of 59345 LinkedIn

Hecht Drecht blijft autonoom

Bestuurders en raadsleden uit heel het land willen weten wat het succes is achter de regionale samenwerking Drechtsteden en ook hoe de democratische legitimatie is geregeld.

Regionaal samenwerken zonder democratisch gat. De Drechtsteden doen het al jaren. Nu wacht de volgende stap: gedeelde wethouders en regio­bestuurders die zich verantwoorden in de gemeente-raad. Op bezoek bij een dolle Drechtstedendinsdag.

Busladingen vol komen af en toe langs in de Drechtsteden. Bestuurders en raadsleden uit heel het land willen weten wat het succes is achter deze regionale samenwerking en ook hoe de democratische legitimatie is geregeld. Hét grote kritiekpunt van de volksvertegenwoordigers bij veel samenwerkingsverbanden is immers dat ‘de regio’ over de hoofden van de betrokken gemeenten en vooral gemeenteraden vergaande besluiten neemt. Binnenlands Bestuur nam een kijkje op ‘Drechtstedendinsdag’; een bomvol politiek programma met pfo’s (portefeuillehoudersoverleggen), themavergaderingen, fractieoverleggen, carrouselvergaderingen en als sluitstuk de daadwerkelijke Drechtraad.

Denk niet dat de samenwerking van de Drechtsteden een fluitje van een cent is geweest, benadrukken betrokken bestuurders. Het is bovendien nog niet perfect; de komende tijd moet er flink worden gesleuteld aan zowel de ambtelijke organisatie als aan de politieke kant van het samenwerkingsverband. De meerwaarde ervan staat overigens niet ter discussie.

Maar laten we niet op de zaken vooruitlopen. Even terug naar het begin. De gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijn­drecht vormen één stedelijk gebied. Met veelal dezelfde belangen, dezelfde concurrenten en dezelfde economische opgaven. ‘Sinds 1996 wordt er op allerlei terreinen samengewerkt. We voerden gezamenlijk projecten uit op bijvoorbeeld het gebied van woningbouw, bedrijventerreinen, openbaar vervoer en verkeer en veiligheid’, steekt secretaris Marcel van Bijnen van het Drechtstedenbestuur van wal. ‘Op een gegeven moment kwam echter het besef dat we de samenwerking meer coherent wilden maken. We hadden het gevoel dat we kansen lieten lopen op het vlak van bedrijfsvoering en beleid.’

Daarmee was de basis gelegd voor de Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden (GRD) die op 8 maart 2006 het licht zag. De Sociale Dienst Drechtsteden werd de eerste loot aan de GRD-stam. De uitvoering van de taken werd bij de zes gemeenten ‘weggehaald’ en onder de paraplu van de GRD gehangen. ‘Daarnaast vond op het gebied van bedrijfsvoering een enorme clustering plaats’, aldus Van Bijnen. Een derde van het totale gemeentelijke personeelsbestand van 1.025 medewerkers en een derde van de gemeentelijke begroting (nu: 245 miljoen euro) werden bij de GRD ondergebracht. Het personeelsbestand wordt de komende tijd teruggebracht naar zo’n 785 fte. Inmiddels werkt onder de koepel van de GRD een aantal grote en kleine regionale diensten: een ingenieursbureau, een onderzoeks­centrum en een servicecentrum. Bureau Drechtsteden − het stafbureau dat bestuur en Drechtraad adviseert en de uitvoering van beleid regisseert − maakt eveneens deel uit van de GRD. Eén belastingdienst int, in regionaal verband, belasting.

Correctie
Inmiddels is het de hoogste tijd voor een ‘correctie op doorgeschoten bedrijfsvoering en complexiteit’, stelt Van Bijnen. ‘Er is op onderdelen veel te veel overleg nodig. We willen vanuit de inhoud kijken wat eenvoudiger kan.’

In dat licht moeten de ‘proeftuinen’ worden gezien, waarin ambtenaren uit de zes gemeenten samenwerken ‘als ware het een netwerkorganisatie’. Er zijn proeftuinen Beleid, Dienstverlening, Openbare Ruimte en Ruimtelijke Ordening ingericht. De achterliggende gedachte is dat op deze manier betere kwaliteit tegen lagere kosten kan worden geleverd. De kwetsbaarheid in kleinere gemeenten neemt af, men kan gebruik maken van elkaars expertise en dubbel werk wordt voorkomen.

