of 63561 LinkedIn

‘Ik noem het de Amsterdamse ziekte’

Leen Schaap wordt in 2016 commandant van de Amsterdamse brandweer. Hij delft het onderspit in de machtsstrijd met de ‘helden’ als de burgemeester hem laat vallen. ‘Brandweermannen zijn niet heel slim, maar wel sluw.’ Schaap schrijft erover in ‘Brand in Amsterdam’.

Leen Schaap wordt in 2016 commandant van de Amsterdamse brandweer. Hij delft het onderspit in de machtsstrijd met de ‘helden’ als de burgemeester hem laat vallen. ‘Brandweermannen zijn niet heel slim, maar wel sluw.’ Schaap schrijft erover in ‘Brand in Amsterdam’.

Leen Schaap hekelt overheidscultuur in de hoofdstad

‘Leen, we zijn godverdomme belazerd’, fluistert burgemeester Van der Laan in het oor van zijn nieuwe brandweercommandant Leen Schaap. Ze zijn aanwezig bij de opening van kazerne Anton in Amsterdam- Zuidoost. Prachtige keuken, dakterras met BBQ, slaapkamers met televisie, ligstoelen, krachtsporthonk, sportzaal, werkplaats voor privéklusjes. Het heeft wat mogen kosten: bijna 6 miljoen euro. Eberhard van der Laan dacht op die dag in mei in 2016 een werkplek te openen, hij opent een luxe hotel. ‘Voor de acht brandweermannen die per dag aanwezig zijn en het overgrote deel van hun tijd niets uitvoeren’, schrijft Leen Schaap in Brand in Amsterdam. Hoe een verziekte overheidscultuur kan blijven bestaan.

Schaaps relaas over zijn tijd als commandant van de Amsterdamse spuitgasten (2016-2019) is ontluisterend en komisch tegelijk. ‘De Amsterdamse brandweerman is ongeveer 1 procent – ja, u leest het goed – bezig met het blussen van branden, branden in een prullenbak of koekenpan meegerekend’, schrijft Schaap. De rest van de tijd lummelen de brandweermannen rond in hun luxueuze kazerne of werken ze voor hun eigen bedrijf, ‘en dat terwijl de stad schreeuwt om meer veiligheid.’ En op je 59ste met pensioen, dankzij het 24-uursrooster negen maanden per jaar vrij en gratis ziektekostenverzekering. Maar wel ieder jaar meer dan 10 procent ziekteverzuim. Schaap: ‘Ik noem het de Amsterdamse ziekte: we zijn zó ontzettend goed, maar ondertussen woekert de rot binnen sommige overheidsbedrijven ondergronds door. Je zag het bij het GVB, de stadsreiniging, het Afval Energie Bedrijf. In dat rijtje past de brandweer.’

‘Maar ook op andere plekken woekert de verziekte overheidscultuur’, voegt Schaap (59) eraan toe. ‘De rot bestaat in heel Nederland. Daarom heb ik dit boek geschreven, met de brandweer van Amsterdam als voorbeeld. Het had ook over de Belastingdienst of de Voedsel- en Warenautoriteit kunnen gaan. Klokkenluiders zijn onontbeerlijk om de rottigheid boven tafel te krijgen. Ik pleit dan ook vurig voor meer bescherming voor deze dappere mensen. Als je het lef hebt om te zien en de rot durft aan te pakken, dan kun je het veranderen.’ Bestuurders moeten dan wel de moed hebben om vast te houden aan de ingeslagen koers. Schaap: ‘Voor een bestuurder zou moeten gelden: als je voorganger een route naar verandering van een verziekte organisatie heeft bepaald, dan verander je als nieuwe bestuurder niet van koers omdat je het zo’n lastig dossier vindt. Dat vind ik angstig bestuurlijk leiderschap. Burgemeester Halsema brak af wat door Van der Laan als bestuurder en door mij als uitvoerder in gang was gezet bij de brandweer.’

Maffia
Femke Halsema wilde er in haar eerste jaar als burgemeester geen gedoe met de brandweer bij hebben, denkt hij. ‘Dus dan kijk je liever weg. Zo zag Van Aartsen als waarnemer in Amsterdam het ook. Hij vroeg mij: “Blussen ze die branden?” “Ja.” “Mooi.” Dan weet je dat je er alleen voor komt te staan. Van Aartsen stapte ook als eerste achter mij weg toen ik de OR van de brandweer in april 2018 de ‘maffia van de medezeggenschap’ noemde. Deze medezeggenschap ondermijnt de organisatie om er zelf beter van te worden. Ik wilde de stad laten zien: dit is jullie brandweer. Ik wilde dat de stad zou ontwaken uit de mythe van het heldendom van de brandweer.’ Maar de tijden zijn veranderd en Van Aartsen is geen Van der Laan. Hij is een Haagse tussenpaus in de hoofdstad.

