of 59147 LinkedIn

Raad eerst het klasje in

Raadsleden worden met speciale inwerkprogramma’s klaargestoomd voor de komende vier jaar. Er is nadrukkelijk aandacht voor integriteit, de Omgevingswet en regionalisering, zo blijkt uit een rondgang langs griffiers.

Raadsleden worden met speciale inwerkprogramma’s klaargestoomd voor de komende vier jaar. Er is nadrukkelijk aandacht voor integriteit, de Omgevingswet en regionalisering, zo blijkt uit een rondgang langs griffiers.

Inwerkprogramma nieuwe gemeenteraadsleden

‘Ik heb de indruk dat het intensiever is geworden. De behoefte bij raadsleden is groter’, zegt de Apeldoornse griffier Arjan Oudbier. ‘In 2014 hebben we natuurlijk het sociaal domein gehad. Dat komt nu ook weer terug. Er zijn meer bevoegdheden bij raadsleden komen te liggen dan een aantal jaar geleden. Deze periode gaat de Omgevingswet spelen, maar ook regionalisering maakt het werk ingewikkelder. Daardoor kun je wel zeggen dat het introductieprogramma steviger is geworden.’

Het aanbod van Apeldoorn is divers en bedoeld voor zowel ‘oude’ als nieuwe raadsleden. ‘We beginnen met de meest basale onderwerpen; zaken die later kunnen, verschuiven we naar verderop in het jaar, zoals debattraining.’ De werkwijze van de raad en de rollen en instrumenten die raadsleden hebben, komen direct aan bod. En raadsleden worden al snel meegenomen in de planning- en controlcylus. Gevraagd naar de top drie inwerkthema’s staat het functioneren van de raad op één, gevolgd door de ontwikkelingen rondom de Omgevingswet en regionalisering.

‘Op steeds meer terreinen wordt regionaal samengewerkt. Dan zit je als raad op afstand, er is sprake van verlengd lokaal bestuur. Hoe werkt dat, hoe kun je contact hebben met je collega’s in andere gemeenten, hoe kun je kaders stellen en scherper aan de wind zeilen als het gaat om voorstellen die op regionaal niveau spelen’, verduidelijkt Oudbier. De top drie wordt, wat hem betreft, afgesloten met debatteren, omgaan met de media en het herkennen van ondermijning.

Mini-colleges
Almere en Lochem kiezen er met hun inwerkprogramma’s bewust voor dat raadsleden een vliegende start kunnen maken, maar ook dat ze niet meteen worden overvoerd met informatie. ‘Het vakmanschap van raadsleden moet veel meer aandacht krijgen, zonder dat het leidt tot taakverzwaring en tijdvermeerdering’, vindt de Almeerse griffier Jan Dirk Pruim. ‘Wij hebben een lijn ontwikkeld waarin we het vakmanschap voeden door het in het werk te vermengen. Als een onderwerp gaat spelen, organiseren we een paar weken daarvoor een politieke markt.’ Raadsleden worden dus niet meteen platgebombardeerd met informatie over inhoudelijke dossiers. Gedurende het politieke jaar worden informatiebijeenkomsten belegd over specifieke thema’s, een paar weken voordat het onderwerp op de politieke agenda staat. ‘Eerder deden we dat niet en dan worden de informatiebijeenkomsten ervaren als iets dat er bij komt. We proberen de informatie echt in de vergaderstructuur te brengen’, aldus Pruim.

Daarnaast wordt samen met een aantal andere 100.000plus-gemeenten gekeken of basiskennis digitaal kan worden aangeboden. Het plan is om mini-colleges van vijf minuten te maken ‘die raadsleden op een moment dat het hen past kunnen bekijken. Wat is een motie, wat is een amendement, hoe dien ik dat in, waar moet het aan voldoen, hoe loopt de vergadering, wat moet ik weten als basis van de Gemeentewet. Het is handig om dat zo nu en dan te kunnen terugkijken. Er is een bepaalde gêne om te zeggen: goh, ik was eigenlijk vergeten hoe dat ook al weer werkt. Dat kun je hier een beetje mee ondervangen.’ Nieuwe raadsleden in Almere hoeven niet bang te zijn om in het diepe te worden gegooid. Kandidaat-raadsleden hebben voor de verkiezingen al een lesje met de ‘basics’ gehad. ‘Wat heb je nodig om goed te kunnen starten en gelijk aan de slag te kunnen’, aldus Pruim.

