of 59318 LinkedIn

Kijken naar best people

Gemeenten staan aan de lat om polarisatie en radicalisering te voorkomen en tegen te gaan. Een lokaal netwerk van sleutelfiguren kan daarbij helpen. Delft heeft er ervaring mee opgedaan. ‘Open communiceren geeft beide kanten een snellere informatiepositie.’

Gemeenten staan aan de lat om polarisatie en radicalisering te voorkomen en tegen te gaan. Een lokaal netwerk van sleutelfiguren kan daarbij helpen. Delft heeft er ervaring mee opgedaan. ‘Open communiceren geeft beide kanten een snellere informatiepositie.’

Sleutelfiguren hebben positief effect op radicalisering

‘Zo, dat is een pittige tante voor een migrantenorganisatie’, dacht Claire Boelema, netwerkregisseur cluster veiligheid bij de gemeente Delft in eerste instantie over de spreekster die het netwerk had uitgenodigd voor een lezing over radicalisering voor bezoekers van een Turkse moskee. ‘Ze was ogenschijnlijk direct en controversieel, maar bracht een levendige en constructieve discussies op gang. De moskee zat vol met belangstellenden. Ik vond dat mooi en bijzonder.’ De gemeente had waarschijnlijk een andere spreker uitgenodigd, waarna er vermoedelijk mindere onderlinge gesprekken zijn geweest. ‘De discussie werd ook op een positieve manier afgesloten. In het begin dacht men nog: we hebben er niet zoveel mee te maken, dit is voorbij. Maar aan het eind werd door iedereen opnieuw benadrukt dat het fenomeen van radicalisering nog niet is gestopt en het belangrijk is bewust te blijven letten op mogelijke signalen. Dit bleek dus bespreekbaar.’ Boelema vertelt de anekdote als voorbeeld van het geven van ruimte aan een migrantenorganisatie in het organiseren van bijeenkomsten. ‘Wij denken vanuit gemeentelijke richtlijnen. Zij organiseren op een andere manier, maar we moeten hen die ruimte en het vertrouwen geven.’

De gemeente Delft heeft met haar partners het lokale netwerk van sleutelfiguren gebouwd. Toch is het nog te kort dag om vast te stellen of de aanpak goed werkt, aldus Boelema. ‘We zijn anderhalf jaar bezig en kijken naar best people in plaats van naar best practices. Is iemand oprecht geïnteresseerd in de ander, dan kan deze veel voor elkaar krijgen. Het is een kwestie van lange adem, veel vertrouwen opbouwen door samen te werken en daarbij ook fouten mogen maken.’ De gemeente Delft had al netwerken, en zocht daarbinnen naar samenwerking in veiligheidsvraagstukken, maar nog niet op polarisering en radicalisering. Delft was een van de geprioriteerde gemeenten die werkten volgens het actieprogramma van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). ‘De problematiek was hier zeker aanwezig en dus was er de noodzaak voor een aanpak. Nu is dat veranderd en hebben we de mogelijkheid om de preventieve kant door te ontwikkelen. Ons lokale netwerk helpt daarbij.’

Uit de Quickscan Maatschappelijke Spanningen en Radicalisering uit 2015 bleek dat meer gemeenten een lokaal netwerk willen oprichten, maar hiervoor de handvatten missen. De Expertise-unit Sociale Stabiliteit (ESS), onderdeel van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), heeft daarom een handreiking gemaakt waarin de ervaringen zijn gebundeld van zes gemeenten met het opzetten en onderhouden van een lokaal netwerk. ‘In een dergelijk netwerk zijn sleutelfiguren met allerlei achtergronden vertegenwoordigd, zoals wijkagenten, jongerenwerkers, trainers van sportclubs, betrokken buurtbewoners en leden van religieuze organisaties. Samen zijn zij beter in staat polarisatie en radicalisering te signaleren, te voorkomen en te bestrijden, dan wanneer zij alleen opereren’, zo laat het ministerie van SZW weten.

