of 63946 LinkedIn

Burgers effectief in aanpak ondermijning

Oplettende burgers en ondernemers kunnen een nuttige ondersteuning zijn voor de politie in de aanpak van ondermijnende criminaliteit. TNO-onderzoekers zetten in vier stappen uiteen hoe de politie en gemeenten de meldingsbereidheid van burgers kunnen vergroten.

Oplettende burgers en ondernemers kunnen een nuttige ondersteuning zijn voor de politie in de aanpak van ondermijnende criminaliteit. TNO-onderzoekers zetten in vier stappen uiteen hoe de politie en gemeenten de meldingsbereidheid van burgers kunnen vergroten.

Warm contact vergroot meldingsbereidheid

‘Georganiseerde misdaad is een economie die facilitators in de legale wereld nodig heeft voor het realiseren van haar doelen.’ Met deze ongemakkelijke waarheid beginnen hoogleraar psychologische besliskunde en TNO-onderzoeker José Kerstholt en strategisch adviseur ondermijning bij de politie Nicole Lieve een artikel over vier stappen naar een hogere meldingsbereidheid van ondermijning (zie kader). Bij dat faciliteren moeten we denken aan het regelen van vergunningen, vastgoed, logistiek of het witwassen van zwart geld. ‘Juist door die verwevenheid van de onderwereld met de bovenwereld zijn er zichtbare signalen die op ondermijnende criminaliteit kunnen duiden.’

‘Je gaat het pas zien als je het doorhebt.’ Met dit citaat van Johan Cruijff kun je die zichtbaarheid van ondermijning omschrijven, aldus Kerstholt en Lieve. Hoe kunnen er zoveel kapperszaken zijn in die straat? Hoe kan die winkel nog bestaan, terwijl er nooit iemand komt? Waarom is dat lege restaurant nog steeds open? Hoe kan de werkloze buurman in zo’n dure auto rijden? Die signalen van ondermijning hoeven niet eens allemaal te kloppen. Maar om ondermijning het hoofd te bieden, ziet de politie – naast de samenwerking met de Belastingdienst en de gemeente – ook veel in optrekken met oplettende burgers.

Nooit 100 procent zeker
Op basis van recent onderzoek en ervaringen met samenwerkingstrajecten schetsen Kerstholt en Lieve noodzakelijke stappen die burgers moeten zetten om tot actie over te gaan en geven hen handvatten om de meldingsbereidheid te vergroten. Een eerste vereiste om te kunnen melden, is het herkennen van een signaal van ondermijning. In social media campagnes van Taskforce- RIEC Brabant-Zeeland en Platform Veilig Ondernemen Oost Nederland wordt daar al volop op ingezet. Uit onderzoek blijkt dat mensen verloederde panden met dichtgetimmerde ramen en panden met een onduidelijke functie als tekenen van ondermijning zien.

Hoe erg vind je het dat er een hennepkwekerij in je buurt zit? De tweede stap die een rol speelt in de meldingsbereidheid is de houding ten opzichte van de criminele activiteit. Misschien vind je het op zich niet erg dat mensen wietplanten telen, maar als dat in het huis naast jou gebeurt, bestaat er een risico op brand, wateroverlast of geweld. Door storytelling, bijvoorbeeld over dat je eigen huis kan afbranden, kunnen mensen persoonlijk worden geraakt. Om de impact van ondermijning duidelijk te maken, wordt storytelling in voorlichting op scholen en voor ondernemers gebruikt. Het onzichtbare wordt zichtbaar en de ervaring leert dat de kans op handelen dan toeneemt.

De derde stap is misschien wel de interessantste. Stel je hebt een vermoeden van ondermijning, is dat dan genoeg om te melden? Onderzoek van de Universiteit Twente naar meldingsbereidheid wijst uit dat mensen overtuigd moeten zijn dat het echt een signaal van ondermijning is voordat ze gaan melden. Mensen zijn minder geneigd te melden als zij onzeker zijn of er wel echt ondermijning plaatsvindt. Ze zijn dan bang iemand vals te beschuldigen of bevreesd dat ze hun melding onvoldoende kunnen onderbouwen. Een menselijke, wellicht zelfs consciëntieuze reactie.

