of 59345 LinkedIn

Holland en de rest

Voor een Randstadprovincie is weinig enthousiasme te bespeuren. Vier burgemeesters uit vier Randstadprovincies betwijfelen het nut van zo’n bestuurlijke fusie. ‘Dat wordt al snel Holland tegenover de rest van Nederland.'

De burgemeesters van Haarlem, Westland, Amersfoort en Lelystad hebben het ook gelezen in het regeerakkoord van het kabinet-Rutte. Een fusie tussen het kwartet provincies zal de effectiviteit van het bestuur aanzienlijk vergroten en een geweldige besparing opleveren.

 

De burgemeesters betwijfelen of de vorming van zo’n nieuwe bestuurlijke kolos wel een vooruitgang is. Neem burgemeester Margreet Horselenberg (PvdA) van Lelystad. Ze meldt dat ze ‘het wel gehad heeft’ met het idee voor een Randstadprovincie. ‘Er wordt al 30 jaar over gesproken. Laten we het over de inhoud hebben.’ Vanuit het perspectief van ‘haar’ Lelystad is er al helemaal geen reden om enthousiast te zijn over zo’n megabestuur tussen gemeente en Rijk. ‘Schaalvergroting is in de mode. Kijk naar de schaalvergroting bij de politie.’ Maar groot is niet altijd beter, weet Horselenberg. ‘De centrale vraag is: wie kan welke taken het best uitvoeren?’

 

Flevoland is overzichtelijk. In Lelystad staat, als hoofdstad van Flevoland, het provinciehuis. De provincie omvat slechts zes gemeenten en kent geen Wet Gemeenschappelijke Regelingen (Wgr’s). ‘Je zou kunnen zeggen dat Flevoland is gevormd zoals Thorbecke de staatsstructuur bedoeld heeft’, stelt Horselenberg. ‘Die korte lijnen zijn heel handig als het gaat om afstemming van ruimtelijke- ordeningstrajecten, om subsidie te krijgen en om samen op te trekken om Europees geld te verwerven.’

 

Voorbeelden te over in Lelystad. Horselenberg: ‘Ik noem de toeristisch- economische ontwikkeling van de Lelystadse kust met de aanleg van een boulevard en de uitbreiding van de jachthaven. Ook bij investeringen in leefbaarheidsprojecten in de wijken, de ontwikkeling van ons stadshart en de uitbreidingsplannen van Lelystad Airport werken we goed samen met de provincie.’

 

De bestuurlijke drukte vanuit de provincie valt Lelystad niet zwaar. Toch heeft de burgemeester kritiek op de nog jonge provincie. ‘In de 25 jaar dat Flevoland als provincie bestaat, is het takenpakket behoorlijk vervuild. Ik begrijp dat wel. Er is een leuke klus en dan wil je je daar als provincie op storten. Maar het is de vraag of zo’n taak het best door de provincie gedaan kan worden.’

 

Er schiet haar een mooi voorbeeld te binnen: ‘De jeugdzorg, dat kan het best lokaal gebeuren. Soms moet je een bepaalde omvang hebben om iets aan te kunnen. Voor een milieudienst gelden weer andere maatstaven. In die sector moet je voldoende mensen en kennis hebben om goed te kunnen functioneren. Zo’n dienst moet je regionaal of provinciaal regelen.’

 

Op een aantal terreinen zijn gemeenten ook elkaars concurrenten. Neem de werkgelegenheid. Almere en Lelystad vissen in dezelfde vijver om inwoners en werk naar hun gemeenten te lokken. ‘Iedereen heeft zijn eigen stijl. Almere is meer van het tromgeroffel, wij van de stille diplomatie met af en toe een paukenslag.’

 

Het is een voordeel dat de provincie op dat soort terreinen er neutraal boven staat. In Flevoland is het ‘ons kent ons’ en daar wil Horselenberg niet vanaf. Een Randstadprovincie zet het bestuur alleen maar verder van de gemeente af, denkt ze, en daar zit Lelystad niet op te wachten.

