of 59345 LinkedIn

Geen kans voor oudjaarhooligans

Het aantal incidenten tijdens oud en nieuw daalt gestaag terwijl de aanhoudingen stijgen. Het tovermiddel heet ‘zero tolerance’, mits gecombineerd met structureel bewonersoverleg.

Het aantal incidenten tijdens oud en nieuw daalt gestaag terwijl de aanhoudingen stijgen. Het tovermiddel heet ‘zero tolerance’, mits gecombineerd met structureel bewonersoverleg.

De laatste jaarwisseling mag volgens politie en bestuurlijk Nederland met minder dan 4 duizend incidenten relatief rustig en ‘beheersbaar’ zijn geweest, in Haarlem denken ze daar anders over. Op twee fronten was het in de hoofdstad van Noord-Holland tijdens oud en nieuw pandemonium. In de probleemwijk Schalkwijk pleegden Marokkaanse jongeren vernielingen en in Parkwijk raakte de ME slaags met buurtbewoners.

‘Adequaat gehandeld’, concludeerde het politiekorps Kennemerland nadat de kruitdampen van het volksfeest waren opgetrokken. Maar was het optreden van de politie wel zo adequaat geweest? Burgemeester Bernt Schneiders denkt er het zijne van en wil dat over een paar weken de daad bij het ferme woord wordt gevoegd. Steden als Den Haag en Groningen hebben een kwalijke oud-en-nieuwreputatie, maar Haarlem?

‘Het kan beter, laat ik het zo zeggen. In het oosten van de stad is het tijdens oud en nieuw altijd onrustig. Vernielingen, met stenen naar hulpverleners gooien, brandweerlieden beschieten met vuurpijlen, ambulances tegenhouden. Grimmig’, zegt Bernt Schneiders (PvdA), sinds 2006 burgemeester van Haarlem. In Parkwijk dreef de ME agressieve groepen uiteen om de brandweer de kans te geven brandjes te blussen. De ME’ers werden met vuurpijlen beschoten. Later kwam de ME weer in actie en werden buurtbewoners met harde hand gevorderd naar huis te gaan. Natuurlijk gefilmd en op You- Tube gezet. Burgemeester Schneiders heeft het filmpje niet gezien. Hij zegt: ‘Ik weet precies wat er aan de hand is en we hebben de ellende geëvalueerd met de wijkraad. Ik heb een goed beeld van die buurt.’

Preventief programma
Zero tolerance tijdens de jaarwisseling is de mantra van minister Opstelten en zijn secondant Teeven, maar voordat voorzitter van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters Schneiders zich daarbij aansloot, vroeg hij eerst een aantal organisaties om voor de aanstaande jaarwisseling in Parkwijk met een preventief programma te komen. Het resultaat was teleurstellend, verzucht Schneiders. ‘Er komt wel een groot vreugdevuur op een geschikte plek. Verder waren het allemaal leuke plannen, maar ik kreeg niet de indruk dat we de doelgroep ermee zouden bereiken. We gaan geen feestjes organiseren als we er niets mee opschieten. Ik heb ook niet de illusie dat mensen zich beter gaan gedragen door preventieve maatregelen.’

Schneiders wil veel meer inzetten op repressie. ‘De tolerantiegrens komt een stuk lager te liggen. Natuurlijk zie je tijdens oudejaarsnacht meer door de vingers dan op een gewone avond, maar het grootschalig plegen van vernielingen en het beschieten van brandweermensen met vuurpijlen is onaanvaardbaar. Dat beantwoord je niet met het organiseren van een feestje; dat doe je met hard optreden, aanhouden en straffen.’

Maar dan moet de politie Kennemerland wel uit een ander vaatje gaan tappen, meent burgemeester Schneiders. Hij zegt: ‘Waar ik mij bij de laatste jaarwisseling aan heb geërgerd, is dat er veel vernielingen zijn geweest maar dat er in de hele stad niet één aanhouding is verricht. Dat is onbestaanbaar. In de instructies werden de tolerantiegrenzen aangegeven en stond dat geweld tegen hulpverleners niet zou worden geaccepteerd. Allemaal leuk en aardig, maar niemand is opgepakt. Het was niet te doen, kreeg ik van de politie te horen. De Marokkaanse jongeren in Schalkwijk waren zo vlug als water en speelden een kat-en-muisspel met de politie. Dat mag zo zijn, maar dan zorg je maar voor strategieën waardoor je wél aanhoudingen kunt verrichten.’

Schneiders heeft met de hoofdofficier van justitie afgesproken dat gekeken wordt of notoire oudjaarhooligans hun uitstaande taak- en gevangenisstraffen rond de jaarwisseling kunnen uitdienen. ‘Het is verder aan de professionaliteit van de politie om voor oud en nieuw het adequate middel te vinden om de relschoppers aan te pakken. Daar wordt nu hard aan gewerkt’, aldus Schneiders.

