of 59318 LinkedIn

Ambtenaar van de jaren 10

De overheid van het komende decennium moet het doen met minder geld en minder ambtenaren. ‘Zaken voor elkaar krijgen zonder dat je erover gaat. Dat is de uitdaging .

Overheidsorganisaties? ‘Die bestaan niet meer. We werken in zwermen: ergens dient zich een probleem aan en mensen met nuttige kennis en ervaring verzamelen zich om het op te lossen. Waarna we uitzwermen naar iets anders.’

 

Beleidsstukken? ‘Niet zo belangrijk. Als ik na een half jaar tegen een bestuurder zeg dat ik geen notitie heb geschreven, maar wel het probleem heb opgelost, gaat die echt niet lopen zeuren.’ Functieomschrijvingen? ‘Onzin. We hebben een klus te klaren. En dat doen we met iedereen die daaraan wil bijdragen, los van functies en met mensen van binnen en buiten de overheid.’

 

En de democratische legitimatie dan? ‘Alsof nu altijd duidelijk is hoe verantwoordelijkheden zijn verdeeld. Kijk eens hoeveel interdepartementaal of intergemeentelijk overleg plaatsvindt zonder dat iemand weet wie waarvoor verantwoordelijk is. Als het al iets oplevert. Door online te werken, is veel meer deskundigheid te mobiliseren dan langs de traditionele weg. Bovendien kan iedereen precies zien wie wat bijdraagt. Ondertussen is de ambtelijk betrokkene voor de bestuurder juist veel beter aanspreekbaar op het resultaat.’

 

Aan het woord is de ambtenaar van de jaren 10. Tenminste, als Kim Spinder daar de voorloper van is. Tot afgelopen voorjaar werkte ze bij het project ‘Ambtenaar voor de Toekomst’, maar dat hield op te bestaan vanwege het bereiken van haar doelstelling. De website die nog in de lucht is meldt nog wel dat ‘het nieuwe werken defi nitief op de kaart staat bij de overheid’.

 

Spinder kreeg een baan aangeboden bij het ministerie van BZK. Maar daar schrok ze van: ‘Help!’, dacht ze. ‘Ik wil niet op een beleidsafdeling van BZK werken, ik wil ingezet worden daar waar ik nodig ben.’ Omdat de ambtenarij zo’n vrije rol niet kent, besloot Spinder voor zichzelf te beginnen.

 

Ze noemt zichzelf nu free agent. ‘Of ik voor een ministerie, provincie, gemeente of zelfstandig bestuursorgaan werk, is voor mij irrelevant’, zegt ze. ‘Ik heb een passie om de overheid te innoveren, en wil waarde toevoegen waar ik kan.’ Ziet de ambtenaar over 10 jaar er echt uit zoals Spinder schetst? Niemand weet het, maar de gedachte dat hij het komende decennium transformeert wordt breed gedeeld.

 

‘Er vindt een enorme verschuiving van kennis en invloed plaats, waarvan we nu pas het begin zien’, zegt Erik Gerritsen, oud-gemeentesecretaris van Amsterdam. ‘Dat gebeurt gewoon bijna als natuurwet.’ De ambtelijke reflexen om informatie te monopoliseren of om ontwikkelingen simpelweg te negeren totdat ze zijn overgewaaid, werken niet meer.

 

En ambtenaren weten dat, meent Gerritsen. ‘In plaats van terugtrekkende bewegingen te maken, dient een ambtenaar zich af te vragen hoe hij toch een productieve bijdrage kan leveren. Zaken voor elkaar krijgen zonder dat je erover gaat. Dat is de kunst voor de ambtenaar van de jaren 10.’

 

Aanspreekbaar

 

Het is een aanstekelijke manier van denken; je doet waar je goed in bent en werkt waar je deskundigheid gewenst is. En wel online, zodat iedereen die iets nuttigs bijdraagt, kan aanschuiven. Of dat nu een collega-ambtenaar is, een geëngageerde fi etsenmaker of een deskundige Australiër doet er niet toe.

 

‘Ik heb beleid gemaakt via Twitter’, zegt Spinder. ‘Daar hebben honderden mensen aan bijgedragen. Je stelt een vraag en binnen een paar minuten weet je meer dan langs de klassiek ambtelijke weg van het clubje ambtenaren dat met veel moeite een datum weet te prikken om in een zaaltje bijeen te komen en veel koffi e te drinken.’

 

Dankzij tijdbesparing en dankzij de medewerking van talloze niet-ambtelijke deskundigen daalt het komende decennium het aantal ambtenaren. Dat komt goed uit, want het geld is op. Spinder: ‘Je hoeft echt niet bang te zijn dat mensen van buiten niet meewerken. Mijn ervaring is juist dat ze graag iets willen doen. Dat eens in de 4 jaar stemmen, daar hebben mensen een hekel aan. Maar spreek ze aan op hun passie en ze steken geheel vrijwillig ongeloofl ijk veel energie en deskundigheid in het oplossen van een maatschappelijk vraagstuk. En ze krijgen er het besef voor terug dat de overheid van hen is.’

