of 60715 LinkedIn

‘Ik begrijp die boze Nederlander’

Een ‘beschavingsoffensief’ moet verdere verloedering van kwetsbare wijken voorkomen. Aldus Arnhems burgemeester Ahmed Marcouch in zijn nieuwjaarsspeech. In een interview licht hij zijn oproep toe. ‘Geef mensen een perspectief op een beter leven.’

Een ‘beschavingsoffensief’ moet verdere verloedering van kwetsbare wijken voorkomen. Aldus Arnhems burgemeester Ahmed Marcouch in zijn nieuwjaarsspeech. In een interview licht hij zijn oproep toe. ‘Geef mensen een perspectief op een beter leven.’

Arnhems burgemeester Marcouch pleit voor beschavingsoffensief

‘Gesprekken met de politie duren altijd langer dan je denkt’, verontschuldigt Ahmed Marcouch (50) zich als we een kwartier later dan gepland beginnen aan het interview en twee potige agenten zijn kamer verlaten. Het zou een mooi mantra kunnen zijn. Niet alleen voor de Arnhemse burgemeester en oud-agent, maar ook voor een kleine crimineel uit een achterstandswijk. Over die wijken gaat het gesprek vaak. Marcouch riep in zijn nieuwjaarstoespraak op tot een beschavingsoffensief. ‘Tot achter de voordeur.’

In uw nieuwjaarstoespraak juicht u het vuurwerkverbod toe, maar zegt u ook dat het niet om rotjes gaat, maar om het ‘rot in de samenleving’. Wie bedoelt u daarmee?
‘Ik ben voor het knalvuurwerkverbod, want het draagt niets bij aan de feestvreugde, is gevaarlijk en wordt gebruikt voor het bekogelen van hulpdiensten. Campagnes en harder straffen hielpen niet, dus moet je aan de voorkant handhaven. Die obsessie met geweld heeft ook te maken met een mentaliteit. Het is tuiggedrag dat onbenoemd blijft en waar we keihard tegen moeten optreden. Dat moeten we adresseren.’

Is dat in Arnhem erger dan in andere steden?
‘Nee, in Arnhem hebben we minder brandstichtingen dan in sommige andere steden, maar er zijn hier wel acht auto’s in de fik gestoken en ook mensen die denken dat ze zich met oud en nieuw zonder normbesef kunnen misdragen. Ik zie dat veel breder in de samenleving. Dat er onvoldoende verontwaardiging is over dat gedrag. We stellen niet meer de norm, waardoor mensen op televisie gaan eisen dat ze auto’s in de fik mogen steken of brandjes mogen stichten en hele wijken risico’s lopen. Dat zijn geen jonge jongens, maar vaders. Veertigers. Dat mogen we nooit traditie laten worden. Dat rot in de samenleving moeten we adresseren, benoemen en vervolgens handhaven.’

‘Wat Nederland nodig heeft, is een beschavingsoffensief’, zei u.
‘Ja, en daar hoort bij dat we oog moeten hebben voor de mensen in de wijken waar die mentaliteit overheerst. Straten waar ‘hufters’ denken de baas te zijn. Ook daar moet het offensief zijn. We moeten de norm stellen, staan naast mensen die onder overlast en misdaad lijden. Met corporaties, politie, justitie, gemeente en zorgaanbieders een vuist maken om te voorkomen dat je concentraties van probleemveroorzakers krijgt en het woongenot van omwonenden wordt aangetast, want bij een opeenstapeling van zulke situaties, verliezen mensen uiteindelijk het vertrouwen in de overheid. Dat is een grote zorg.’

Een beschavingsoffensief klinkt heel groot. Wat is uw definitie van beschaving?
‘In een rijk land als Nederland moeten we zorgen dat ieder kind in elke wijk in een goede omgeving kan opgroeien. Enerzijds waarborg je de veiligheid en sta je niet toe dat criminelen ongestraft met hun uit misdaad verworven rijkdom pronken en de baas op straat zijn. Anderzijds moet je ervoor zorgen dat de kwaliteit van wonen voldoet aan het Nederlandse gemiddelde. Als we in die wijken mensen laten wonen die in de problemen zitten, of overlast veroorzaken, en de buren vragen dat te verdragen, moeten we hen daarbij helpen met extra inzet.

Corporaties huisvesten deze mensen vaak in ‘zwakke’ wijken. Als je dat van een wijk vraagt, moet je er iets tegenover zetten. Maak duidelijk welke zorgverlener bereikbaar is als het misgaat en dat die zich ook verantwoordelijk voelt voor klanten buiten de instelling. Komt er een maatschappelijke opvang in de buurt, dan wil ik negatieve effecten dempen door extra inzet. Veeg juist eens extra in die buurt. Zo help je de last van bewoners die best snappen dat die mensen ergens moeten wonen te verlichten. Anders is het gemakkelijk gezegd: je doet het reguliere werk in die wijk, terwijl je nogal wat vraagt van de buurt. Het gaat om wederkerigheid.’

