of 59345 LinkedIn

Chatten is ouderwets

Miro Lucassen Reageer
De burger hoeft niet meer naar een zaaltje om gehoord te worden. Een nieuwe generatie methodes voor e-participatie staat voor de deur. Vraag is hoe lang hun adem is, want een voorganger als het forum ging nogal eens als een nachtkaars uit.

Ze dragen fraaie namen als het Kralenspel, de Delphimethode en Synmind. Ze leveren tijdwinst op, slechten geografische beperkingen en lokken discussie uit. Zeggen ze. Want de nieuwe instrumenten voor e-participatie zijn nog volop in ontwikkeling. Wie een keus moet maken, kan niet terugvallen op een keurmerk.

 

'Zolang er geen certificering bestaat, is het trial and error', zegt Jochem de Graaf van het Instituut voor Publiek en Politiek, bekend van de Stemwijzer en de Opiniewijzer. Maar dat hoeft geen bezwaar te zijn, zolang overheidsinstellingen goed beseffen wat voor soort opdracht ze willen geven: 'Gaat het om planvorming of om een enquête bijvoorbeeld? Je moet een offerte laten maken op basis van wat je wilt. Formuleer een opdracht en vraag offerte aan gekwalificeerde bureaus, net als bij andere diensten die je inhuurt. Dat risico moet je nemen, er zit niets anders op.'

 

Klassieke instrumenten voor e-participatie zijn het forum en de chatsessie. Gemeenten, rijk en provincies hebben hiermee uitgebreid geëxperimenteerd. Vaak is een enthousiaste start nog wel voor elkaar te boksen. Maar een overheidsforum maanden of jaren actief houden, dat lukt niet.

 

Zo was de gemeente Zaanstad in 2003 de eerste afnemer van D-site, een forum waarop burgers elkaars opvattingen konden becommentariëren. Toen was dat hagelnieuw, tegenwoordig is het een standaardvoorziening op Hyves, MySpace en fora die elke duivenvereniging in elkaar kan zetten. Wie digitaal maar wat roept wordt door andere bezoekers neergesabeld en denkt volgende keer beter na. Zo'n waarderingsmodule zou de kwaliteit van de discussie hoog houden, dachten automatiseerder Logica CMG en de Europese Unie, die via het fonds voor regionale ontwikkeling 103.000 euro in D-site stak.

 

De eerste discussie over locaties voor asielzoekersopvang trok driehonderd belangstellenden. Inmiddels heerst de stilte op het webadres zaan stad.amaze.nl en heeft de gemeente de discussieknop verwijderd van haar internetpagina. 'Er was in de organisatie weinig behoefte om verder te gaan op deze manier en de mensen zijn er ook niet klaar voor', licht in formatiemanager Mark Smit toe. 'Het werkt toch anders dan brieven. Je krijgt niet alleen bijdragen over het onderwerp maar ook over alle randverschijnselen. En ondanks alle communicatie doet maar een kleine groep mee. De respons is gewoon laag.'

 

De overheid is op zoek naar opvolgers van chatten en het forum, constateert Fred Balhuizen van Synmind, een van de ondernemingen die denkt zo'n product te hebben gevonden. De productieve dialoog, daar gaat het om. Die moet niet langer gebonden zijn aan een vergaderzaal of een moment van de week. Een computerscherm is voldoende om mee te praten. 'Synmind brengt mensen virtueel bij elkaar. Ze krijgen toegang tot een discussie die is ingedeeld naar aspecten. Per aspect krijgen de deelnemers vragen of stellingen voorgelegd. Zij antwoorden door een waardering te geven op een schaal van 0 tot 8 en vervolgens geven ze een toelichting. Heb je even geen zin meer, dan stop je en kom je de volgende dag terug voor de rest.'

 

Een grafiek met een grillige rode en blauwe lijn rond een middelpunt geeft de verdeling van opvattingen weer bij dit instrument, zoals dat ook wel gebeurt bij verslaglegging van complexe schriftelijke enquêtes. De geoefende kijker herkent hier een patroon van meningen; wie aan het plaatje geen boodschap heeft, kan tegelijkertijd kennis nemen van de argumenten waarmee elke deelnemer zijn positie in het debat onderbouwt. En hoewel de meerderheid ook met dit instrument het meeste gewicht in de schaal kan leggen, is er volgens Balhuizen alle ruimte voor afwijkende geluiden: 'Iedereen die de moeite neemt om deel te nemen telt mee, geen enkele mening kan ondersneeuwen. Hier wint de grootste schreeuwer juist niet. Mensen met andere opvattingen krijgen in dit reflectieve instrument een kans om hun stem te laten horen.' Managers en politici kunnen zo niet langer beweren dat ze de afwijkende meningen binnen hun organisatie of doelgroep over het hoofd hebben gezien.

 

De bibliotheek van de veertigduizend inwoners tellende Zuid-Limburgse gemeente Landgraaf heeft Synmind met veel plezier toegepast bij een discussie over het subsidiebeleid voor non-profit organisaties, vertelt directeur Marij Eijdems. 'Het was voor ons een goede manier om ervaring op te doen met de organisatie van maatschappelijke debatten. We hebben Synmind uitgeprobeerd, nadat ik er zelf een presentatie van had gezien. Ik vond het professioneel en modern. We konden het betalen uit provinciale subsidies.'

