of 60220 LinkedIn

'Ambtenaren zijn ambassadeurs'

Henk Bouwmans Reageer
Om het Nederlandse geluid in Europa te garanderen, lobbyt diplomaat Frank Mollen voor de benoeming van meer jonge Nederlandse ambtenaren.

Eén keer per week, op maandag, reist Frank Mollen naar Den Haag. De diplomaat, door Buitenlandse Zaken uitgeleend aan de Algemene Bestuursdienst, overlegt dan over ambtelijke benoemingen en bespreekt de aanpak om meer Nederlandse ambtenaren bij de Europese instellingen in Brussel te krijgen. ‘Voor elke lidstaat is het belangrijk dat er eigen nationale ambtenaren werkzaam zijn bij de Europese Commissie’, zegt Mollen. ‘Je wilt toch weten hoe het staat met de tekst van een bepaald voorstel, hoe ver men met een bepaalde discussie is, of hoe er gedacht wordt over een bepaald onderwerp. Daarover praten met een landgenoot is net even iets eenvoudiger.

 

Het maakt het overleg met het ambtelijke apparaat van de Europese instellingen ook een stukje gemakkelijker. Uiteraard zijn alle ambtenaren in dienst van de Europese instellingen Europese ambtenaren. Zij werken dus voor Europa zonder last of ruggespraak. Maar ze zijn en blijven ook ambassadeurs van hun eigen land. Op elk niveau binnen de Commissie kunnen ambtenaren als beste uitleggen aan collega’s waarom Den Haag doet zoals het doet.’

 

Meer Nederlanders

 

Bij de Europese Unie werken ruim dertienhonderd Nederlandse ambtenaren. Zij vormen drie procent van het totale aantal van ongeveer 44 duizend Europese ambtenaren die afkomstig zijn uit de 27 landen die de Europese Unie vormen. Samen met twee collega’s moet Mollen, coördinator Benoemingen voor de Algemene Bestuursdienst, er in Brussel voor zorgen dat meer Nederlanders op een Europese ambtelijke functie terechtkomen.

 

Voor Nederland is het belangrijk om voldoende Nederlanders onder de Europese ambtenaren te hebben. In 2002 oordeelde het kabinet dat er te weinig Nederlanders op de hoge ambtelijke posities zaten. Sindsdien heeft de Algemene Bestuursdienst (ABD), de dienst die verantwoordelijk is voor de invulling van de ambtelijke topfuncties bij de rijksoverheid, de opdracht daarvoor te zorgen. Het werk van Mollen beperkt zich niet tot de topfuncties. Hij probeert er met zijn collega’s en met het bureau internationale ambtenaren (BIA) ook voor te zorgen dat er voldoende Nederlanders op de ambtelijke midden- en beginnende functies zitten.

 

‘Als je op belangrijke, hoge posten veel Nederlanders wilt hebben, moet je werken aan de instroom van kandidaten. In de hoge functies zitten we nog goed, maar als een van de lidstaten van het eerste uur, hebben we veel oudere ambtenaren van wie we in de komende jaren afscheid moeten nemen. We hebben dus te maken met vergrijzing.

 

Tegelijkertijd is de instroom van nieuwe mensen te laag; er zijn te weinig Nederlandse stagiaires en er zijn ook te weinig Nederlandse ambtenaren die op detacheringsbasis in Brussel werken.’ Of die verminderde belangstelling te wijten is aan de minder pro-Europese houding van Nederland en de meer naar binnengerichte oriëntatie, weet Mollen niet. ‘Het kan ook komen doordat de afgelopen jaren de kandidaten uit nieuwe lidstaten voorrang hadden.’

 

Concours

 

De belangrijkste marsroute om Europees beleidsambtenaar te worden, is het zogeheten concours. Kandidaten moeten een traject van maximaal twee jaar doorlopen waarin ze doorgevraagd worden over hun Europese kennis, bijvoorbeeld wanneer welk verdrag is gesloten en wie de commissaris voor meertaligheid is. Wie met goed gevolg dit concours volgt, komt als laureaat op een reservelijst, zoals dat in het Brusselse wordt genoemd. Vanuit die lijst moet er gesolliciteerd worden op een functie bij de Europese instellingen. Eenmaal binnen, kun je beginnen aan het traject naar de ambtelijke top.