 

Doordat iedereen kan meekijken met beleidsuitvoering in wording, is het gemakkelijk om informatie te delen. ‘Het is toch te gek voor woorden dat in elke gemeente ambtenaren bezig zijn om uit te vinden hoe ze de Wabo moeten implementeren? Dat elke overheidsorganisatie zich suf piekert hoe ze het mondiale klimaatvraagstuk naar hun eigen schaal vertalen? Laten we de beschikbare kennis en ontwikkelde praktijk delen. Dat scheelt ontzettend veel tijd, menskracht en geld.’

 

Davied van Berlo, gangmaker achter het netwerk Ambtenaar 2.0, verwacht dat ‘de overheid als initiatiefnemer’ plaatsmaakt voor ‘de overheid als platform’ dat ontwikkelingen mogelijk maakt. Legitimatie ‘Die omslag komt niet zozeer voort uit een behoefte van de overheidsinstituties zelf, maar uit de samenleving. Die zet de overheid zwaar onder druk door haar zaakjes steeds meer zelf op te lossen. Daarbij mogen ambtenaren geen vertragende of alleen maar de probleem opwerpende partij zijn.

 

'Ze kunnen juist het groeiend zelforganiserende en zelfoplossende vermogen versterken door het te voorzien van democratische legitimatie. Want dat blijft een vitale taak van de overheid: de rechtsgelijkheid bewaken, zorgen dat niemand tussen wal en schip raakt en verantwoording afl eggen aan het democratisch gekozen bestuur.’

 

Martijn van der Steen, co-decaan van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur, denkt dat er al veel ambtenaren rondlopen met een probleemoplossend vermogen, ‘maar er zijn nu nog te veel organisatorische disincentives om iets met die vaardigheden te doen. Als je afwijkt van de dominante spelregels binnen overheidsorganisaties, krijg je het niet makkelijk.’

 

Van der Steen denkt dat de ontmoedigingen de komende 10 jaar inderdaad zullen verdwijnen. Tegelijkertijd hoopt hij dat ambtenaren zichzelf niet verliezen in hun rol als ‘verbinders’ en ‘regisseurs’. ‘De ambtenaar moet de taal spreken van zijn maatschappelijke partners, maar zich niet met hen vereenzelvigen. Hij behoudt een eigen verantwoordelijkheid: het dienen van het collectieve belang.

 

'Daarnaast moeten we niet overdrijven: ook over 10 jaar zijn er nog overheidstaken waarvoor de klassieke ambtenaar de ideale figuur is. Ambtenaren die belastingen innen of controles uitvoeren op uitkeringen, moeten vooral niet snel en hip worden.’ Mirko Noordegraaf, hoogleraar Publiek Management in Utrecht, gelooft niet in ‘de grote sprong voorwaarts’.

 

Hij denkt dat de komende 10 jaar wel dingen veranderen, maar met kleine stapjes. ‘Nieuwe ambtenaren voegen zich vrij snel naar de bestaande kaders. Maar er wringt wel iets. De ambtenaar over 10 jaar is daarom een andere dan de ambtenaar van vandaag. Je ziet nu al een behoefte aan een meer zichtbare en betekenisvolle manier van werken.’ Diffuse ‘zwermen’ van ambtenaren en niet-ambtenaren die gezamenlijk een probleem oplossen, ziet Noordegraaf niet zo snel ontstaan.

 

‘Misschien is zo’n manier van werken weggelegd voor een selecte groep, vooral hoger opgeleide ambtenaren. Maar het beeld van oplossingsgerichte ambtenarenzwermen miskent het feit dat niet alle publieke problemen eenvoudig zijn.’ Daarnaast houdt deze manier van denken volgens Noordegraaf geen rekening met het in Nederland diepgewortelde politieke primaat.

 

‘Dat maakt het voor ambtenaren lastig om soepel mee te bewegen met maatschappelijke trends. Daarom komen trends als ‘het nieuwe werken’ en ‘de ambtenaar 2.0’ zo moeizaam van de grond. Meer vrijheden geven aan ambtenaren in niet democratisch gelegitimeerde, ad hoc samenwerkingsverbanden, levert problemen op als er iets misgaat. Bij het eerste het beste incident zullen politici dit een ongewenste verplaatsing van de politiek vinden en de teugels aanhalen.’

 

Missing link

 

En toch moeten ambtenaren wel, meent bestuurskundige Victor Bekkers, omdat kennis steeds meer in de samen leving zit in plaats van bij de overheid. ‘Burgers zijn in staat heel veel zelf te organiseren, buiten de overheid om. Qua zelfredzaamheid is dat fantastisch, maar ergens hebben we nog wel democratische legitimatie nodig. Die is te organiseren wanneer ambtenaren deel uitmaken van virtuele gemeenschappen. Daar vindt kenniscreatie plaats. De ambtenaar van de jaren 10 is in staat daar ‘goede kennis’ uit te halen, om er beleid mee te ontwerpen.’

