of 59318 LinkedIn

‘Ik dacht: dit is mijn kans’

Hoe laat je burgers meebeslissen over hun wijk? De gemeente Groningen gaf in een tweejarig experiment de bewoners van de Oosterparkwijk de kans met de wijkraad hun stempel te drukken op het beleid. Van hondendrollen tot (misschien straks ook) armoede.

Hoe laat je burgers meebeslissen over hun wijk? De gemeente Groningen gaf in een tweejarig experiment de bewoners van de Oosterparkwijk de kans met de wijkraad hun stempel te drukken op het beleid. Van hondendrollen tot (misschien straks ook) armoede.

Een jaar wijkraad Oosterpark

‘Hier woon ik’, wijst Huseen Yasin naar een donkergrijze flat van zes verdiepingen aan de Zaagmuldersweg. Vroeger woonden er ‘blijf-van-mijn-lijfvrouwen en bejaarden’, weet Yasin, die sinds één jaar wijkraadslid is. Net als tien andere bewoners van de Groningse Oosterparkwijk werd hij eind vorig jaar ingeloot om, samen met zes gemeenteraadsleden, in de coöperatieve wijkraad plaats te nemen. Het is een Gronings experiment om burgers te laten meebeslissen over hun eigen wijk. Op deze druilerige donderdagmiddag laat hij zien wat voor wijk Oosterpark is.

Veel aaneengesloten bebouwing van portiekflats. In de smalle zijstraten staan arbeidswoninkjes. ‘Dit is een echt ouderwetse buurt, een volkswijk. Daarachter’, wijst Yasin de wijk in, ‘wonen de échte Oosterparkers. Er zijn ook stukjes waar studenten wonen. En dáárachter wonen mensen die goed verdienen’, wijst hij in de richting van de ‘stads villa’s’ die samen met appartementencomplexen zijn verrezen op de plek waar FC Groningen in 2005 zijn laatste voetbalwedstrijd speelde: stadion Oosterpark. ‘Alles woont hier door elkaar.’

Om te voorkomen dat de wijkraad een speeltje zou worden van hoogopgeleide wijkbewoners, werden wijkraadsleden gekozen via loting. Toen Yasin werd ingeloot voor de wijkraad, twijfelde hij niet. ‘Het leek me leuk om mee te doen. Ik ben geïnteresseerd in wat er maatschappelijk gebeurt. Ik heb twaalf jaar in de jeugdhulpverlening gewerkt.’ In de boomloze Goudsbloemstraat staan drie puberjongens in een voortuintje te kletsen. Eentje zwaait naar Yasin. ‘Nee, die ken ik niet.’ Wie weet wordt Yasin gegroet omdat hij een andere wijkbewoner is geworden sinds hij in de wijkraad zit. ‘Je kijkt meer om je heen. Eerst ging ik van A naar B; wat ik in de tussentijd zag was niet belangrijk. Nu wel.’

Wijkpanel
Wat de wijkraad op de agenda zet mag ze zelf weten, maar ze luistert daarbij in elk geval naar het wijkpanel, waarin (ook via loting) een kleine vierhonderd wijkbewoners zitten. Uit een panel-enquête bleek dat de doorgaande Zaagmuldersweg als onveilig wordt ervaren. ‘De mensen scheuren hard’, oordeelt Yasin op de stoep van de Zaagmuldersweg. Een bus dendert langs, auto’s sjezen voorbij, langs brommers en fietsers; allemaal gebruiken ze dezelfde strook asfalt. ‘We gaan proberen aan deze weg iets te doen. We gaan binnenkort in gesprek met verkeerskundigen, ambtenaren van de gemeente.’ Tot nu toe is Yasin optimistisch over de wijkraad als manier om burgers te betrekken bij het bestuur. ‘Ten eerste: je hoeft niet alleen op politici te kankeren, je kunt ook zelf iets doen. Ten tweede: omdat wat we ondernemen goed verloopt.’