Daarnaast gaat de nieuwe raad begin april twee dagen ‘de hei op’, waarbij de eerste studiedag wordt besteed aan praktische zaken als het vergadersysteem, het RaadsInformatieSysteem (RIS), de griffie en de raadsinstrumenten. ‘De tweede dag gaan we met name contacten leggen met maatschappelijke instellingen.’ Tijdens die studiedagen wordt expliciet aandacht besteed aan het agressieprotocol en integriteit. ‘Dat krijgt meer gewicht. Het is waardevol het daar over te hebben, het bewustzijn daarover te vergroten.’

Vliegende start
‘We agenderen een aantal onderwerpen meteen na de installatie van de nieuwe raad en plannen een aantal verdiepende bijeenkomsten later in het jaar. Dan is er meer ruimte, ook in het hoofd’, zegt de Lochemse griffier Miranda Veenbergen. In april, als de politiek nog niet op volle toeren draait, komen de vergaderstructuur, de raadsinstrumenten en het papierloos vergaderen in Lochem aan bod. Op een tweede bijeenkomst gaat het over diverse financiële onderwerpen, inclusief de verbonden partijen. ‘In mei/juni komen daar de begrotingen van. We gaan dan in op welke rol raadslid bij die verbonden partijen hebben’, aldus Veenbergen.

Aan de kennismaking met de organisatie en de verhouding tussen de raad en de ambtelijke organisatie wordt een derde bijeenkomst gespendeerd. In juni komt de Omgevingswet in een aparte bijeenkomst aan bod, in september de wijze waarop je burgers meer bij de besluitvorming kunt betrekken. In die maand is er ook expliciet aandacht aan integriteit en ondermijning. Voor de begrotingsbehandeling is een verdiepende financiële bijeenkomst gepland. ‘Dan gaan we daar echt voor zitten.’

Zeist heeft er, samen met dertien andere Utrechtse gemeenten, al een inwerkprogramma op zitten. In januari en februari volgden 200 (kandidaat)raadsleden een of meerdere bijeenkomsten waarin onder meer de werking van de gemeente en de gemeentelijke politiek aan bod kwamen. ‘Ook werd al geoefend met het opstellen van moties en amendementen’, zegt Johan Janssen, griffier in Zeist. In 2010 begonnen vier gemeenten met het verzorgen van deze ‘vliegende start’, inmiddels is dat aantal uitgegroeid tot veertien. Een van de pluspunten van de samenwerking tussen de veertien gemeenten is dat (kandidaat) raadsleden uit verschillende gemeente elkaar ontmoeten, vindt Janssen. ‘Gezien de regionalisering is dat niet onbelangrijk. Als raadslid krijg je zo een veel breder beeld. Dat is echt een meerwaarde.’ Alle Utrechtse gemeenten hebben daarnaast ook nog hun eigen inwerkprogramma.

Snellezen
De gemeente Nederweert heeft een vrij beperkt inwerkprogramma. In twee avonden komt in sneltreinvaart een keur aan onderwerpen voorbij. ‘Wellicht komen er vanuit de raad vragen voor verdieping. Daar komt dan in de loop van het jaar extra aandacht voor’, aldus griffier Esther Schrier.

De gemeente Sluis geeft het inwerkprogramma definitief vorm aan de hand van de uitslag. ‘Als er veel nieuwelingen zijn, ziet het inwerkprogramma er anders uit dan als er veel ‘oude’ raadsleden terugkomen’, aldus griffier Paul Claeijs. Het bestaat in principe uit drie onderdelen. Daaronder een intern inwerkprogramma over basisvaardigheden voor raadsleden, over inhoudelijke informatie over grote dossiers en aandacht voor integriteit. Het tweede onderdeel gaat over grip op gemeenschappelijke regelingen, waarin de raden van Sluis, Hulst en Terneuzen samen worden meegenomen. ‘Tot slot inventariseren we de behoefte aan bijvoorbeeld debattraining of snellezen.’