Een tweede slag die de GRD wil maken, is het ambtelijk en bestuurlijk inbedden van ‘nabijheid’. ‘We willen onze grootschalige oriëntatie blijven behouden, maar deze wel kleinschalig verankeren. Dat is de crux voor de toekomst’, benadrukt Van Bijnen. ‘We hebben ons de afgelopen jaren gefocust op het zo effectief en efficiënt inrichten van de overheidstaken. In de toekomst gaat het erom onderdeel te worden van een maatschappelijk netwerk; daarin moeten we onze rol gaan spelen.’

De derde slag is het onderscheid durven te maken tussen gemeenten. Van Bijnen: ‘80 tot 90 procent van het werk van de zes gemeenten is hetzelfde. Laten we dat vooral in regionaal verband voor de beste kwaliteit en tegen de laagste kosten oppakken.’ Voor de overige 10 tot 20 procent moeten gemeenten in de ogen van Van Bijnen hun eigen ruimte kunnen pakken; onderscheidend  zijn. ‘Misschien wil de ene gemeente meer aandacht aan cultuur besteden, of aan buurtwerk. Dat moet kunnen.’

Regionaal bestuur
Tot zover de bedrijfsmatige kant van de zaak. What about politics? Bij de start van de GRD werd ook een regionaal bestuur in het leven geroepen, bestaande uit een dagelijks (DB) en een algemeen bestuur (Drechtraad). Het DB wordt gevormd door negen vertegenwoordigers (bestuurders) uit de zes gemeenten en voorzitter Arno Brok. De Drechtraad bestaat uit 43 raadsleden uit de zes gemeenten, waarbij iedere fractie is vertegenwoordigd. Er geldt een systeem van gewogen stemgewicht.

Gemiddeld tien keer per jaar is er een ‘Drechtstedendinsdag’ in een van de zes Drechtsteden. Deze ‘dolle dinsdag’ begint met de diverse overleggen tussen portefeuillehouders. Zij adviseren het Drechtsteden­bestuur, dat op zijn beurt voorstellen voorlegt aan de Drechtraad, als de besluitvorming daarover een bevoegdheid van de Drechtraad is. Eerst in adviserende en opiniërende carrouselbijeenkomsten (‘commissievergaderingen’) en vervolgens in de besluitvormende Drechtraad.

De 43 Drechtraadsleden vormen politieke fracties. Het is zelden dat Drechtraadsleden namens hun eigen politieke fractie van hun eigen gemeente spreken. Nou ja, die ene keer dat Binnenlands Bestuur aanschuift zul je net zien dat veel raadsleden juist wél namens de eigen partij van de eigen gemeente het woord voeren.

Toen ging het opiniërende debat dan ook over een nieuw bestuurlijke stelsel, waar rechtstreekse verkiezingen en het overhevelen van meer taken en beleidsterreinen van gemeenten naar de GRD onderwerp van discussie zijn. Politiek gevoelige onderwerpen dus. Maar dat terzijde. Besluiten die in de Drechtraad worden genomen, worden niet in de afzonderlijke gemeenteraden voorgekookt en er na besluitvorming ook niet teruggelegd. De Drechtraad heeft bevoegdheden over de beleidsterreinen die in zijn geheel aan de GRD zijn overgedragen.

Nieuwe stijl
Dit is de situatie nu, maar deze gaat veranderen. De politiek-bestuurlijke organisatie van de Drechtsteden is − evenals de ambtelijke organisatie − toe aan doorontwikkeling. De Dordtse burgemeester Arno Brok is samen met Bert Blase (burgemeester van Alblasserdam en waarnemend burgemeester van Hardinxveld-Giessendam) vanuit het DB kartrekker voor de Drechtsteden-nieuwe-stijl. ‘We willen verbinden, kracht en vaart maken en zo effectief mogelijk opereren. We zijn telkens op zoek naar het bestuurlijke model dat daar bij past’, vat Blase samen.

Brok is enthousiast over de samenwerking tussen de Drechtsteden. ‘De thema’s die we gezamenlijk oppakken, zouden we als individuele gemeente nooit voor elkaar kunnen krijgen.’

