of 64204 LinkedIn

Meedoen belangrijker dan winnen

Op jacht naar Europese subsidies: een recept voor teleurstelling of hoe dan ook een verrijking? Winnen is belangrijk, maar meedingen levert ook al veel op, zeggen ervaringsdeskundigen. Drie voorbeelden uit de Nederlands-Europese subsidiepraktijk.

Op jacht naar Europese subsidies: een recept voor teleurstelling of hoe dan ook een verrijking? Winnen is belangrijk, maar meedingen levert ook al veel op, zeggen ervaringsdeskundigen. Drie voorbeelden uit de Nederlands-Europese subsidiepraktijk.

Meer Europeaan dankzij subsidieprogramma’s

‘Wij Nederlanders worden bijna geboren op de fiets’, zegt Ronald Jorna, verkeersconsultant en ingehuurd door de provincie Overijssel als projectmanager bij een Europees project dat fietsgebruik wil stimuleren. Overijssel is lead beneficiary in een Europees consortium met negen partijen (overheden, kennisinstellingen, een belangengroep van fietsfabrikanten en een fietsleasebedrijf) waarin wordt gewerkt aan toepassingen op het gebied van fietsen en zogeheten intelligent transport systems (BITS, waarbij de B staat voor bicycles). Dit binnen een groter programma op het gebied van slimmere mobiliteit, verkeersveiligheid, de reductie van CO2-uitstoot en gezondheid.

Eerdere ideeën over ITS en fiets liepen voor de muziek uit, denkt Jorna. ‘Voorstellen gaan vaak over oplossingen met een chip. Tot voor kort was dat bijna altijd in relatie tot de auto’, weet hij. De fiets als (stedelijk) vervoermiddel wist zich nog geen noemenswaardige plek te verwerven in subsidieprogramma’s, terwijl het vervoermiddel juist prima past bij de Europese Green Deal. Een lacune die met BITS mooi wordt opgevuld, vindt Jorna. Zeker nu de fiets een van de weinige winnaars van de coronapandemie blijkt te zijn. Als slim vervoermiddel dankt het rijwiel zijn succes mede aan de smartphone: ‘Een fiets zet je neer bij het station. Daar zet je geen dure dingen op. Nu zit al die slimheid in je telefoon.’

Voortrekkersrol
Het Overijsselse voorstel kreeg de goedkeuring van Interreg, een Europees subsidieprogramma voor ruimtelijke en regionale ontwikkeling. Het verbaast Jorna niks dat zijn provincie een voortrekkersrol kreeg – Nederland en Denemarken concurreren immers om het imago van hét fietsland van Europa. Nederland heeft een kennisvoorsprong: ‘Engeland en Duitsland liggen ver op ons achter.’

Maar ook een koploper kan volgens Jorna nog genoeg opsteken, vooral door uitwisseling van kennis over onderling uitgevoerde projecten. Van toepassingen op het gebied van verkeersveiligheid tot betere en gezondere routes en intelligente verlichting: ‘We doen interessante en toepasbare ideeën op. Verder helpt BITS Overijssel bij de visievorming rondom het slimmer maken van fietsverkeer. Vier landen testen en demonstreren verschillende systemen. Daardoor zien we wat werkt en wat niet, en waar we op moeten letten. Een mooie proeftuin. Daarnaast is meedoen aan zo’n Europees project ook goed voor je imago.’

Het technisch projectmanagement besteedt Overijssel uit aan Mobycon, het bureau waar Jorna werkt, terwijl een ander gespecialiseerd bureau het financieel-administratief management doet. ‘Aan Europese projecten kleven verschrikkelijk veel regeltjes, dus het is zaak zeer deskundig te zijn. Binnen Interreg moeten bijvoorbeeld uitbestedingen boven de 5.000 euro aan drie partijen worden uitgevraagd. Bij hogere bedragen gelden nationale of Europese aanbestedingsregels. Alleen publiceren is niet genoeg, de kosten verantwoorden ook. Je moet al je documenten bewaren, evenals de publicatiepagina. Tot vijf jaar na afloop.’

