of 59318 LinkedIn

Klokkenluiders kaltgestellt

De Expertgroep Klokkenluiders ijvert al jaren voor een onafhankelijk meldpunt voor bestuurlijke misstanden. Tevergeefs. ‘Machthebbers willen de beerput gesloten houden. Zwarte schapen worden verstoten en vernietigd.’

Eén ding wil de Stichting Expertgroep Klokkenluiders voorkomen. En dat is dat de geschiedenis zich zal blijven herhalen. Dat melders van misstanden geen voet aan de grond krijgen, en dat hen vervolgens het leven zuur wordt gemaakt. Leden van de expertgroep zijn, als ervaringsdeskundigen, door schade en schande wijs geworden. Dit lot willen zij anderen besparen. Maar nu dreigt het helemaal de verkeerde kant op te gaan.

 

De expertgroep staat niet alleen in haar harde oordeel. Tal van gerenommeerde wetenschappers, maar ook bijvoorbeeld voorzitter Pieter van Vollenhoven van de Stichting Maatschappij, Veiligheid en Politie, hameren al jarenlang op het belang van een onafhankelijk instituut voor klokkenluiders. Een instituut dat fungeert als meldpunt, maar zo nodig ook onderzoek kan doen. Begin 2010 leek het ervan te komen, maar eindeloos gepolder en een kabinetscrisis hebben de expertgroep cum suis op ogenschijnlijk onoverbrugbare achterstand gezet. Een onafhankelijk meldpunt is verder weg dan ooit.

 

De expertgroep leek het 3 jaar geleden helemaal voor elkaar te hebben. In april 2008 verscheen een vernietigend rapport van Mark Bovens, hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit Utrecht. Bestaande regelingen beschermden vooral organisaties tegen klokkenluiders, in plaats van andersom, concludeerde Bovens. Hij bepleitte de oprichting van een onafhankelijk meldpunt annex onderzoeksinstituut voor zowel de publieke als private sector.

 

De Tweede Kamer was er als de kippen bij om de minister op te roepen om de daad bij het woord te voegen. Toenmalig minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) ging aan de slag, en wist bestaande klokkenluidersregelingen op onderdelen te verbeteren. Maar het zo vurig gewenste onderzoeksinstituut raakte gaandeweg steeds verder buiten beeld.

 

Werkgeversorganisaties hadden geen behoefte aan een door de overheid in het leven geroepen instantie met onderzoeksbevoegdheden. Ook ontstond discussie over de vraag of het meldpunt moest worden ondergebracht bij de Nationale Ombudsman, bij de Sociaal-Economische Raad, of elders. Slot van het liedje was dat Ter Horst aankondigde dat er voor de private sector helemaal geen onderzoeksinstituut zou komen, en dat er bij de Nationale ombudsman een publiek-privaat advies- en verwijspunt zou komen. Dat wilde zij in de ministerraad bespreken. En toen, eind februari 2010, viel het kabinet.

 

Afgrijzen

 

‘We moeten weer van voren af aan beginnen’, verzuchten Gerrit de Wit en Harrie Timmerman van de Expertgroep Klokkenluiders een jaar later. De Wit zag onlangs op de publieke tribune van de Kamer met afgrijzen hoe een ruime meerderheid van het parlement leek in te stemmen met een voorstel van Ter Horsts opvolger Piet Hein Donner (CDA). Donner wil, als alternatief voor het voorstel van zijn voorganger, ‘een college’ benoemen, dat melders kan adviseren en doorverwijzen. Dit is volgens hem de snelste en goedkoopste oplossing. Donner beaamt dat het misschien niet ideaal is, maar: ‘Het betere mag niet de vijand worden van het goede.’

 

Het te vormen adviescollege moet, in de visie van Donner, dienst doen als ‘zeef’ om ‘reële klokkenluidersgevallen te kunnen onderscheiden van gevallen die langs andere weg kunnen worden opgelost’. De minister denkt aan een zelfstandige organisatie, bijvoorbeeld een stichting, die melders voor onderzoek zo nodig doorverwijst naar bestaande instanties als het Openbaar Ministerie of de Nederlandse Mededingingsautoriteit. Ook wil Donner voor eventueel onderzoek vasthouden aan de bestaande, maar omstreden Commissie Integriteit Overheid, die volgens bestuurs kundige Bovens ‘opereert als een commissie van bezwaar en beroep in plaats van als een onderzoeksinstantie’. Donner zegt te willen bezien of de werkwijze van de commissie kan worden ‘verbeterd’. En zo blijft er van Bovens’ aanbevelingen vrijwel niets meer over.