Wat niet wil zeggen dat het van een leien dakje gaat, zo blijkt uit de woorden van wijkraadslid Thea Backhuys. In het Oude Politiekantoor, een van de weinige etablissementen in de wijk, vertelt ze over de lange weg naar het plaatsen van hondenpoepbakken. Zo gingen de wijkraadsleden zelf op zoek naar leveranciers, maar bleek pas veel later dat de gemeente met eigen leveranciers werkt. Backhuys is blij met het resultaat, zeker omdat de gemeente eigenlijk helemaal geen hondenpoepbakken wilde. Nu komen er toch vijf stuks. ‘Dus dat is hoopvol.’

Net als Yasin hoefde Backhuys niet lang na te denken over deelname aan de wijkraad. ‘Ik heb snel ja gezegd, want ik kom vaak dingen op straat tegen waarvan ik denk: wie heeft dát nou bedacht? Dat de gemeente een bank neerzet op een plek waar niemand komt bijvoorbeeld, of dat fitness-parkje dat op een foute plek ligt. Ik dacht: dit is mijn kans.’ Op de agenda van de wijkraad staan verkeersveiligheid, milieu (hondenpoep en zwerfafval) en overlast & criminaliteit – de onderwerpen die uit de peiling van het wijkpanel kwamen rollen. ‘Ik hoop dat we nu met wat zwaardere onderwerpen aan de gang kunnen. Hét onderwerp in de wijk is armoede.’

Kloof
De Oosterparkwijk kent het hoogste percentage minimahuishoudens van Groningen. Zowel Backhuys als Yasin zien weinig kans met de wijkraad iets aan de armoede te doen, hoewel ze het graag willen. Yasin wil ‘dat de kloof tussen arm en rijk niet meer maar minder wordt.’

Niettemin zijn Yasin en Backhuys positief over de wijkraad. ‘Ik vind het toch wel te gek dat de gemeente het aandurft om macht over te dragen aan burgers’, zegt Backhuys. Het heeft haar een andere kijk op het bestuur van de stad gegeven. ‘Ik heb voorheen nooit gestemd voor de gemeenteraad. Ik wist er geen bal van af en had er geen vertrouwen in.’ Bij de raadsverkiezingen in november heeft ze voor het eerst gestemd.

Dan schuift Koosje van Doesen aan. Ze is politiek gepokt en gemazeld als Statenlid, sinds 2014 gemeenteraadslid voor D66 en nu ook wijkraadslid. Volgens haar ontbreken de resultaten om nu al te concluderen dat de wijkraad de afstand tussen bestuur en bewoners heeft verkleind. ‘De wijkraad is een experiment, maar de leden moeten het wiel zelf uitvinden’, constateert ze. Toch is ze vol goede moed. ‘Wij hebben geld beschikbaar, niet alleen voor leuke dingen, maar ook om een verbinding te leggen met andere projecten.’

De wijkraad beschikt de eerste twee jaar over 200.000 euro. ‘Weinig? Dat ligt eraan hoe je het verbindt met ander geld’, meent Van Doesen. ‘Je kunt er miljoenen mee in gang zetten.’ Voor de aanpak van de Zaagmuldersweg heeft de gemeente een project in de pijplijn, maar dat start pas over drie jaar. ‘Wij kunnen dat misschien wel vóórfinancieren’, meent ze. Maar het gaat niet alleen om geld uitgeven, ‘maar ook dat je ziet wat er in de wijk gebeurt en dat verbindt.’ Geïsoleerde initiatieven koppelen en zo meer bereiken. Dat, zegt ze, is de kracht van de wijkraad.

Koffie en cake
Een paar uur later zitten Van Doesen, Yasin en Backhuys met andere wijkraadsleden aan zes tafels in de uitvalsbasis van buurt- en speeltuinvereniging Ons Belang, een houten barak op de binnenplaats van een groot woonblok. Op de bar staan koffie en cake, aan het plafond hangen boomtakken met kerstversiering. Acht van de zeventien wijkraadsleden zijn op de tweewekelijkse wijkraadsvergadering afwezig door ziekte en andere oorzaken.

