of 60715 LinkedIn

‘Mensen willen terug naar het midden’

Depolariseren is een zaak van ‘het uithouden in het midden’, aldus depolarisatie-expert Bart Brandsma. Dat is een wijze les voor burgemeesters. ‘In plaats van veroordelen moet je het vraagstuk verder brengen.’

Bart Brandsma over de techniek van depolariseren

Onlangs sprak filosoof Bart Brandsma op een landelijke bijeenkomst voor gemeenten over Sinterklaas. Daar reflecteerde de polarisatie-expert en schrijver van het boek Polarisatie, inzicht in de dynamiek van het wij-zij denken op ervaringen van vijf gemeenten die hadden geprobeerd de intocht van de Sint te depolariseren. We spreken elkaar de ochtend na de parlementsverkiezingen in Groot-Brittannië. Niet alleen de Pieten discussie, ook het Brexit-proces leent zich voor zijn analyse.

Heeft de polarisatie gister een nieuwe overwinning behaald?
‘Het referendum is het middel bij uitstek om een bevolking te splijten. Grijstinten mogen er niet zijn. Dat is een kenmerk van polarisatie: de brandstofleverancier. Referenda zijn polarisatie-bevorderend, zoals ook een gekozen burgemeester dat is. In België raakt de politiek daardoor ook de burgemeester. Door oneliners blijf je zichtbaar en de burgemeester moet ook met dat spel mee. De vraag is of dat wel zo verstandig is.’

Bevordert een referendum niet de democratie?
‘Het is vooral een middel om de meerderheid te mobiliseren. Een goede democratie heeft drie elementen: politiek, activisme en dialoog. Die dialoog houd je niet alleen in de politiek en ook niet met activisten. Die laatste groep wil de dialoog en politiek overbodig maken, ‘dialogisten’ willen activisten juist buiten houden en de politiek wil niet altijd met activisten spreken. In een goede democratie spelen ze alle drie een rol. Een referendum kan de dialoog uitschakelen: het is geloven in de meerderheid. Meerderheidsdenken kan de democratie uithollen. Stikstof, Zwarte Piet, de energietransitie – uiteindelijk moet er een gesprek over plaatsvinden. Met wie voer je dat gesprek? Het heeft geen zin een dialoog te houden met mensen die in een monoloog zijn geïnteresseerd. Dat is een belangrijke les, want de neiging is om dat wel te doen. Daar moeten we ons bewust van zijn.’

Uw boek gaat over ‘leren het midden te houden’. Is dat altijd het beste?
‘Nee, het is een spel. Als je het goed doet in de politiek, wil je tegenstellingen aanscherpen. Maar als dat het enige spel is, gaat het niet goed. Je moet het midden weer op kunnen zoeken. Democratie zonder polarisatie is stilstand, maar kunnen we ook depolariseren? En met wie? Polariseren gaat heel goed, maar de andere weg vraagt reflectie, zelfkennis en taalgevoeligheid. Elke burgemeester, journalist, docent en ambtenaar heeft dat nodig. Ik tref niet zozeer handelingsverlegenheid aan in bestuurlijk Nederland, maar meer onmacht: DOOR: WOUTER BOONSTRA FOTO: JAAP SCHUURMAN hoe doe ik dit? In plaats van: ik wil polariseren. In gemeenteraden zie je zo voor wie polariseren de dagelijkse behoefte is. Twitter is er een fantastisch medium voor. Veel mensen willen echter weer terug naar het midden. Die kunde is heel lastig te vinden. Wie ben ik? Wat is mijn voorgeschiedenis? Als een burgemeester voor een daklozenopvang gaat staan in een bepaalde wijk, dan maakt het uit van welke partij hij is geweest. Ken je jezelf en jouw krediet? Jouw positie? Mensen willen zichzelf plaatsen, maar je wórdt ook geplaatst. Het is een spel tussen de polen, terwijl het midden meekijkt. Het midden versterken is belangrijk voor depolarisatie.’