 

De Wit en Timmerman hebben er geen enkel vertrouwen in dat er door de komst van Donners verwijs- en adviespunt daadwerkelijk iets zal veranderen. ‘De minister gaat dat college instellen bij algemene maatregel van bestuur. Vervolgens kan hij zelf de leden in dat college benoemen. Van onafhankelijkheid is dus geen sprake, terwijl dat een van de belangrijkste voorwaarden is. Daar begint het mee. De enige echt goede oplossing is een bij wet ingesteld instituut. Dit instituut moet de status krijgen van Hoog College van Staat, zoals de Algemene Rekenkamer en de Nationale Ombudsman. Met de vorige Tweede Kamer leek het de goede kant op te gaan, maar we zijn terug bij af’, meent De Wit.

 

De Expertgroep Klokkenluiders staat niet alleen in haar kritiek. Ook Mark Bovens sprak onlangs in Binnenlands Bestuur zijn zorgen uit over de laatste ontwikkelingen. Pieter van Vollenhoven en diverse wetenschappers hebben zich in verscheidene opiniebijdragen in andere media eveneens opnieuw hard gemaakt voor de komst van een onafhankelijk instituut met onderzoeksbevoegdheden. Aanleiding hiervoor is een recente uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, die in de door Fred Spijkers aangespannen herzieningsprocedure heeft vastgesteld dat de Staat schuldig is aan het ontslag van deze klokkenluider, en dat het aanhangig maken van een misstand (ondeugdelijke landmijnen bleven ondanks dodelijke ongevallen bij Defensie in gebruik) hiervoor ‘de bron’ is geweest.

 

Gerrit de Wit en Harrie Timmerman gaan er vanuit dat een nieuwe lobbyronde langs Kamerfracties onvermijdelijk is. De expertgroep heeft continu het gevoel ergens doorheen te moeten breken. Als puntje bij paaltje komt, staat een muur van onwil deugdelijke oplossingen in de weg, menen zij. Veel bestuurders, politici en ambtenaren zouden bang zijn dat hun eigen positie of die van partijgenoten vroeg of laat in het geding komt als klokkenluiders maximaal worden beschermd en als onafhankelijk onderzoek naar mogelijke misstanden wordt gefaciliteerd. Anders gezegd: ‘Machthebbers willen de beerput gesloten houden.’

 

Zwart schaap

 

In de vele tientallen dossiers die de expertgroep in de loop der jaren heeft bestudeerd, valt volgens De Wit en Timmerman het telkens terugkerende patroon op. ‘Als je aandacht vraagt voor een misstand, word je al snel beschouwd als een zwart schaap’, zegt Timmerman. ‘Zeker als je na interne meldingen geen gehoor vindt en de kwestie buiten de organisatie aanhangig maakt. Dan word je door de witte schapen verstoten en vernietigd.’

 

Een ander vast patroon is dat het je carrière ten goede lijkt te komen als je er aan bijdraagt dat de zwarte schapen worden uitgeschakeld, stelt Timmerman. ‘Het lijkt bijna een garantie voor promotie. Je ziet dat mensen die melders van misstanden uitschakelen, bijna zonder uitzondering weten op te klimmen in de organisatie, terwijl de klokkenluider meestal zijn baan kwijtraakt.’

 

Voor Gerrit de Wit staat als een paal boven water dat ‘de keten van het toezicht’ niet functioneert: ‘Dan heb ik het over de vele toezichthouders, zoals de departementale inspecties, en diensten als de Autoriteit Financiële Markten. Maar ook het Openbaar Ministerie en bijzondere opsporings- en politiediensten laten het afweten als het gaat over bestuurlijke corruptie binnen de overheid, of binnen de eigen organisatie. Dan blijft men loyaal aan de macht en niet aan zijn professie. Kleine zaken worden aangepakt: de lekkende ambtenaar of de gevangenenbewaarder die drugs naar binnen heeft gesmokkeld. Terecht natuurlijk, maar de grote schandalen, de zaken die er écht toe doen, komen nooit via de toezichthouders naar buiten.’

