of 60775 LinkedIn

‘Geef boeren erkenning’

Walter Gerritsen is wethouder én boer in Montferland. Hij is solidair met zijn boerencollega’s. ‘Om een paar keer in het jaar met het vliegtuig op vakantie te kunnen en lekker te kunnen blijven autorijden, moeten de boeren boeten.’

Walter Gerritsen is wethouder én boer in Montferland. Hij is solidair met zijn boerencollega’s. ‘Om een paar keer in het jaar met het vliegtuig op vakantie te kunnen en lekker te kunnen blijven autorijden, moeten de boeren boeten.’

Wethouder en melkveehouder Walter Gerritsen

Wethouder Walter Gerritsen heeft eeltige handen. Hoeveel wethouders zouden eelt op hun handen hebben? Niet van het handenschudden maar van jarenlange noeste arbeid. Hoeveel wethouders zouden om kwart voor vijf opstaan om ... 160 koeien te melken? En dan lopen er rond zijn honderd hectare grote boerderij in het Gelderse Montferland ook nog eens tachtig kalveren en pinken rond. ‘Als ik ergens in een zaal sta, dan zeg ik: “Ik heb thuis ook nog melkkoeien, dus ik ben boer”’, lacht Gerritsen (48).

Als de wekker voor dag en dauw gaat, springt de eerste loco van de gemeente Montferland (ruim 35.000 inwoners) gelijk in zijn overall en laarzen. ‘Ik drijf de koeien naar één kant van de ligboxstal – ze kunnen ‘s nachts vrij rondlopen. Ik zie ze in de melkcarrousel allemaal langskomen en voer ze een klein beetje bij en daarna gaan ze de wei in. Als ik ‘s morgens sta te melken, dan bedenk ik de beste plannen voor de gemeente. Rond zeven uur eet ik een boterham en drink ik een kop koffie. Ik spring onder de douche, trek mijn pak aan en twintig minuten later ben ik in het gemeentehuis.’ Vijf keer in de week gaan ‘s middags om vijf uur de overall en de kaplaarzen weer aan voor de tweede melk ronde van de dag.

Maar boeren is zoals we weten meer dan melken. ‘s Nachts eruit voor de geboorte van de kalfjes (‘Gelukkig zie ik op mijn telefoon de beelden uit de stal, dus ik weet hoe het ervoor staat’), gras maaien en maïs inkuilen, stallen en land onderhouden. Om maar de zwijgen van de gekmakende administratie. En dat allemaal in combinatie met een wethouderschap ruimtelijke ontwikkeling, logistiek, bedrijventerreinen West-Achterhoek, volkshuisvesting, vergunningverlening, monumenten en omgevingswet in Didam. Ook een dagtaak. Dat houdt toch geen mens vol?

Walter Gerritsen: ‘Ik hou het alleen maar vol ómdat ik niet één job heb. Ik heb gelukkig twee parttimers in dienst; mijn vader en moeder springen ook graag bij. Maar dan nog ben ik zo’n 85 uur per week aan het werk, verdeeld over twee banen, waarbij ik heel bewust heb gekozen voor een deeltijdwethouderschap. Op vrijdag ben ik op de boerderij. Dat lukt niet altijd, want bij een regionaal overleg kiest niet iedereen voor de donderdag omdat boer Gerritsen zo nodig op vrijdag op zijn boerderij wil werken.’

Geen idee
Dat hij als vierde generatie Gerritsen hart heeft voor de boerderij aan de Beekse Melkweg is begrijpelijk, maar wat dreef hem tot het politiek bestuurderschap? ‘Ik heb niks met de politiek’, antwoordt Gerritsen ongekunsteld. ‘Dat is voor een wethouder misschien wat bijzonder, maar zo is het wel. Ik ben ook niet vanuit de politiek wethouder geworden. Ik ben wel altijd bestuurlijk bezig geweest, in het Agrarisch Jongeren Kontakt, de zuivelcoöperatie, de Rabobank. Ik werd wat nieuwsgierig naar de politiek, maar vooral omdat ik dacht: hoe is dat nou toch mogelijk?