Haarlem heeft nóg een les getrokken uit de narigheid van de afgelopen jaarwisseling: er dienen camera’s te komen op de plekken waar het altijd uit de hand loopt. Dat klinkt als nieuws uit de oude doos, maar voor Haarlem is het een revolutie. Haarlem heeft als enige grote stad in Nederland geen cameratoezicht in de openbare ruimte (Nijmegen hangt camera’s op bij grote evenementen).

Schneiders: ‘Onze gemeenteraad is in overgrote meerderheid principieel tegen cameratoezicht. De camera’s hoeven van mij ook niet in het uitgaanscentrum te hangen, maar ik wil ze wel kunnen inzetten voor de handhaving van de openbare orde op de hotspots tijdens de nacht van oud en nieuw.’

Als het zover is, zal de burgervader op die hotspots geen poolshoogte komen nemen. ‘Ik vier de jaarwisseling in huiselijke kring. Maar wees ervan verzekerd: ik ben geen burgemeester die op zo’n avond zoveel champagne drinkt dat hij geen driehoek meer kan voorzitten. Een burgemeester hoort gewoon niet thuis op het slagveld.’

Slagveld
Burgemeester Jan Waaijer (CDA) van Zoetermeer is tijdens oud en nieuw wél op het slagveld te vinden. Waaijer: ‘Om half 1 haalt de politie mij van huis op en dan rijden we langs een aantal plekken. Je toont daarmee ook je betrokkenheid.’ De brandweer in Zoetermeer heeft op zo’n nacht 10 procent van zijn jaarproductie. ‘We hebben de meeste problemen in de wijk Rokkeveen ten zuiden van de A12, met traditiegetrouw vreugdevuren die iedere beschrijving tarten’, zegt Waaijer. ‘We waren daar bij de voorlaatste jaarwisseling om 1 uur, om half 2, om 2 uur, om half 3 en om 3 uur. Ik voelde de temperatuur oplopen en de grimmigheid toenemen. Ik heb dat bijna fysiek ervaren. Toen heb ik de ME ingezet. De dag erop kwamen de vragen. “Wie was er nog meer bij?”, kon ik zeggen.’

De Zoetermeerse politie kwam tot de slotsom dat drie lieden in Rokkeveen de centrale amokmakers waren geweest. Burgemeester Waaijer had er veel voor over om deze drie er bij de volgende jaarwisseling niet bij te hebben. ‘Dus heb ik ze met de nieuwe Voetbalwet in de hand een gebiedsverbod opgelegd. Het is een brede wet die je kunt gebruiken om de openbare orde te handhaven, zolang je een op de persoon toegesneden dossier hebt. Dat had ik.’

Waaijer is blij dat hij die Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast kon inzetten. ‘De laatste jaarwisseling was veel minder heftig. De angel was eruit.’ Jammer alleen, zegt hij, dat niemand in beroep ging. ‘Dat geldt ook voor Rotterdam en Den Haag. Het is een nieuwe wet en het zou goed zijn geweest als deze was getoetst. Daar word je allemaal wijzer van’, aldus Jan Waaijer. De drie oudjaarhooligans hebben volgens de burgemeester niet elders de boel op stelten gezet. ‘De wijkagent kent zijn pappenheimers. Bovendien weten die lieden ook wel dat een rechter geen clementie zal tonen als ze een gebiedsverbod op een andere plek hebben.’ Wellicht dat Zoetermeer de Voetbalwet straks weer van stal haalt.

Dwangsommen
Burgemeester Roland van Schelven (D66) van het Gelderse Culemborg hanteerde bij de laatste jaarwisseling niet de Voetbalwet, maar legde preventieve dwangsommen op. Zijn gemeente had het jaar daarvoor te kampen gehad met zware rellen tussen Molukkers en Marokkaanse probleemjongeren in de wijk Terweijde. Dagen later was het er nog onrustig, waarbij de ME paraat bleef. Negen mensen werden uiteindelijk opgepakt. Vijf amokmakers kregen voor de laatste jaarwisseling een preventieve dwangsom en twee kregen door de rechter-commissaris een gebiedsverbod opgelegd. Jeugdige onruststokers ontvingen een boze brief van de burgemeester.

Van Schelven: ‘We hebben nog nooit zo’n rustige oud en nieuw gehad. De wijk had en heeft behoefte aan rust, geen cameraploegen in de straat. De schade in de openbare ruimte bleef beperkt tot enkele verkeersborden en een paar afvalbakken.’ Maar daar was veel meer voor nodig dan het opleggen van preventieve dwangsommen en gebiedsverboden, haast Van Schelven toe te voegen. ‘Vorig jaar hebben we enorm geïnvesteerd in onze contacten met het bewonersoverleg, de woningcorporatie KleurrijkWonen, met de welzijnsorganisaties en met de hulpverleningsdiensten. Dat proces hebben we dit jaar voortgezet.’