 

Maar waarom niet gewoon een zaaltje huren? 'Dat is heel arbeidsintensief. Met Synmind konden we mensen de tijd geven om te reageren. Zo krijgen we ook reacties van degenen die in zo'n zaaltje hun mond niet opendoen. De deelnemers, vrijwilligers uit de non-profit organisaties, vonden het leuk en spannend om op deze manier te werken. Een enkele keer hebben wij in de bibliotheek ondersteuning gegeven bij het invoeren.'

 

De discussie speelde zich niet volledig digitaal af: vertegenwoordigers van de deelnemende organisaties zaten bij alle voorbereidende sessies en de presentaties van resultaten gewoon rond de tafel. Bij een volgend maatschappelijk debat in Landgraaf zet Eijdems graag opnieuw een internetinstrument in, al hoeft dat niet per se Synmind te zijn. 'En ik wil dan zowel via internet als op de klassieke manier werken door hier in de bibliotheek informatie neer te leggen waarop mensen schriftelijk kunnen reageren. Of per e-mail natuurlijk.'

 

Opgetuigde enquête

 

Een concurrerend instrument is de elektronische Delphimethode van Horn IT en de stichting Informatie Voorziening Zorg. Dit is een opgetuigde enquête via het internet: deelnemers kunnen tijdens de rit op elkaars opmerkingen en antwoorden reageren. Delphi heeft vooral in de medische sector voet aan de grond, maar ook de Algemene Rekenkamer paste het toe voor een onderdeel van het rapport Staat van de beleidsinformatie 2006: de evaluatie van het ruimtelijk beleid. Tien experts kregen 25 vragen en stellingen voorgelegd in drie ronden. Het resultaat voor zover het om participatie gaat, zoals verwoord in de methodologische verantwoording: 'Van de mogelijkheid om te reageren op andere deelnemers is alleen in de derde ronde spaarzaam gebruik gemaakt.' Wel gaven de respondenten uitvoerige toelichtingen op hun eigen opvattingen. De Delphimethode is in het volgende rapport van de Rekenkamer over de beleidsinformatie bij het rijk in 2007 niet meer terug te vinden.

 

Experimenteren met e-participatie loopt nu eenmaal niet altijd goed af, weet ook Pieter van Dijk van het Instituut voor Maatschappelijke Innovatie. 'Toch moet je gewoon alle instrumenten een keertje proberen. Het is belangrijk bekend te raken met de mogelijkheden. Het gaat niet zozeer om het scheiden van het kaf van het koren, maar om de vraag hoe je bij het juiste instrument uitkomt. Werk je met veel mensen? Dan kun je ons Kralenspel niet doen, dat is echt iets voor een klein groepje.'

 

Het Kralenspel, waarvan de filosofie losjes is gebaseerd op Das Glasperlenspiel van Hermann Hesse, dwingt de deelnemers op elkaar te reageren. De spelers krijgen een vraagstuk voorgelegd en moeten onder tijdsdruk oplossingen verzinnen. Die krijgt de groep dan weer voorgelegd. Van Dijk: 'Het is een manier om ideeën te verzinnen, die aan een snelle toets te onderwerpen. Het duurt een uur. Je krijgt ideeën van medespelers terug en zo creëren we het groepsgevoel. Je bent samen een probleem aan het oplossen en je gebruikt elkaars ideeën om een stap verder te komen. Het is niet bedoeld om de diepte in te gaan.'

 

Net als een bijeenkomst in een zaaltje en een telefonische enquête is ieder instrument voor e-participatie vooral een middel dat moet passen bij het doel, vindt Van Dijk. 'Verwacht niet de heilige graal te vinden. Houd rekening met de les die wij al hebben geleerd: ict-oplossingen werken pas goed als je elkaar eerst een keer in het echt hebt ontmoet.'

 

Weduwe uit Appelscha doet gewoon mee

 

Komt de spreekwoordelijke weduwe uit Appelscha nog wel aan het woord nu internet voor allerlei beleidskwesties het belangrijkste instrument van de overheid lijkt te worden? Ja, zeggen de aanbieders van e-participatieproducten, als de opdrachtgever daar maar ruimte voor geeft.

 

'Als deelnemers echt hulp nodig hebben, kun je daar bijvoorbeeld de bibliotheek bij betrekken', zegt Balhuizen van Synmind. Maar in zijn ervaring doet iedereen gewoon mee: 'Bij de discussie over subsidiebeleid in Landgraaf hebben we alleen met de belanghebbenden van vrijwilligersorganisaties gewerkt. Daar was de gemiddelde leeftijd best hoog. Toch konden zij er allemaal mee werken.'

 

De eigen it-afdeling van de opdrachtgever hoeft zich daar niet druk over te maken. Zolang het maar mogelijk is alle deelnemers aan de discussie per email te bereiken, kan de communicatie ook vanuit het project worden verzorgd. De toepassing zelf draait bij de meeste aanbieders op een beveiligde internetserver; wie de juiste gebruikersnaam en wachtwoord weet, logt in en praat dan net zo gemakkelijk mee als op elke andere website waar discussie mogelijk is.

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.