of 59244 LinkedIn

Boeren versus buitenlui

Provinciale Staten en de waterschappen: Op 20 maart zijn de verkiezingen voor Provinciale Staten en de waterschappen. In een serie belicht Binnenlands Bestuur een aantal hete hangijzers. In het eerste deel: bodemdaling.

De vele melkveehouderijen in Friesland vereisen een laag grondwaterpeil. Daardoor verdwijnt het veen waardoor huizen verzakken en veel CO2 vrijkomt. Wat telt zwaarder: het boerenbelang of dat van de burgers?

Provinciale Staten en de waterschappen
Op 20 maart zijn de verkiezingen voor Provinciale Staten en de waterschappen. In een serie belicht Binnenlands Bestuur een aantal hete hangijzers. In het eerste deel: bodemdaling.


Aanpak veenweidegebied verdeelt Friesland

De Groote Veenpolder zakt jaarlijks gemiddeld een centimeter weg. Wie over de provinciale wegen door de lintbebouwing van gehuchten als Echten, Echtenerbrug, Scherpenzeel, Munnekeburen en Spanga rijdt, ziet aan de polderkant het grasland op veel plaatsen als een flauw talud vanaf de weg naar beneden lopen. Het diepste ‘putje’ ligt vermoedelijk honderden meters verder in de grote kavels, waar ‘s zomers de koeien grazen en op deze grijze januarimiddag een krachtige zuidwester over de vlakte blaast.

In de dorpen rond de grens van Friesland en Overijssel is de bodemdaling direct zichtbaar bij de huizen. De onderheide woningen staan fier overeind en zijn bereikbaar met een trapje omdat de straat is verzakt. Andere woningen hellen gevaarlijk voorover en beschikken vermoedelijk over een trapje achter de voordeur naar de gang. ‘Het Wetterskip heeft de grondwaterstand tot voor enkele jaren iets te lichtzinnig verlaagd voor de boeren’, meent een winkelier in Echtenerbrug.

De Groote Veenpolder omvat het ruim duizend hectare tellend natuurgebied Rottige Meente. Voor de rest bestaat de polder uit landbouwgebied waarvan driekw art grasland en de rest maïs. Waar de veenlaag in het met petgaten en moerasbos doortrokken natuurgebied drie meter dik is en zelfs het zeldzame trilveen herbergt, is het maaiveld in het landbouwgebied soms maar één tot twee meter dik. Op de diepste plekken is het veenlaagje amper 20 centimeter.

‘Als de bodemdaling zo doorgaat, is het veen over twee eeuwen verdwenen’, zegt Sytse Kroes. Namens provincie én Wetterskip Fryslân is hij gedelegeerd als programmamanager veenweidegebied om het tij te keren. Leidraad is de door Provinciale Staten begin 2015 vastgestelde ‘veenweidevisie’. Uitgangspunt daarvan is de kool en geit te sparen, namelijk de bodemdaling tegengaan op zo’n manier dat boeren mogelijk blijft. Boeren hebben baat bij een laag grondwaterpeil. Maar door inklinking van het veen komt veel CO2-vrij en ontstaan er door verzakking van huizen inmiddels Groningse toestanden (zie kader). De burger mag zich 20 maart over de kwestie uitspreken.

Onbarmhartig
Het Friese veenweidegebied loopt grofweg van Lemmer in het zuidwesten diagonaal naar het noordoosten boven Leeuwarden. De lage grondwaterstand laat overal zijn sporen na. De melkveehouderijen, met multinational FrieslandCampina als wereldspeler, hebben er direct baat bij. Want hoe lager het grondwater, hoe vaker de boeren met zware machines kunnen maaien, hoe meer gras, hoe meer koeien en hoe meer melk. Keerzijde is dat het koolstofrijke veen in contact komt met lucht, waardoor het veen oxideert en de bodem inklinkt. Behalve de fundamenten van woningen wordt zo ook de natuur getroffen. Weidevogels als grutto en het Friese symbool kievit die het toch al zwaar hebben, hebben baat bij drassig land en vrezen elk jaar de maaimachines die in broedtijd onbarmhartig nesten en eieren vermalen.