Zo wordt onder meer samengewerkt op het gebied van arbeidsmarkt, logistiek en de maritieme industrie. ‘Dit heeft een geweldige economische spin-off opgeleverd. We hebben elkaar nodig.’

Dat is in de ogen van Brok zeker geen straf, al is het ook geen vanzelfsprekendheid dat gemeenten die elkaar nodig hebben zo goed met elkaar samenwerken. Niet in de laatste plaats omdat de samenwerkende gemeenten van verschillende omvang zijn. Er is echter geen sprake van een ‘grote broer’ die de dienst uitmaakt, die bepaalt wat er gebeurt en van de andere gemeenten verwacht dat zij zich schikken naar de wil van de grootste. Een verdienste van Broks voorganger Ronald Bandell, bezweren Brok en diverse anderen die we deze Drechtstedendinsdag spreken. Brok: ‘Bandell straalde uit dat de samenwerking alleen op basis van gelijkwaardigheid een succes kan zijn en kan blijven.’

Brok is sterk voorstander van de doorontwikkeling van de regionale samenwerking, hoe enthousiast hij ook is over de samenwerking in Drechtstedenverband. Want er wordt in de ogen van Brok te veel gepolderd. Het huidige dagelijks bestuur  met tien burgemeesters en wethouders moet in zijn ogen kleiner. Bijvoorbeeld door te kiezen voor ‘gedeelde wethouders: wethouders die in twee of meer gemeenten worden aangesteld. Dat leidt niet alleen tot kleinere colleges in de afzonderlijke gemeenten, maar ook − in combinatie met het werken met een regionale portefeuillehouderschap − tot een compacter en efficiënter Drechtsteden-DB.

Brok vindt dat de Drechtraad naar volwassenheid groeit. Onder meer omdat de Drechtraadsleden steeds minder namens de eigen gemeente en in toenemende mate via de partijpolitieke lijnen hun werk doen. Maar de burgemeester vindt ook dat de Drechtraad vaker zelf positie zou moeten nemen, wat assertiever zou moeten zijn. ‘Ik zou graag zien dat de raad vaker het initiatief zou nemen.’

Enthousiast
Drechtraadslid Nelleke de Smoker (D66) heeft met eigen ogen gezien dat de Drechtraad is gegroeid. ‘Van stapels nota’s naar echte uitvoering, van 43 woordvoerders naar politieke fracties en van gemeentelijke standpunten naar politieke lijnen’, aldus De Smoker. Ze is enthousiast over de GRD, en vertelt er her in der in Nederland graag over. De voordelen? ‘Efficiency, een groter netwerk binnen en buiten de Drechtsteden en geen bestuurlijke drukte.’

Besluitvorming wordt of lokaal of regionaal belegd; in regionaal verband wordt niet dunnetjes overgedaan wat lokaal is besloten en vice versa. Van overlap is daarmee volgens De Smoker geen sprake. Maar ook zij ziet dat het altijd nog beter kan.

Hoe en in welke vorm het huidige Drechtstedenbestuur de toekomst in gaat, staat nog niet vast. ‘We willen een compact bestuur met veel mandaat en met een stevige uitvoeringsagenda’, stelt Blase. ‘We denken aan gedeelde wethouders, maar ook aan regiobestuurders die verantwoording afleggen in de respectievelijke gemeenteraden’, aldus Blase.

Vormen van burgerparticipatie en inspreekrecht zijn eveneens thema’s waarover het hoofd wordt gebroken. Voor de zomer − ruim voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2014 − moet de knoop over de toekomst worden doorgehakt. Er moet onder meer een besluit worden genomen over een andere positionering van de Drechtraad.

De ideeën variëren vooralsnog van een zeer beperkte Drechtraad, zelfs afschaffing daarvan, tot aan directe verkiezingen en de inzet van burgerparticipatie en uitbreiding van het inspreekrecht. Ook moeten besluiten worden genomen over de samenstelling en werkwijze van het DB en (eventueel nieuwe) taken en bevoegdheden van de GRD. Uitgangspunt is dat de lokale autonomie van de zes Drechtstedengemeenten onaangetast blijft. Voor de meeste politieke fracties is samengaan in een nieuwe gemeente niet aan de orde.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.