 

Grotere bedreiging

 

Het zijn juist klokkenluiders die serieuze kwesties over het voetlicht weten te brengen, betoogt De Wit: ‘De bouwfraude werd onthuld door Ad Bos. De manipulatie rond de brand in het Catshuis kwam aan het licht door een klokkenluider van TNO. En dat Defensie dodelijke slachtoffers op zijn geweten had als gevolg van ondeugdelijke landmijnen, is door Fred Spijkers naar voren gebracht. Als je dat soort dingen blootlegt, vorm je een grote bedreiging voor gezagsdragers, voor politici en voor ambtenaren die er aan hebben meegewerkt. Dat is de reden waarom klokkenluiders worden kaltgestellt.’

 

Omdat de spreekwoordelijke witte schapen geneigd zijn elkaar de hand boven het hoofd te houden, komt de waarheid vaak pas vele jaren na dato aan het licht. En soms helemaal niet. Als aantoonbaar sprake is van ernstige misstanden als fraude, machtsmisbruik of corruptie, wordt vaak geschikt, zegt De Wit. ‘Dan komt er een gouden handdruk aan te pas, en wordt een vaststellingsovereenkomst gesloten met geheimhoudingsplicht. Daardoor worden de zwaarste zaken vaak niet eens onderzocht.’

 

Bij feiten die wel aan de oppervlakte komen, wordt dikwijls geprobeerd om de waarheid te verdoezelen. Bij de brand in het Catshuis, waarbij in 2004 een schilder om het leven kwam, werd bijvoorbeeld jarenlang verzwegen dat de wandbekleding in het pand de vuurzee ‘significant’ had versneld, en dat de Staat dus op zijn minst medeverantwoordelijk was voor de dramatische afloop. Een TNO-rapport waaruit dit kon worden opgemaakt, werd op last van premier Balkenendes ambtelijke top opgeborgen in een kluis bij de landsadvocaat. De TNO-onderzoeker kreeg te horen dat hij zich diende te houden aan zijn ‘geheimhoudingsplicht’.

 

Volgens Timmerman en De Wit is de gang van zaken rond de Catshuisbrand het zoveelste bewijs dat, als het er op aan komt, de overheid een ronduit onbetrouwbare speler is, met kwaadaardige trekken. Eentje die manipulatie niet schuwt. En de landsadvocaat die een belastend rapport verdonkeremaant, is in de visie van de expertgroep niet de enige die het spel meespeelt. Timmerman en De Wit kennen diverse voorbeelden van bedrijfsartsen die ‘zich ervoor lenen’ om van klokkenluiders ‘een selectief beeld te schetsen’, dat hen bij arbeidsconflicten op achterstand zet.

 

De Wit wijst in dit verband ook op een recent promotieonderzoek van Guido Enthoven, waaruit blijkt dat informatie van het kabinet aan de Tweede Kamer vaak gekleurd is, onnodig laat beschikbaar komt en dat wezenlijke feiten dikwijls worden verstopt in dikke rapporten. Een bevestiging, zegt De Wit, dat het er in het verkeer tussen kabinet en Kamer op een vergelijkbare manier aan toe gaat. ‘En iedereen accepteert het.’

 

Als het gaat om klokkenluiders, blijft het behelpen, ook na enkele verbeteringen in de regelgeving die tijdens het bewind van Guusje ter Horst zijn doorgevoerd. De Wit: ‘Je moet het kaf van het koren scheiden. Echte, erkende klokkenluiders zijn mensen die als melder van een daadwerkelijke misstand integer, te goeder trouw en naar behoren handelen. Vanuit professionalisme, overtuiging en idealisme leggen zij een oprechte verontwaardiging en hoge graad van moed en aan de dag. Hij of zij moet zich kunnen beroepen op onvoorwaardelijke rechtsbescherming. Maar dat is nog altijd niet het geval.’