Is dat een opdracht voor de gemeente?
‘Zo’n offensief doe je met alle partijen. De kern van de wijkaanpak, die de corporaties in 2012 na de verhuurdersheffing hebben gestaakt, is: verbeter de woningvoorraad en kijk achter de voordeur wat er aan de hand is. Zijn er onderwijs- of taalachterstanden, ontberen mensen competenties? Soms zie je hele straten waar mensen generaties niet hebben gewerkt en opgroeiende kinderen weinig goede rolmodellen hebben of weinig zicht op een beter perspectief dan hun ouders. Ik zie dat vooral bij veel ‘Nederlandse Nederlanders’ in kwetsbare wijken. We leggen terecht grote focus op integratie van Nederlanders met een migratieachtergrond, maar ik vind dat de Nederlandse Nederlander die laaggeletterd is, ook competenties ontbeert. De kinderen die de armoede hebben geërfd, verdienen net zo goed aandacht. Dat moet ook achter de voordeur en soms met enig paternalisme. Zorg dat zij zich competenties eigen maken om mee te doen op de arbeidsmarkt. Investeer extra in onderwijs voor hun kinderen, zodat ze dingen leren die ze thuis niet meekrijgen. Opdat ze een ander leven krijgen dan hun ouders. Dat is ook beschaving: mensen een eerlijk perspectief geven op een beter leven.’

Voor die groep is de segregatie dus eigenlijk gebleven.
‘Ja, in ons beleid gaat het vaak over taalachterstanden. Als ik de Nederlandse Nederlander niet zou noemen, denkt men: het gaat over mensen met een migratieachtergrond en die moeten integreren. Deze grote groep noem ik bewust Nederlandse Nederlanders, omdat het een blinde vlek is in het beleid dat uitdraagt dat mensen mee moeten doen. En ook in bemoeizorg, waarin we tegen mensen met een migratieachtergrond zeggen: je moet de taal leren, je moet de samenleving kennen, je moet competenties verwerven, tot leren fietsen aan toe! Nederlandse Nederlanders zien we in de statistieken tijdens de verkiezingen terug en dan worden ze weggezet als de boze Nederlander. Ik begrijp wel dat die Nederlander boos is. Ik vind dat we de werkelijkheid van die mensen tekort doen.’

En dan komt de gemeente even zeggen hoe zij moeten leven?
‘Hier zetten studenten educatieve programma’s op voor jongeren die dat niet vanzelfsprekend thuis hebben. Veel jongeren hebben een volle week: sport, vioolles, paardrijden, huiswerkinstituten en ouders die activiteiten met ze doen. Dat hebben jongeren in die wijken vaak niet. Je moet op een professionele, pedagogische manier die inzet plegen, waarbij het overgrote deel van de mensen wel degelijk wil. Je moet die confrontatie achter de voordeur aangaan, in de veilige omgeving van de mensen zelf: wat wil je nou eigenlijk met je leven, wat wil je voor je kinderen, wat heb je daarvoor nodig? Welke verantwoordelijkheid neem je zelf? Je moet ze uitdagen. Maar ook paternalisme met morele dwang. Je moet geen excuus hebben om niet te bewegen. Ik ben niet van de maakbaarheid, maar ik heb het gevoel dat we nu te onverschillig zijn ten aanzien van die groep.

Als we spreken over ontsporing van Marokkaanse jongens in de samenleving, wordt het zo benoemd en die gemeenschap aangesproken. Die zijn er niet altijd blij mee, en soms wordt het voor politieke doeleinden misbruikt, maar het zorgt ook voor reflectie in die gemeenschap en het daagt ze uit. Woede wordt omgezet in: we laten zien dat we het wel degelijk kunnen.’

Werkt dat echt zo?
‘Ik zie dat dat ook zo werkt. Marokkaanse Nederlanders die deelnemen aan het debat en de drang voelen allerlei maatschappelijke initiatieven te nemen. Veel jongeren met een Marokkaanse achtergrond nemen het initiatief tot huiswerkinstituten, initiatieven om jong talent in hun wijk te ondersteunen om een beter schooladvies te krijgen. Dat zijn bewegingen die deels zijn ontstaan, omdat zij de urgentie in de samenleving voelen. Ze voelen zich aangesproken.