Klik
‘Wij hadden dé oplossing niet in handen’, zegt Boelema. ‘We vroegen een aantal bestaande netwerken mee te denken. Van daaruit zijn we gaan bouwen. We wilden een breder netwerk, dus ook hulp van buitenaf, niet alleen de usual suspects.’ Het gaat om informele en formele sleutelfiguren. Informeel zijn bewoners en burgers die uit eigen initiatief aansluiten, formeel de professionals, zoals jongerenwerkers en wijkagenten. ‘Mensen die zich met het onderwerp willen bezighouden, ook buiten kantoortijden.’

Maar waar vind je die sleutelfiguren? Volgens Boelema komen ze uit verschillende gemeenschappen. In persoonlijke gesprekken wordt gekeken of zij binnen het netwerk passen. Kunnen ze voldoende tijd vrijmaken? Zitten ze niet al in andere netwerken? ‘Je gaat in principe uit van mensen die je kent en waar je een ‘klik’ mee hebt. Wanneer zij weer mensen aandragen die zij geschikt vinden, krijg je een lokaal sneeuwbaleffect. Zo groeit het snel. We kijken ook of er geen andere belangen achter deelname zitten. Dat was hier niet aan de orde.’

De omvang van het netwerk varieert en er zitten naast bewoners en professionals ook twee ambtenaren in. ‘Er zijn tien vaste partners in strategische uitwerkgroepjes, en dertig tot veertig mensen die zich met het onderwerp bezighouden. Zij kunnen ook zelf een onderwerp naar voren brengen, zoals nu discriminatie op de arbeidsmarkt en de media.’ Twee keer per jaar is er een brede bijeenkomst en wordt een jaarplanning gemaakt. ‘Vorig jaar was er veel voorlichting over radicalisering voor de gemeenschap, zoals bijvoorbeeld bij Somalische, Turkse en Marokkaanse gemeenschappen. Met behulp van mensen uit de gemeenschap willen we het onderwerp uit de taboesfeer houden. Hoe ga je om met je kind op social media? Hoe kun je hen weerbaarder maken?’ Nu komt polarisatie meer voor.

Welke onderwerpen het netwerk kiest hangt ook af van de actualiteit. ‘Met de gekozen onderwerpen willen ze ook invloed uitoefenen. Ze zouden bijvoorbeeld met journalisten in gesprek kunnen gaan over hoe je bepaalde berichtgeving minder polariserend kunt laten overkomen.’ Er zijn ook projecten rond discriminatie op de arbeidsmarkt. ‘We spreken met het midden- en kleinbedrijf over mogelijkheden voor meer kansen voor jongeren met een migratieachtergrond.’

Meer ruimte
Het eerste jaar was de gemeente vooral bezig met het opzetten van het netwerk en training en scholing. Straks volgen uitvoeringsactiviteiten. ‘Nu heeft de gemeente een meer faciliterende rol. We doen nog het voorzitterschap van bijeenkomsten en we bieden structuur om bij elkaar te komen in werkgroepjes. We zijn dus meewerkend, maar bieden meer ruimte om zelf dingen op te pakken.’ Vooral onderlinge samenwerking en het benutten van elkaars expertise beschouwt Boelema tot nu toe als grote winst. ‘Ik hoop dat het doorgroeit naar een ‘strategisch’ netwerk, waar we kunnen toetsen hoe zij ergens over denken. Het is fijn om een klankbord te hebben en trends en signalen uit de stad sneller teruggekoppeld te krijgen. Open communiceren geeft beide kanten een snellere informatiepositie.’ Volgens Boelema zijn er minder spanningen in de stad. ‘Het trieste lot van preventieve trajecten is dat het soms lastig aantoonbaar is dat het werkt. Uit structurele gesprekken en ontmoetingen met bewoners en wijkagenten halen wij op dat er op dit moment een positief effect is.’