‘Maar de politie is ook nooit 100 procent zeker. Dat ben je nooit‘, reageert Kerstholt ‘Je moet de burger ervan overtuigen dat het een puzzelstukje is. De melding leidt niet meteen tot een aanhouding, het is een bijdrage aan het grotere plaatje. Dat moeten burgers snappen. Ze moeten hun eigen melding niet onderschatten, maar ook niet overschatten. Privacy is in deze wel belangrijk, de melding moet niet naar hen te traceren zijn.’

Veel geld
Het is sowieso belangrijk om burgers het gevoel te geven dat het nuttig is dat zij melden, want als ze dat idee niet hebben zullen ze niks doen, stellen Kerstholt en Lieve. Gemeente en politie zullen veel meer interactief moeten werken. Het opbouwen van vertrouwen via warme contacten is van groot belang. Nu is het vaak enkel: jullie moeten melden. Als ze laagdrempeliger contact kunnen maken, is dat beter. Interactie tussen burgers en overheid is heel belangrijk. Niet op afstand, maar naar de mensen toe en uitleggen wat ondermijning is en hoe belangrijk melden is.’

Elkaar kennen en elkaars nummer hebben werkt dan beter dan mediacampagnes. En dat betekent ook altijd terugkoppelen na een melding. ‘Dat is heel belangrijk om te doen.’ De laatste stap om tot melding over te gaan is dat mensen moeten weten hoe en waar ze kunnen melden. ‘Een belangrijke aanbeveling voor de overheid is om het voor burgers zo gemakkelijk mogelijk te maken en slechts één centraal meldpunt te hebben.’

Burgers kunnen soms meer bereiken in de aanpak van ondermijning dan de politie, schrijven Lieve en Kerstholt. Horecaondernemers kunnen ervoor kiezen geen contante betalingen aan te nemen en bedrijven in de logistiek kunnen met chauffeurs spreken over chantabiliteit en camera’s plaatsen in hun vrachtwagens om de chauffeur en de lading te beschermen voor ongewenste lading. Lieve geeft een voorbeeld van na een voorlichtingsavond voor ondernemers. ‘Met publieke en private partijen hadden we de onzichtbare criminaliteit zichtbaar gemaakt. Het kwartje was gevallen, ook deze ondernemers konden zomaar verleid worden voor de criminaliteit.’ Ze praatte nog even na met een chauffeur en zijn directeur van een exportbedrijf.

‘Zij exporteerden hun product via de havens. De chauffeur vertelde me dat er twee wegen waren in die haven, een ‘nieuwe’ route die beveiligd was en een ‘oude’, waar weinig toezicht was. Als hij met zijn vracht naar de oude doorvoerroute werd verwezen, kreeg hij de vraag van alles mee te vervoeren voor veel geld. Hij was dan heel alert. De directeur spitste zijn oren, dit wist hij niet. Hij vroeg zijn chauffeur waarom hij dan niet via de nieuwe beveiligde route ging. Dat kost meer geld, antwoorde hij.’ De twee namen daarna maatregelen om altijd via de veilige route te gaan.

‘Daarna hadden we het over de vracht. Op de heenweg wist de directeur wat er in de vrachtwagen zat. “En op de terugweg?,” vroeg ik. “Leeg?” Hij dacht van wel. Een week later vertelde de directeur dat ze camera’s in de vrachtwagens hadden laten plaatsen om de chauffeur te beschermen voor chantage en het imago van het bedrijf te behouden ter voorkoming van foute lading in zijn vrachtwagens.’