 

Zichtbare resultaten

 

In Amersfoort is onlangs nog teruggekeken op de samenwerking met de provincie Utrecht in de afgelopen 4 jaar. ‘Er zijn zichtbare resultaten voor de inwoners van onze stad behaald’, zegt burgemeester Lucas Bolsius (CDA). ‘De provincie heeft daaraan bijgedragen. Soms door grote financiële bijdrages of door aanpassing van regels. Andere keren ging het om het delen kennis of lobbykracht. Die steun konden we goed gebruiken bij krachtwijk Kruiskamp, renovatie van rijksmonument de Veerensmederij, woningbouwprojecten Hogeweg en Randenbroek-Zuid en de ontwikkeling van de Kop van Isselt.’

 

Is het dan allemaal zonneschijn wat de provincie uitstraalt over Amersfoort? Bolsius: ‘De conclusies uit de eigen bestuurskrachtmeting van de provincie die begin vorig jaar is gedaan door de commissie-Hermans onderschrijven wij op een aantal punten. De manier waarop de provinciale organisatie is geregeld, zorgt voor een weinig integrale blik en sluit daardoor soms te weinig aan op de problematiek waar de gemeente voor staat.’

 

Bolsius noemt de visieontwikkeling rondom duurzaamheid, Utrecht 2040. Dat is een mooi document geworden. Een prachtig vergezicht. ‘Maar we missen een concretere uitwerking op middellange termijn,’ zegt Bolsius. De komende 4 jaar zal de provincie aan de bak moeten om bovenregionale kwesties in goede banen te leiden. Bolsius: ‘Dan gaat het onder meer om knooppunt Hoevelaken. De bereikbaarheid voor de draaischijf Midden-Nederland is cruciaal voor onze economie. Maar dat mag niet gepaard gaan met een grote verslechtering van de leefomgeving van onze inwoners.’

 

Van de provincie wordt ook verwacht dat het bestuur zich sterker gaat maken voor investeringen in kenniseconomie en innovatie. Het regeerakkoord onderkent wel dat er kwaliteiten op dit gebied zijn in het Utrechtse deel van de Noordvleugel, maar als het aankomt op de indeling van Nederland in economische topregio’s en clusters, komt de regio in de achterhoede. Amersfoort vindt dat het provinciebestuur de Utrechtse regio veel steviger op de agenda bij het Rijk moet zetten.

 

Die inzet zal ook hard nodig zijn bij de ontwikkeling van de regio als groeigebied. Er is al veel vastgelegd in de Ontwikkelingsvisie Noordvleugel Utrecht 2015-2030. Het komt er nu op aan, keuzes te maken hoe die groei opgevangen wordt. Bolsius vat de vraag kernachtig samen. Er zal gekozen moeten worden tussen duur en ingewikkeld binnenstedelijk bouwen en relatief gemakkelijker en goedkoper woningen neerzetten in uitleglocaties. Bolsius vindt dat de regionalesamenwerking ver genoeg gaat. Hij zit niet te wachten op de vorming van een Randstadprovincie. Bolsius ziet meer in ‘verbanden die zich natuurlijk ontwikkelen’, zegt hij. ‘Zoals bij de Noordvleugel. Daarin kun je samen optrekken.’

 

Glazen gemeente

 

De gemeente Westland ligt ingeklemd tussen Rotterdam, Den Haag en de Noordzee. Ooit werden de toenmalige gemeenten ‘s-Gravenzande, De Lier, Naaldwijk, Wateringen en Monster wel de ‘Glazen Stad’ genoemd, vanwege het enorme oppervlak aan kassen. Sjaak van der Tak (CDA) is nu burgemeester van de ‘glazen’ fusiegemeente Westland. Hij was wethouder in Rotterdam. Daardoor kan hij de provincie vanuit een grootstedelijke- en een meer agrarische handelsblik bezien.

 

Van der Tak is overwegend positief over het provinciaal bestuur als hij het heeft over het stimuleren van de economie van zijn gemeente. Zuid-Holland heeft volgens hem effectieve lobby’s naar potentiële afnemers van producten uit het Westland. Ook over de steun bij de ontwikkeling van de economie is hij tevreden. Rond de 95 procent van de plannen wordt goedgekeurd. Minpunt is de ontsluiting van het Westland. De wegen rond het tuinbouwgebied slibben dagelijks dicht.