 

Bekkers’ collega Sandra van Thiel noemt deze figuur de missing link-ambtenaar, een verbindingsofficier tussen beleid, uitvoering en samenleving. ‘Er is sinds de scheiding van beleid en uitvoering een schreeuwende behoefte aan deze ambtenaar. Die zal alleen maar toenemen.

 

De beleidsadviseur wordt minder belangrijk. De toekomst is aan ambtenaren die in staat zijn informatie-uitwisseling te organiseren, verstand hebben van beleid én uitvoering, kunnen beoordelen wat vanuit maatschappelijk perspectief mogelijk en wenselijk is én die kunnen onderhandelen met partners.’ Deze verbindende, al dan niet zwermende ambtenaar, moet er koste wat kost komen, meent Rien Fraanje van de Raad voor het Openbaar Bestuur.

 

‘De overheid heeft er enorm belang bij om de burger als bondgenoot te zien. Als stadsdeelraadslid in Amsterdam ontmoet ik soms bewoners waar ik vol bewondering naar luister. Mensen die bijvoorbeeld alles weten van geluidshinder. Bestuurders en ambtenaren moeten die aanwezige kennis niet wantrouwen, maar volop benutten.’

 

Fraanje denkt dat deze manier van denken over 10 jaar pas echt doorbreekt. ‘Dan betreedt de eerste generatie digital natives de arbeidsmarkt: de tieners van nu, die vanaf de wieg niet anders gewend zijn dan te opereren in sociale netwerken. Hoe zij het ambtenarenbestaan gaan veranderen, weet niemand. Maar ik denk dat hun competenties een enorme kans vormen voor een kleinere, goedkopere en betere overheid.’

 

Zwermintelligentie

 

Vorig jaar verscheen van de Australische wetenschapper Len Fisher het boek The perfect swarm (‘Zwermintelligentie’), dat gaat over de wijsheid van groepen. Waar in de tijd van Julius Caesar het volk dom en tevreden was dankzij brood en spelen, concludeert Fisher dat de gemeenschappelijke kennis van individuen die van de expert inmiddels overstijgt, op welk terrein dan ook.

 

In het boek Easycratie, dat afgelopen zomer verscheen, werken Martijn Aslander en Erwin Witteveen het concept van werken in zwermen nader uit. Wanneer mensen hun kennis bundelen, ontstaat collectieve intelligentie. De hedendaagse informatietechnologie structureert deze intelligentie, ook in informele netwerken. Eerder al, in 2004, schreef James Surowiecki het boek The wisdom of Crowds.

 

Mierenmaatschappij

 

Niet iedereen is ervan overtuigd dat de overheid en haar ambtenaren in de toekomst heel anders zullen werken dan nu. Emeritus hoogleraar staatsrecht Twan Tak, ziet het komende decennium helemaal geen samenwerkende, zelfsturende en uitvoeringsgerichte ambtenaren opkomen: ‘Er vindt juist een verdere verschuiving plaats van uitvoerende naar beleidsvoorbereidende ambtenaren. De beleidsvoorbereiders leggen alles vast in wetten, regels en protocollen. En de beleidsuitvoerders moeten daar tot in het kleinste detail naar handelen, waardoor hen elk plezier en elke professionele autonomie wordt ontnomen.’

 

Tak voorziet dat de regeldruk ‘totaal’ wordt. ‘Er is niets om optimistisch over te zijn. De samenleving roept al jaren om zekerheid, duidelijkheid en voorspelbaarheid. De hedendaagse politiek doet daar nog een schepje bovenop: weg met de ambtelijke ruimte om te handelen. Dit proces bevindt zich inmiddels in een onomkeerbaar stadium.

 

'De politiek vraagt zich niet af of dit alles wenselijk is, want ze houdt zich alleen nog bezig met futiliteiten die het goed doen in de media. En van die futiliteiten maken beleidsambtenaren weer nieuwe regels die andere ambtenaren geheel geautomatiseerd mogen uitvoeren. We creëren een elektronische mierenmaatschappij.’

 

Ron Niessen, voormalig hoogleraar aan de Ien Dales Leerstoel, meent dat over 10 jaar ‘niets is veranderd’. Sterker, hij ziet ambtenaren in de jaren 10 eerder verpieteren dan opbloeien: ‘Het imago van ambtenaren is slecht, niemand is trots op hen. Zelfs bestuurders scheppen er genoegen in op ze af te geven.

 

'Dan bedoelen ze altijd het abstracte, kolossale apparaat, want de ambtenaren die zich het vuur uit de sloffen lopen om hen zo goed mogelijk van dienst te zijn, die deugen natuurlijk wel. Ik zie die bestuurder niet veranderen. En dus vertelt de ambtenaar op een feestje in 2020 nog steeds maar liever niet wat hij doet voor de kost.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.