 

De expertgroep vindt het tijd om ‘het zoeklicht te verplaatsen’, zoals De Wit het uitdrukt. ’In plaats van op de gevolgen - de excessen en de slachtoffers - moet de focus op de oorzaken - de verantwoordelijken - komen te liggen. Wij willen aandacht voor de onderliggende structuren, mechanismen en patronen. Voor de machinaties, en de mensen die zich daar schuldig aan maken. In de media duiken geregeld schrijnende verhalen van individuele klokkenluiders op. Maar laten we ons eens druk maken over degenen die al dat leed veroorzaken.’

 

Harrie Timmerman besluit met de conclusie dat er sinds het rapport van Mark Bovens in 2008 niets wezenlijks is veranderd. ‘Puur rationeel valt niet te verklaren dat de oplossing - bescherming van de klokkenluider en het doen van onafhankelijk onderzoek - volgens Donner anders zou moeten zijn dan volgens Ter Horst’, meent hij. ‘Daarom blijft als enige denkbare reden over dat mensen hun positie en hun macht willen beschermen. Als je op dit punt niet bereid bent tot verandering, heb je als machthebber boter op je hoofd. Dat geldt voor de minister, maar ook voor de Tweede Kamer.’ 

 


Expertgroep Klokkenluiders

 

Gerrie de Wit (voorzitter) en Harrie Timerman maken deel uit van de Stichting Expertgroep Klokkenluiders. Dit is een kleine groep klokkenluiders die streeft naar betere rechtsbescherming voor melders van misstanden. Ook wordt daadwerkelijke ondersteuning verleend aan klokkenluiders die zich bij hen melden.

 

Politiepsycholoog Harrie Timmerman (1946) raakte in 2005 zijn baan kwijt toen hij wereldkundig maakte dat het Openbaar Ministerie en het Nederlands Forensisch Instituut willens en wetens ontlastend DNA-materiaal hadden achtergehouden, waardoor de verkeerde persoon werd veroordeeld voor de moord op een 10-jarig meisje in Schiedam.

 

Recherchekundig fraudespecialist Gerrit de Wit (1957) werd ontslagen bij de bijzondere opsporingsdienst van het ministerie van VROM, nadat hij eind jaren 90 als lid van de Centrale Ondernemingsraad managementmisstanden en fraude in de top van het departement had aangekaart. De Wit en Timmerman werken in de expertgroep samen met onder anderen Paul van Buitenen (maakte in 1999 als EU-ambtenaar frauduleus handelen door leden Europese Commissie publiek), Paul Schaap (trok in 2001 aan de bel over gebrekkige veiligheid van de kernreactor Petten, waar hij toen werkte) en Henk Laarman (vroeg eind jaren 90 aandacht voor fraude in de top van het ministerie van VROM, en werd daarbij ondersteund door Gerrit de Wit).

 


Ondertussen in Den Haag...

 

Ronald van Raak, SP: ‘Het is een grof schandaal wat er gebeurt. Minister Donner is gewoon bang dat er allerlei misstanden aan het licht komen en er koppen gaan rollen, als er een onafhankelijk steun- en onderzoekspunt komt. Want als je dit goed regelt, is de kans groot dat honderden misstanden worden aangemeld. Het is onbegrijpelijk dat de Kamer niet doorpakt, want klokkenluiders zijn van óns. Die moeten we koesteren. Veel fracties gaan af op Donner, maar de minister heeft zijn eigen agenda. Hier spelen andere belangen een rol. Het college dat Donner wil, gaat melders van misstanden doorverwijzen naar de baas, naar een vertrouwenspersoon, of naar de Commissie Integriteit Overheid, die nog nooit één klokkenluider heeft geholpen. Een instituut moet, behalve onderzoeken, klokkenluiders hulp bieden; juridisch en financieel. Ook psychologische hulp is nodig om te kunnen omgaan met de druk die op klokkenluiders wordt uitgeoefend. Ik denk dat de oplossing buiten het parlement om moet worden geregeld, via maatschappelijke druk.’

 

Hero Brinkman, PVV: ‘Als het gaat om klokkenluiders, zijn we altijd met de SP opgetrokken. Ook wij vinden dat er een aparte instantie moet komen die klokkenluiders beschermt en die zaken zelfstandig kan onderzoeken. Als het college dat Donner nu voorstelt alleen maar een soort verwijshokje wordt, zijn wij daar niet blij mee. De onafhankelijke status van het meldpunt moet gewaarborgd zijn.’

