of 60715 LinkedIn

‘Ambtenaren hebben veel meer vrijheid’

Van een orkest naar het gemeentehuis. Ouddirecteur Kees Meijer van het Orkest van het Oosten is de nieuwe algemeen directeur en gemeentesecretaris van Enschede. ‘De partituur in het stadhuis verandert iedere dag.’

Van een orkest naar het gemeentehuis. Ouddirecteur Kees Meijer van het Orkest van het Oosten is de nieuwe algemeen directeur en gemeentesecretaris van Enschede. ‘De partituur in het stadhuis verandert iedere dag.’

Orkestdirecteur wordt gemeentesecretaris

Kees Meijer is in augustus van dit jaar amper gemeentesecretaris in Enschede, of er is al stront aan de knikker. Omdat Den Haag heeft bedankt voor de eer, hebben de Tukkers het stadionarme AZ aangeboden om zijn Europa League-wedstrijd tegen FC Antwerp in De Grolsch Veste af te wikkelen. Als de supporters zich gaan roeren, komt de politie met het advies om de uitnodiging in te trekken. ‘Maar de burgemeester vond: als het even kan, kom je je toezegging na. De wedstrijd kon doorgaan, maar dan wel zonder supporters van FC Antwerp. De bedreigingen die hij toen over zich heen kreeg! Ik ben zelf ook eens bedreigd en ik weet wat dat met je doet. We waren al geen vreemden voor elkaar, maar op een bijzondere manier vind je elkaar dan’, zegt Meijer.

Het voetbaltheater in De Grolsch Veste is een wereld verwijderd van het Wilminktheater waar Kees Meijer (59) tot 1 augustus als directeur van het Orkest van het Oosten zijn brood verdiende. De enige overeenkomst is misschien dat schrijver/ dichter Willem Wilmink (1936-2003) iedere dag om klokslag half zes thuis in de Javastraat een Grolschflesje opentrok. Hoe kom je erop om de klassieke muziek in te ruilen voor de gemeentepolitiek? ‘Ik ben geen musicus en ik kan niets zeggen over de kwaliteit van de muziek’, lacht Meijer. ‘Ik ben destijds bij het Orkest van het Oosten begonnen na een financieel moeilijke periode waarbij het orkest nog steeds fragiel was. Er was wel gereorganiseerd, maar in Overijssel moest de politiek weer vertrouwen krijgen in het orkest en het orkest in zichzelf. Tegelijk wilde de minister dat het orkest zou fuseren met Het Gelders Orkest. Dat had ik in eerdere functies al wel meegemaakt; ik heb overgenomen en ik ben overgenomen.’

Hier was het simpel, zegt Meijer: ‘Het was een opdracht, dus hou op met klagen, we gaan het gewoon doen. In zo’n proces heb je héél veel te maken met de politiek: twee provincies, twee gedeputeerden en hun ambtenaren, acht gemeenten, Den Haag, de Raad voor Cultuur, je eigen raden van toezicht. Het was een beste klus om al die kikkers in de kruiwagen te houden, maar het is gelukt.’

Enorm aantrekkelijk
Eén ding was zeker: als de twee orkesten in 2020 zouden worden samengevoegd tot één orkest onder een nieuwe naam (het is Phion geworden), dan zou Kees Meijer niet meer van de partij zijn. En toen kwam in december 2018 de functie van algemeen directeur/gemeentesecretaris van de gemeente Enschede langs. Kees Meijer: ‘Ik werkte in de stad, ben er ook geboren, woon in de buurt en ken er de mensen en vond het een enorm aantrekkelijke functie. In de gesprekken zat de adviescommissie heel erg op de organisatie, en de selectiecommissie zat meer op het spoor van de gemeentesecretaris. Dat laatste was niet helemaal mijn métier. Die twee petten – hoe zwaar wegen ze? Dat was toch anders dan ik vooraf had bedacht. Voor de tweede ronde ben ik daarom met een burgemeester, drie gemeentesecretarissen en twee wethouders gaan praten. Gaandeweg begon ik de pettencombinatie steeds boeiender te vinden.’

Meijer begint op 1 augustus bij de gemeente Enschede. Hij valt als kersvers bestuurder met ondernemersbloed met zijn neus in de boter. Ruim een maand na zijn aantreden ontvouwt wethouder Jeroen Diepemaat (VVD) de ontwikkelingsplannen voor het gebied rond het spoor, het Centrumkwadraat.

