of 59318 LinkedIn

‘Ondermijning begint op straat’

Ondermijning neemt de laatste tijd een vlucht. Hans Boutellier, deeltijdhoogleraar veiligheid & veerkracht en wetenschappelijk directeur van het Verwey-Jonker Instituut: ‘Het lokale gezag heeft geen overzicht meer.’

Ondermijning neemt de laatste tijd een vlucht. Hans Boutellier, deeltijdhoogleraar veiligheid & veerkracht en wetenschappelijk directeur van het Verwey-Jonker Instituut: ‘Het lokale gezag heeft geen overzicht meer.’

Interview met hoogleraar veiligheid & veerkracht Hans Boutellier

‘In plaats van over criminaliteit zijn we meer over veiligheid gaan denken’, verklaart Hans Boutellier zijn functie als deeltijdhoogleraar veiligheid & veerkracht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. ‘Je kunt er dan ook andere partijen bij betrekken. Criminaliteit verwijst naar het strafrecht, maar het veiligheidsperspectief is anders. Dat vraagt een preventieve, omgevingsgerichte kijk. Dan wordt de veerkracht van het systeem interessant. Je denkt niet alleen in reactie, maar ook in anticipatie en in de kwaliteit van het hele systeem. Hoe vang je klappen op voor ze vallen? Hoe reageer je op unknown unknowns? Het is dan zaak terug te veren en op basis van lerend vermogen het systeem te versterken. Pas je aan en maak een verbeterslag. De crisissituatie brengt een reactie teweeg, waardoor je de volgende keer de klap kunt voorkomen.’

‘Als we dan toch door de bril van de ondermijning gaan kijken, laat die dan wel de goede sterkte hebben’, schreef u afgelopen mei. Wat bedoelde u daarmee?
‘Eerst was er criminaliteitsbeheersing, toen veiligheidszorg en nu is er de doorontwikkeling naar ondermijning. Het punt is dat het een vaag begrip is. En wordt het niet overdreven? Daarom leg ik de nadruk op de goede sterkte. Je hebt het over de georganiseerde misdaad, hennepteelt, synthetische drugs, wapenhandel, illegale prostitutie, vrij zware criminele problematiek. Het lijken slachtofferloze delicten, maar de omvang is enorm. De vangsten zijn opvallend groot, maar er slibt ook veel doorheen. Maar mensen maken zich er niet zo’n zorgen over, want ze hebben er geen last van of profiteren ervan.’

Als dat zo is, is het dan wel een maatschappelijk probleem?
‘Ja, het maatschappelijk effect kan behoorlijk groot zijn. Kijk naar witwassen. Als het om miljarden drugsgeld gaat, moeten die worden weggezet. Daar spelen gigantische belangen. Ook liquidaties zijn vaak drugsgerelateerd. En een probleem is dat veel gewone mensen erin mee dreigen te gaan: boeren, recreatieparkhouders, makelaars, notarissen, straatjochies. Het is dus zeker een maatschappelijk probleem. Verder spelen economische motieven een rol. Nederland biedt een gelegenheidsstructuur. Een collega onderzocht de ‘integere haven’. Daar komen veel drugs binnen. En dan de morele kant: de gedoogcultuur, de mentaliteit van: wat maakt het eigenlijk uit? Ons krankzinnige wietbeleid van ‘wel voordeur, maar geen achterdeur’ creëert een moreel probleem. Hoe erg is het eigenlijk? Is het erg, omdat het niet mag? En waarom mag het eigenlijk niet?’

Waar komt ondermijning nog meer voor?
‘Religieus extremisme wordt onder ondermijning geschaard. In diverse gemeenten onderzoeken we ook hoe de jeugdcultuur zich ontwikkelt. Straatbendes zijn ouderwets, alles wordt meer digitaal. Je ziet cybercriminaliteit opkomen. Er is een verschuiving gaande: high impact crime (geweld, inbraken en roof) vermindert drastisch, terwijl hidden impact crime toeneemt. Het heeft nog steeds grote impact, maar wordt niet zo ervaren, zoals met dat witwassen. Dat geldt voor meer verschijnselen: salafisme, parallelle samenlevingen, buitengebieden die zich niet aan de wet houden, zie Kamp Oranje. Het lokale gezag heeft geen overzicht meer. Dat verklaart de populariteit van het begrip ondermijning. Er zijn allerlei processen, waarvan het bestuur het gevoel heeft er weinig grip op te hebben en het niet onder controle te krijgen. Dat past bij het maatschappelijk onbehagen en al die samenzweringstheorieën. Het is ongrijpbaar, onzichtbaar en oncontroleerbaar.’

Volgens de Amsterdamse ombudsman Arre Zuurmond moet naast de overheid ook de burger actiever zijn, via Burgernet, Meld Misdaad Anoniem. Een goed voorstel?
‘Op zich is burgerbetrokkenheid belangrijk, maar burgers willen wel ruggensteun. Ik maak vaak de vergelijking met een voetbalopstelling. Justitie staat in de goal en achterin staat de politie. Dan heb je een normatief middenveld met scholen, zorg, horeca met eigen doelstellingen. En dan voorin pas de burgers. Die hebben dus die ruggensteun nodig: van achteruit naar voren. Je kunt niet klakkeloos een appèl doen op burgers en op het sociaal domein zonder rugdekking. Zelfredzaam worden is voor burgers dan een klap in het gezicht. Er is serieuze problematiek, de burger moet er wat aan doen, maar het heeft vooral zin met een goede verdediging die het echt aanpakt.’

