of 59123 LinkedIn

Essay: Regio vergt andere blik

Het nieuwe kabinet wil afspraken maken met stedelijke regio’s over de aanpak van grote vraagstukken waar de samenwerkende overheden voor staan. Maar om te komen tot werkelijk effectieve, inhoudgedreven samenwerking tussen overheden en maatschappelijke partners moeten we anders kijken, denken en handelen, aldus Milo Schoenmaker, voorzitter van de vierde VNG Denktank.
Reageer

Het nieuwe kabinet wil afspraken maken met stedelijke regio’s over de aanpak van grote vraagstukken waar de samenwerkende overheden voor staan. Maar om te komen tot werkelijk effectieve, inhoudgedreven samenwerking tussen overheden en maatschappelijke partners moeten we anders kijken, denken en handelen, aldus Milo Schoenmaker, voorzitter van de vierde VNG Denktank.

Geen burgemeester, wethouder of raadslid die het belang van regionale samenwerking nog ter discussie stelt. Misschien verschilt de perceptie nog en ziet de één regionale samenwerking als een kans en beschouwt de ander het als een noodzakelijk kwaad, of iets daar tussenin. Maar het belang ervan is evident, niet alleen op lokaal niveau, maar ook bij alle andere spelers in het openbaar bestuur.

In menig coalitieakkoord, programmabegroting, beleidsdocument, strategische agenda of enig ander richtinggevend document is aandacht voor het thema regionale samenwerking. Ook in het nieuwe regeerakkoord ontbreekt het thema niet. Het nieuwe kabinet wil komen tot ‘gezamenlijke programmatische afspraken met provincies en gemeenten’, waarin aandacht is voor zowel nationale opgaven als regionale aandachtspunten. Specifiek wordt de voortzetting van de citydeals genoemd, als onderdeel van de Agenda Stad.

Die aandacht voor ‘de regio’ is begrijpelijk. Maatschappelijke vraagstukken doen zich immers in toenemende mate voor op een niveau dat de gemeentegrenzen overschrijdt. En van het openbaar bestuur wordt verwacht dat het kan acteren op verschillende schaalniveaus, afhankelijk van de opgave.

Lappendeken
Dat acteren op verschillende niveaus gebeurt in de praktijk ook in toenemende mate. Gemeenten opereren in steeds meer verschillende netwerken en samenwerkingsverbanden, in uiteenlopende vormen en samenstellingen. Er is in Nederland een hele lappendeken ontstaan van regio’s: arbeidsmarktregio’s, veiligheidsregio’s, woningmarktregio’s, economische regio’s, jeugdregio’s, omgevingsdiensten, RUD’s en meer. En daaromheen is een heel circuit van bestuurlijk overleg georganiseerd. Regionale samenwerking leeft. En het levert ook van alles op: van een indrukwekkende bundeling van krachten … tot diepe verzuchtingen.

Het gaat namelijk niet vanzelf goed, die regionale samenwerking. En het daadwerkelijk verzilveren van kansen en het boeken van zichtbare resultaten op regionaal niveau is nog verre van optimaal. Onder meer omdat andere dan inhoudelijke vragen lokale bestuurders regelmatig bezig houden. Is de bestaande regionale overlegstructuur wel adequaat en toekomstbestendig genoeg? Wie mag er wel en niet aan tafel zitten en hoe zit het met mandaten? Wie neemt de regie en worden belangen van grotere en kleinere gemeenten wel goed afgewogen?

Hoe kan de betrokkenheid van de gemeenteraad worden vergroot en hoe blijft de democratische legitimiteit gewaarborgd? Leidt de veelheid aan samenwerkingsverbanden niet tot te veel bestuurlijke drukte? Hoe moet de vrijblijvendheid in regionale samenwerking worden voorkomen of aangepakt? Leidt de what’s in it for me-mentaliteit niet te vaak tot suboptimale oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken? En niet te vergeten: hoe moeten alle regionale ambities worden gefinancierd?

Succes- en faalfactoren
Er bestaan tal van interessante publicaties over regionale samenwerking. Over de succes- en faalfactoren. Over do’s en don’ts. Over good practices. Dit jaar nog bijvoorbeeld verscheen het SER-advies ‘Regionaal samenwerken; leren van praktijken’, dat zich specifiek richt op de driehoek economie, onderwijs en werkgelegenheid. Hierin staat dat er een verschil is tussen het ideaalbeeld rondom regionale samenwerking en de dagelijkse praktijk. Voor vele bestuurders in die dagelijkse praktijk een zeer herkenbare uitspraak.