Wat nu nog een ‘bonte verzameling van braakliggende terreinen, parkeerterreinen, leegstaande panden, woningen, winkels en appartementen is’ – een rommeltje dus – ‘wordt het komend decennium samengesmeed tot een echt verlengstuk van het centrum.’ Kees Meijer: ‘Enschede groeit vanuit de binnenstad; dat kunnen niet zoveel steden. We zijn ook een studentenstad. Er zit ambitie. Het bruist hier echt. En tegelijk zitten er nog zesduizend mensen in de bijstand. En we zijn als gemeente niet rijk. Ik merk wel dat de gemeenteorganisatie daardoor heel creatief is geworden.’

Geduldig
Dat een gemeentesecretaris in Nederland op zijn tellen moet passen, weet Meijer in het najaar van 2018 ook. Gemeentesecretaris Ina Sjerps verlaat na een jaar Rotterdam omdat ze niet goed ligt bij het college. Heeft ze mooi toch haar baan in Apeldoorn voor opgezegd. Haar opvolgster in Apeldoorn, Yolande van der Meulen, vliegt er trouwens ook na een jaar uit. Er blijkt geen ‘match’ met het college. Als Meijer door de molen in Enschede gaat, legt de gemeentesecretaris van Den Haag na anderhalf jaar het bijltje erbij neer. En als Meijer zich inwerkt in het stadhuis, stapt de gemeentesecretaris van De Bilt gedwongen op. Dat doet een kwart van alle gemeentesecretarissen.

‘Klinkt spannend allemaal, maar daar heb ik mij geen zorgen over gemaakt’, zegt Kees Meijer blijmoedig. ‘Ik loop al wat langer mee en ik weet dat ik geduldig moet zijn. Ik moet mijn positie verdienen. De stad heeft een rijkgeschakeerd college van Burgerbelangen, D66, VVD, PvdA en ChristenUnie. Links en rechts, ze willen allemaal het beste voor Enschede en Twente, en dat geldt ook voor de gemeenteraad. Ik kijk altijd heel erg naar de cultuur, het gedrag van mensen. Gedrag is de schakel tussen plan en realisatie. De sfeer binnen het college is goed. Inhoudelijk en zakelijk, maar ook met een grap en een grol. Als de verhoudingen puur zakelijk en afstandelijk zijn, dan kun je een heel eind komen, maar ik vraag mij af of er dan positieve energie uit het bestuur komt. Dat is voor mij het belangrijkste: energie geven en mensen laten excelleren.’

Als niet-politicus met een verleden als directeur van verschillende bedrijven, is Kees Meijer getroffen door de voortvarendheid en de werkdrift van de ambtenaren, maar ook door de bijzaken waarmee de Enschedese politiek zich onledig kan houden. ‘Die twee hebben misschien wel met elkaar te maken. We moeten de schuld bij onszelf zoeken’, zegt Meijer. ‘De agenda voor mijzelf is dat wij er vanuit de ambtelijke organisatie voor zorgen dat de politieke discussie op een ander niveau komt. Er worden zo veel stukken geschreven dat het lastig is om de samenhang der dingen nog te zien. Raadsleden krijgen al die stukken in hun mik geduwd. Ik kan mij voorstellen dat je als raadslid gek wordt van alle visies.

Veel tekst levert ook veel vragen op en daarmee een forse ambtelijke belasting. We moeten kijken hoe we onze producten scherper kunnen presenteren. Daarover praten wij als directie en we zullen onze ideeën ook inbrengen in het college. Presenteer bijvoorbeeld nadrukkelijker de kernboodschap op een paar bladzijden en doe de rest in bijlagen. In de kern is alles eenvoudig, dus laten we vooral op zoek gaan naar de kern. Een visiedocument moet niet verzanden in een discussie over bijvoorbeeld een kruispunt.’

Mythe
De twee petten die hij draagt – adviseur van het college en directeur van de ambtelijke organisatie – hebben Meijer nog niet in gewetensnood gebracht. ‘Het college heeft nog niet geklaagd over de kwaliteit van de ambtelijke stukken, al is er altijd ruimte voor verbetering. En als het nodig is, ga ik voor mijn mensen staan. Er is in Enschede bijvoorbeeld veel te doen over de sociale wijkteams. Zij hebben het verschrikkelijk moeilijk om de ondersteuning te bieden die mensen nodig hebben.

