of 59925 LinkedIn

‘Hij is niet van ons’

De wethouders en de vertrouwenscommissie pruimden hem opeens niet meer, en dus kon Peter de Koning wieberen als burgemeester van Gennep. Wat hij heeft misdaan? ‘Geen idee. Ze vertellen het niet, en dat is zo vernederend.’

De wethouders en de vertrouwenscommissie pruimden hem opeens niet meer, en dus kon Peter de Koning wieberen als burgemeester van Gennep. Wat hij heeft misdaan? ‘Geen idee. Ze vertellen het niet, en dat is zo vernederend.’

Peter de Koning: dit kan iedere burgemeester overkomen

Of de burgemeester zich daags na Pinksteren wilde melden bij de vertrouwenscommissie van de Gennepse gemeenteraad. ‘Ik had geen idee waarom’, zegt (inmiddels) ex-burgemeester Peter de Koning in hotel-restaurant De Kroon op de Markt van Gennep. ‘De drie wethouders hadden hun vertrouwen in mij opgezegd. Hè? Ik was met stomheid geslagen – flabbergasted zoals de Engelsen zeggen. Kunnen jullie mij ook zeggen hoe, wat, waar? Wat ze zeiden mag ik niet zeggen, maar er kwamen alleen maar platitudes uit. En de wethouders wilden mij ook niet vertellen wat er aan de hand was. “Wat gebeurt hier?”, zei de gouverneur, die ik twee dagen later in Maastricht sprak. “Ik ken jou alleen maar als een goed functionerende burgemeester”.’

Zo kenden de Gennepenaren hem ook, zegt Peter de Koning (65). ‘Ik was wat te laat voor onze afspraak omdat ik hier voor de Markt werd aangesproken door een mevrouw. “Kom op hè.”Zo gaat het steeds. Weet je dat mensen huilend bij ons aan tafel voor De Kroon hebben gestaan? “Wij vinden dit zó erg.” Ook in het gemeentehuis stonden medewerkers met natte ogen aan mijn bureau. Ik moest ze echt troosten, moet je nagaan. Honderden appjes, kaarten. Dat heeft ons er de laatste drie maanden echt doorheen gesleept. Want je staat wel helemaal alleen. Mijn vrouw Edith wordt aangeklampt in de supermarkt. Als ik meega boodschappen doen, komen we de winkel bij wijze van spreken niet meer uit. De Gelderlander heeft een peiling gehouden: 72 procent vond dat ik als burgemeester moest blijven. Ik had het wel gewild, maar het kan niet meer.’

Te confronterend
De burgemeester kauwde in de weken na Pinksteren op de slechte tijding van de vertrouwenscommissie en meldde op het einde van de laatste raadsvergadering voor de zomervakantie dat hij in september zou moeten opstappen. ‘Ik wilde een paar maanden tijd kopen in de hoop dat er nog wat te repareren viel.’ De Gelderlander meldde dat na afloop van die vergadering niet één raadslid naar hem was toegelopen. ‘Dat is niet waar, maar het waren er niet veel. Ze waren geschrokken, niemand had dit verwacht.’ De vertrouwenscommissie had hem de keuze gegeven: opstappen of een motie van wantrouwen aan zijn broek krijgen. De Koning hield de eer op die 2de juli aan zichzelf. Hij had het ook op een confrontatie kunnen laten aankomen.

Neem die motie van wantrouwen aan als je durft! De Koning: ‘Volgens sommigen had ik dat moeten doen. De raad heeft zich nooit over mij uitgesproken. Maar ik geloof niet dat ik het anders had moeten doen. De reden van mijn vertrek krijg ik nog wel een keer te horen, dacht ik, maar een motie van wantrouwen zou mij hebben beschadigd. Zover wilde ik het niet laten komen.’

De Koning las de raad op 2 juli voor dat het ‘veranderende bestuursklimaat’ en de ‘sfeer binnen het college’ hem hadden doen besluiten om op te stappen. Maar wat was er dan eigenlijk veranderd? En welke (slechte) sfeer hing er dan? ‘Welke signalen heb ik gemist, wat heb ik verkeerd gedaan?’ De Koning had geen idee, maar op oude voet doorgaan in Gennep zat er kennelijk ook niet in. Is hij deze zomer niet één keer op de wethouders afgestapt om te achterhalen wát er was veranderd? Of meteen na Pinksteren?

