of 58952 LinkedIn

De noodzaak onze stem te verheffen

‘We gaan te nonchalant om met onze de- weinig’ mocratische rechtsorde.’ Herman Tjeenk Willink is daar uitgesproken over en niet voor het eerst. Eigenlijk wilde hij een pamflet schrijven, vertelt hij, maar dat werd uiteindelijk een heel boek, ‘Groter denken, kleiner doen’, met zijn visie op de overheid en de betekenis van de Europese verkiezingen. ‘We moeten op een andere wijze naar de overheid gaan kijken. De tijd is daar rijp voor. Het begrip democratische rechtsorde moet opnieuw worden geijkt. Het huidige functioneren van de overheid holt de democratische rechtsorde uit. Het gevoel van rechtvaardigheid wordt aangetast, de geloofwaardigheid van de overheid is in het geding.’ 

Boekrecensie 'Groter denken kleiner doen' van Herman Tjeenk Willink

Rechtvaardigheid
‘Er wordt gezegd dat het economisch goed gaat met Nederland. Cijfers tonen dat ook aan. Tegelijkertijd nemen ook de verschillen tussen burgers toe, niet alleen in inkomen maar vooral ook in mogelijkheden en kansen, bijvoorbeeld op een baan, huisvesting, goede gezondheid of levensverwachting. Sommigen profiteren van de welvaart anderen voelen zich buitengesloten. Dat is een aantasting van een democratische rechtsorde waarin iedereen telt en gelijke rechten heeft. Het lijkt alsof we van de sociale grondrechten uit de grondwet geen weet meer hebben.’

Geloofwaardigheid
‘De geloofwaardigheid van de overheid staat onder druk doordat professionals op de werkvloer, de uitvoerders van het beleid, het gevoel hebben dat ze hun werk niet meer goed kunnen doen. Uitvoerders, medewerkers bij de politie, het UWV, dokters en leraren hebben ruimte nodig voor een eigen beoordeling hoe in verschillende gevallen professioneel te handelen. Het beeld dat beleidsbepalers en financiers hebben van patiënten, cliënten en leerlingen komt vaak niet overheen met de werkelijkheid. We moeten die diversiteit erkennen en professionals het vertrouwen geven dat ze passend handelen.

Ook burgers kunnen vaak hun weg niet vinden in het woud van regels en de eisen die de overheid stelt. In een democratische rechtsorde is de overheid geen bedrijf met kosten en baten en de burgers als klant. Naast effectiviteit en efficiëntie zijn democratische legitimatie en publieke verantwoording, rechtsgelijkheid en rechtszekerheid kenmerkende eisen die de democratische rechtsorde aan de overheid stelt. Zij vormen de gemeenschappelijke voorwaarden voor elk overheidsoptreden in het algemeen belang. Het marktdenken staat daar haaks op. Het is gericht op het individu en niet op het algemeen belang, op de korte termijn en niet op de toekomst, op uniformering en niet op diversiteit, op kwantiteit en niet op kwaliteit.’

Fundament
‘De democratische rechtsorde is het gemeenschappelijk fundament voor ons samenleven. Zij omvat de spelregels voor de wijze waarop de overheid met ons en wij met elkaar omgaan. Die spelregels zijn gebaseerd op fundamentele beginselen en waarden. Die waarden worden bewaakt door staatkundige instituties en ambtsdragers die verschillende functies hebben. Weten we nog wat die functies inhouden? De functie van politicus is meer dan besturen. Het is het steeds opnieuw bepalen wat het algemeen belang vereist.

In een democratische rechtsorde heeft een bureaucratie een essentiële functie. Ambtenaren moeten aan drie kenmerken voldoen. Zij moeten inhoudelijk deskundig zijn, onafhankelijk kritisch en loyaal aan de minister. Wat betekent loyaliteit meer dan je minister uit de wind houden? Hoe staat het met de mogelijkheid om als ambtenaar een onafhankelijk kritisch oordeel te geven zonder beschuldigd te worden van partijdigheid? Is de inhoudelijke deskundigheid nog aan de maat of wordt volledig gevaren op de expertise die van buitenaf wordt ingehuurd? Ook als publieke taken worden uitbesteed blijft eigen inhoudelijke deskundigheid nodig om als overheid een goed opdrachtgever te kunnen zijn en de geleverde diensten te kunnen beoordelen. De extern gecontracteerde deskundige heeft vaak weinig gevoel voor de eigen eisen die de overheid in een democratische rechtsorde stelt.’

