncties. ‘Dat laatste advies hoeft vaak niet eens meer, omdat de meeste kandidaten daar op voorhand al naar hebben gehandeld’, zegt Vellekoop. ‘Maar,’ zo vult Van der Mark waarschuwend aan, ‘garanties dat er niets misgaat zijn niet te geven. Wat uiteindelijk wordt gedaan met de adviezen, weten we niet.’


Houvast met landelijke toets
Zo’n 15 bureaus roeren zich op de markt van de integriteitsscans, met Berenschot, Necker van Naem en Capra als de grootste partijen. Omdat veel van die bureaus met net weer iets andere standaarden werken, komt minister Ollongren van Binnenlandse Zaken dit najaar nog met een Basisscan Integriteit, zo kondigde zij twee weken geleden aan. Om tot die landelijke toets te komen zijn door het ministerie betrokkenen – zowel gebruikers als aanbieders van risicoanalyses – gevraagd naar wat mogelijke onderdelen van een scan zouden moeten zijn. De D66-bewindsvrouw wil de scan per se nog dit jaar klaar hebben, opdat de provincies en waterschappen er hun voordeel mee kunnen doen bij de verkiezingen in die bestuurslagen – 20 maart 2019.

Hans Oostendorp, directeur Necker van Naem ziet desgevraagd wel wat in een basisscan, omdat die houvast geeft bij de inzet van risicoanalyses integriteit. Hij gaat er dan wel vanuit dat zo’n basisscan niet alleen over de inhoud van een risicoanalyse gaat, maar ook over het proces. ‘Wie heeft bijvoorbeeld welke informatie op welk moment? Daarin staan veel opties open en het is goed om daar inzicht te hebben zodat decentrale overheden heel bewust een keuze maken voor een bepaalde route. Ik bespeur een grote behoefte aan meer proceshandvatten en duidelijkheid over rollen en bevoegdheden van betrokkenen bij risicoanalyses’, aldus Oostendorp. Volgens Jan Blanke van Capra kan het nut van de landelijke toets zijn dat er meer eenheid komt in en duidelijkheid over de scans. ‘Nu zijn er nog organisaties die onderzoeken uitvoeren zonder enige juridische basis’, zegt hij.

De hamvraag is of de bureaus met de basisscan aan de slag gaan? ‘Ons bureau, en een paar andere bureaus, hebben degelijke werkwijzen ontwikkeld en, vaak honderden keren, ingezet voor risicoanalyses integriteit. Zo voerden wij rond de raadsverkiezingen voor meer dan 60 gemeenten de risicoanalyses van (kandidaat-)wethouders uit. De minister beoogt met de basisscan een ondergrens neer te leggen voor de kwaliteit. Daar voldoen wij dus sowieso aan, en zullen daarin ook wel verder gaan dan de basis die straks wordt neergelegd. De minister maakt dus van de bestaande praktijk, zoals die door de grote spelers wordt toegepast, de norm’, zegt Oostendorp. Blanken: ‘Wij hebben ons van begin af aan toegespitst op scans die volledig aansluiten bij het wettelijk kader. De basisscan, zoals door de minister voorgestaan, sluit volledig aan bij ons product.’

Een verplichting, waarmee Ollongren aanvankelijk schermde, is volgens Blanken niet nodig, nog los van de vraag of dat juridisch haalbaar is. ‘Immers, als de kandidaat bestuurder niet meewerkt aan de scan, kan dat consequenties hebben voor zijn eventuele benoeming. In de meeste gevallen zal deze niet plaatsvinden. Uiteindelijk is het aan het orgaan van volksvertegenwoordigers (bijvoorbeeld de raad) hierover een standpunt te bepalen. Dat lijkt me geen zaak voor de rechter’, zegt hij.


Burgemeester opdrachtgever
De opdrachtgever tot de integriteitsscan was in de meeste gevallen de burgemeester, heel soms de gemeenteraad en een enkele keer de formateur. De burgemeester hield de rapportages meestal bij zich. Die meldt de algemene conclusie vervolgens aan de raad, het presidium of de commissie geloofsbrieven, maar niet de risico’s/aandachtspunten en daarbij passende aanbevelingen. Berenschot screende in opdracht in drie gemeenten alle raadsleden op integriteit. De meeste raadsleden kregen adviezen ter vermindering van integriteitsrisico’s mede gericht op bewustwording.


Afbeelding


Afbeelding


(klik op de afbeelding voor een vergroting)

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.