of 60715 LinkedIn

Ruim 1 op de 10 wethouders sneuvelt in 2019

© Shutterstock
© Shutterstock

Het eerste volledige jaar van de collegeperiode 2018-2022 werd voor wethouders een heftig jaar: 126 kwamen er in 2019 als gevolg van een vertrouwensbreuk politiek ten val. Daarnaast waren er 75 wethouders die om uiteenlopende redenen stopten, zoals een benoeming tot burgemeester of gedeputeerde dan wel vanwege gezondheidsproblemen.

De cijfers van het Wethoudersonderzoek 2019, uitgevoerd door DeCollegetafel in opdracht van Binnenlands Bestuur, laten zien dat er in 2019 vier wethouders per week ten val kwamen of stopten met het wethouderschap. Het aantal van 126 wethouders dat tijdelijk of definitief ten val kwam als gevolg van een politieke vertrouwensbreuk is bijna het hoogste aantal sinds de invoering van de dualisering in 2002. Alleen het jaar 2004 scoort met 157 tijdelijk of definitief gevallen wethouders nog hoger.

Nooit eerder sinds de invoering van de dualisering in 2002 kwamen er direct in het eerste volledige jaar na de collegevorming zo veel wethouders ten val door een politieke vertrouwensbreuk. In het eerste jaar (2003, 2007, 2011 en 2015) schommelde dat aantal tussen 77 (2007) en 91 (2011). De meeste ‘slachtoffers’ zijn lid van een lokale politieke partij: 39 wethouders, gevolgd door 24 wethouders van de VVD. Maar wanneer het aantal gevallen wethouders wordt vergeleken met het aantal wethouders dat elke partij heeft, scoort GroenLinks de meeste gevallen wethouders, gevolgd door D66, PvdA en VVD. Op deze wijze geteld staan de lokale wethouders pas op de vijfde plaats. Is het optreden van wethouders zelf voor het ongekend hoge aantal gevallenen verantwoordelijk? Nee. Bij het verklaren van de valpartijen is er het gebruikelijke aantal van zo’n twintig wethouders dat van het pluche verdween als gevolg van persoonlijke fouten.

Het meest voorkomend is daarbij een falende bestuursstijl en niet-integer gedrag of handelen. Spraakmakende kwesties zijn het ten val komen van de Haagse wethouders Richard de Mos en Rachid Guernaoui (beiden Groep de Mos) vanwege de verdenking van vriendjespolitiek en mogelijke corruptie, de Rotterdamse wethouder Adriaan Visser (D66) omdat hij een geheime presentatie over een vastgoedproject naar de media lekte en de Diemense wethouder Jorrit Nuijens (GroenLinks) om zijn verzet tegen een arrestatie door de politie pal voor het Amsterdamse stadhuis.

Verstoorde verhouding
De verklaring voor het hoge aantal wethouders dat in 2019 tijdelijk of definitief tussen de wielen kwam, zit in verstoorde verhoudingen in de coalitie of een inhoudelijke breuk in de coalitie over de aanpak van een bepaalde kwestie. Veel hoeft er dan niet fout te gaan of de inhoud is niet meer het strijdpunt maar de persoonlijke verhoudingen en de ruimte om elkaar wat te gunnen.

Wie de kwesties in 26 gemeenten die met een coalitiebreuk zijn geconfronteerd nader beschouwt, kan vaststellen dat financiële problemen een belangrijke aanleiding waren voor coalitiebreuken. Oplopende financiële tekorten, stijgende zorgkosten, hoge kosten voor de jeugdzorg, de noodzaak tot bezuinigingen. Het zijn allemaal problemen die in Arnhem, Assen, Bunschoten, Loon op Zand en Oldambt de verschillen tussen oude en mogelijk nieuwe coalitiepartijen zichtbaar maakten.

In Arnhem leidt het na een zomerlange crisis tot een bijzondere oplossing: alle coalitiepartijen (GroenLinks, VVD, PvdA en D66) en alle wethouders gaan na diverse informatie- en formatiepogingen weer gewoon aan de slag alsof er geen breuk is geweest over de omvang van de te treffen bezuinigingen.