Na de jaarwisseling van 2009/2010 ging de gemeente in de overdrive. ‘De botsingen tijdens oud en nieuw waren blijkbaar nodig om echt met daadkracht in actie te komen’, zei KleurrijkWonen-directeur Jaap van Dam deze zomer. Daar waar voorheen initiatieven van de wijkmanager vastliepen in een kluwen van onvoldoende samenwerkende partijen, voert nu een projectleider namens de burgemeester de regie over de plannen. De gegevens van honderden bewoners bij politie, woningcorporatie, bevolkingsregister en de sociale dienst werden op elkaar gelegd. Het probleem is eerst teruggebracht van een wijk naar een paar straten, en nu naar een aantal mensen.

Burgemeester Roland van Schelven zegt daarover: ‘We hebben het plan Aansprekend Terweijde gelanceerd. Het heeft vier sporen: het zorgspoor (aandacht voor multi-probleemgezinnen), het zoete spoor (geld voor bewonersinitiatieven), het zure (verplichte hulpverlening en mogelijke sancties) en het bewonersspoor. Dat laatste is cruciaal, omdat we contacten leggen met groeperingen en burgers in de wijk. Ik geef eerlijk toe dat dat vallen en opstaan is, maar we zijn een eind op de goede weg. De voorzitter van het bewonersoverleg met de gemeente zei: “Het is vanuit de wijk gekomen, en het moet ook vanuit de wijk worden opgelost.” Essentieel is dat je de bewoners ook een positie moet geven. Het mag vanuit de gemeente geen vrijblijvend praatclubje zijn.’

Rechtstreekse communicatie
Onderzoeker bij LokaleZaken en lector Gebiedsgebonden Politie aan de Politieacademie Edward van der Torre constateert dat problemen zoals in Haarlem, Culemborg en Zoetermeer niet van het ene op het andere jaar kunnen worden verholpen. En al helemaal niet zonder rechtstreekse communicatie met de kwaadwillenden en de kring eromheen.

‘Op die manier is de afgelopen jaren echt vooruitgang geboekt. In plaatsen als Zaltbommel en Aalburg is de pakkans vergroot, in combinatie met overleg met bewoners. Je kunt daaruit de les trekken dat gemeenten en politie vroegtijdig in contact moeten treden met bewoners. Ze moeten ook een goed beeld hebben van de harde kern en de druk opvoeren, en niet alleen in de weken voor oud en nieuw. In de rest van het jaar heb je van die lieden namelijk ook last. Er is meer nodig dan zero tolerance op 31 december en 1 januari’, aldus Van der Torre, die samen met Otto Adang voor de Politieacademie spraakmakende studies schreef over drie recente jaarwisselingen.

Gemeenten hebben die adviezen geestdriftig ter harte genomen (preventie en repressie richten op hotspots en hotshots, met gebruikmaking van camera’s, lik-opstuk beleid en schadeverhaal). Soms een beetje té geestdriftig, aldus Van der Torre. Hij zegt: ‘We waarschuwden gemeenten dat ze in september moesten beginnen met de voorbereidingen en als grap zeiden we dat het op 1 januari ook al kon. Dat werd serieus genomen. Soms werden enorme projectteams in gemeenten ingericht die geen probleemgemeenten waren. Eerlijk gezegd worden de maatregelen hier en daar overdreven. Een gemeente zonder problemen, die een feest organiseert om de problemen voor te zijn. Raadsleden die stampij maken over schade tijdens de jaarwisseling, terwijl niemand wat zegt over de enorme schade tijdens een gewoon stapweekeinde.’

Na drie studies, zegt Van der Torre, ‘hadden we in sommige gemeenten liever gezien dat ze de aanpak van jeugdgroepen gingen verbreden, want daar heb je ook op 31 december en 1 januari profijt van.’ Van der Torre zegt te begrijpen dat zero tolerance geldt voor het vereffenen van openstaande rekeningen, het beschieten van publieke werkers en het gebruik van levensgevaarlijk vuurwerk, maar verder ziet hij het gescherm ermee door OM, bestuurders en politie vooral als een vorm van preventie. Van der Torre: ‘En als zero tolerance écht wordt toegepast, dan gaat het om locaties en delicten waarbij de pakkans groot is, zoals het optreden tegen autobranden in Den Haag.’

Gericht gebruiken dus, meent Van der Torre. ‘Oud en nieuw is een landelijk festijn waarbij de politie zich over het hele land moet verspreiden. Je kunt onmogelijk overal de daad bij het woord voegen. Het is zeker nuttig om de harde kern te vertellen dat er zero tolerance zal zijn en je beleid ook te richten op die groep. Maar als er dan iets gebeurt, moet je natuurlijk wel een paar aanhoudingen hebben. Dat heeft effect. Doe je dat niet, dan sta je voor aap.’