Ik ben niet het type dat vervolgens aan de zijlijn gaat klagen, dus ik ben op de lijst gaan staan van het CDA. Na de raadsverkiezingen van 2014 was de vraag of ik in de gemeenteraad zou komen of niet, maar toen kwam de partij met het verzoek of ik wethouder wilde worden. Ik heb geen enkele politieke ervaring, maar laat ik het proberen! Ik lag zondagavond voor ik in het gemeentehuis zou beginnen in bed en zei tegen mijn vriendin: “Weet je dat ik geen idee heb wat ik moet doen?”’

Walter Gerritsen hield stand in de Montferlandse politiek. Dat komt misschien ook omdat hij al in zijn eerste termijn de portefeuille kreeg waarmee hij als boer affiniteit heeft: ruimtelijke ordening, vergunningen, milieu en duurzaamheid. Met welke ‘boerenbril’ kijkt hij naar het besturen van Montferland?

‘Om te beginnen: zo snel mogelijk glasvezel in het buitengebied. Bij ons op de boerderij is de internetverbinding echt om te huilen. Wie begint hier nou B&B zonder snel internet?’ En meer algemeen? ‘Ik weet wel zo’n beetje wat reële prijzen voor grond zijn. Dat werkt ook preventief bij onderhandelingen over een bedrijventerrein bijvoorbeeld. Daarbij bedenk ik mij altijd: hoe wil je dat Montferland er over 25 jaar uitziet? Dat knaagt ook weleens. We hadden hier een mooi plan voor een klein bouwproject. Uiteindelijk kwam er onder druk van de buurt een woningtype uit waarvan ik denk: daar ben ik over twintig jaar niet trots op. Ik zat hier pas. Nu zou ik het spel anders hebben gespeeld. Toen later de dorpsschool vrijkwam – er zat nog één kind in groep 8 – en er woningen voor in de plaats zouden komen, ben ik met schetsen en plaatjes op de bühne geklommen.’

GROOT GENOEG
Als hij over 25 jaar door Montferland fietst, staat zijn boerderij in Beek er dan ook nog? Walter Gerritsen: ‘Ik denk het wel. Mijn boerderij is in potentie groot genoeg. Ik zou er tweehonderd melkkoeien kunnen houden. En dan kunnen ze nog in de wei lopen ook. Dat kan niet met vijfhonderd en zeker niet met duizend melkkoeien. Ze zouden te ver moeten lopen om bij nieuw gras te kunnen komen.’

Gerritsens boerderij in Beek is trouwens om de hoek van het Natura 2000 natuurgebied De Gelderse Poort (van de stuwwallen Montferland tot het Rijk van Nijmegen). En alsof dat niet genoeg is, is Montferland met het Bergherbos, de Nevelhorst en het Baerlebos verder ook één en al natuur. En kan die Gerritsen juist daar tweehonderd ‘vervuilers’ laten rondlopen, terwiil 46 procent van de stikstof in de natuurgebieden van de landbouw afkomstig zou zijn? Terwijl de ‘biodiversiteit in Nederland nadrukkelijk toe is aan herstel’, aldus de voorzitter van de stikstofcommissie Johan Remkes in zijn recente rapport Niet alles kan.

Gerichte inkrimping van de veestapel in de buurt van de natuur is daarom onvermijdelijk. Niet bij boer Gerritsen: ‘Ik heb een paar jaar geleden een natuurbeschermingswetvergunning aangevraagd. Die heeft al betrekking op stikstof en Natura 2000. Ik mag veel meer dieren houden dan ik nu heb. Die vergunning zie ik niet in gevaar komen. Als ik het rapport Remkes zie, dan gaat het er vooral om dat op korte termijn verouderde bedrijven pal bij Natura 2000-gebieden opgekocht zouden moeten worden. Dan ben je die natuurbelasting kwijt.’

De landbouw heeft zeker invloed op de stand van de biodiversiteit in ‘s lands natuurgebieden, ‘maar ik vraag mij echt af of die zo groot is als nu wordt beweerd’, zegt Walter Gerritsen. ‘Als je de hittekaarten bekijkt, dan zie je dat de meeste stikstof uit het westen van het land en uit het Ruhrgebied komt. De stikstof uit Duitsland strijkt hier in het oosten neer.’ Als de politiek vindt dat de landbouw tóch de lasten moet dragen van het terugdringen van de stikstofuitstoot en het opkalefateren van de biodiversiteit, dan moet de sector daar wel de tijd voor krijgen, aldus Gerritsen.