‘Arend-Jan komt vanavond niet?’, informeert Backhuys. ‘Nee, zijn vrouw is jarig’, weet Van Doesen. Om half acht druppelen de laatste wijkraadsleden binnen. Op de publieke tribune zitten tien mensen. Daaronder twee zestigers uit de wijk die vinden dat te veel huizen in hun straat worden verkamerd. Eén van de mannen licht hun zorgen toe. ‘De gemeente hanteert als norm voor kamerbewoning 15 procent van de woningen in een straat, maar in ons deel van de straat is dat 27 procent. Dat heeft nadelige gevolgen voor de bevolkingssamenstelling en het aanzien’, legt hij uit. ‘Wij hebben al weinig woningen voor gezinnen en dan ga je ook nog eens woningen opknippen. Het tweede is het aanzien: elke woning had groene hagen rond de tuin. Dat zie je met studenten verloederen en de voortuin wordt verhard en een fietsenstalling. Wij vinden dat het moet stoppen.’

De twee mannen komen steun halen bij de wijkraad, maar welke is onduidelijk. ‘Ik weet niet wat jullie zelf kunnen doen’, zegt de man. ‘Het lijkt me heel goed’, zo neemt Van Doesen het woord, ‘dat er een gesprek plaatsvindt met wethouder Roeland van der Schaaf van ruimtelijke ordening. Ik wil wel voor u bemiddelen’, zegt ze. ‘Heel graag’, antwoordt de man.

Ezels
Even later pleiten locatiedirecteur Laura Schaap van de Siebe Jan Boumaschool en programmeur Anne Stoer van ‘het huis van de amateurkunst’ Vrijdag voor een project waarmee ze kunst naar de wijk en school willen brengen. Stoer: ‘We willen snel aan de slag. We hebben een inrichting nodig. Toen dachten we: dan kan de wijkraad ons misschien helpen.’ ‘Wat hebben jullie dan nodig?’, informeert Van Doesen.

‘Een goede werkbank, ezels, belichting’, somt Stoer op. Ze deelt een lijstje met benodigdheden uit aan de wijkraadsleden. ‘We vragen niet alles, we vragen een bijdrage.’ Van Doesen: ‘Heeft dit haast?’ Stoer: ‘Het zou fijn zijn als we eind januari kunnen beginnen.’ ‘We gaan hierover nadenken en de volgende vergadering komen we hier op terug’, besluit de voorzitter. Het geld is er. ‘We hebben tot nu toe 17.362 euro en 90 cent uitgegeven’, informeert gemeenteraadslid Amrut Sijbolts van de werkgroep financiën. Hij vraagt zich af of er geen structuur aangebracht moet worden in de uitgaven en oppert aanvragen uit de wijk niet ad hoc te beoordelen, maar periodiek te clusteren.

Dat is, zo oordeelt een toehoorster in de ‘open ronde’ aan het einde van de vergadering, een slecht idee. Want dan haal je de vaart uit initiatieven in de wijk. Het is juist zo fijn, stelt ze, dat je meteen naar de wijkraad kunt toestappen en niet bijvoorbeeld zes weken hoeft te wachten op een beoordelingsmoment. Om 21.13 uur, ruim een kwartier eerder dan gepland, sluit de voorzitter de vergadering.


Wethouder: geen blauwdruk voor wijkraad

Het ‘coöperatieve’ van de coöperatieve wijkraad Oosterparkwijk slaat op het samenwerken van wijkbewoners en raadsleden. ‘Dat is bewust gedaan’, aldus wijkwethouder Roeland van der Schaaf (PvdA). ‘Bij bewonersparticipatie komen buurt- en stedelijke belangen vaak tegenover elkaar te staan.’ Dialoog in de wijkraad moet dat voorkomen.

In 2014 vatte het idee post om wijken zelf te laten beschikken over wijkbudgetten, aldus Van der Schaaf. ‘Toen hebben we in vijf wijken vijf verschillende aanpakken gestart om de medebeslissingsbevoegdheid van burgers te organiseren. De meest vergaande was de coöperatieve wijkraad: een combinatie van ingelote bewoners en raadsleden. We hebben voor de Oosterparkwijk gekozen omdat daar veel ontwikkelingen aan de gang zijn en vanwege het karakter: het zijn mensen die echt wel wat vinden van de wijk en betrokken zijn.’