Een deel zegt: ik ben niet van het collectief, maar een individu en voel me niet verantwoordelijk voor die misdragingen. Klopt, niemand is verantwoordelijk voor misdragingen van een ander, maar we zijn wel allemaal verantwoordelijk om bij te dragen aan oplossingen vinden voor maatschappelijke problemen. Die krachten moet je benutten. Dat begint bij het leggen van de vinger op de zere plek, zodat het breder wordt herkend, ook door mensen om wie het gaat. Naar mijn ervaring werkt dat ook zo.’

‘Onderwijs is een sleutel naar het goede leven. Dat is beschaving’, zei u in de nieuwjaarstoespraak. ’
In Arnhem hebben we dertienduizend laaggeletterden. Daar zit schaamte en soms frustratie. Mensen komen uit een ander land en vinden hun weg. Waarom zij wel en ik niet? Dat leidt tot ressentiment. Soms ook het idee dat je te oud bent om te leren of dat het niet uitmaakt: ze moeten me toch niet. Die nabijheid is belangrijk. Dat beschavingsoffensief betekent ook dat we ernaar moeten streven dat mensen in een goede omgeving moeten kunnen wonen en hun kinderen daar moeten kunnen laten opgroeien. Waarom zou iemand in een kwetsbare wijk als Immerloo een andere basis moeten hebben dan in Arnhem- Noord?’

Toen u in Amsterdam opgroeide en een beter huis kreeg ervoer u dat aandacht werkt als een vliegwiel. Hoe werkt dat?
‘Laatst zei een Arnhemse dame tegen me: er is meer aandacht voor de grassprieten in het Sonsbeekpark dan voor ons. Mensen hebben het gevoel dat ze niet worden gezien, dat ze er eigenlijk niet toe doen. Mijn vader woonde met veel kinderen in een te krap appartementje van slechte kwaliteit op de derde verdieping aan de Beukenweg in Amsterdam-Oost. Het plafond kwam soms naar beneden, als het hard waaide werd het glas uit de sponning weggerukt. Het was altijd spannend of de flat er na een storm nog stond. Je voelt je onmachtig. We wachtten jaren op een betere woning. De huisbaas wilde niet investeren.

Toen mijn vader uiteindelijk een woning kreeg toegewezen met een betonnen vloer, cv en dubbel glas, voelde hij zich gezien. Hij voelde: ik kan mijn koffers uitpakken, we doen mee. Waarom zou je iemand met een migratieachtergrond anders zo’n waardevolle woning geven? Hij kon perspectief zien en werd verlost van het dilemma: hoor ik hier of hoor ik daar?

Mijn vader was altijd vol van Nederland: mogelijkheden, kansen. Hij was ervan overtuigd dat dit het ideale systeem van samenleven was en zich bewust van de vrijheid. Je hoefde geen angst te hebben voor de staat, heel anders dan in Marokko. Daar stak je snel over als je een agent zag, want dat kon altijd tot toestanden leiden. Angst, maar ook vernedering. Hier vond hij een rechtvaardig systeem. Dat geeft je een boost om jouw talenten en energie te benutten, het beste uit jezelf te halen, maar ook het beste bij te dragen. Je voelt je zo verbonden met de samenleving dat je de drang hebt om terug te geven, omdat je er zoveel van hebt gehad.’

Toch zie je nu ook Marokkaanse jongens die die aandacht niet zo voelen en de illegaliteit in gaan. Kennelijk is er iets veranderd.
‘Invloed van ouders is niet te onderschatten. Als politieman zag ik dat de jongens die zich misdroegen een product waren van hun ouders: slechte huwelijken, liefdeloosheid, ouders die zelf via illegale praktijken inkomsten verwierven. Het ontstaat niet uit het niets. Ouders zijn belangrijk. Het pad naar de misdaad moet je afsnijden door stevig te handhaven, de norm te stellen en criminaliteit niet te laten lonen. Criminaliteit in etnische groepen was in de jaren ’80 en ’90 een blinde vlek voor politie en justitie. We waren geen opsporingsland. Blauw moest op straat, we investeerden onvoldoende in recherche.

Laat staan dat die de kwaliteit had door te dringen in gesloten gemeenschappen met een andere taal en uiterlijk. In de ogen van de handhavers lijken ze allemaal op elkaar. Je moet juist in staat zijn de goede Hassan te onderscheiden van de slechte Houssein. Als je dat niet kan, ga je ze over één kam scheren en raak je de hulp van de goede Hassan kwijt om je te helpen de slechte Houssein op tijd te pakken. Je raakt informatie en legitimiteit kwijt doordat je domweg etnisch profileert in plaats van heel doelgericht. Je moet precies focussen op de juiste persoon, omdat je de juiste kennis in huis hebt. Dat is verbeterd, maar nog onvoldoende. Intussen heb je te maken met de Mocro Maffia.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.