Tegenwicht
‘Groter denken, kleiner doen’ is een oproep om de democratische rechtsorde te versterken. Daarvoor zijn reflectie en debat nodig: zijn we het eens over de problemen? Hoe zijn die ontstaan? Kunnen de oorzaken worden weggenomen? De tijd voor reflectie wordt echter vaak niet genomen. En debatteren is meer dan het uitwisselen van standpunten. Het gaat om argumenten en tegenargumenten met de bereidheid zich te laten overtuigen. Het is ook opmerkelijk hoeveel tijd wordt besteed aan de discussie over oplossingen, zonder dat duidelijk is of over de problemen hetzelfde wordt gedacht en wie de probleemhebbers zijn. Zij zijn immers het beste in staat te beoordelen of een oplossing ook zal werken. Ook daarom kunnen we niet blijven zeggen dat dé overheid, Den Haag, onze problemen maar moet oplossen.

De sluipende uitholling van de democratische rechtsorde was ook mogelijk doordat tegenwicht ontbrak. Dat tegenwicht is een collectieve verantwoordelijkheid van professionals en burgers, van rechters en wetenschappers, van andere overheden en adviseurs. We zullen gezamenlijk onze stem moeten verheffen. Zonder druk van buitenaf zal er weinig veranderen. Politici en bestuurders kunnen zich niet als baron van Münchhausen aan de eigen haren uit het moeras trekken.

Dat geldt overigens niet alleen op nationaal maar ook op lokaal niveau. Maar bij gemeenten is de afstand tot de burger kleiner, waardoor tegengeluiden gemakkelijker tot het bestuur kunnen doordringen. Dat wordt ook altijd als argument voor decentralisatie gebruikt. Daarbij doet zich echter wel een paradox voor. De grootschalige overdracht van taken aan de gemeenten is een argument voor schaalvergroting. De afstand tot de burger neemt daardoor toe. Misschien moeten ook daarom gemeenten kritischer zijn op decentralisatievoornemens, zeker als daar financiële redenen aan ten grondslag liggen.’

Europa
‘Nederland heeft Europa nodig. In een tijd dat kapitaal zich van grenzen steeds minder aantrekt, informatie grenzeloos is geworden, mensen wereldwijd in beweging zijn kunnen we onze democratische rechtsorde alleen nog in samenwerking met anderen overeind houden. Europese samenwerking is een voorwaarde voor het voortbestaan als nationale staat. We zijn met elkaar verbonden, niet alleen economisch ook sociaal-cultureel en geopolitiek.

Om de voor Europa zo kenmerkende sociaal- culturele verscheidenheid te garanderen zullen we gezamenlijk grenzen moeten stellen aan markten. Denken dat we het als Nederland alleen afkunnen, getuigt van romantische naïviteit en – ernstiger – het ontkennen van feiten. De discussie moet niet gaan over de vraag óf Europese samenwerking nodig is maar over de vraag wélk Europa we willen.

En de politiek?
Veel burgers zijn onzeker, ongerust soms boos, al wordt die boosheid schromelijk overdreven. Er zijn voor de politiek twee manieren om daarmee om te gaan. Allereerst die onzekerheid, ongerustheid en boosheid exploiteren ten behoeve van de eigen politieke positie op een zeer beweeglijke kiezersmarkt. Bijna geen partij is daar ongevoelig voor. Voorspelbaar gevolg is echter dat scheidslijnen scherper worden en de samenleving onleefbaarder.

Het recht van de sterkste – de grootste mond, het meeste geld of fysieke kracht – krijgt de overhand. De andere manier is: in gesprek blijven en nieuwe verbindingen tot stand brengen met de democratische rechtsorde als gemeenschappelijk uitgangspunt. Meer dan ooit zat in de komende jaren aankomen op die keuze tussen ‘polarisatie als politiek verdienmodel’ zoals Goslinga al eens zei of verdediging van de democratische rechtsorde. Die keuze moet ook de basis voor coalitievorming zijn.’


Groter denken, kleiner doen door Herman Tjeenk Willink; Uitgeverij Prometheus, 2019, 15 euro

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.