of 64621 LinkedIn

‘Raad bedreigt rekenkamer’

© Shutterstock
© Shutterstock

Tegenmacht door de gemeenteraad is een farce, maar dat moeten raden zichzelf verwijten. Door de rekenkamer te negeren, bouwen ze een structurele informatieachterstand op. ‘Gemeenteraden kennen hun eigenbelang niet’, zegt emeritus hoogleraar Harrie Verbon.

Griffie zou tegenmacht moeten organiseren

Waarom hebben de Griekse goden Sisyfus eigenlijk geen lid gemaakt van de rekenkamer? Van de steen die hij de berg opduwt, weet Sisyfus in ieder geval zeker dat hij er op de top weer vanaf rolt. Nooit een illusie armer. Bij de rekenkamer is er altijd de hoop dat de noeste arbeid zoden aan de dijk zet. Die ijdel blijkt, omdat de aanbevelingen die zijn overgenomen door de gemeenteraad niet door het college en de ambtenaren worden nageleefd en de raad genoegen blijft nemen met te late, onvolledige en onjuiste informatie. ‘Dat is soms best frustrerend, maar het is geen Sisyfusarbeid. De rekenkamer is essentieel voor het controleren van de macht’, zegt rekenkamerlid in Midden-Brabant Harrie Verbon (70).

Het is spijtig dat raadsleden dat niet (zo) zien, vindt emeritus hoogleraar openbare financiën en sociale zekerheid aan de Universiteit van Tilburg Verbon. Gemeentebesturen en ambtenaren zien dat best, maar zullen als het ze uitkomt proberen de rekenkamer te negeren. Harrie Verbon was van 2009 tot vorige maand lid van de Tilburgse rekenkamer en is sinds begin vorig jaar lid van de rekenkamer Midden-Brabant (Dongen, Goirle en Loon op Zand).

Verbon: ‘Ik las laatst in de Volkskrant een opiniebijdrage van PvdA-raadslid Paul Klaver in Roosendaal en ex-raadslid in Breda, Statenlid in Brabant en Kamerlid Henk Leenders. Zij vinden de controlerende taak van raadsleden een farce. De balans tussen de uitvoerende macht en de controlerende macht is zoek. Gebrek aan informatie is volgens het tweetal één van de belangrijkste redenen waarom de raad het bestuur niet kan controleren.’ Verbon leest de opiniebijdrage van begin tot eind, maar mist iets. Eroverheen gelezen? Hij leest het artikel nog een keer. Nee hoor, de rekenkamer wordt niet genoemd. ‘Het is tekenend dat Klaver en Leenders de steunpilaar van de raad niet noemen. Vreemd en slecht. De rekenkamer is nu juist bedoeld om de raad te ondersteunen op vaak specialistische onderwerpen. De omissie van Klaver en Leenders is een illustratie van de onderwaardering van de rekenkamer door gemeenteraden’, zegt rekenkamerlid Verbon.

Niet goed
Gemeenteraden gebruiken de rekenkamer soms helemaal niet en veel vaker niet goed, ervaart Verbon. ‘En dat terwijl er alle reden is om de rekenkamer te gebruiken om het bestuur én de ambtenaren te controleren. Uit ieder rekenkameronderzoek blijkt dat de informatie vanuit B&W niet in orde is. Niet volledig, niet tijdig, onjuist, gekleurd. Dat geldt voor alle beleidsonderwerpen, maar de grote zijn het ergst. De rekenkamer zegt: zorg ervoor dat informatie deugt. Doe dat op die en die manier. De raad zegt: prima en vervolgens wordt er niets gedaan. Komt het volgende rapport over een nieuw project: zelfde laken een pak.’

De griffie zou de gemeenteraad bij de les moeten houden, vindt Verbon. ‘In het artikel van Klaver en Leenders geeft de griffie alleen procedurele ondersteuning. Dat is helemaal fout. Griffies zorgen ervoor dat de stukken op tijd zijn en dat de raadsvergaderingen goed verlopen, maar eigenlijk zouden zij ook de informatie van het bestuur moeten controleren. Griffiers zijn geen rekenmeesters, maar ze zouden wél kunnen kijken of de aangenomen aanbevelingen van de rekenkamer worden nageleefd.

In Tilburg gebeurde dat niet. Daar werd handjeklap gespeeld met de macht. Ik doe nu in Midden-Brabant de gemeente Goirle. Daar is de griffie zoals ze moet zijn. Ik zie de innigheid tussen raad en college in Tilburg niet in Goirle. Dat heeft ook te maken met de positie van de griffie. Het is helemaal wat de griffier ervan wil maken. Hij moet onafhankelijk durven zijn tegenover het college. In Tilburg was de griffier tot voor kort erg procedureel, maar de huidige griffier heeft de ambitie om meer tegenkracht te geven.’