Doel van het netwerk is nu vooral het aloude credo ‘de boel bij elkaar houden’. Eén van de suggesties die in de handreiking wordt gedaan om het beste in sleutelfiguren naar boven te halen, is te investeren in hun kennis en vaardigheden. Voorwaarde daarbij is dat de gemeente die kennis en vaardigheden ook in huis heeft of weet waar je die kunt halen. Vervolgens is de vraag waar sleutelfiguren exact behoefte aan hebben, hoe intensief en lang de aangeboden trainingen zijn en in hoeverre deze op maat zijn. Delft gaat hiermee aan de slag. ‘Het gaat daarnaast om wat nog nodig is om ‘verbinder’ te worden en welke vaardigheden ze nog moeten ontwikkelen. Dit is ook afhankelijk van met welk onderwerp ze bezig willen gaan. Als gemeente blijven we helpen om het netwerk uit te breiden.’

Kennis delen
Een tweede suggestie in de handreiking is dat sleutelfiguren van elkaar leren en elkaar ondersteunen. De gemeente kan dit proces faciliteren. Boelema beaamt dat kennis delen van groot belang is. ‘Dat geldt niet alleen voor sleutelfiguren onderling, maar ook voor gemeenten. We hoeven niet steeds zelf het wiel uit te vinden. De kennis van andere gemeenten moeten we delen met de rest van het land om dan dezelfde werkwijze te kunnen hanteren en erover te spreken. Ook strategische netwerken zelf kunnen onderling kennis delen. Het mooiste zou zijn als dat vanuit henzelf gebeurt met hulp van andere gemeenten en een nieuw netwerk ontstaat.’ Boelema is blij met de handreiking, want het biedt ook Delft betere handvatten. ‘Hoe kun je het netwerk onderhouden? Hoe betrek je nieuwe mensen erbij? We kunnen ons er nog beter mee positioneren en ervan leren, want het is een dynamisch geheel.’


Handreiking
Essentiële ingrediënten voor het bouwen van een lokaal netwerk zijn betrokkenheid en samenwerking tussen een gemeente, partners en sleutelfiguren, aldus de nieuwe Handreiking lokaal netwerk van sleutelfiguren. Wederzijds vertrouwen en het er- en herkennen van elkaars zienswijze en expertise mag daarin niet ontbreken, blijkt in Delft.

De handreiking is opgedeeld in drie fasen:
Fase 1:
het opzetten van het netwerk
Fase 2: werving en selectie van sleutelfiguren en het samenstellen van het netwerk
Fase 3: het onderhouden en functioneren van het netwerk

De handreiking biedt geen blauwdruk. Welk lokaal netwerk nodig is in een gemeente hangt grotendeels af van de lokale situatie en al bestaande netwerken. In de handreiking staan aparte kaders met voor- en nadelen van werving en selectie door de gemeente zelf of door een externe partij, verschillende soorten sleutelfiguren en het overzicht van de verschillende rollen die een gemeente kan spelen binnen het lokale netwerk: regisseur, facilitator/stimulator of participant.


Kamerbrief
In een Kamerbrief Preventie radicalisering van minister Wouter Koolmees van SZW van april, gaat het kabinet in op de rol van gemeenten. Het kabinet hecht groot belang aan de brede aanpak en de gedeelde opgave voor een effectief preventiebeleid. Het kabinet zegt dat meer ervaren gemeenten hun kennis en expertise zullen delen met omliggende gemeenten en dat het regionale samenwerkingsverbanden zal versterken. Een effectief radicaliseringsbeleid vraagt om een integrale aanpak op landelijk en lokaal niveau. Daarvoor is onverminderd betrokkenheid, actie en samenwerking nodig van alle partijen uit de zorg, welzijn, onderwijs en veiligheid en de gehele samenleving. ‘De uitdaging voor de toekomst is de borging van de inzet, landelijk en lokaal, zodat het bouwwerk blijft staan, ook wanneer de dreiging mogelijk (tijdelijk) vermindert of verandert.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.