Inhoudelijk debat
Een breuk in de coalitie is niet verboden, het hoort zelfs bij het inhoudelijke democratische debat. Zo ontstaat er in Rijswijk een onoverbrugbaar verschil tussen VVD en GroenLinks over het tempo van te nemen klimaatmaatregelen. De breuk leidt ertoe dat beide partijen uit het college verdwijnen. In Steenbergen verlaat de VVD het college vanwege onenigheid over het plaatsen van windmolens.

In Westerveld leidt het tempo om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de lelieteelt aan te pakken tot verdeeldheid in Progressief Westerveld, een samenwerking van GroenLinks en D66. Maar na opstappen van wethouder Wilfried de Jong, die niet zo snel de lelieteelt wil aanpakken als zijn fractie, escaleert de crisis tot een coalitiebreuk. De coalitiepartners zien het niet meer zitten en er komen pas na drie maanden van overleg en praten met behulp van hoogleraar Michiel Herweijer een nieuwe coalitie overeen zonder de grootste partij van de Drentse gemeente.

Onoverkomelijk
Verstoorde persoonlijke verhoudingen tussen de leiders van coalitiepartijen, en soms ook tussen wethouders, vormen de belangrijkste oorzaak voor het grote aantal valpartijen van wethouders in 2019. In gemeenten als Almere, Brummen, De Ronde Venen, Leiderdorp, Winterswijk en Zaan stad ontstaan er, zoals in Westerveld aanvankelijk, onoverkomelijke problemen tussen de lokale hoofdrolspelers. Die uiten zich in verschillende vormen. Ergernis over het eigenzinnige gedrag van een coalitiepartner om zonder overleg een wethouderskandidaat voor te dragen (Almere). Irritatie en boosheid over het optreden van een wethouder (De Ronde Venen, Zaanstad), maar ook over wie met wie een coalitie mag vormen (Brummen, Leiderdorp) en of dat een exclusief voorrecht is van de grootste partij (Winterswijk).

Tegen de achtergrond van de toegenomen differentiatie van de gemeenteraden in de afgelopen vijf raadsverkiezingen ligt het voor de hand de fragmentatie van de raad als de verklaring voor het grote aantal coalitiebreuken aan te wijzen. Maar voor overhaaste conclusies moet worden gewaarschuwd. Slechts in 10 van de 26 gemeenten met een coalitiebreuk is het aantal raadsfracties na de raadsverkiezingen van 2018 gestegen; in de andere 16 gemeenten bleef het aantal raadsfracties hetzelfde of werd zelfs kleiner.

Wat ook opvalt, is dat de colleges in deze 26 gemeenten – op twee uitzonderingen na – een relatief, normale formatie kenden na de raadsverkiezingen van 2018. Alleen Krimpen aan den IJssel en Staphorst hadden duidelijk meer tijd nodig. De moeizame formatie van het nieuwe college in Krimpen, dat vlak voor Kerst 2019 ten val is gekomen, was pas na meer dan drie maanden rond. Staphorst behoorde in 2018 tot de laatste gemeenten met een nieuw college, vooral omdat er zes weken lang werd gebakkeleid over de poppetjes. Juist de mate van integriteit van één van de nog zittende wethouders is in de Overijsselse gemeente onderwerp van een al sinds de zomer durend politiek steekspel.

Onvermogen
De fragmentatie van de gemeenteraad met heel veel kleine fracties wreekt zich wel als het aankomt op mogelijkheden om breuken te lijmen of tot nieuwe coalities te komen. Het vormen van nieuwe coalities in het overgrote deel van de betreffende 26 gemeenten kost enkele maanden. Soms heeft het zelfs aan het einde van jaar nog geen resultaat opgeleverd, zoals in Almere, Buren, Oldambt en Sittard-Geleen (zie kader).

Het betrekken van de stellingen wat elke partij wil en wenst gaat snel en gemakkelijk. Maar het vermogen in een gefragmenteerd landschap om gezamenlijk tot collegiale afspraken te komen hoe knelpunten in de lokale samenleving in de rest van de college- en raadsperiode aan te pakken, blijkt een stuk lastiger.