Waar het er eerst vooral over ging, meer mensen op de fiets te krijgen (‘in Engeland is dat nog steeds zo’), verschuift de scope steeds meer naar smart mobility. Aangetrapt door data, die aanvankelijk vooral bijvangst waren. ‘De aandacht voor data zie je ook in de strategie van de Europese Commissie met betrekking tot het vervoersbeleid.’

Groen-blauwe toekomst
Alphen aan den Rijn ziet een ‘groen-blauwe’ toekomst voor zich. Het wil z’n stadsplanning stutten met meerdere pijlers: gezondheid, vergroenen, waterbeheer, schone en slimme stadslogistiek en de energietransitie. Het masterplan dat in 2020 geschreven is, moet de leefbaarheid vergroten en de lokale economie versterken, en bijdragen aan de gezondheid van inwoners. De gemeente betrekt daar volgens Ron Kervezee, programmanager en ambtelijk secretaris van de stichting Greenport Boskoop, niet alleen het stadshart bij, maar ook de omliggende dorpen. Boskoop, met circa 600 boom- en plantenkwekerijen, geniet wereldfaam.

‘Het stadshart van Alphen aan den Rijn zelf is nogal stenig’, aldus Kervezee. ‘De tuinbouw kan een fundamentele bijdrage leveren aan de systeemverandering die op ons afkomt. Enerzijds door te vergroenen en anderzijds door steden te voeden.’ Onder andere gevelen stadstuinen, plantsoenen en bloemrijke wegkanten moeten de stad groener maken en verfraaien. Kwekers uit de regio kunnen groente, fruit en groen leveren. Met het lokaal geproduceerde voedsel worden voedselketens ingekort. Het groen helpt wateroverlast voorkomen, is goed tegen hittestress en vangt fijnstof en CO2 op.

De subsidieadviseur maakte de gemeente erop attent dat elementen uit het lokale masterplan veel overeenkomsten hadden met het zogeheten Healthy Cities-concept. Met acht andere Europese steden werkt de Zuid-Hollandse gemeente nu samen in het URBACT Healthy Cities Network, dat een gezonde leefstijl wil bevorderen door die te koppelen aan stedelijke ontwikkeling.

Kennis uitwisselen
Spijtig alleen is volgens Kervezee dat het een puur uitwisselings- en lerend netwerk is. Behalve een reiskostenvergoeding staat er volgens hem financieel weinig tegenover. ‘De nadruk ligt echt op het uitwisselen van ervaringen, zodat je niet allemaal het wiel opnieuw hoeft uit te vinden. Jammer, er zouden naar mijn idee wat meer financiële middelen bij moeten, om de dingen die je bedenkt ook toe te kunnen passen in je gemeente. Al gaat het met de economie niet slecht, op dit moment is het overal Europa armoe troef wat gemeentefinanciën betreft.’

Naar zijn idee is de beoogde kennisuitwisseling tot nu toe ‘100 procent gelukt’. Zo pikte zijn gemeente veel kennis op van de manier waarop het Noord-Spaanse Vic hittestress aanpakt. De inrichting van de stad verleidt inwoners om meer bewegen en de auto vaker te laten staan. ‘Met ingrepen die heel basaal lijken, maar het niet zijn’, aldus Kervezee. Van vier Europese subsidies waar Alphen recent op inschreef, waren er twee niet succesvol. ‘Het kost veel geld om een aanvraag te doen: aan uren en experts die je inhuurt, terwijl succes niet gegarandeerd is’, waarschuwt Kervezee. ‘Winnen is één ding, maar daarna de subsidieaanvraag tot het eind managen en het geld uitgekeerd krijgen, is een vak apart’, is zijn ervaring.