 

De taakverdeling tussen Rijk, provincie en gemeente moet scherper, vindt Van der Tak. ‘Ruimtelijke ordening, regionale economie en infrastructuur zijn kerntaken. De provincie moet zich niet met sociale politiek en cultuur bezighouden. Als wethouder in Rotterdam heb ik gezien dat een stad op achterstand wordt gezet als de provincie zich daar ook mee bemoeit.’

 

Even laat Van der Tak een stilte vallen. Hij wil aandacht voor een nuancering die hij wil aanbrengen. ‘Ik kan me indenken dat er in provincies als Zeeland, Friesland en Limburg een heel andere provincie ontstaat, die zich wel met dat soort sectoren bezighoudt. Daar vervult de provincie een heel andere rol. Daar voelt men zich Zeeuw, Fries of Limburger. Hier ben je geen Zuid-Hollander, maar een Westlander.’

 

Van der Tak komt als vanzelf op het fenomeen Randstadprovincie. ‘Daar ben ik tegen,’ zegt hij resoluut. Hij is wel voor het samenvoegen van provincies, zodat er vier overblijven. ‘Een Randstadprovincie wordt al snel Holland tegenover de rest van Nederland. Het doet ook geen recht aan de ontwikkeling van de grote steden. Die zouden binnen hun regio meer moeten kunnen, omdat ze daar de kracht voor hebben.’

 

Van der Tak is een fervent voorstander van een Vervoersautoriteit, die gaat over de infrastructuur in de vier Randstadprovincies. ‘Tijdens mijn wethoudersperiode is er een onderzoek gedaan naar het aantal spelers op het terrein van verkeer en vervoer. Dat waren er 67. Dat kan wel een slagje minder.’ Twee provincies in de Randstad: Van der Tak ziet het al helemaal voor zich.

 

‘Geld moet rollen’

 

Net als zijn collega’s ziet de Haarlemse burgemeester Bernt Schneiders (PvdA) de provincie het liefst als een kleine, faciliterende bestuurslaag. Met name op het gebied van verkeer en vervoer. Ook op terreinen als ruimtelijke ordening en economische ontwikkeling is de provincie voor Haarlem belangrijk.

 

Het provinciehuis staat in Haarlem en de contacten zijn goed, volgens Schneiders, ‘maar niet geheel zonder spanning. Soms hebben wij moeite met het feit dat je met de pet in de hand bij de provincie langs moet om financiële bijdragen te krijgen voor belangrijke voorzieningen in de stad en de regio. De provincie heeft honderden miljoenen op de bank staan en wat mij betreft zou dat geld wat meer mogen rollen en direct ten goede mogen komen aan de inwoners van Noord-Holland.’

 

De provincie zou wat minder rigide kunnen zijn en wat meer mee kunnen denken met de gemeenten, vindt Schneiders. ‘Ons gebied is lastig bereikbaar. Om daar wat aan te doen, moet je én het openbaar vervoer én het wegennet verbeteren. De provincie wil tot nu toe alleen meebetalen aan beter openbaar vervoer. Men wil dus wel meebetalen aan bustunnels, maar als wij voorstellen dat er naast de bus ook een auto doorheen mag, dan is er geen geld beschikbaar. Dat schiet niet op.’

 

Zelf zat Schneiders jaren in Provinciale Staten en was toen al voor de stelling dat ‘de provincie zich moet realiseren dat de gemeente de eerste bestuurslaag is en de provincie vooral aanvullend aan de gemeenten moet zijn.’ En de Randstadprovincie? ‘Daar zie ik niet veel heil in.

 

Ongeveer 10 jaar geleden is al eens geprobeerd om Noord- en Zuid Holland samen te voegen. Op het laatste moment is dat toen afgeblazen. Grote hervormingen in het openbaar bestuur kosten veel tijd en geld en leveren zelden het gewenste resultaat op. Ik ga liever voor een ander onderdeel van het regeerakkoord, namelijk dat de provincie een gesloten huishouding krijgt. Dat betekent dat ze zich op het Provinciehuis alleen bezig mogen houden met een beperkt wettelijk takenpakket. Dat lijkt me veel realistischer en nuttiger dan het fraai optuigen van een Randstadprovincie.’  