In Venray krijgen de raadsleden geen training over de rollen en instrumenten voor raadsleden. ‘We hebben zelf een digitaal handhoek gemaakt waarin onder meer de werking van de raad en de instrumenten van de raad worden uitgelegd. Raadsleden kunnen dan doorklikken naar bijvoorbeeld een format voor een amendement of een motie’, legt raadsadviseur Erwin Bongaerts uit. In de periode vanaf het moment dat de raadsleden zijn gekozen, zijn er tot medio juni wel tal van bijeenkomsten om de (nieuwe) raadsleden onder meer kennis te laten maken met de organisatie, hen te informeren over majeure onderwerpen en het over diverse aspecten van communicatie te hebben. Begin juni is er een tweedaagse ‘op de hei’ waar raad en college naast een informeel deel, over tal van zaken worden geïnformeerd.

Mediagebruik
Een aantal griffiers ziet wel veranderingen ten opzichte van 2014. Integriteit en regionalisering zijn thema’s die nadrukkelijker dan vier jaar geleden terugkomen in de inwerkprogramma’s dan voorheen, blijkt uit gesprekken met griffiers vanuit onder meer Apeldoorn, Almere, Doesburg, Zeist en Lochem. Andere griffiers, zoals die van Utrecht en Sluis, stellen dat integriteit ook vier jaar geleden een plekje in het inwerkprogramma had. Janssen (Zeist) herkent het beeld van zijn Apeldoornse collega Oudbier dat het inwerkprogramma intensiever is geworden.

‘We kregen terug dat raadsleden een jaar nodig hebben om er een beetje in te komen. We willen ze beter op weg helpen.’ Als ‘oude rot’ in het vak ziet Oudbier dat het inwerkprogramma vroeger meer technisch was. ‘Het ging over wet- en regelgeving, over debatteren en over de instrumenten die je als raad hebt. Die aandacht is er nu ook, maar omdat de buitenwacht zich sterker manifesteert, en dat geldt ook voor die nieuwe wetgeving en mediagebruik, is het veel meer divers.’

De Barendrechtse griffier Geke Figge stelt ook dat de start ten opzichte van 2014 minder instrumenteel is. Er wordt gestart met een tweedaagse, waar het thema ‘wat voor raad willen we zijn’ centraal staat. In de periode daarna komen inhoudelijke onderwerpen aan bod. De andere houding en gedrag van raadsleden ten opzichte van de samenleving noemt Janssen als verandering ten opzichte van 2014. ‘Nu wordt beleid veel meer in samenspraak met de samenleving gemaakt. Hoe gaan we als raad onze rol vervullen en hoe geven we de participatie met de samenleving vorm. Dat staat nu echt heel centraal’, aldus Janssen.


Digitaal leerplatform
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten, Raadslid.nu, de Vereniging van Griffiers (VvG) en het ministerie van Binnenlandse Zaken hebben samen voor raadsleden een basis scholings- en professionaliseringsaanbod ontwikkeld. Via de griffiers zijn modules beschikbaar gesteld voor een vernieuwd inwerkprogramma. Direct na 21 maart kunnen raadsleden op een nieuw digitaal leerplatform informatie en verdiepende kennis vinden die voor het raadswerk belangrijk is. Er zal onder meer informatie te vinden zijn over rollen en instrumenten, integriteit en weerbaarheid, regionale samenwerking, sociaal domein, burger- en overheidsparticipatie, veiligheid en de Omgevingswet. De informatie wordt via een openbare website ontsloten, maar ook via de raadsinformatiesystemen. Het digitale aanbod wordt de komende jaren uitgebreid.


Afbeelding

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.