Dat niet alles protocollair goed is vastgelegd en dat de wachttijden niet goed uit het systeem te halen zijn, wil níet zeggen dat de wijkteams hun werk niet goed doen. Het is een mythe om te denken dat alles in orde komt als alles in het systeem zit en je het protocol maar goed volgt. Misschien moet je dat weleens een keer níet volgen. Wat mij dan steekt, is dat ambtenaren die hun stinkende best doen in de publiciteit worden neergesabeld. Er gebeuren heel veel positieve dingen, maar die vieren we onvoldoende. Dat zouden we wel moeten doen.’

Meijer wist het natuurlijk al, maar de afgelopen vier maanden heeft hij het aan den lijve ondervonden: de gemeentesecretaris is niet de dirigent van de gemeente. Nee, dan de dirigent van een symfonieorkest. Hij/zij beslist wat wordt gespeeld – en hoe. Een tikje met de dirigeerstok, een korte beweging naar links of rechts en de muzikanten volgen zonder morren.

Meijer: ‘Ik heb laatst een groep gemeentemedewerkers die meedoen aan het programma Continu Verbeteren kennis laten maken met het Orkest van het Oosten. Wat doen musici om zichzelf continu te verbeteren? De gemeentemedewerkers waren verrast en onder de indruk. De orkestleden repeteren constant en ze zijn extreem perfectionistisch. Je kunt wel een rietje voor de hobo kopen, maar dat is niet goed genoeg. Dat snijden ze zelf. Ze zijn uren in de weer om het juiste rietje te vinden. Ze werken voor weinig geld op heel onprettige tijdstippen.’

Musici in een symfonieorkest zijn niet te benijden, wil oud-orkestdirecteur Meijer maar zeggen. Hij is op dreef. ‘Het is een hard bestaan. Musici zitten bij repetities zonder daglicht op een vierkante meter naast iemand die ze niet hebben uitgekozen. Eigenlijk hebben we het als ambtenaren best wel heel goed, was de teneur. Je kunt zitten waar je wilt. Als je naar buiten wilt, dan doe je dat. Als je wilt appen, dan doe je dat. Stel je voor wat er gebeurt als de hobo achter de eerste violen gaat zitten! Orkestmusici mogen gedurende het spel geen eigen mening hebben, de dirigent bepaalt alles en tijdens een voorstelling moeten ze drie uur lang hun mond houden. Ambtenaren hebben veel meer vrijheid om hun mening te geven. Hiërarchie is in het stadhuis en het stadskantoor een relatief begrip.’ Eerlijk is eerlijk, het Orkest van het Oosten is wél een geoliede machine. Kees Meijer:

‘Je denkt als leek: ze gaan zitten en ze spelen hun eigen partij, maar zo is het niet. In hun dna zit: wij moeten afstemmen. De orkestleden zijn feilloos op elkaar ingespeeld. In de partituur van een muziekstuk staan de afzonderlijke partijen perfect onder elkaar. Eerst de houtblazers, dan de koperblazers, gevolgd door het slagwerk en de harp, de piano, het koor en de solisten en ten slotte de strijkers. De dirigent overziet in één oogopslag alles.’ Daar kan een gemeentesecretaris alleen maar van dromen, ‘maar de gedachte dat je als gemeentelijke organisatie zo op elkaar bent afgestemd dat je eensgezind de perfecte klankkleur kunt kiezen, dat klinkt wel heel aantrekkelijk’, lacht Kees Meijer. ‘Maar daar komt natuurlijk niets van. De partituur in het stadhuis verandert iedere dag.’


CV
Kees Meijer (Enschede, 1960) studeerde economie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Zijn carrière begon bij Campina Melkunie in Brabant, daarna heeft hij directiefuncties bekleed bij onder andere Helvoet in Hellevoetsluis, Bleckmann in Oldenzaal, Countus in Zwolle en het Orkest van het Oosten. Kees Meijer is sinds 1 augustus 2019 algemeen directeur/gemeentesecretaris van de gemeente Enschede. 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.