De drie provinciën
De provincies Noord-Holland, Utrecht en Flevoland gaan onderzoeken of ze samen kunnen gaan. Dat hebben de commissarissen van de koningin eind vorige week in een brief aan minister Donner van Binnenlandse Zaken aangekondigd.

 

De provincies willen binnen zes maanden weten of een fusie verstandig is. ‘Op korte termijn moeten duidelijke stappen worden gezet om te komen tot een vermindering van bestuurlijke drukte en bundeling van krachten’, staat in de brief. Het kabinet heeft overigens in het regeerakkoord vastgelegd dat er een Randstadprovincie moet komen van deze drie plus Zuid-Holland.

 

In eerste instantie, schrijven de drie provincies, zal hun samenwerking vijf terreinen omvatten: openbaar vervoer (inclusief concessies), onderhoud en beheer van wegen, vergunningverlening en handhaving, subsidieverlening en bedrijfsvoering. Na nauw overleg met Amsterdam, Utrecht en Almere hopen de provincies deze zomer met een ‘concreet aanbod aan het kabinet te komen’, schrijven de commissarissen.  


Bedrijfsleven wil slagvaardiger bestuur
Het havenbedrijf Rotterdam en bloemenveiling FloraHolland zijn twee economische reuzen die opereren vanuit de Randstad. Hans Smits, directeur van Port of Rotterdam, en Timo Huges, directeur van FloraHolland, geven hun visie op het thema bedrijfsleven en provincie.

 

‘Het mag wel een onsje slagvaardiger’, vindt Smits. Een provinciebestuur moet vooral praktische oplossingen aanbieden. ‘En bureaucratie van binnenuit bestrijden’, vindt Smits. Hij geeft een voorbeeld. Bij de ontwikkeling van de Tweede Maasvlakte zijn aan de bedrijven die er zich willen vestigen strenge milieueisen gesteld. Terecht, vindt Smits. ‘Maar ik zou het wel erg betreuren als ieder nieuw bedrijf dat binnen die eisen valt, weer door heel die molen moet.’

 

Het havenbedrijf verwacht dat de provincie in de komende jaren krachtdadiger gaat werken aan de bereikbaarheid van de Rotterdamse regio. ‘Het tempo voor het aanleggen van infrastructuur moet echt omhoog’, meent Smits. De havens zijn van doorslaggevend belang voor de economie van Nederland. Als die onbereikbaar worden, is het gedaan met de welvaart in de Randstad.

 

Smits: ‘We moeten de rest van de wereld wel zien bij te houden. Europa heeft nu 2,5 procent economische groei, Latijns-Amerika 4,5 procent en het Verre Oosten 6 procent.’ Hij ziet zich niet als een roepende in de woestijn. ‘Uit een NIPO-onderzoek blijkt dat 95 procent van de bevolking ons steunt in de duurzame ontwikkeling van de havens.’

 

Ook Timo Huges van FloraHolland zou graag zien dat de provincie zich met volle kracht stort op de ontsluiting van de Randstad. FloraHolland is - met een omzet van ruim 4 miljard euro - de grootste afzetorganisatie van bloemen en planten ter wereld. Over aandacht voor de sector vanuit de Provinciehuizen klaagt Huges zeker niet, maar hij is slecht te spreken over de coördinatie en afstemming tussen de provincies: ‘In een aantal dossiers merk je dat de aandacht minder wordt als je over de grens van de betreffende provincie heen stapt.

 

Voor een bloemenveiling, die internationaal moet denken, is dat een vreemde gewaarwording.’ De provincie Zuid-Holland heeft afgelopen jaar gezocht naar nieuwe gebieden voor de glastuinbouw. Er is nu een overeenkomst getekend, waardoor een deel van het areaal in Noord-Holland gerealiseerd kan worden. Huges: ‘Een dergelijke bovenprovinciale overeenkomst juichen wij toe.’

 

Havendirecteur Smits voelt wel wat voor het samenvoegen van vier provincies. Die Randstadprovincie zou alleen een aantal hoofdtaken moeten krijgen. Huges sluit zich daarbij aan: ‘In het Europa van de regio’s is een Randstadprovincie een logische eenheid.’   


