of 59123 LinkedIn

‘Je bent totaal de regie kwijt’

Wethouder Bouke Arends (51) moest een paar weken onderduiken in het buitenland. Frustratie, onbegrip en woede vochten om voorrang bij de met de dood bedreigde Emmenaar. Hij kon niet anders, toen, maar nu zou hij op zijn post blijven. ‘Bestuurders moeten voorop gaan.’

Wethouder Bouke Arends (51) moest een paar weken onderduiken in het buitenland. Frustratie, onbegrip en woede vochten om voorrang bij de met de dood bedreigde Emmenaar. Hij kon niet anders, toen, maar nu zou hij op zijn post blijven. ‘Bestuurders moeten voorop gaan.’

Wethouder Bouke Arends over zijn gedwongen onderduik

‘Ik werd op vrijdagmiddag 10 maart gebeld door de basisteamchef van de politie in Zuidoost-Drenthe. Ze zou even langskomen op het gemeentehuis om met mij te praten. Zij was hier rond een uur of vier. Naar aanleiding van de sluiting van het clubhuis van No Surrender op 13 januari waren signalen binnengekomen die wezen op een bedreiging. De ernst kon zij niet goed inschatten, maar het was wel serieus. “Wat zijn de plannen voor vanavond?”, vroeg ze. “Nou ja, ik ga naar FC Emmen tegen FC Eindhoven in de Jupiler play-offs. De gemeente heeft een skybox gehuurd en ontvangt er gasten, dus ik moet er als locoburgemeester en wethouder voor sport bij zijn.” Moest ik vooral doen. “Maakt u zich geen zorgen.”

Tijdens dat gesprek belde collega-wethouder Bouke Durk Wilms twee keer, maar ik dacht: even niet. Ik bel straks wel terug. Toen ik dat deed, vertelde hij mij dat hij ongeneeslijk ziek was. Dat greep mij veel meer aan dan de mededeling van de politie dat ik werd bedreigd. Na het telefoongesprek heb ik daar wel even een traantje om moeten wegpinken. Ik ben naar huis gegaan en heb mijn vrouw verteld over mijn collega, maar ook wat de politie had verteld. We zijn nuchtere Drenten, dus haar reactie was ook: we zien wel wat er van die bedreiging komt. In de rust van de wedstrijd, Emmen stond met 2-0 voor, werd ik gebeld door de politie. Ze wilden na de wedstrijd met mij praten. Ik maakte mij nog steeds nergens zorgen over.

De wedstrijd was nog niet afgelopen, of ik werd wéér gebeld, nu met het verzoek om meteen naar de museumruimte van FC Emmen te komen. “Wij adviseren u om vannacht niet thuis te slapen”, zeiden ze. “Is dat nou echt nodig?” We geven zo’n advies niet lichtzinnig, was het antwoord. “We begeleiden u nú naar huis.” We hebben thuis een koffertje ingepakt, want we zouden bij Van der Valk gaan slapen. In mijn naïviteit dacht ik aan de Van der Valk even verderop in Emmen, maar we reden naar een andere Van der Valk in Noord-Nederland. Toen dacht ik nog steeds: morgen slapen we weer thuis.’

Overal gevolgd
‘Op zaterdag moest ik weer in Emmen zijn voor de Ronde van Drenthe. Ik werd overal gevolgd door mensen van de politie, maar ik denk dat niemand dat is opgevallen. Aan het einde van de middag zijn we teruggegaan naar het hotel. In de loop van de volgende ochtend werd de beveiliging veranderd. Een andere dienst binnen de politie nam het over. Ze waren scherper. De hele dag werden we geschaduwd. ‘s Avonds kwam hoofdofficier van justitie Jan Eland op onze kamer. Ze hadden de bedreiging geanalyseerd en het leek hem beter als we een tijdje naar het buitenland zouden gaan. Geen denken aan, was mijn eerste reactie. Ik wilde het naadje van de kous weten. Hij vertelde hoe ze aan de informatie waren gekomen, hoe ik die moest duiden, wat er bekend was, wat het voor mij betekende. Toen pas realiseerde ik mij hoe groot het gevaar was.

De hoofdofficier van justitie vertelde mij in vertrouwen over de ins en outs van de dreiging. Misschien kan ik er over een tijdje meer over zeggen, maar nu niet. Ik kende Eland en ik had aan een paar woorden en een blik genoeg. Hij is geen man van interessantdoenerij. In de maanden ervoor had ik als locoburgemeester met hem zakengedaan over de aanpak van No Surrender in Emmen. In januari waren Justitie en politie het clubhuis van de motorclub binnengevallen. Op grond van een bestuurlijk rapport over drugshandel had ik een noodbevel uitgevaardigd en het pand laten ontruimen. Het college besloot vervolgens om het pand te laten slopen.