 

Ger Koopmans, CDA: ‘Wij steunen de gedachte van minister Donner. Ik heb geen behoefte aan een enorm instituut in een tijd dat we bezig zijn de overheid kleiner te maken. Daarom willen wij niet dat een vaste onderzoekspoot bij het college van adviseurs wordt ondergebracht. Dat heeft vooral ook financiële redenen. We hebben immers een enorme opdracht te volbrengen. Het kan best zo zijn dat het college de mogelijkheid krijgt om hier en daar wat onderzoeksruimte in te huren. Maar ik zie onvoldoende reden er een zware onderzoekspoot aan vast te koppelen.’

 

Pierre Heijnen, PvdA: ‘Minister Donner wilde voortvarend aan de slag, en het wordt tijd dat hij levert. De zorg van de Expertgroep Klokkenluiders is bij deze ook mijn zorg. Ik wilde Donner als nieuw bewindspersoon op Binnenlandse Zaken het voordeel van de twijfel geven. Maar als het nodig is, gaan we er hard in, zo nodig met gestrekt been. Dat onderzoeksinstituut moet er komen. En het moet ook enige statuur krijgen. Als de minister het anders wil, zullen we daar fors tegenin gaan. We zijn hier sinds 2008 mee bezig. Het is welletjes.’

 

Brigitte van der Burg, VVD: ‘Wij zijn voor een klokkenluidersinstituut, maar het moet wel realistisch blijven. Je hoeft niet alles dubbel te doen. Het kan heel efficiënt zijn om onderzoek te laten verrichten door bestaande instanties. Er is geen groot onderzoeksinstituut nodig als het ook op een andere manier goed kan worden geregeld. Ik wil nu afwachten wat de minister ons gaat voorleggen. Want wij gaan er over.’  

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Willemien Wijbenga (Rijksambtenaar) op
Samen met mijn man hebben we als klokkenluiders gevochten tegen het onrecht vanuit de overheid. Maar met name tegen de hoge topambtenaren die de handen boven de hoofden houden van hun directeuren. Alles hebben we gewonnen. Totdat zij hun invloed lieten gelden. Het is niet alleen de overheid. Maar ook rechters die zich laten beinvloeden. Ik ervaar het als corruptie. We hebben onze zaak laten weten aan de expertgroep Klokkenluiders en aan de SP. Als klokkenluider ben je een bedreiging. Als we alsnog de deksel van de beerput halen, worden we nog meer benadeeld en gesaboteerd. Onterecht verslagen en berooid blijven we achter. Enorm frustrerend als je leidzaam moet toezien dat gerechtheid aan je neus voorbij gaat omdat de overheid geen klokkenluiders duld. Een onafhankelijk instituut geeft je tenminste het gevoel dat er nog mensen zijn die in je geloven.
Door Michiel Jonker op
@tjark reininga

Uw opmerking over een "vierkante cirkel" begrijp ik niet goed. Een onafhankelijk instituut lijkt me juist een uitweg uit een vicieuze cirkel waarin klokkenluiders terecht komen en kansloos ten onder gaan.

Er spreekt ook naïviteit uit uw reactie. Misstanden zijn, als ze ontdekt worden, volgens de daders altijd(!) ontstaan door een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Zij beschouwen de klokkenluider daarom altijd(!) als een nestbevuiler (ook als ze dat niet hardop zeggen).

De vraag is dus eigenlijk hoe je nestbevuilers voldoende kunt beschermen om hen in staat te stellen hun nest adequaat te bevuilen, zodat de brandschone, fris en witgewassen fraudeurs, corruptelingen etc. kunnen worden aangepakt en ontmoedigd.

Verder spreken er uit uw reactie drie misverstanden.

1. U zegt dat iedere regeling voor klokkenluiders er in de eerste fase op gebaseerd moet zijn dat de problematiek intern tot in uiterste instantie is aangekaart.

Dat is nu al zo, in ieder geval bij de overheid. In mijn eigen klokkenluiderszaak had dat tot gevolg dat de bestuurders die vermoedelijk bij de zaak betrokken waren, zichzelf mochten beoordelen. U raadt natuurlijk al wat hun conclusie was. Inderdaad: een ongelukkige samenloop van omstandigheden...