Wat zijn de opvallendste erupties van polarisatie in Nederland? En hoe reageerde het bestuur daar toen op?
‘In 1980 was er nog volstrekte helderheid. Stel dat er rond de kruisrakettenkwestie sociale media waren? Dan was de een daar losgegaan over de ander en werd je in jouw eigen Facebook-groepen geïnformeerd over wat de waarheid was. Dan was er niet alleen politieke polarisatie, maar ook sociale polarisatie die we nu vaak zien. Nu zijn er veel meer manieren om brandstof te leveren en kun je veel doen met een extreme oneliner. Morgen kun je iets tweeten, waardoor politie-analisten jou in een lijstje zetten. Gemeenten raken alert en jouw naam duikt op in analyses over de stand van de stad. Professionals staren zich blind op die namen. Dat is een enorm verschil met veertig jaar geleden. Destijds was er nog een beleefdheidscultuur. Meer dialoog. Scherpere discussies. Het activisme zocht de grenzen op, maar de democratie werd geen schade berokkend.’

Wat maakt polarisatie zo aantrekkelijk?
‘Polarisatie verschaft helderheid. Het ‘zwart-wit’ van toen zien we een overgang maken naar veel meer en andere typen tegenstellingen. Dat begon hier met ‘het multiculturele drama’ van Paul Scheffer. Sindsdien zitten we in de ‘onderhoudsfase’: partijen hebben meer belang bij investeren in conflict dan in toenadering. Autochtoon en allochtoon staan tegenover elkaar. We kunnen generaties vol toenadering kweken op scholen, maar de omgeving maakt conflict weer belangrijk. Wanneer we naar de toenaderingsfase gaan? Als we de pijn kunnen benoemen: slavernij, elite versus volk, gebrek aan erkenning. Dat is de oogst van de onderhoudsfase. Er is enige huivering voor verzoening. Op de Balkan laait het conflict elke vijftig jaar op. Noord-Ierland is aan het eind van de toenaderingfase, maar er is nog geen verzoening.’

Is de polarisatie nu erger dan voorheen?
‘Als de flanken domineren, drijven meer mensen af van het midden. Het midden is onze garantie voor stabiliteit, maar mensen in het midden voelen dat niet zo. Zij zijn de doelgroep van de pushers: either you’re with us or against us, Lenie ’t Hart en Baudet. Je ziet het op alle flanken. Links en rechts. Denk versus Baudet. Pushers vinden het interessanter om mensen vanuit midden naar zich toe te trekken, dan mensen die al aan hun eigen kant staan. Soms trekken ze samen op en hebben ze baat bij de bruggenbouwer. Die maakt ze belangrijk en faciliteert ze. De naïeve bruggenbouwer zoekt de dialoog en nodigt journalisten uit.’

In welke gemeenten zijn de risico’s van toenemende polarisatie het grootst?
‘Wat ik veel tegenkom is dat openbare orde en veiligheid (OOV) tegenover het sociaal domein staat: wij-zij denken binnen de gemeente. Als OOV bepalend is, dan is er een conflictfocus en missen ze de lange-termijnbenadering. Wij-zij zie ik ook wel eens tussen het stadhuis en ‘de onbegrepen buurt’. De buurt heeft het idee dat ze het obstakel zijn en voelt zich niet gehoord. Als het stadhuis denkt: die hebben moeite met verandering, geef ze nog een paar jaar – dan voelt die buurt dat. Terwijl de burgemeester denkt dat het om de inhoud gaat. De grondslag is: elite versus volk. Als je wordt geframed als elite, helpt het niet om je voor te doen als de joviale gewone burger. Daar prikt iedereen doorheen. Je moet authentiek zijn. Een ambtenaar komt het tegen als een demonstrant tegenover hem staat. Welke rol speel je? Als je de rol zelf niet kunt spelen, heb je een rolverdeling nodig. De politiechef, de burgemeester, die moeten de posities bezetten in het model.’