Zo van: “Wat maken jullie mij nou? Achter mijn rug om naar de vertrouwenscommissie stappen?” ‘Nee, dat heb ik niet gedaan’, erkent De Koning. ‘De vertrouwenscommissie had mij gezegd dat de wethouders niet met mij wensten te praten. Het leek mij te confronterend om er dan tóch over te beginnen. Van de gemeentesecretaris hoorde ik ook niets. Ik vraag mij af zij een rol in dit spel heeft gespeeld. Gennep heeft een aparte politieke cultuur. In Ridderkerk en Steenbergen, waar ik wethouder was, geeft iedereen elkaar voor de raadsvergadering een hand. Dat gebeurt hier niet. Die directheid is er niet. Op de plek waar ik ben geboren zouden de wethouders de burgemeester hebben aangesproken. Hier is wel óver maar niet mét de burgemeester gesproken.’

Jeneverneus
De gemeenteraad van Gennep werd vorige week wel besloten ‘bijgepraat’ door de vertrouwenscommissie. Na afloop van de bijeenkomst zei CDA-raadslid Jacques van Bergen dat bij de gemeenteraad ‘duidelijk begrip merkbaar is voor de onvermijdelijkheid van het vertrek’ van de burgemeester. ‘Zou ik dat ook mogen weten?’, zegt De Koning. ‘Ik heb niet bezopen in de greppel gelegen, ik heb niet aan de vrouwen gezeten. Vertel het mij.’

Hij zou hard zijn geweest, een bemoeial en een hork. De Koning: ‘Kletskoek. Vraag de inwoners van Gennep maar of ik horkerig ben. Ik kan begrijpen dat een Limburger mij zakelijk vindt. Ik kan mij ook nog voorstellen dat hij mij hard vindt. Ik ben een Schiedamse jeneverneus. In Schiedam heerst de mentaliteit van de haven. Klaar, naar huis. Nee is ook een antwoord. Vooral dat laatste moet je in Limburg anders inkleden. Ronduit nee is te confronterend. Ik heb geleerd om daarmee om te gaan en ik heb een Limburgse vrouw. Ik ben hier sinds 2012 burgemeester; vorig jaar ben ik zonder problemen herbenoemd.’ Maar met een andere raad en met een ander college. ‘Dat is het niet, denk ik. Eind vorig jaar had ik een klankbordgesprek met de vertrouwenscommissie. Ik wilde zelf regelmatig tegen het licht worden gehouden, de profielschets stamde immers uit 2011. Verwachten jullie dat nog steeds van mij? Als het anders is, vertel het mij, dan houd ik daar rekening mee. Het antwoord was altijd: “Ga zo door Peter; het gaat goed”.’

De Koning wist het natuurlijk wel, maar in de Gennepse politiek vertelt men elkaar achter de rug de waarheid. De drie wethouders gingen dit jaar en vorig jaar ook niet rollebollend met de burgemeester over straat. ‘In het huidige college zat wel degelijk chemie’, zegt hij. ‘Je zou denken dat er een ijzige sfeer in het gemeentehuis hing nadat ik mijn vertrek had aangekondigd, maar dat was niet zo. We gingen professioneel met elkaar om. De wethouders waren heel constructief. “Nog een kopje koffie Peter? Hoe kijk jij daar tegenaan Peter?” Als ik dan ‘s avonds thuiskwam, bedacht ik mij dat ik een rol had in een surrealistische B-film.’

De ‘goede’ werksfeer in de zomermaanden gaf De Koning de stille hoop dat er met mediation nog iets te behalen viel. Daar had hij ook op ingespeeld door begin juli te melden dat hij in september zou vertrekken. Gouverneur Theo Bovens hoopte ook op bezinning, zegt De Koning. ‘Het kon niet zo zijn dat ik meteen zou vertrekken. De gouverneur heeft zijn best gedaan. Ik kon hem altijd bellen. Hij heeft met de voorzitter van de vertrouwenscommissie en met de wethouders gesproken. De gouverneur heeft meer dan een keer mediation voorgesteld, maar daar wilden de wethouders en de vertrouwenscommissie niets van weten. Hun bezwaren waren namelijk politiek, vertelde hij mij. “Als mensen niet willen, dan kan ik daar niets mee”, zei hij.’

Maar de gouverneur is niet op de zeepkist gaan staan, zoals hij dat wel deed toen burgemeester Luc Winants van Brunssum opstapte. De Koning: ‘Gouverneur Bovens gooide uit solidariteit zijn agenda om om naast mij in het centrum van Gennep de wandelaars van de Vierdaagse te begroeten, maar de zeepkist, dat heeft hij niet gedaan nee. Hij kent de politiek van Gennep natuurlijk ook.’