Oplossingsrichtingen liggen volgens de SER onder andere in het centraal stellen van de inhoud, in het bouwen aan regionale ecosystemen en het zorgen voor goede verbindingen tussen de circuits, in het erkennen van elkaars belangen, het goed zichtbaar maken van doelstellingen en re- sultaten, het maken van afspraken over voldoende procesgeld om nieuwe projecten op te kunnen zetten en een goed samenspel tussen het regionale en het nationale niveau. Allemaal volstrekt waar en buitengewoon waardevol. Maar daarmee zijn we er nog niet. Immers, met een dergelijk rapport komt het openbaar bestuur niet automatisch uit de bestaande groef.

Dat laatste is wel hard nodig. Veel regionale vraagstukken vragen om een gezamenlijke aanpak, met meerdere partners, waar het inhoudelijk resultaat voorop staat. En er is ook al het een en ander op gang gekomen. Termen als ‘doorontwikkeling van de netwerksamenwerking’, coalition of the willing, opgavegericht werken, differentiëren en experimenteren doen steeds meer hun intrede in regionale overleggen. Het concept van de blauwdruk is ‘uit’. En constructies als regiodeals of regiofondsen zijn ‘in’. Het rapport ‘Maak verschil’ van de Studiegroep Openbaar Bestuur (2016) en daarop volgend de proeftuinenaanpak van het ministerie van Binnenlandse Zaken, IPO en VNG hebben daar wezenlijk aan bijgedragen. Deze trajecten hebben ontegenzeggelijk iets los gemaakt en in gang gezet.

Maar om tot een bredere beweging te komen, om de inhoud écht voorop te gaan stellen en de omschakeling te maken ‘van organisatie naar organiseren’ – om in de termen te spreken van Jan van Ginkel, concerndirecteur en loco-provinciesecretaris in de provincie Zuid-Holland – is nog een slag te maken. Maar hoe dan? Wat hebben bestuurders nodig om op een andere manier te gaan kijken, denken en handelen? Hoe kunnen lokale politici op een innovatieve wijze invulling geven aan de rol van het openbaar bestuur op regionaal niveau en het samenspel met hun maatschappelijke partners effectiever maken?

Nieuwe inspiratie
Deze vragen vormen het vertrekpunt van de vierde VNG Denktank. De VNG Denktank is een telkens van samenstelling wisselende commissie, die zich buigt over een actueel thema in het openbaar bestuur, in samenwerking met een of meerdere wetenschappers. Dit gebeurt in opdracht van het VNG-curatorium, waar Job Cohen voorzitter van is, en van de VNG-directie. Focus voor de vierde VNG Denktank is dus regionale samenwerking. Maar zonder verbinding met de inhoud is het risico dat de opbrengst blijft hangen in abstracties en weinig toevoegt aan de veelheid van publicaties die er al zijn. Dat is niet de bedoeling.

Uiteindelijk wil de VNG Denktank komen tot iets waar leden van colleges en raden in de nieuwe bestuursperiode mee aan de slag kunnen en willen, iets wat nieuwe inspiratie oplevert in regionale samenwerkingsverbanden en aanzet tot anders kijken, denken en handelen. Het denken moet in dienst staan van het doen. En dan is het nodig om het concreet te maken en een relatie te leggen met de dagelijkse praktijk. Reden voor de vierde VNG Denktank om een specifiek aandachtsgebied te kiezen. En dat zijn de opgaven op de arbeidsmarkt geworden.

Wat er op de arbeidsmarkt de komende jaren allemaal zal gebeuren, is onzeker en onvoorspelbaar, stelde Ton Wilthagen tijdens de kick-off van de vierde VNG Denktank op 21 september jongstleden. Hij is hoogleraar aan de Tilburg University en schreef recent het artikel ‘Regio’s verdienen meer armslag’. Die onzekerheid en onvoorspelbaarheid vloeien voort uit een complex samenspel tussen demografische, culturele, institutionele, economische en technologische ontwikkelingen.