Schaap vermoedt dat Van Aartsen de nieuwe burgemeester gaat adviseren om hem de laan uit te sturen, terwijl burgemeester Van der Laan in hém – de onverzettelijke politieman uit Katwijk – de man zag om de beerput bij hoofdstedelijke brandweer open te trekken. Schaap: ‘Ik mocht als breekijzer dienen, maar wel voor een bestuurder die pal achter mij stond. Samen zouden we de brandweer flexibel en modern maken. Ik kon als uitvoerder bij twijfel inhalen: ik wist dat Van der Laan betrouwbaar was en niet opzij zou stappen.’

Die standvastigheid was nodig, want de Amsterdamse brandweer was in de woorden van Schaap verwaarloosd, verweesd en verwend. ‘Er is nooit echt aandacht geweest voor die mannen. De commandanten hadden vaak meer aandacht om zelf te overleven of voor nationale zaken en buitenlandse reizen. De verweesde mannen in de kazernes vonden dat prima. Dan doen we het zelf wel. De verwennerij kende geen grenzen. Ik moet er eigenlijk ook wel om lachen. Bij de uitrukdienst willen ze nauwelijks oefenen. Duikers en brandweermannen in gaspakken oefenden zich suf.

Wat bleek: telkens als een duiker zijn hoofd onder water steekt of een brandweerman zo’n pak aantrekt, krijgt-ie extra geld. Maar het kon nog gekker: als van de acht man in een kazerne er vier zo’n pak hadden aangetrokken, dan declareerden die andere vier dat ook. De wereld was te klein toen ik daartegen optrad. “Dat scheelt mij 200 euro in de maand, hoe ga jij dat compenseren!?” In een verziekte organisatie prevaleert het eigenbelang altijd.’

Sluw
Schaap weigert het spel te spelen zoals een overlever dat doet. Zijn boek Brand in Amsterdam is geen snars anders. Ongekunsteld. ‘Ik kom uit Katwijk. Bijna mijn hele familie viste. En ik ben een politieman. Ook wel principieel en gericht op resultaat. Ik had met Eberhard afgesproken: we gaan samen iets doen aan die brandweer, en dat doe ik dan ook. Ik respecteer de politieke processen, maar daarin hou ik wel van openheid en eerlijkheid. Als een burgemeester zegt: “Je hebt het fantastisch gedaan, maar zou het niet goed zijn dat je weggaat? En neem zelf dat besluit even.” Dan denk ik: wie denk je dat je voor je hebt? Dat gaan we dus niet doen. Maar zo’n confrontatie met de burgemeester verlies je natuurlijk altijd, dat wist ik vanaf dag één.’

Schaap doet een beetje denken aan voetbaltrainer Gertjan Verbeek: vakman tot en met, maar op momenten zo soepel als een Centuriontank. Je zou ook kunnen denken: Leen, je zat gewoon op de verkeerde plek. ‘Niet ik, zij’, reageert Schaap. ‘Ik was bezig en toen kwamen zij, eerst Van Aartsen en later Halsema. Een paar maanden voor de komst van Halsema verlengde het bestuur van de veiligheidsregio mijn contract met drie jaar om te benadrukken dat de gezamenlijk gekozen koers de juiste was. Toen ik bij de brandweer kwam, had ik de keuze: ga ik verbinden of kies ik met instemming van de burgemeester voor de confrontatie. Mijn voorgangers waren allemaal verbinders. Het ene programma werd op het andere gestapeld en de brandweermannen maar lachen. Dus moest ik wel kiezen voor confrontatie, hoewel dat echt niet eendimensionaal was. Immers: als je blijft doen wat je deed, dan krijg je wat je had. Brandweermannen zijn niet heel slim maar wel sluw. Ze pakten de eerste jaren Van der Laan in, ze pakten Halsema in en ze pakten ex-generaal Van Uhm in.’