Snelrechter straft niet strenger
Verdachten die zich hebben misdragen tijdens de jaarwisseling moeten 3 dagen na hun aanhouding op supersnelrechtzittingen verschijnen. Na een eventuele veroordeling moet de gevangenisstraf onmiddellijk worden uitgevoerd. Hetzelfde geldt voor taakstraffen. Ook voor de aankomende jaarwisseling heeft het OM in de vier grote steden supersnelrecht aangekondigd. In de andere arrondissementen wordt gekeken of supersnelrecht wenselijk is. De strafeis zal in alle oud-en-nieuwgevallen 75 procent hoger liggen dan anders; voor geweld tegen agenten, brandweerlieden en ambulancepersoneel zelfs 200 procent hoger. Rond de laatste jaarwisseling werden 732 verdachten door de politie bij het OM aangebracht, minder dan na de jaarwisseling van 2009/2010 (toen waren het er 795). Het aantal zaken van geweld tegen personen met een publieke taak daalde enorm (van 303 naar 173), terwijl het aantal aanhoudingen daarvoor juist steeg (van 109 naar 177).

Volgens het OM was dat een direct gevolg van de nieuwe aanpak van zero tolerance. Begin januari werden 29 supersnelrechtzittingen en 49 snelrechtzittingen gehouden. Kort na de laatste jaarwisseling inventariseerde dagblad Trouw of ‘s lands rechters ontvankelijk waren voor de hogere strafeisen tijdens de bijzondere zittingen. De conclusie was dat dit niet zo was. In tweederde van de zaken vielen de straffen lager uit dan geëist. Rechters honoreerden wel alle verzoeken tot schadevergoeding. De meeste veroordeelden kregen huisarrest voor de komende jaarwisseling. Het OM houdt zich over de resultaten op de vlakte. ‘Het aantal zaken dat is afgehandeld via supersnelrecht is te beperkt en het beeld te divers om op basis daarvan algemene conclusies te trekken over de vraag of rechters bereid zijn per 31 december 2010 verhoogde strafeisen te volgen’, aldus het OM.


Preventie al in 1758 hard nodig
De Spaanse landvoogd van de Nederlanden Luis de Zúñiga y Requesens bepaalde pas in 1575 dat op 1 januari het nieuwe jaar begon. Nadat ook Drenthe overstag was gegaan, wordt sinds 1701 landelijk oud en nieuw gevierd. En gelukkig, de ellende van de jaarwisseling komt niet uit de lucht vallen. Jongelingen trokken in de 18e eeuw luid zingend, vuurtjes stokend, slaand op deksels en luid schietend door de straten. Er werd met carbid geschoten en de burgers schoten uit ‘hunne stoepen’.

Irene Stengs, onderzoeker Etnologie aan het Meertens Instituut in Amsterdam, heeft op haar bureau een decreet uit het begin van de 19e eeuw staan van de gemeente Amsterdam, waarin wordt verordonneerd dat 1 januari een rustige dag dient te zijn. Stengs: ‘Dat zeg je alleen als het niet rustig is. En hier, Nieuwpoort in Zuid-Holland, waar de Regering in 1758 een verbod uitvaardigt tegen het nieuwjaarszingen, of in iemands huizen te lopen en den luyden iets af te nemen. Het nieuwjaarszingen werd er vervangen door een collecte op oudejaarsdag, waarvan gort en meel werd gekocht voor de minderbedeelden.’ Preventie avant la lettre.

Maar toch was oud en nieuw in vroeger tijden niet het grootste jaarlijkse probleem van openbare orde. Irene Stengs: ‘Er zijn in de geschiedenis altijd feesten geweest die een rommeltje werden, zoals het bedelfeest van Sint- Maarten.’ Cultureel antropoloog Jef de Jager meldt dat ‘jonge boefkens’ in 1443 in Dordrecht ‘veel onredelikheden’ bedreven door Sint-Maartensvuren te stoken van zitbanken, deuren en uithangborden. Irene Stengs: ‘De burgemeesters deden er alles aan om de baldadigheid en de dronkenschappen tijdens Sint- Maarten te beteugelen.

Sint- Maarten kennen wij nu van de kindertjes die op 11 november met lampionnen langs de deuren gaan, liedjes zingen en snoep krijgen. In de 16e en 17e eeuw beukten de armen met veel kabaal op de deuren van de rijkeren. Als die niet snel genoeg open deden, werden de luiken vernield. Burgemeesters hadden in de 16e en 17e eeuw ook enorme problemen met de Sint- Maartensvuren. Zulke branden waren levensgevaarlijk in de houten steden.’ De vuren werden in de 18e eeuw in de ban gedaan.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.