Bergen (NH) spant daarbij de kroon. Na een drie maanden durende formatie van een nieuwe coalitie trekt Behoorlijk Bestuur Bergen zich nog voor de zomer terug, houdt GroenLinks het in de herfst voor gezien en verdwijnt vlak voor Kerst met VVD’er Jan Houtebos de laatste van de oorspronkelijke wethouders. “Afgelopen zomer is geprobeerd om de verschillen met een formatieakkoord op te lossen. Daarbij spraken partijen af het verleden te laten rusten. Alle oud zeer ging diep in een bureaulade en iedereen zou zich voortaan voor honderd procent gaan inzetten voor Bergen en de Bergenaren. Maar de laden gingen toch weer open. Ik vertrek vanwege de krankzinnige bestuurscultuur, maar Bergen zelf is een prachtige gemeente”, aldus de opgestapte GroenLinks-wethouder Yolan Koster.


Maanden puzzelen op nieuwe coalitie
Het vinden van een nieuwe coalitie na een valpartij kost, zo laten de coalitiebreuken in 26 gemeenten in 2019 zien, soms bijna een half jaar. Een van de redenen zou zijn dat er geen tussentijdse raadsverkiezingen mogelijk zijn.

Scherpenzeel is de enige van de 26 gemeenten met een coalitiebreuk in 2019 waar binnen enkele dagen de bordjes zijn verhangen. Wanneer GBS-wethouder Henny van Dijk door haar collega’s van ChristenUnie en PRO de wacht wordt aangezegd, omdat haar partij kiest voor zelfstandigheid, wordt er enkele dagen later door GBS een nieuwe coalitie gevormd met oppositiepartij SGP, tot verbijstering van ChristenUnie en PRO. In alle andere gevallen kost het flink wat tijd om de breuk te repareren of in het versplinterde landschap een nieuwe coalitie te formeren. De puzzelstukjes moeten telkens opnieuw worden gelegd omdat het vinden van een nieuwe coalitie een zaak is van de zittende raadsfracties, zoals die zijn gekozen bij de laatste raadsverkiezingen. De wet verbiedt de mogelijkheid om de raad te ontbinden en nieuwe raadsverkiezingen uit te schrijven om het conflict aan de kiezer voor te leggen.

In Sittard-Geleen wordt er daarom al een half jaar gepuzzeld op het vinden van een werkbare, nieuwe meerderheid. De versplintering van het politieke landschap in de Limburgse stad – met het verdwijnen van de SP uit de raad en diverse afsplitsingen – speelt daarbij een belangrijke rol, maar het is niet de enige factor. Zo is de formatie fors vertraagd omdat het CDA zich aanvankelijk tegen een nieuw college uitsprak met GOB-voorman Pieter Meekels die al sinds 2006 met zijn fractie Geloofwaardig, Open, Betrouwbaar (GOB) in de Limburgse stad politiek aan het roer staat.

Ook het vinden van een nieuwe coalitie in Oldambt kost door de versplintering van het politieke landschap vier maanden, onder meer door een afsplitsing in de PvdA-fractie die de vorming van een nieuwe coalitie verhinderde. In ruim de helft van de 26 gemeenten is aan het einde van het jaar, vaak na vele maanden, toch een nieuwe coalitie geformeerd. Daardoor keert een 42-tal tijdelijk ten val gekomen wethouders terug in een nieuw college. Of tussentijdse verkiezingen, zoals de Tweede Kamer dat wil, een oplossing zijn voor het probleem van dergelijke langdurige coalitiebreuken is de vraag. Verkiezingen bieden geen zekerheid over een andere samenstelling van de gemeenteraad en vergen ook de nodige voorbereidingstijd.


Klik hier voor de lijst van gevallen wethouders


Verantwoording 
Het onderzoek is uitgevoerd door DeCollegetafel in opdracht van Binnenlands Bestuur. De gegevens zijn verzameld op basis van publicaties op websites van dagbladen, nieuwsmedia, politieke partijen en alle gemeenten. Voor meer informatie, zie: www.decollegetafel.nl


Afbeelding

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.