De vraag is wat de woorden "intern tot in uiterste instantie" in de praktijk betekenen. Als de top van een organisatie mogelijk bij de vermoede misstand betrokken is, is er in ieder geval geen geschikte "interne uiterste instantie". Dan moet de klokkenluider meteen naar een betrouwbaar, onafhankelijk instituut toe kunnen.

2. U schrijft: "Van de klokkenluider moet (helaas wellicht) gevraagd worden, dat hij de risico's die dat voor hem persoonlijk met zich meebrengt accepteert."

Wat u klokkenluiders vraagt om te accepteren, staat in veel gevallen gelijk aan financiële en/of juridische zelfmoord en aan psychische zelfverminking. Iemand bij zijn goede verstand die dat ziet aankomen, gaat dat natuurlijk niet doen. Eigenlijk zegt u hiermee, dat niemand de klok moet luiden, zodat daders ongestoord hun gang kunnen gaan.

Juist omdat het in sommige gevallen volstrekt onrealistisch en roekeloos is om een misstand intern aan te kaarten, is er een onafhankelijk instituut met onderzoeksbevoegdheden nodig.

3. U schrijft vervolgens: "Daarom blijft in uiterste instantie ook alleen de gang naar de rechter over." Maar dat is het punt nu juist. De huidige Nederlandse rechtspraak beschermt daders tegen klokkenluiders. Zie daarover bijvoorbeeld de reacties op deze website n.a.v. de artikelen "Fred Spijkers denkt aan claim à la Oltmans" (7 jan. 2011) en "Kans op strafzaak Spijkers lijkt klein" (14 jan. 2011). U kunt de artikelen vinden met zoekwoord "Spijkers".

Het is geen goed idee om onze kop in het zand te steken en ervan uit te gaan dat klokkenluiders in de toekomst als een soort heilige martelaren hun leven zullen offeren om het leven van andere mensen veiliger en aangenamer te maken.

Ook potentiële klokkenluiders leren van hun voorgangers. Wat ze nu vooral leren, is: doe het niet!

En dat is ook precies de les die minister Donner en de zijnen graag willen dat potentiële klokkenluiders leren. De kernboodscahp van Donners "advies- en verwijspunt" aan potentiële klokkenluiders zal zijn: doe het niet! Hou je mond! (Uiteraard zal deze boodschap verpakt worden in uiterst minzame en rechtsstatelijke bewoordingen.)

In de uitzending afgelopen vrijdag van de VARA zei de presentator tegen SP-kamerlid Ronald van Raak: "Maar dan heeft u het over Colombia, niet over Nederland". Van Raak antwoordde: "Dat is Nederland". En daar had hij gelijk in.

Dus kom op, trek die kop uit het zand, kijk om je heen en ontdek in wat voor land je werkelijk leeft.
Door tjark reininga (publicist) op
de stichting heeft natuurlijk gelijk dat klokkenluiders vanuit een zeker maatschappelijk belang een nuttige functie hebben en recht op een serieuze behandeling. zij probeert echter een vierkante cirkel te construeren met haar pleidooi voor een onafhankelijk instituut. iedereen die in of buiten de instelling of het verband waarin hij werkt misstanden aankaart zal, tenzij de misstanden inderdaad door een ongelukkige samenloop van omstandigheden zijn ontstaan, worden ervaren als een nestbevuiler. toch moet iedere regeling voor klokkenluiders er in de eerste fase op gebaseerd zijn dat de problematiek intern tot in uiterste instantie is aangekaart. pas als dat er niet toe leidt dat de problemen uit de wereld zijn, is aanvaardbaar dat de aspirant-klokkenluider zijn kritiek aan de grote klok hangt. dat zal dan opnieuw door de leiding van de organisatie, maar wellicht ook door de medewerkers, als nestbevuiling worden ervaren en kan zowel de formele als de informele verhoudingen beschadigen. van de klokkenluider moet (helaas wellicht) gevraagd worden, dat hij de risico's die dat voor hem persoonlijk met zich meebrengt accepteert. daarom blijft in uiterste instantie ook alleen de gang naar de rechter over.