 

Mollen: ‘Nederlanders die van de universiteit komen gaan niet een paar jaar blokken. Ze willen een baan. Dat is dus een moeilijk traject. Onze ervaring is wel dat Nederlanders in het concours beter presteren dan wie ook, maar dat komt vermoedelijk omdat dit juist degenen zijn die ontzettend gemotiveerd zijn.’ De gemiddelde leeftijd van de Nederlandse concours-deelnemers is 30 tot 35 jaar. Nederland hoopt op het concours-nieuwestijl dat volgend jaar start. Dat concours zal minder op kennis, maar meer op competenties en vaardigheden gericht zijn.

 

Mollen verwacht dat daardoor meer Nederlanders geïnteresseerd zijn. ‘Ik denk dat dat in ons voordeel is, want Nederlanders zijn niet zo goed in het stampen van kennis, maar wel in het ons aanpassen aan een multiculturele omgeving als de EU.’

 

Stages

 

Andere mogelijkheden om de kans op een vaste Europese ambtelijke functie te vergroten, zijn detachering, traineeships en stages. Een stage van vijf tot zes maanden is voor jonge academici de uitgelezen mogelijkheid om te verkennen of Brussel een interessante werkplek is. Jaarlijks melden zich meer dan zesduizend kandidaten. Tweeduizend komen door de eerste selectie en die dingen om zeshonderd stageplekken. ‘Wij proberen samen met het bureau internationale ambtenaren kandidaten in contact te brengen met afdelingshoofden bij de directoraten in Brussel. Bovendien proberen wij de stagiaires aan te moedigen bij hun faculteit of universiteit te vertellen over hun ervaringen om zo de belangstelling voor een functie in Europa te vergroten.’

 

In Brussel werken meer dan honderd ambtenaren die door de Haagse ministeries voor drie of vier jaar worden uitgeleend. Als een departement een eigen, bepaalde ambtenaar op een bepaalde plek in Brussel wil detacheren, bemiddelt de Permanente Vertegenwoordiging (de Nederlandse ambassade bij de EU) bij het binnenhalen van die functie. Dat is nodig. Ook andere lidstaten willen vaak zo’n functie. Detachering zorgt verder voor meer Nederlandse invloed op het Europese beleid. ‘Iemand die gedetacheerd is geweest, kan zijn ervaring en kennis van Brussel overbrengen op zijn collega’s. Hij of zij weet hoe de hazen lopen. Als departement kun je daar dus ook weer makkelijker op inspelen.’

 

Nederlandse toppers in Brussel

 

Nederland is naar verhouding goed vertegenwoordigd in de hoge ambtelijke Europese functies. Terwijl Nederlanders 3,4 procent van de Europese bevolking vormen, komt 4,9 procent van de Europese topambtenaren uit Nederland. Gerekend naar alle Europese ambtelijke functies op beleidsniveau, loopt het percentage terug tot 3,5 procent. De instroom van jongeren die azen op een Europese functie, is 1,9 procent.

 

Nederland is in de afgelopen jaren in zijn pogingen om het aantal Nederlandse ambtenaren in Europa te vergroten, beperkt door de uitbreiding van de Europese Unie met twaalf nieuwe lidstaten. In het Europese personeelsbeleid hebben ambtenaren uit deze lidstaten voorrang gekregen.

 

De hoogste Nederlandse ambtenaar in Brussel is Koos Richelle, directeur-generaal Europe Aid, dat de utvoering van ontwikkelingssamenwerking doet. Alexander Italianer, plaatsvervangend secretaris-generaal van de Europese Commissie, wordt dit jaar directeur-generaal bij het directoraatgeneraal Mededinging, dat nu nog onder politieke leiding staat van de Nederlandse Eurocommissaris Neelie Kroes (VVD).

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.