Of pikken burgers te vaak ook een graantje mee?
‘Zeker, maar de omvang is lastig te bepalen. In sommige wijken is dat een groot probleem. Je hebt het onderzoek Notoire straten over lokale inbedding van georganiseerde criminaliteit en de publicaties van Pieter Tops. Burgers zijn erbij betrokken en hebben dan weinig morele scrupules. We doen pilotprojecten naar de rol van burgers. Of ze weten niet waar het over gaat of ze geloven het niet of ze zien het niet. Of ze weten het wel, maar zijn onverschillig. En je hebt de profiteurs en degenen die ertegen in geweer komen. Het zou een nieuw hoofdstuk in de veiligheidsmonitor moeten zijn.’

U moet soms lachen om de ‘vaagpraat’ in ‘het veiligheidswereldje’: opeens heeft iedereen er verstand van. Is het een wereld die zichzelf in stand houdt?
‘Men praat elkaar wel veel na. Ondermijning is minder zichtbaar, dus een mooi onderwerp voor vaagpraat. Kennis en informatie erover is anekdotisch, niet heel systematisch, en de aanpak blijft te toevallig. Met de VU, het Verweij Jonker Instituut, TNO, de UvA, hogescholen en particuliere onderzoekers deden we een gezamenlijk voorstel in het kader van de Nationale Wetenschapsagenda. Een route daarbinnen is veerkrachtige samenlevingen. Een goede manier van wetenschap bedrijven, waarbij we op verschillende niveaus acteren.

We formuleren onderzoeksvragen vanuit nieuwsgierigheid, maar het is ook maatschappelijk relevant. We willen ook iemand die diepgaand onderzoek doet naar de historische ontwikkeling van criminaliteit en de opkomst van ondermijning. Het is een sensitizing concept dat mensen meeneemt. Ondermijning is een mobiliserende term, er is moeilijk zicht en grip op te krijgen. Maar het is ook politiek activerend en helpt financieel. Het verwijst wel naar reële problematiek, het is niet zomaar een spookbeeld.’

Criminele inkomsten zijn gigantisch, bedreigingen niet van de lucht. Burgemeesters moeten onderduiken, zoals nu weer burgemeester Wienen van Haarlem. Wat kunnen we daar het beste aan doen?
‘Dit zijn reële grote problemen, waar ondermijning aan refereert. Onderwerpen waar burgemeesters van wakker liggen. Dat kan infiltratie in de gemeenteraad of intimidatie zijn. Dat onderzoeken we ook. We hebben een vragenlijst ontwikkeld met verschijningsvormen van bedreigend gedrag: appjes, telefoontjes, teksten als “ik weet je te vinden”. Er is een onderscheid tussen onwettelijk en onwenselijk gedrag. Om het echt strafrechtelijk te bewijzen en de capaciteit te vinden om erachter aan te gaan is lastig, maar het is sowieso onwenselijk. Uit een oogpunt van veiligheid is het van belang andere partijen erbij te betrekken, zoals de FIOD. Die zijn relevanter en kunnen sneller ingrijpen. Dat helpt echt. Je betaalt in Nederland namelijk ook belasting over zaken die niet mogen. Je kunt daar efficiënt mee omgaan zonder dat strafrechtelijk te hoeven aantonen. Er zijn natuurlijk ook bestuursrechtelijke middelen, zoals sluiting van tenten.’

In Amsterdam worden kwetsbare jongeren in buitenwijken gerekruteerd. Waarom zou je naar school gaan als je in de misdaad snel geld kunt verdienen. Wat te doen?
‘Er is geen silver bullet. Je moet op verschillende schaalniveaus opereren, maar als je het niet op straatniveau doet, wordt het erg moeilijk. Je moet van klein naar groot denken. Klein is gemakkelijk te hanteren, maar dan moet je wel doorkijken: van de kleine jochies naar de grote jongens. Maar zonder lokaal niveau, het geloofwaardige niveau, blijft het heel abstract.’

Is legalisering van softdrugs een begin van de oplossing? Je neemt een belangrijke inkomstenbron weg bij criminelen en de staat kan er heel veel geld mee verdienen.
‘Dat zou kunnen, maar dat is een andere discussie. Ondermijning haal je niet zomaar weg door drugs te legaliseren. Dat is een ander type afweging. Ik weet ook niet of ondermijning zich niet had ontwikkeld in een wereld waar drugs legaal zijn. Kijk naar prostitutie. Bij legalisatie zou het probleem weg zijn. Maar onderzoek naar illegale prostitutie in Rotterdam wees uit dat de legale sector erna was gekrompen en de illegale sector gebleven. Ik denk dat het met drugs ook zo gaat. Vergeet niet: dit zijn vices, ondeugden. Die zijn niet gemakkelijk te normaliseren. Alcohol is de enige drug waarmee het is gelukt.’

Is het probleem niet dat als de overheid soort zaken legaliseert, ze toch altijd een vinger in de pap wil blijven houden. Waardoor de aanpak dus niet werkt?
‘Dat het extra wordt gereguleerd, vind ik niet helemaal onbegrijpelijk. Zodra je te maken hebt met verschijnselen waarvan je liever niet hebt dat je kinderen dat ook gaan doen, dan is het randjeswerk. Al die vices, daar hangt iets omheen. Iets wat voor bestuurders problematisch is. Dan handelen ze niet alleen pragmatisch meer.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.