Denk daarbij aan veranderende wensen van deze en volgende generaties over de balans werk-privé, economische hoog-of laagconjunctuur, veranderingen in wet- of regelgeving op de arbeidsmarkt of in de sociale zekerheid of aan het verdwijnen van banen door technologische ontwikkelingen en het feit dat er tegelijkertijd nieuwe beroepen ontstaan. Het saldo van al dit soort mutaties laat zich niet voorspellen.

Samenspel
Eén ding is wel zeker. Om goed te kunnen anticiperen op de opgaven op de arbeidsmarkt, is een goed samenspel vereist tussen onder andere ondernemers, onderwijsinstellingen en het openbaar bestuur. Dat samenspel houdt niet op bij de gemeentegrenzen en vraagt om een regionale aanpak. Veel regio’s zijn hiermee al aan de slag, via triple-helix samenwerking, economic boards, valleys of op andere manieren. En er is gespreksstof genoeg aan regionale arbeidsmarkttafels.

Maar, zo stelt Platform 31 ‘als het besef van wederzijdse afhankelijkheid, van samen sterker dan alleen, van het denken voorbij de grenzen van de organisatie of territoriale schaal wel aanwezig is, blijft het handelen ernaar toch lastig. De roep om het concreet te maken, om niet alleen maar te praten maar nu ook eens te gaan doen, horen we in vrijwel iedere regio terug. In veel regio’s in Nederland ontbreekt het nog aan het repertoire om op een andere, vernieuwende manier invulling te geven aan de rol en taak van het openbaar bestuur en de samenwerking met maatschappelijke partners en het bedrijfsleven.’

Het is essentieel om de komende jaren een volgende stap te zetten in regionale samenwerking. Een stap waarbij colleges en raden een belangrijke rol spelen, maar wel in een vernieuwd samenspel met maatschappelijke partners. Waarin de vraag niet is hoe de afzonderlijke belangen van de deelnemende partijen gediend kunnen worden, maar wat het gezamenlijk belang is. En als dat niet gebeurt? Dan is de kans groot dat er de komende jaren weliswaar veel zaken in samenwerking worden opgepakt, maar dat het blijft gaan om regionale ‘opgaven’. Terwijl een nieuw regionaal samenspel, gebaseerd op inhoud, samenwerking en praktische kennis van alle partners, kan leiden naar energie, naar mogelijkheden, naar regionale ‘kansen’. Kansen die de komende periode klaar liggen om verzilverd te worden.


Opzet denktank
De vierde VNG Denktank is bewust multidisciplinair samengesteld. Met vertegenwoordigers vanuit gemeenten, provincie en rijk, maar ook vanuit het UWV, de onderwijsbranche, VNO-NCW en de wetenschap. Zij hebben zich de vraag gesteld hoe gemeenten samen met alle andere relevante partijen adequaat kunnen inspelen op de opgaven op de arbeidsmarkt. Hoe ziet de nieuwe rol van het openbaar bestuur er uit? En welke lessen zijn er te trekken voor andere grote maatschappelijke vraagstukken die de grenzen van de eigen gemeente ontstijgen? De Denktank werkt daarbij samen met het NSOB en de Erasmus Universiteit Rotterdam. In juni 2018 zal de denktank haar bevindingen tijdens het jaarlijkse VNG-congres presenteren.

Op dat moment zijn net de gemeenteraadsverkiezingen achter de rug, zijn in de gemeenten nieuwe coalities tot stand gebracht en colleges geïnstalleerd. Het is de ambitie deze colleges en raden een concrete handreiking te doen. Wat zouden zij kunnen ondernemen om de regionale samenwerking op belangrijke terreinen op een nieuwe manier vorm te geven, met behoud van het goede dat er al is en oog voor verbetering? Hoe kan gekomen worden tot een nieuw samenspel met belangrijke maatschappelijke partners, die sneller concrete resultaten oplevert en praktisch bruikbaar is? Daar komt, als het aan de leden van de Denktank ligt, in juni 2018 een antwoord op. Het liefst in de vorm van een concreet product, bijvoorbeeld een game of een andere praktisch hanteerbare vorm. In ieder geval een tool voor lokale bestuurders die bruikbaar is in de dagelijkse praktijk en die helpt om in de nieuwe bestuursperiode anders te gaan kijken naar en denken over regionale samenwerking. En daarnaar te kunnen handelen.


Milo Schoenmaker is burgemeester van Gouda en voorzitter van de vierde VNG denktank.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.