‘Er is geen sector die zich zo snel ontwikkelt en zoveel heeft gedaan op het gebied van het milieu als de agrarische sector. De laatste tien jaar is de uitstoot van koolstofdioxide met 20 procent verminderd. Niemand in Noordwest-Europa produceert zo efficiënt en is zo innovatief als wij. Maak daarvan gebruik. Wij hebben in Nederland een overschot aan stikstof en fosfaat. Hoe gaan we dat oplossen? Waarom halen we de stikstof en het fosfaat niet uit de mest en maken we er een grondstof van? We moeten niet de veestapel halveren, maar van de helft van de uitstoot grondstoffen maken.’

Druppel
Punt is alleen: de tijd is kennelijk op. De bouwprojecten die vanwege de stikstofproblemen stilliggen, moeten als de donder worden vlotgetrokken. Dus snel minder hard rijden en de helft minder beesten op de boerderij. Gerritsen: ‘Dat de veestapel van D66-Kamerlid Tjeerd de Groot moet worden gehalveerd, was ook voor mij de druppel die de emmer deed overlopen. Dat kan toch niet waar zijn?

Om een paar keer in het jaar met het vliegtuig op vakantie te kunnen en lekker te kunnen blijven autorijden, moeten de boeren boeten. Maar is er iemand die zich realiseert dat goed producerend grasland meer koolstofdioxide afvangt dan bos?’ De discussie is eenzijdig en kortzichtig en de boeren doen het nooit goed, wil Gerritsen maar zeggen. ‘Kijk nou eens wat de landbouw doet. We zijn ook landschapstoffeerders. Misschien vinden we de verschillende kleuren in het landschap – maïs, gras, koeien, bos – wel mooi. Je hebt minder uitstoot van ammoniak als we onze koeien binnenhouden. Dus zegt de een: naar binnen. De ander zegt: koeien horen toch buiten te lopen? De boeren krijgen van alle kanten signalen, en ieder signaal is het belangrijkst. Wat is het nou?’

Landbouwsocioloog Dirk Roep uit Wageningen meldde laatst in het Algemeen Dagblad dat hij als gevolg van de stikstofdiscussie agro-industriële bedrijventerreinen ziet ontstaan. Veesteden, zo’n beetje als de tuinbouwsteden in het westen des lands. Walter Gerritsen ziet het voor zich: ‘Vijftienduizend koeien op een bedrijventerrein, en dan hangen we aan showboeren met een paar koeien in de wei ons romantische gevoel van het platteland op. Zetten we oogkleppen op en hebben we een goed gevoel. Maar ik ben ervan overtuigd dat mijn 160 melkkoeien in de wei het veel beter hebben dan twintigduizend koeien op een bedrijventerrein.’

Koeien horen niet in een veestad, maar in de wei, meent Walter Gerritsen hartgrondig. ‘Ik vind het schitterend om ze te zien hoe ze loom in de zon liggen te herkauwen. Uiteindelijk beleeft een boer zijn grootste plezier aan het welbevinden van zijn dieren. Daar doe je het voor. Of dacht je dat boeren het doen voor het geld? Je kunt voor dat geld beter onmiddellijk stoppen en de zeventig uren die je in de boerderij steekt in iedere andere baan steken.

Verdien je véél meer. Je bent boer omdat je dieren mooi vindt. In de Randstad denken ze dat boeren zo snel mogelijk en zo veel mogelijk geld willen verdienen met het mishandelen van dieren. En met die perversiteit vervuilen ze het milieu ook nog eens! Ja, ze zien graag een koe in de wei, maar dat die koe bij een boer hoort, dat vergeten ze dan even. Die knip maken we ook in de supermarkt. We kunnen de veestapel halveren en we kunnen dieren heel duurzaam en met veel ruimte houden. Een pak Nederlandse melk kost dan drie euro, maar dan moeten we niet het pak ernaast van 1,10 euro uit Polen gaan kopen. Wat doen we, denk jij?’


CV
Walter Gerritsen (Didam, 1971) is sinds 2014 wethouder in de Gelderse gemeente Montferland. Hij is lid van het CDA. Gerritsen heeft volkshuisvesting, vergunningverlening, ruimtelijke ontwikkeling, milieu, handhaving, VROM en grondzaken in zijn portefeuille. Hij nam in 2007 de melkveehouderij van zijn vader in het Gelderse Beek over.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.