Eigen rechter spelen
Dat gaat over ondernemers. Maar kunnen gewone buurtbewoners ook het verschil maken en meer bereiken dan de politie? Kerstholt wijst erop dat zij meer ogen en oren hebben dan de politie en dus al meer signalen kunnen zien. ‘Daarbij heb je sociale controle en normen in een groep. Als in een wijk ondermijnende activiteiten plaatsvinden, dan kunnen mensen daar zelf iets tegen ondernemen. Als schuren worden verhuurd aan criminelen, kunnen burgers zeggen: “dat doen wij niet.” Via de sociale controle of norm kun je iets bereiken.’

Toch zou dat ook gevaarlijk kunnen worden. Wat als je zoon of dochter op straat wordt geronseld door een drugscrimineel. Bel je dan rustig de politie? Is er dan niet een kans dat ze eigen rechter gaan spelen en dus gevaar lopen? ‘Eigenrichting is altijd een risico bij burgerparticipatie bij criminele activiteiten en dat risico is groter als direct emoties worden geraakt’, weet Kerstholt. Het is wel iets om rekening mee te houden. Daarom is interactie zo belangrijk. Samen optrekken, de politie kan vertellen wat jouw en hun verantwoordelijkheid is en hoe je die verdeelt, hoe je samenwerkt en wanneer je de politie moet inschakelen. Je moet samen grenzen vaststellen.’


Meldingsbereidheid vergroten in vier stappen

1. Zie ik het? Heb ik door dat er sprake kan zijn van ondermijning?
> Maak het onzichtbare zichtbaar
2. Vind ik het erg? Raakt het mij? > Schets de impact op een manier die raakt (bv storytelling)
3. Heb ik wel voldoende evidentie? > Geef inzicht in de waarde van actie als puzzelstukje in het geheel
4. Waar kan ik melden? Wat kan ik doen? > Maak anoniem melden makkelijk. Zorg voor warm contact.


Intimidatiemodel
TNO’er Rosemarie Huver, gepromoveerd psycholoog, leidt het in 2017 opgerichte Ondermijningslab dat vaak sociaalwetenschappelijke kennis toepast. Ze wijst erop dat het gedrag van mensen moeilijk te voorspellen is, maar bij het Ondermijningslab proberen ze te voorspellen hoe criminelen reageren op acties van de overheid en welke strategie je dan het beste kunt toepassen. In veel regionale teams die ondermijning bestrijden zitten zogenoemde ‘scientists on the job’ van TNO. Die weten onder meer dat mensen die onder druk staan, terugvallen op dominante gedragsreflexen. ‘Ik denk dat dat bij iedereen zo is’, zegt Huver. ‘Stress maakt dom. Je hebt dan de reflexen: freeze, flight of fight. De ene persoon slaat dicht. Een ander gaat terugschreeuwen. Je hebt een bepaalde respons. Als je dat weet van je dader, kan dat nuttig zijn bij het bepalen van een interventiestrategie.’

Maar net zo goed werken psychologische inzichten de andere kant op. Criminelen proberen met intimidatie zaken gedaan te krijgen in de bovenwereld. Het Ondermijningslab heeft op basis van wetenschappelijke kennis een intimidatiemodel ontwikkeld. ‘Om van intimidatie te spreken zijn een dader en een slachtoffer nodig. We kijken naar verschillende vormen van intimidatie, zoals verbaal of fysiek. We kijken momenteel mee met trainingen voor gemeenteambtenaren om te zien of het model klopt. Die trainingen worden gefaciliteerd door de Taskforce-RIEC Brabant-Zeeland. Als een ambtenaar vatbaar blijkt voor verbale intimidatie, kun je die op basis van inzichten uit het model een training op maat geven.’ Vooralsnog worden vooral toezichthouders getraind, maar Huver denkt dat het model wel vertaalbaar is naar andere domeinen, zoals (gemeente) bestuurders. ‘Maar ook naar burgers, boeren in het buitengebied of horecamensen.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.