Niettemin vindt hij de ‘verloren’ Europese subsidieaanvragen geen verspilde moeite. ‘Je wordt wat meer Europeaan. Als het je lukt, levert het een waardevolle uitbreiding op van je netwerk. Win je niet, dan werk je intensief aan een gezamenlijk doel. Ook dat is een verrijking. Maar de organisatie waar je voor werkt moet wel een flink offer doen.’ Zowel het management als het college van B&W was daartoe bereid in het geval van URBACT. ‘Collega’s, bedrijven en inwoners haakten daarna aan.’

Zoals bij de meeste Europese projecten gooide de coronacrisis roet in het eten. Uitwisselingsreizen werden geschrapt en ook partijen in Alphen aan den Rijn trapten noodgedwongen op de rem. ‘Bij inwoners, ondernemers en vastgoedpartijen hoefde je het laatste half jaar niet aan te kloppen. Die hadden wel wat anders aan hun hoofd. Met de plannen zijn we ver gekomen, maar de uitvoering heeft vertraging opgelopen.’

Subsidiescan
Eveneens uit Overijssel kwam een Europese subsidieaanvraag ten behoeve van herstel van het hoogveen in de Engbertsdijksvenen in Twente, een Natura 2000-gebied. In dit project, getiteld AddMire LIFE, werken de provincie en Staatsbosbeheer de komende jaren samen om het natuurgebied, met een oppervlakte van ongeveer 1.000 hectare, duurzaam te herstellen. Veenmos is een levende spons en vangt veel CO2 uit de lucht. Het mos groeit aan de bovenkant en sterft af aan de onderkant en kan zo’n tien tot veertig keer zijn eigen gewicht aan water opnemen.

‘De Engbertsdijksvenen zijn verdroogd en vermest’, legt Guus Ogink uit. Hij is bij de provincie verantwoordelijk voor het contractmanagement op programmaniveau. ‘Het gebied is “lek” als gevolg van de turfwinning van vroeger. Regenwater stroomt snel weg. Ook de landbouw in de buurt draagt bij aan lage grondwaterstanden.’ De oplossing die is bedacht: ‘We leggen dammen aan van zand en leem. Vergelijkbaar met het systeem dat je ziet in rijstvelden.’

Voor het project hadden de partijen 4,7 miljoen euro beschikbaar. Onvoldoende voor duurzaam herstel. ‘Uit een subsidiescan kwam dat LIFE de passendste subsidieregeling is.’ RVO keek ‘door de oogharen’ mee om te beoordelen of de aanvraag kansrijk was. De kans om het project gefinancierd te krijgen lag volgens Ogink tussen 20 tot 25 procent. Dan nog, zegt de Overijsselse provincieambtenaar, is meedoen zinvol: ‘Het voordeel is dat je tot een sterk plan van aanpak komt. Ook afstemming met andere organisaties die belang hebben bij jouw project telt mee. Dus zelfs als het niet lukt, heb je er geen nadeel van.’ De uitkomst was een aangename verrassing: ‘Een van de hoogste LIFE-subsidies toegekend in 2018. Gemiddeld bedragen die 1 miljoen tot 3 miljoen euro. Wij kregen 7 miljoen, een echte uitschieter!’

Ogink adviseert collega-overheden heel goed te kijken naar de wijze waarop punten worden toegekend aan een aanvraag. ‘Het is een soort puntencompetitie, met criteria waar je in je plan van aanpak aandacht aan moet besteden.’ Dat betekent in zijn ogen dat de indiener met de vinger langs de maatstaven moet. ‘Je moet goed bedenken hoe je daar invulling aan wilt geven.’

De administratieve lasten vallen Ogink alleszins mee. ‘Europese subsidies binnenhalen is een vak apart. Er komt een heel pakket administratie bij kijken. Maar er wordt zeker niet het onmogelijke gevraagd. Voor je projectaanvraag zet je vooraf veel op papier: beschrijving, ramingen, planningen, risicoanalyses. Daarmee heb je voor de latere administratie al een prima basis liggen. Als iedereen zich daaraan houdt, is dat het minste wat we kunnen doen om zo’n grote financiering te krijgen.’

Deze publicatie is mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van het mediafonds van de Europese Unie. 

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.