De effecten reiken tot over de provinciegrens. De lage grondwaterstand zuigt grondwater vanaf het hoger gelegen Drents plateau aan, wat in droge zomer tot problemen kan leiden, zoals de droogtestress in de beekdalen van afgelopen zomer. Terwijl de natuur en boeren op de zandgronden in Drenthe en Twente water ontberen, wordt al dat schaarse zoete water in Friesland, 25 miljoen kubieke meter per jaar, zonder nuttig doel naar de Waddenzee gepompt. In de CO2-tonnenjacht om tot 49 procent emissiereductie in 2030 te komen, komt ook het dalende veenweidegebied in beeld. Alleen al in Friesland gaat het volgens het Planbureau van de Leefomgeving (PBL) om 1,7 megaton per jaar. Dat komt overeen met de uitstoot van 250.000 huishoudens, ofwel half Amsterdam.

Enorme overgang
De boeren in Friesland krijgen heel wat op hun bordje, zegt programmamanager Sytse Kroes. ‘Er is niet één oplossing, het verschilt bij wijze van spreken van perceel tot perceel. Kernpunt is de balans in het grondwater: nat genoeg om de oxidatie van het veen tegen te gaan en droog genoeg om het land te bewerken.’ Dat dit een enorme overgang is die onrust geeft bij de boeren, snapt ook Hans van der Werf. De directeur van de Friese Milieufederatie begrijpt dat veel boeren investeringen hebben gedaan die waren geënt op diepe ontwatering. ‘De leningen zijn nog niet afbetaald en dan zeggen wij doodleuk dat de grondwaterstand omhoog moet. Dat onrustgevoel moet je een plekje geven.’

Van der Werf is daarom aangeschoven aan de door de provincie in het leven geroepen overlegtafels voor het veenweidegebied. ‘Als je echter doorpraat met de boeren, zien ze zelf ook wel dat ze niet op de huidige manier kunnen doorgaan.’ Gedeputeerde Sietske Poepjes (CDA) heeft de veenweidegebieden (de feangreide) als apart issue in haar portefeuille. ‘Met elkaar in gesprek blijven, draagvlak bij boeren creëren en maatwerk leveren’ is haar vocabulaire. Poepjes: ‘Aan de overlegtafels zijn we het lang niet met elkaar eens. Mijn uitgangspunt is dat de boeren moeten kunnen blijven boeren, ook met een hogere grondwaterstand. Als een alternatieve, natte teelt tot minder opbrengst leidt, dan moeten we treffende compensatie bieden. De proefprojecten moeten hier meer duidelijkheid over brengen.’

Ook CDA-landbouwwoordvoerder Maaike Prins gelooft in een combinatie van maatregelen. ‘Daarmee kunnen we de bodemdaling voor een deel tegengaan en kan ook de natuur profiteren. Cruciaal is het draagvlak met de boeren. Dat moet leiden tot een begaanbaar pad van verminderde inklinking.’ Ze wijst er ook op dat een verhoging van de grondwaterstand tot 20 centimeter onder het maaiveld consequenties zal hebben voor het open Friese landschap. ‘Natte gronden leiden al snel tot bosvorming en moerassen. Ik denk niet dat we dat moeten willen in Friesland. Bovendien stoot zo’n moeras ook het klimaatschadelijke methaan en lachgas uit.’

Maar Hetty Janssen van oppositiepartij PvdA vindt dat het veenweidebeleid meer moet inhouden dan alleen tegengaan van bodemdaling en palenrot. ‘Overal moet het veen worden vernat en moet de omslag naar duurzame landbouw worden gemaakt en de biodiversiteit hersteld. De strakke lakens van Engels raaigras moeten plaatsmaken maken voor kruidenrijk grasland en kunstmest moet verboden worden.’ Van Janssen moet de overheid zelf meer duurzame lijnen uitzetten. ‘Niet alleen de boer is belanghebbende, maar iedereen heeft belang bij een gezonde natuur, dus het is een overheidstaak’, zegt Janssen. ‘Trouwens heel veel boeren zeggen dat met een grondwaterstand van dertig centimeter in plaats van de huidige negentig centimeter onder het maaiveld, uitstekend valt te boeren.’