De voorzitter van de bewonersorganisatie vindt dat de wijkraad wordt opgelegd en doet wat de bewonersorganisatie al lang doet. ‘Dat zie ik niet. Wat ons betreft is dit experiment niet bedacht als alternatief voor de bewonersorganisatie, maar aanvullend, om samen te werken. De bewonersorganisatie heeft niet het alleenrecht op bewonersparticipatie en de wijkraad ook niet.’

Is er zeggenschap overgeheveld?
‘Je kunt niet zomaar bevoegdheden die wettelijk bij de gemeenteraad liggen overhevelen, maar in principe gaat de coöperatieve wijkraad over haar eigen agenda en heeft ze ook budget. En het is een groeimodel. Hondenpoep en verkeer zijn concreet en daar kun je een oplossing voor zoeken. Armoede is een veel ingewikkelder thema. Hoe kun je dat op wijkniveau oppakken? Je kunt niet de uitkeringen verhogen of het regime van de bijzondere bijstand aanpassen. Maar je kunt wel projecten starten waarmee mensen zichzelf helpen om aan werk te komen of actiever te worden.’

Is 200.000 euro voor twee jaar niet te weinig als je echt iets wilt bereiken?
‘Wil je grootse dingen doen, dan is 200.000 euro niet zoveel, maar dat is nu juist het experiment. Als het goed gaat en er meer zaken op de agenda komen die om investeringen vragen, dan kan ik me voorstellen dat er meer geld naartoe gaat. Daarnaast kunnen ze ook zaken in andere budgetten van de gemeente beïnvloeden.’

Wanneer is de wijkraad geslaagd?
‘Onze ambitie als gemeente is bewoners meer invloed geven op dat wat in de wijk wordt uitgegeven. Werkt dit nou, afgezet tegen die vier andere experimenten? In de Wijert hebben we een soort burgerbegroting met een wijkdeal; mensen konden stemmen waar het geld naartoe gaat. In Lewenborg is een beweging van actieve bewoners die op een los-vaste manier participeren in diverse projecten en die hebben een sterke stem hoe geld in de wijk wordt besteed, dat is meer organisch. In Selwerd worden op een sociaaleconomische manier allerlei activiteiten ontplooid, via het wijkbedrijf, een plek waar allerlei bedrijfjes worden opgericht. In het A-kwartier is op een vrij klassieke manier, met een hoge vorm van participatie, met bewoners samen een plan voor de wijk gemaakt.’

Als het experiment met de wijkraad slaagt, gaan jullie dat dan ook in andere wijken doen?
‘Dat mag. Alleen, het moet wel gedragen worden door de wijk en passen bij de wijk. Er is niet één blauwdruk waarmee het altijd op dezelfde manier gebeurt.’


Bewonersorganisatie: Wijkraad is opgelegd
Op de publieke tribune van de wijkraadsvergadering zit ook voorzitter van bewonersorganisatie Oosterpark Jaap de Graaf, die ruim na aanvang komt binnenvallen. Vijftiger De Graaf (flanellen ruiten overhemd, stoppelbaard van drie dagen) is alert en stelt zijn vragen.

De bewonersorganisatie is ontevreden over de introductie van de wijkraad, laat hij in de pauze weten. ‘Het is opgelegd’, vindt hij. ‘Wij zijn verbaasd dat het in deze wijk gebeurt. Als je dat nu doet in een wijk waar weinig gebeurt door de bewoners, dan snap ik dat. Maar wij zíjn al een heel actieve wijk. Er bestáát al een bewonersorganisatie die al lang bezig is met onderwerpen die de wijkraad gaat behandelen.’

Als het na de pauze over het legen van hondenpoepbakken gaat, draaien zijn ogen quasi-geërgerd naar boven. ‘Dat is het proces dat wij in januari hebben overgedragen aan de wijkraad’, fluistert hij. Na een jaar ziet hij amper vorderingen. Maar hij zegt ook: ‘Er zijn absoluut mooie zaken in de aanpak. Zoals dat systeem van dat wijkpanel met vierhonderd wijkbewoners.’ 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.