Halsema vraagt Van Uhm eind 2018 om een rapport over de brandweer te componeren. ‘Er waren mensen die zeiden: “Laat Van Uhm niet binnen, want dat kost je je kop!”’, zegt Schaap. ‘Ik ben naïef geweest. Halsema was slim. Ze steunde in woord de gekozen lijn volledig. Ze zei: “Wat jij doet, moeten we versnellen.” Ik besefte later dat Halsema en Van Uhm vriendjes waren en dat ze niets wilde versnellen.’ Van Uhm gedraagt zich volgens Schaap tijdens zijn onderzoek als een ‘man onder de mannen’ en zegt zeker te weten dat hij een oorlog zou overleven met ‘deze mannen’ als zijn korporaals. ‘Toen wist ik dat het voorbij was. Had Halsema toen maar gezegd: “Schaap, wat ben jij een klootzak; wegwezen!” Daar had ik respect voor gehad. Nu was het van: “Je hebt het heel zwaar gehad de laatste jaren. Het moet voor jou en je naasten toch een hele opluchting zijn als je weggaat.” Met dat soort woorden ben je bij mij aan het verkeerde adres.’

Schaap krijgt eind maart 2019 de genadeklap als tientallen brandweermannen in een vergadering van de raadscommissie Algemene Zaken hun beklag doen over de commandant. De helden zijn niet bang voor vuur, maar wel voor de baas. Die zit op de publieke tribune. Schaap: ‘Ze voerden weer een theaterstuk op. Dat is traditie en ik ging ervan uit dat raadsleden die traditie zo langzamerhand doorhadden. Maar dan zie je hoe amateuristisch het lokaal bestuur is. Een brandweerman vertelt een zielig verhaal dat hij alleen dankzij de 24-uursdiensten zijn kinderen kan zien opgroeien en dat zijn vrouw kan werken. Dat hij dankzij het 24-uursrooster ook 270 vrije dagen per jaar heeft, vertelt hij er niet bij. En niet één raadslid stelt de vraag: hoe doet de rest van Nederland dat dan?’

Gevecht
Als de burgemeester na afloop van de ‘toneelvoorstelling’ begrip toont voor de angsten van de brandweermannen, weet Schaap hoe laat het is. Eind mei zegt Halsema dat hij weg moet. ‘Ik was pas halverwege’, zegt Schaap. ‘Je hebt zes jaar nodig om door zo’n verrotte cultuur te breken. Laat mij nog een paar jaar doorgaan, zei ik, en dan ben ik echt wel weg hoor.’ Maar Halsema heeft haar zin gekregen van de veiligheidsregio. In De Telegraaf poseren brandweermannen dezelfde dag al met feesthoedjes op voor een brandweerauto. Op 1 oktober 2019 pakt Leen Schaap officieel zijn biezen. Een jaar later zegt zijn opvolger Tijs van Lieshout in de Volkskrant: ‘Schaap heeft hier zo met modder gegooid dat veel mensen zeiden: blij dat hij weggaat. Maar hij heeft tucht en orde teruggebracht op de kazernes. (...) Ik ben niet negatief over Schaap. Maar na zo’n gevecht kun je niet door.’

Hij heeft nooit de behoefte gevoeld om de diplomaat uit te hangen, en die behoefte heeft hij ook nu niet. ‘Van Lieshout zegt ook dat hij tien jaar nodig heeft om de problemen bij de brandweer op te lossen. Lekker makkelijk, want dan is hij allang weer weg. En ik las in de Volkskrant dat ik een vorm van ‘strategisch leiderschap’ over het hoofd had gezien: gewoon wachten tot de oude knoesten die de boel verzieken met pensioen zijn. Kom op, een hele nieuwe generatie komt eraan. Jong geleerd is oud gedaan. De mannen in de kazerne hebben de macht weer in handen. Er worden nog steeds kapitalen uitgegeven aan onnodig overwerk, het 24-uurrooster is niet doorbroken, twee diverse klassen die zouden instromen zijn ingetrokken. Maar de brandweer zit gelukkig weer lekker in de verbinding. De brandweermannen blij, de commandant hoeft niets aan de cultuur te doen en de burgemeester heeft geen gedoe.’


CV
Leen Schaap (Katwijk, 1961) volgt van 1981 tot 1984 de Politieacademie. Daarna werkt hij van 1984 tot 2016 bij de politie in Amsterdam. Hij is van juni 2016 tot oktober 2019 commandant van de brandweer Amsterdam- Amstelland. Na zijn vertrek bij de brandweer gaat hij terug naar de politie. Hij is nu politiecommissaris bij de Nationale Politie in Den Haag. 


‘Brand in Amsterdam. Hoe een verziekte overheidscultuur kan blijven bestaan’ verschijnt op 15 februari bij uitgeverij Business Contact. Prijs: €20.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.