Voornemens kabinet
In het regeerakkoord kondigt het kabinet-Rutte een groot aantal bestuurlijke veranderingen aan:

* Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen beperken zich tot hun kerntaken.
* Taken van het bestuur worden zo dicht mogelijk bij de burger gelegd.
* De kerntaken van provincies liggen op de gebieden ruimte, economie en natuur.
* Per terrein zijn ten hoogste twee bestuurslagen betrokken bij hetzelfde onderwerp.
* Het provinciaal bestuur in de Randstad(Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland) moet opgeschaald.
* Bevoegdheden op het gebied van vervoer en infrastructuur van Rijk, provincies, regio's en gemeenten in de Randstad moeten overdragen aan een te vormen infrastructuurautoriteit.
* Gemeenteraden gaan de waterschapsbesturen kiezen.
* De Wgr + en deelgemeenten danwel deelgemeenteraden kunnen afgeschaft.
* Taakdifferentiatie op gemeentelijk niveau wordt vaker mogelijk gemaakt.
* Het aantal ambtenaren bij alle bestuurslagen wordt verminderd.
* De regeldruk, vooral voor professionals en burgers, en de interbestuurlijke lasten worden verder verminderd.
* Voor het Gemeentefonds en het Provinciefonds wordt het uitgangspunt 'trap op, trap af' weer ingevoerd: de groei (of krimp) van de fondsen is gelijk is aan de groei of krimp van de netto rijksuitgaven.

 

Dit is de tweede aflevering van een serie van vier over het functioneren van de provincies, in de aanloop naar de verkiezingen van de Provinciale Staten op 2 maart aanstaande.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Friso de Zeeuw (praktijkhoogleraar gebiedsontwikkeling TU Delft en directeur Nieuwe Markten Bouwfonds Ontwikkeling) op

Reorganisatievoorstellen voor het binnenlands bestuur hebben èèn ding gemeen: ze gaan niet door. Om de 5 à 10 jaar passeren voorstellen voor grote regiogemeenten dan wel stadsprovincies, het opheffen van provincies of omvorming tot landsdelen de revue. Het heeft veel weg van bezigheidstherapie voor volwassenen. Een paar maanden geleden probeerde het bestuur van de VNG weer eens een oude hit: vorm 35 maxi-gemeenten tegelijkertijd met het schrappen van de provincies. Ook dit plan verdween snel in het ronde archief.

 

Nu ligt een initiatief op tafel dat wel kans maakt. Fusie van Noord-Holland, Utrecht en eventueel Flevoland: ‘Land van Dam en Dom’. Na een voorzetje van het kabinet komen de provinciebesturen er zelf mee. De maatschappelijke en economische banden tussen Amsterdam en Utrecht worden steeds hechter, kijk naar de infrastructuur: vijf drukbereden rijstroken per rijrichting en een treinverbinding die feitelijk als metro functioneert. De kenniseconomie van beide regio’s ontwikkelt zich voorspoedig. Utrecht raakt verlost van de ongekende bestuurlijke drukte die men in die provincie heeft gecreëerd: stad, provincie en twee regiobesturen zitten elkaar in de nek te hijgen. En, mooi meegenomen: in Noord- Holland hangt de Gooi- en Vechtstreek er niet meer bij als enclave van Utrecht.

 

Wat beide provinciebesturen ook motiveert is dat zij geen zin hebben in een grote Randstadprovincie. Terecht. De stedelijke agglomeraties in de Zuidvleugel, Rotterdam en Den Haag, hebben weinig relatie met de Amsterdamse en Utrechtse stadregio’s. Bovendien raakt met zo’n enorme Randstadprovincie het evenwicht met de andere provincies en de rijksoverheid zoek. Amsterdam en Utrecht zoeken elkaar nu ook op. We gaan een kleine machtsstrijd tegemoet: wie beschikt straks over het investeringsgeld voor infrastructuur: de steden of het provincie bestuur.

 

Het klassieke spanningsveld tussen die twee partijen zal ook deze fusie waarschijnlijk niet oplossen. Of Flevoland echt wil meedoen, is twijfelachtig. Het provinciaal bestuur vertoont al terugtrekkende bewegingen. Dan maar niet. Eigenlijk is toevoeging van Almere voldoende, vanwege de relatie met Amsterdam. Maar Urk en Amsterdam in èèn provincie? Er zijn grenzen….