Tegenmacht
De griffier zou veel meer dan nu, ‘in samenwerking met de rekenkamer’, een tegenmacht moeten vormen tegen de bestuurders en de ambtenaren, vindt emeritus hoogleraar en rekenkamerlid Verbon. ‘Paul Klaver en Henk Leenders schrijven dat de controlerende taak van de gemeenteraad een farce is. Dat klopt, maar dat heeft de gemeenteraad aan zichzelf te danken. Ze moeten de rekenkamer en de griffie goed gebruiken. Ambtenaren in grote steden weten veel meer dan raadsleden en ze weten ook meer dan de rekenkamer. Die overmacht blijft bestaan, maar door rekenkameronderzoek serieus te nemen en de aanbevelingen na te leven, beperk je wel de macht van de ambtenaren.’

De rol van de burgemeester is bepalend voor de houding ten opzichte van de rekenkamer, heeft Verbon in Tilburg ervaren. ‘De huidige burgemeester is voor een sterke rekenkamer. Zijn voorganger niet. De burgemeester blijft, tussen alle politieke strubbelingen en verkiezingen door. Zijn houding zet de toon. Hij zou als voorzitter van de gemeenteraad een rekenkamerrapport altijd enthousiast moeten verwelkomen. Hij zou er niet voor de macht moeten zitten, maar voor de burger.’

De Rotterdamse rekenkamer haalde vorig jaar uit 42 onderzoeken die ze tussen 2009 en 2019 uitvoerde, een aantal treurigmakende rode draden: Rotterdam is met haar plannen herhaaldelijk te overmoedig en neemt dan te veel (financiële) risico’s, gaat te veel uit van regels en heeft onvoldoende aandacht voor praktische uitvoeringsproblemen. Verbon: ‘Heel herkenbaar, maar ik zou er één aan willen toevoegen: naïviteit. De renovatie van de wijk Stappegoor in Tilburg is een mooi voorbeeld. Stappegoor moest het Papendal van het zuiden worden; over overmoed gesproken. B&W had met twee projectontwikkelaars afgesproken dat zij twee sporthallen zouden neerzetten. In ruil daarvoor mochten zij woningen bouwen.

Het project zou de gemeente niks kosten, maar dat liep anders. Dat wisten de projectontwikkelaars natuurlijk al lang. Dit moest toch nog hier van de gemeente, en dat daar. Allemaal meerwerk. Voor onvoorziene ontwikkelingen was in een intentieverklaring afgesproken dat ze er met elkaar uit zouden komen. Dat gebeurde ook; altijd ten koste van de gemeente. Het heeft miljoenen en miljoenen gekost.’

Overkapping
Een recenter voorbeeld van de naïviteit van het Tilburgse stadsbestuur, en zijn ambtenaren, is de ‘fancy’ overkapping van het nieuwe busstation. Verbon: ‘Ze wisten niet hoe dat technisch zat en hoeveel het zou kosten. Je zou denken: dan schakel je een ingenieursbureau in en laat dat berekenen. Als je het vervolgens aanbesteedt, dan weet je wat het gaat kosten. Dat deden ze niet. De bouwer die de aanbesteding kreeg, moest zelf maar kijken hoeveel het ging kosten. Lekker, toch? Wat zou jij doen met een blanco cheque? Weer een miljoenenoverschrijding. En het gebeurt niet alleen in een grote stad als Tilburg. In Loon op Zand hadden we ook een zaakje met sporthal De Werft. Ik wil maar zeggen: het gebeurt overal.’

Je zou ter verdediging van de raad kunnen zeggen: zo’n hippe overkapping zit in een groot miljoenenproject; wiens oog valt nou op één onderdeel? ‘Dat is zo, raadsleden zijn amateurpolitici. Ze hebben het al druk genoeg’, weet Harrie Verbon. ‘Maar je hebt ook raadsleden die helemaal niet zitten te wachten op kritische geluiden daarover van de rekenkamer. Waarom? Omdat in de gemeentepolitiek over het algemeen te weinig dualistisch wordt gedacht. In Tilburg was er geen dualisme. De banden tussen raadsleden en wethouders waren heel innig. Dat de wethouder tegen raadsleden zegt: “Jij moet dit doen.” Er wordt ook gedacht in coalitie en oppositie, en daarmee bedreigt de raad de rekenkamer. Als de rekenkamer meldt dat de informatie niet adequaat is, dan kom je aan het college en aan de coalitie. Dat willen ze niet, want dat is indirect gevaarlijk voor hun eigen carrière. Ik heb dat op een aantal belangrijke onderwerpen in Tilburg meegemaakt. Het sociaal domein bijvoorbeeld.