Mediation
Geen persoonlijke bezwaren dus tegen de burgemeester, maar politieke – de gouverneur heeft het zelf gezegd. Kan hij daar wat mee? ‘Misschien, Ik ben een burgemeester van de mensen en niet van de politiek. Als mij dat fataal is geworden, het zij zo. Daar kan ik geen spijt van hebben. Ik heb altijd gezegd: met de coalitie en de politiek bemoei ik mij niet. De burgemeester hoort boven de partijen te staan. In de vorige periode had ik er een paar, maar in deze periode heb ik de politieke portefeuilles heel bewust aan de wethouder overgelaten. Misschien heb ik mij daarmee in de ogen van de wethouders en de vertrouwenscommissie te onafhankelijk en te ver van de politiek opgesteld. Ik ben voorzichtig, maar misschien is dat uitgelegd als: hij wil zich niet met de politiek bemoeien, hij is niet van ons. Wellicht vonden ze mij te onafhankelijk; ik weet het niet, niemand heeft mij daar ooit op aangesproken.

Het water is nu nog troebel, over een tijdje is het helder en dan kunnen we zien wat er op de bodem ligt. Na vandaag gaat de knop om. Het is tijd voor iets nieuws.’ De minister van Binnenlandse Zaken moet alleen nog wel antwoord geven op Kamervragen van D66 over zijn opmerkelijke vertrek en zijn afscheid in Gennep komt eraan. ‘Dat gaan we heel informeel doen voor de inwoners, niet in het gemeentehuis. Bij ons in Milsbeek is een mooie zaal. Het zal geen afscheid zijn, maar een tot ziens. We blijven ook in Gennep wonen.’

En daarmee wil hij het persoonlijke drama achter zich laten. ‘Maar het burgemeesterschap was prachtig. Ik zou het wel wat vinden hoor, waarnemend burgemeester in een gemeente in een omliggende provincie.’ De Koning zou zijn ervaring ook graag delen met beroepsgenoten. ‘Het draaide nu om mij, maar het kan iedere burgemeester overkomen. Je bent speelbal van de politiek geworden. In Gennep zelfs vogelvrij.

Een burgemeester wordt geacht om wethouders, raadsleden en de gemeentelijke organisatie als dat nodig is aan te spreken op hun gedrag en integriteit. Dat is nodig in Gennep – ik zeg niet waarom en hoe vaak – maar diezelfde mensen kunnen jou zomaar wegsturen, waardoor zij niet meer aangesproken kunnen worden. De burgemeester zit klem. Ik had het gevoel dat ik in een auto reed met aan weerszijden van de straat dranghekken, en die hekken werden steeds meer op de weg gezet. Uiteindelijk raak je een dranghek, en dan is het: “Hé, De Koning, je hebt een botsing gemaakt, wegwezen wegpiraat”.’

Als hij vanuit De Kroon de zonovergoten Markt van Gennep oploopt, krijgt hij van de mevrouw die hem voor het interview bemoedigend toesprak een bos bloemen. Nu heeft De Koning natte ogen.


CV
Peter de Koning (Schiedam, 1953) studeerde van 1983 tot 1987 rechten in Rotterdam. Hij was vanaf 1990 gemeenteraadslid voor de VVD in Ridderkerk, in 1998 werd hij er fractievoorzitter en vanaf 2006 was hij wethouder in de Zuid-Hollandse gemeente. In 2010 werd De Koning wethouder in de Brabantse gemeente Steenbergen. In juni 2012 volgde zijn benoeming tot burgemeester van Gennep (Limburg). In juni 2018 werd hij er herbenoemd. Op 2 juli van dit jaar kondigde De Koning zijn vertrek aan als burgemeester. Hij legde zijn taken op 3 september neer.


Reactie gemeente Gennep
‘Peter de Koning schetst in het interview een beeld, waarin wij ons absoluut niet herkennen. Zeker als het gaat om de redenen voor zijn vertrek. Bij het beëindigen van zijn benoeming hebben beide partijen schriftelijk met elkaar afgesproken om hierover niet naar buiten te treden. Wij van onze kant wensen ons aan deze afspraken te houden. Wij willen wel kwijt dat de stap die wij hebben gezet naar de vertrouwenscommissie geen gemakkelijke was en beslist niet zomaar is gezet. Daar is een heel proces aan voorafgegaan. De heer De Koning schetst nu een eenzijdig beeld – gebaseerd op zijn interpretatie van de werkelijkheid – alsof er niets aan de hand was. Daar nemen wij uitdrukkelijk afstand van. Bovendien brengt hij met zijn uitlatingen, ook over de politieke cultuur in Gennep, de gemeente en alle mensen die zich daarvoor inzetten schade toe. Dat betreuren wij zeer.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.