of 59250 LinkedIn

Schijnwerelden

Wandelend door de gangen van een departement of een gemeentehuis, lijkt het vaak genoeg op elk willekeurig ander kantoorgebouw. Het stadhuis zou zomaar een verzekeringsmaatschappij of het hoofdkantoor van een grootgrutter kunnen zijn. 

Wandelend door de gangen van een departement of een gemeentehuis, lijkt het vaak genoeg op elk willekeurig ander kantoorgebouw. Het stadhuis zou zomaar een verzekeringsmaatschappij of het hoofdkantoor van een grootgrutter kunnen zijn. 

Aanklacht tegen managementjargon

De Rotterdamse oud-hoogleraar Arthur Ringeling snapt dat. De bestuurskunde heeft immers decennialang haar best gedaan om het politieke ver weg van zich te houden, stelt Ringeling in zijn nieuwste boek Public administration as a study of the Public Sphere. De Weberiaanse waterscheiding is wat hem betreft te ver doorgeschoten. Gevolg: beleidsambtenaren blijken zich niet meer bewust van het politieke karakter van hun werk — en de bestuurstheorie lijkt meer op management dan op het dienen van de publieke zaak.

Ooit was de scheiding logisch. In de naoorlogse bestuurswetenschappen leek het ’t beste om weg te blijven van het politieke debat. Het idee van de welvaartsstaat kon zo mooi de verschillen in politieke stromingen huisvesten – de maakbaarheid van de sociaaldemocratie paste ambtelijk gezien goed bij het subsidiariteitsbeginsel van de christendemocratie of de eigen ver antwoordelijkheid van het liberalisme. Toch bleek het meer onafhankelijk maken van beleid ook z’n nadelen te hebben. Politieke bestuurders bleken maar slecht in staat om de maatschappelijke waarden die in de democratie de hoofdrol moesten spelen over te dragen aan hun ambtelijke staf.

Vast omdat ministers en wethouders nu eenmaal meer tijd doorbrengen met beleidsmakers dan met hun opdrachtgevers, namen ze de politiek-arme beleidstaal snel van hen over. De burger werd klant, het beleidsjargon werd efficiency. De afstand tussen de democratisch bestuur en publieke dienstverlening werd groter en groter, analyseert Ringeling. ‘Managers bij de overheid gingen de politiek steeds meer als lastpak zien’, schrijft hij.

Mis ging het helemaal toen eind vorige eeuw de beleidstaal verrassend genoeg ook door politici werd overgenomen. In plaats van het pakken van het politiek opdrachtgeverschap moesten partijen en hun vertegenwoordigers de ‘ideologische veren afschudden’. Volksvertegenwoordingers werden steevast schaduw-ambtenaren. Hoewel volksvertegenwoordigers daar hun eigen verantwoordelijkheid in hebben, spreekt Ringeling vooral zijn vakgenoten in de bestuurskunde aan. Daar is een andere taal nodig dan managementjargon, vindt hij. Hij analyseert op innemende toon niet alleen hoe het zo ver heeft kunnen komen, maar ook hoe een transformatie de andere kant op kan gaan werken. Besturen moet weer politiek worden.

Public administration as a study of the public sphere, Arthur Ringeling Eleven International Publishing 2017 318 pagina’s € 49,00

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Norman Waalre op
Veel ambtenaren moeten dringend leren, om begrijpelijk Nederlands te spreken en schrijven. Hun taal moet ook begrijpelijk zijn voor (oudere) burgers met taal- en leerproblemen. Onbegrijpelijk ambtelijk jargon is een vorm van bureaucratisch geweld en onderdrukking. Het leidt tot misverstanden, wantrouwen en conflicten, en schept een gapende kloof tussen overheid en burgers.