“Die informatie van de rekenkamer hebben we niet nodig, we maken het zelf wel uit”, werd in de raad gezegd. En het was het bekende verhaal: er wordt jullie niet verteld waarom de kosten zo uit de hand zijn gelopen.’ In diezelfde vergadering vond de oppositie de informatie van de rekenkamer juist essentieel, herinnert Verbon zich. ‘En zo komt de onafhankelijke rol van de rekenkamer in gevaar. Hij belandt midden in het spel van coalitie en oppositie. Maar de rekenkamer is geen politiek instrument. Hij rapporteert neutraal over onvolkomenheden in de uitvoering van beleid. Dergelijke rapportages moeten worden beschouwd als hulp voor betere beleidsuitvoering.’

Erg lastig
En de ambtenaren? ‘Die vinden een rekenkamer erg lastig. Ik begrijp dat wel. Zij gaan over langetermijninvesteringen, berekeningen, afschrijvingen, exploitatie. Ze weten hoe het zit en ze weten het altijd beter dan de bestuurders en de raad. En dan moeten ze opeens tekst en uitleg geven aan de rekenkamer. Dat knabbelt aan het informatie-overwicht dat ze in al die jaren hebben opgebouwd.’

De ambtenaren in het gemeentehuis weten volgens Verbon ook best waar ze het over hebben, maar de échte technische kennis zit bij de uitvoerders, de projectontwikkelaars en de aannemers. ‘En dan zegt een ambtenaar, via het college van B&W, tegen die uitvoerders: zoeken jullie het maar uit.’ En de bestuurders? ‘Die zien de rekenkamer nogal eens als spelbreker. Er is niets aan de hand, de informatie de ze de gemeenteraad hebben gegeven was in orde.

De rekenkamer is uitgepraat als de coalitiepartijen daarin meegaan. Je wordt dan machteloos gemaakt. In Tilburg pleitte ik ook wel voor een proactieve rekenkamer. Maar er is een dilemma: als je te proactief bent, dan bestaat het risico dat je in het politieke mijnenveld terechtkomt en ontploft. Maar als je te voorzichtig bent, dan geef je wel te weinig tegenmacht.’ Gemeenteraden maken van hun tegenmacht niet alleen een ‘farce’ door de rekenkamer te negeren, ze ondermijnen ook zijn onafhankelijkheid, zegt Verbon. ‘De rekenkamers worden bevolkt door ambtenaren. Dat is echt een probleem.

Hoe kun je volhouden dat de rekenkamer onafhankelijk is? Gaat een ambtenaar boos worden op een ambtenaar? De gemeenteraad benoemt de leden van de rekenkamer, maar weet kennelijk niet wat zijn eigenbelang is. De rekenkamer Midden-Brabant heeft een vacature omdat Hilvarenbeek erbij komt. Wie solliciteren? Ambtenaren.’ Verbon vertrok dit voorjaar samen met de voorzitter van de rekenkamer in Tilburg omdat hune termijnen erop zaten.

‘De twee andere leden moesten weer solliciteren bij de gemeenteraad. De niet-ambtenaar werd niet benoemd. Waarom? Geen idee, maar ik weet wel dat hij prima functioneerde. Er zit niet één onafhankelijke onderzoeker in de rekenkamer van Tilburg. Dat is toch bizar? Zegt de directeur ruimtelijk domein in Roosendaal, die lid is van de Tilburgse rekenkamer, tegen een collega in Tilburg dat hij de gemeenteraad een rad voor ogen draait? Zou de gemeentesecretaris van Sint-Michielsgestel dat tegen haar collega in Tilburg zeggen?’


CV
Harrie Verbon (Utrecht, 1951) studeerde tussen 1969 en 1976 economie en econometrie aan de UvA. Verbon was van 1973 tot 1989 wetenschappelijk medewerker aan de UvA. Hij promoveerde in 1988. In 1990 werd Verbon hoogleraar openbare financiën en sociale zekerheid aan de Universiteit van Tilburg. Van 2016 tot 2018 was hij er docent. Verbon was van 1993 tot 2000 lid van het bestuur van de stichting onderzoek van overheidsuitgaven. Van 2009 tot 2021 was hij lid van het bestuur van de rekenkamer Tilburg. Sinds 1 januari 2020 is Harrie Verbon lid van de rekenkamer Midden- Brabant (Dongen, Goirle en Loon op Zand).

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Vacatures

Klik hier voor alle vacatures

Van onze partners

Mystery Burger: de podcast

Even genoeg naar uw scherm gestaard?  Beluister vanaf nu de columns van de Mystery Burger als podcast!