Wanneer wordt polarisatie echt gevaarlijk?
‘Als mensen met dieren worden vergeleken zit je er al overheen. Kijk naar indicaties voor escalatie. Gemeenten houden soms enquêtes om de gevoelstemperatuur te meten. Verwacht daar niks van. Maar als mensen zich niet meer durven uitspreken, ben je vergevorderd. Als niemand wil komen praten over Zwarte Piet is dat een indicatie. Of als er alleen pushers komen naar een dialoog over bomen langs de weg. Denk erover na: wie nodig je uit? In een periode waarin mensen zich niet uitspreken, denken ze dat ze zich dat niet kunnen permitteren. Als de druk te hoog wordt, moet je kiezen. Daarna wordt de polarisatie nog scherper, de tegenpolen zijn drukbezet en worden ook een indicator. Als een gemeente vraagt: wat te doen, zeg ik: jij kent de gemeente. Op het stadhuis zeggen directies vaak: ga meer de stad in, het stadhuis uit. Dat zou heel goed zijn. Kennelijk is het lastig om dat contact te maken. Een buurtpanel inrichten is dan niet genoeg. Daar is nog een plus nodig.’

Welke burgemeesters kunnen of konden goed depolariseren?
‘Ik bewonder Sander Schelberg van Hengelo. Die zie ik switchen tussen de bruggenbouwerrol, het zoeken van bindende nuance en het soms scherp boven de partijen staan. Net als Eberhard van der Laan. Jaap Paans, de burgemeester van Alblasserdam, doet dat ook. Maar met elke naam die ik noem doe ik anderen tekort. Burgemeesters in grote steden zitten niet voor niks op die posities. Die verstaan bruggenbouwen en empathie. Aboutaleb heeft de mogelijkheid te switchen tussen die twee. Soms staat hij boven de partijen. Dat is anders dan Jan van Zanen, maar beiden redden het met wie ze zijn. Remkes kreeg te maken met de inval bij een vergadering van Kick Out Zwarte Piet. Hij bouwde toen even rust in. Iedereen riep: veroordeel het. Soms is het wijs het op te rekken. Eerst de feiten, dan de veroordeling. Je moet het uithouden in het midden. In plaats van veroordelen moet je het vraagstuk iets verder brengen.’

Het midden is de gevarenzone, schrijft u. Daar bevindt zich de bruggenbouwer die gemakkelijk tot zondebok kan worden gemaakt. Wat adviseert u burgemeesters die dat willen voorkomen?
‘Van alle rollen die er zijn kies je er eentje niet: de zondebok. De nationale context kan jouw stad overvleugelen. Dan is het je lot. De minste kans loop je als je een stevige positie in dat midden hebt opgebouwd, niet de bruggenbouwer. Sommige burgemeesters fietsen door de stad. Ambtenaren die contact hebben met burgers hebben het minst te vrezen. Ben je in staat als het erop aankomt om de gevoelsdynamiek van het midden te verwoorden? Dat is de lakmoesproef, want dan moet je voelen wat de stad op dat moment goed doet. Dat is ingewikkeld.’

Dan heb je dus een verhaal nodig.
‘Ja, de Eindhovense burgemeester John Jorritsma vertelde rond 4/5 mei een verhaal over de ‘tirannieke tijdgeest’. Daar worstelt hij mee. We moeten snel en scherp meningen hebben over van alles. Het is heel mooi om in een tijd waarin iedereen spreekt over het zwichten voor tirannen, dat te vertalen naar een verhaal. Dat verhaal sloot aan op het verlangen van mensen van: wat is er eigenlijk aan de hand? Daar kun je groepen mee bereiken. Het moet authentiek zijn en je moet daar niet mee moraliseren. Hij zou de mist ingaan met: pak een boek in plaats van Netflix. Dan denkt de burger: donder op, dat maak ik zelf wel uit. Niet moraliseren, maar een verhaal over verlangen. Elke speech van een bestuurder kun je op die criteria bekijken. Doe ik het neutraal, rationeel, ingaand op behoefte, op analyse of ben ik onafhankelijk: dan laat je jezelf zien. Dan ben je uitnodigend of rationeel en begrenzend. Wat nodig is om te depolariseren zijn criteria om te binden. Een reden voor professionals om dat niet te doen, is omdat het kwetsbaar lijkt. Het vergt moed. Zonder kwetsbaarheid lukt het niet. Blijf schaven aan die speeches. Het is nooit uitontwikkeld.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.