Ze vroegen waar welk buitenland we wilden. We keken elkaar aan: waar zouden we naartoe willen? We wilden nergens naartoe; we wilden naar huis! Dat kon niet. “Wat vinden jullie leuk om te doen”, vroeg iemand. We zijn wandelaars. Zwitserland? Oostenrijk? Schotland? We lieten de kinderen naar het hotel komen om ze te vertellen dat we naar Schotland zouden gaan.’

Imposante mannen
‘Op maandag moesten we weer in Emmen zijn, want Eric van Oosterhout zou worden geïnstalleerd als onze nieuwe burgemeester. Die ochtend heb ik als locoburgemeester een extra collegevergadering belegd om iedereen bij te praten. ‘s Avonds was ik, begeleid door imposante mannen met oordopjes, bij de installatie en hebben we als college na afloop nog even bij elkaar gezeten. Ik heb afscheid genomen van collega Bouke Durk Wilms, die ik daarna niet meer in levenden lijve heb gezien. Na afloop van de installatie van de nieuwe burgemeester zijn we onder begeleiding direct vertrokken. Dat ging niet geheel onopvallend. Het verbijstert mij nog steeds dat toen niets naar buiten is gekomen.

We werden in een gepantserde auto met blauw zwaailicht naar een hotel in Amsterdam gereden. ‘s Ochtends op weg naar het ontbijt liep één beveiliger voor ons en één achter ons, en ik hoorde iemand zeggen: “We komen er nu aan.” Het was een beetje Bassie en Adriaan. “B1 voor B2.” Mijn vrouw en ik konden daar ook nog wel iets van humor in zien. Humor relativeert toch, maar op zo’n moment realiseer je je óók wat een afschuwelijk leven Geert Wilders moet leiden. Met de politieke Wilders heb ik niets, maar ik heb wel een heel andere kijk gekregen op de mens Wilders. Bij ons ging de beveiliging over, bij hem gaat het nooit over. In de VIP-ruimte op Schiphol realiseerden we ons dat dit de laatste halte in Nederland was. We hielden het niet helemaal droog. De scheidslijn tussen een lach en een traan is flinterdun.’

Frustrerende tijd
‘Het was een frustrerende tijd in Schotland. We hadden de koffers ingepakt op wandelen, maar belandden in een drukke stad. Het was allemaal goed geregeld, maar we hebben ons er wel doorheen moeten slaan. Uit ellende hebben we een meerdaagse tocht met een klein gezelschap door de hooglanden geboekt. We moesten eropuit en iets sociaals doen! De kinderen waren niet mee. De dreiging was op mij gericht, maar uiteindelijk moesten ook zij het huis uit. Eerst alleen ‘s nachts, later ook overdag. En in mijn auto mochten ze ook niet meer rijden. In flarden kregen we dat in Schotland te horen.

Als de kinderen niet meer thuis kunnen zijn, wat gebeurt er dan allemaal? Onbehagen, frustratie, onbegrip, woede – alle emoties kwamen voorbij. Gelatenheid soms ook. Later is ons verteld waarom de kinderen het huis uit moesten, maar op dat moment ben je machteloos en totaal de regie kwijt. Dat is gekmakend. Als iets niet goed gaat, dan ben je als bestuurder gewend om er wat aan te doen. Je roept ambtenaren bij elkaar en je bespreekt de situatie. Hoe zit dat? Dit moet gebeuren, dat. Als bestuurder zit je erbovenop. Jij stuurt. Hier werd ik gestuurd. Ik ben een vechter. Als ik moet vechten, ben ik in mijn element. Maar dat mocht niet. Mijn post is niet in een Schotse stad maar in Emmen. Het heeft heel veel met mij en met mijn vrouw gedaan. Zij had er uiteindelijk genoeg van en we zijn op vrijdag 24 maart teruggegaan naar Nederland. Een dag later vertrok ik voor een geplande reis voor de gemeente naar Vietnam. Of ik nu in Schotland zit of in Vietnam, weg is weg. Dat vond de politie goed.

In Vietnam kreeg ik van de politie te horen dat ze de zaak onder controle hadden. Ik hoefde niet meer te vrezen voor mijn leven. Opeens geen gevaar meer? Het OM en de politie hebben mij verteld wat er was gebeurd. In het boek van Pieter Tops en Jan Tromp over de achterkant van Nederland, las ik hoe gesloten OM en politie tien jaar geleden omgingen met de burgemeester van Helmond die moest onderduiken. Bij ons waren ze heel open.’