Proefgebied
De provincie heeft inmiddels acht kwetsbare gebieden, waaronder de Groote Veenpolder, aangewezen als kansrijk proefgebied. ‘We werken daarin samen aan een instrumentenkoffer die uit een heel pakket van maatregelen moet bestaat’, zegt Sytse Kroes. Op sommige plaatsen kan een technische maatregel als onderwater- en drukdrainage soelaas bieden. Drainagepijpen voeren in natte periodes water af. In droge perioden stroomt slootwater het weiland in.

Een meer organisatorisch instrument is de provinciale grondbank. ‘Boeren die door vernatting schade ondervinden, willen graag grond als compensatie. In een uitzonderlijk geval zouden we ze kunnen uitkopen, of deze percelen ruilen tegen betere, kleiige percelen elders’, aldus Kroes. De grondbank zou ook de grond van stoppende boeren zonder opvolger kunnen opkopen en dit inzetten voor compensatie, desnoods als pachtgrond. ‘Op natte percelen kan dan extensieve teelt plaatsvinden waaronder later maaien of deze grond bestemmen voor natte teelt als lisdodde of het eiwitrijke kroosvaren. In het meest extreme geval kan het aan natuurgebied worden toegevoegd.’ Ook kunnen dergelijke percelen mogelijk worden ingericht voor de opwekking van zonne-energie (‘zonneweide’).

Kroes en Van de Werf wijzen erop dat deze aanpak niet alleen de bodemdaling een halt toeroept. ‘Door de vernatting profiteren ook weidevogels en kan het waterschap percelen als waterbergingsgebied inrichten.’ De overheid met zich dan wel een betrouwbare partner tonen. ‘De regels moeten we na volgende verkiezingen niet weer veranderen. Ook moet de derving van inkomsten gedurende lange tijd worden gecompenseerd, net als de subsidieregeling voor weidevogelbeheer een langere periode dan zes jaar moet beslaan.’

Een nieuw proefinstrument is dat de boeren geld krijgen voor de vermeden CO2-emissies door de grondwaterstand te verhogen, een soort omgekeerde CO2-heffing. ‘We hebben uitgerekend dat een boer dertig ton CO2 per hectare kan vasthouden, wat ongeveer 400 tot 600 euro per jaar waard zou zijn’, zegt Van der Werf, die in februari dit experiment wil lanceren. ‘Het Klimaatakkoord zou een gamechanger kunnen zijn.’

Ook is uitgerekend dat een meer extensieve bedrijfsvoering weliswaar minder oplevert, maar dat boeren ook minder geld kwijt zijn aan kosten voor hypotheek, voer, dierenarts, kunstmest en mestverwerking. Sommige studies melden dat boeren hiermee een jaarinkomen van 100.000 euro kunnen halen.


Groningse toestanden 
Zelfs de afgelopen week, midden in de natte tijd, noteerden Pieter en Ellen Dekker op een van hun zelf aangebrachte meetpunten nog een wijking van 5 millimeter in één week in hun rompboerderij in Spanga, vlakbij de Rottige Meente en de Groote Veenpolder. ‘Het voorhuis is niet gefundeerd, en valt sinds deze zomer snel voorover’, zegt Pieter Dekker. ‘Ik zie overal scheuren en vraag me zelfs af of ons huis nog te redden is.’ 

Het Kenniscentrum Aanpak Funderingsproblematiek (KCAF) ontvangt steeds vaker klachten over funderingsschade uit Friesland. ‘Vooral in het veenweidegebied noteren we veel verzakkingen en scheuren in muren’, meldt directeur Dick de Jong. Sinds dit najaar weet hij dat de bodemdaling in Nederland sneller gaat dan verwacht en dat de droogte daar een rol in speelt. Ook niet-gefundeerde (‘op staal’) woningen, die tot voor kort geen problemen hadden, scheuren. ‘In Friesland behoren 3.500 woningen in het veenweidegebied, waarvan circa de helft op vooral houten palen, tot de risicogroep gezien de bodemdaling, waardoor palen verrotten.’ 

Vermijden van de funderingsherstel zou je ook bij de kostenvoordelen van een hogere grondwaterstand kunnen rekenen, aldus De Jong, maar er is ook een nadeel. ‘Niet-gefundeerde woningen die al zijn verzakt, krijgen vochtproblemen en dat vergt ook aanpak.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.