Unheimisch gevoel
‘Op 31 maart landde ik op Schiphol en op 1 april werd in Emmen de 4 Mijl van Emmen gelopen. Het was lang van tevoren vastgelegd dat ik op die dag wereldkampioen 1.000 meter schaatsen Kjeld Nuis zou huldigen. Er waren duizenden mensen. Ik liep zonder mijn schaduwen tussen de menigte alsof er niets was gebeurd. Ik heb nog nooit zo’n unheimisch gevoel gehad. Zo moet je weg naar een plek waar niemand je kent, en zo loop je een paar weken later op een plek waar mensen je kennen. Bij iedere stap die ik deed, keek ik om mij heen. Het was net alsof ik weer moest leren leven. Een paar jaar geleden had ik een lichte beroerte. Dan moet je ook weer vertrouwen krijgen in je eigen lichaam. Dat is gelukt. Nu moest ik weer vertrouwen krijgen in mijn eigen omgeving. Dat is gelukkig grotendeels gelukt, maar ik ben wel alerter en niet meer zo onbevangen. De ‘onderduikperiode’ heeft mij gedwongen om na te denken over mijn motivering.

Waarom was het openbaar bestuur ook weer zo leuk? Je krijgt wel eens wat naar je hoofd geslingerd, maar dit? Wat is er ver- anderd? Ik nam mij voor om mijn verhaal te vertellen. Dat begreep het OM. Het gaat mij niet om mijzelf, maar ik vind dat iedereen moet weten dat dit gebeurt in ons land. Als bedreiging niet benoemd wordt maar wel voorkomt, dan is het ook voor bestuurders verleidelijk om de andere kant op te kijken. Laten we dat noodzakelijke besluit maar even niet nemen. Dat mogen we nooit accepteren! Het is ook een signaal aan onze ambtelijke medewerkers, met name van toezicht en handhaving. We verwachten dat zij hun werk doen, maar dan moeten bestuurders wel voorop gaan en niet wijken voor dreigementen.’

Nederlandse maffia
‘Ondermijning is in ons land genesteld en geworteld. Het gebeurt niet alleen in Colombia of op Sicilië, het gebeurt ook in Nederland. Het gebeurt zelfs in Emmen, of all places. En wat hier gebeurt, kan morgen ergens anders gebeuren. Weten we dat er een soort Nederlandse maffia is? Als wethouder wist ik dat niet, daar ben ik eerlijk in. Als locoburgemeester ben ik mijn naïviteit kwijtgeraakt. Ik heb díngen gezien en gehoord over de verwevenheid van de onderwereld met bovenwereld. Het boek van Tops en Tromp gaat over Brabant, maar je kunt net zo goed Drenthe of Overijssel invullen.

Ik zou het clubhuis van No Surrender zo weer sluiten, maar als ik vervolgens geconfronteerd zou worden met een doodsbedreiging, zou ik niet meer onderduiken. Nu zou ik zeggen: “Ik ga niet weg. Zorg ervoor dat ik goed kan blijven functioneren, maar ik blijf op mijn post.” Dat heeft vooral te maken met mijn principiële opvatting dat de hoogste op de ladder voorop dient te gaan. Ik geneer mij niet voor mijn gedwongen vertrek naar Schotland. De doodsbedreiging was reëel en de politie stond erop dat we naar het buitenland zouden gaan. Er was niemand bij wie ik te rade kon gaan. Je beleeft het in een roes. Het overkwam mij, maar het overkomt mij niet nog een keer.’


CV
Bouke Arends werd op 10 april 1966 geboren in Emmen. Hij behaalde in 1989 aan de Hogeschool Drenthe het diploma HEAO-bedrijfseconomie en in 2008 aan de Universiteit Twente zijn Master of Public Management. Arends werd in 1986 voor de PvdA gekozen tot gemeenteraadslid in Emmen. Omdat hij nog geen 21 jaar was, kon hij geen zitting nemen in de raad. Een jaar later trad Arends alsnog toe. Met een onderbreking van augustus 1992 tot oktober 1995 was hij tot april 2010 lid van de gemeenteraad. Arends werkte tussen 1999 en 2010 bij de Rijnbrink Groep in Nijverdal. In 2010 werd Bouke Arends wethouder Financiën, Economische Zaken en Werkgelegenheid, Sport, Grondbeleid, Arbeidsmarktbeleid en Informatisering & Automatisering in Emmen. 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.