of 60831 LinkedIn

‘Altijd sleuren aan de stad’

Gepokt en gemazeld is Arjan van Gils. Jarenlang was hij gemeentesecretaris in achtereenvolgens Enschede, Rotterdam en Amsterdam. Nu is hij terug in de havenstad, maar dit keer als wethouder. ‘Ik heb zelf mijn vinger opgestoken.’

Gepokt en gemazeld is Arjan van Gils. Jarenlang was hij gemeentesecretaris in achtereenvolgens Enschede, Rotterdam en Amsterdam. Nu is hij terug in de havenstad, maar dit keer als wethouder. ‘Ik heb zelf mijn vinger opgestoken.’

Van gemeentesecretaris naar wethouder

‘Het is ontzettend leuk om weer in Rotterdam en in het stadhuis terug te zijn’, vertelt Arjan van Gils (63), sinds maart wethouder financiën, haven en grote projecten voor D66. ‘Ik heb natuurlijk heel lang in dit huis gewerkt en in een grijs verleden aan de overkant bij de politie. Dit is mijn vierde job in Rotterdam. Ik kom veel bekenden tegen, maar ook veel nieuwe gezichten. Het is een gastvrij huis, een fijn gebouw en midden in de stad. En het is altijd leuk om te werken in de stad waar je woont.’

Toch verliet hij ooit die stad voor Enschede waar hij, na jarenlang als politiechef te hebben gewerkt, koos voor een carrière in het openbaar bestuur. Net anderhalf jaar op zijn post ontplofte de vuurwerkfabriek van S.E. Fireworks. Net zoals zovelen, weet Van Gils nog precies waar hij was. ‘Ik was vlakbij. Onze jongste dochter was kampioen geworden bij het hockey in Deventer en we gingen langs het clubhuis in Enschede om het te vieren. We reden daarna terug, om nog even bonbons te kopen voor moederdag en toen zei mijn dochter: “Pap, vuurwerk, wat is dat?”’

Het bleek het begin te zijn van een hele lange dag voor Van Gils, het gemeentelijk crisisteam en uiteraard alle hulpverleners. Hij zette zijn gezin thuis af en reed naar het stadhuis om even te kijken. ‘Als het niets was, zou ik zo terug zijn.’ Op weg naar het stadhuis zag Van Gils ontredderde mensen het gebied uitvluchten en nieuwsgierige mensen die het gebied in wilden. ‘Het was bezopen, bizar.’ Er had zich een ramp voltrokken. Als tweede was Van Gils in het stadhuis. ‘Toen zijn we maar gewoon begonnen.’

Zijn crisiservaring, opgedaan bij 25 jaar politie, kwam hem goed van pas. ‘Ik was gewend snel knopen door te hakken, maar hier was de schaal enorm. Een omvang en intensiteit zoals in Enschede had ik nog nooit meegemaakt. Toen ik destijds mijn politie-uniform en pistool inleverde dacht ik: die wereld laat ik achter me. Niet wetend dat de grootste klus nog moest komen.’

Naast hulp aan de duizenden inwoners zonder dak boven het hoofd en de zorg voor de nabestaanden waren ook ‘zijn’ ambtenaren nauw betrokken bij de ramp. Als slachtoffer, als dakloze, maar ook als vergunningverlener. ‘De gemeente werd enorm aangekeken op het feit dat die vuurwerkopslag er was. De emotie knalde er aan alle kanten uit. Van boosheid, tot verontwaardiging en tot diep verdriet’, weet Van Gils. Hij schakelde na de ramp over op de professionele modus, zoals Van Gils het noemt.

‘Doen wat er gedaan moet worden. Besluitvaardig en scherp acteren en goede mensen aan het werk zetten. Daarnaast zelf je eigen rust nemen, reflectie organiseren en heel veel improviseren’, vat hij samen. Toen het eerste stof was gedaald, kwam in het stadhuis de schuldvraag nadrukkelijk naar voren. Er vielen ontslagen in het ambtelijk apparaat, maar  ook twee wethouders moesten het veld ruimen. ‘Als het hele college zou opstappen, was ik ook vertrokken.’

Nieuwsgierig
Een gedwongen vertrek was niet nodig, maar na 6,5 jaar maakte Van Gils de overstap naar Rotterdam. ‘Ik was 49. Dan weet je ook dat je wat anders moet doen. Ik ben van oudsher altijd een nieuwsgierig jongetje geweest. Als iets me bekend begint voor te komen, dan moet ik weg.’ Het was een ‘uitdagende periode’ om in Rotterdam aan de slag te gaan, om het eufemistisch te zeggen. Als nieuwkomer schudde Leefbaar Rotterdam de boel aardig op en er stond een forse reorganisatie op het programma. ‘Ik gedij eigenlijk altijd als de condities matig zijn en de ambities hoog. Sleuren aan de stad is altijd mijn motto geweest. Als er niet gesleurd hoeft te worden, is dat niet aan mij besteed. Als er niets hoeft te gebeuren, ga ik me vervelen.’

De opkomst van Leefbaar bracht het stadhuis, en de stad, behoorlijk in beroering. ‘Los van wat je er in politieke zin van vindt; het is goed dat als heel lang dezelfde partij aan het bewind is [PvdA, red], er eens een andere wind gaat waaien. Leefbaar deed dingen op een andere manier dan voorheen gebeurde.’ En ja, daar moesten de ambtenaren wel aan wennen. ‘Twee directeuren die zeiden dat het wel over zou waaien en hier ook naar handelden, zijn van hun functie ontheven.’

De gemeente moest één organisatie worden, in plaats van losstaande diensten. ‘De gemeente moest dienstbaar worden gemaakt aan de stad. De gemeente is er voor de stad en de stad is er niet voor de gemeente.’ Een fikse opdracht, aldus Van Gils. Ook werd een omslag gemaakt naar het sturen op operationele targets. Oftewel: de gemeente moest werken aan resultaat en tempo maken. ‘Dat was heel leuk om naartoe te werken. Het was wennen, maar de ambtenaren vonden het ook wel cool. We waren oprecht met die stad bezig. Op ideologische punten – zo moest er een minarettennota komen – was het best lastig, maar op veel vlakken hebben we doorbraken weten te bereiken. Ik vond het een fascinerende periode.’

In Amsterdam hoefde Van Gils als gemeentesecretaris ook niet stil te zitten. Er moest fors worden bezuinigd, gereorganiseerd, de stadsdelen moesten verdwijnen en de decentralisaties in het sociaal domein stonden voor de deur. Het toenmalige college – met Eberhard van der Laan als burgemeester en onder meer de wethouders Lodewijk Asscher, Eric Wiebes en Eric van der Burg – barstte van de energie en de wil om echt iets van de stad te maken, vertelt Van Gils. ‘Het hele college was met de stad bezig. Niet met zichzelf, niet met de politiek, maar met de stad. Ik had het idee dat ik daar een goede rol zou kunnen spelen. De ingrediënten en de hoofdrolspelers spraken me aan.’

Fors bezuinigd
Het waren roerige tijden. De reorganisatieplannen van Van Gils vielen niet in goede aarde bij de Centrale Ondernemingsraad (COR). Die spande vijftien procedures tegen de gemeentesecretaris aan en zegde het vertrouwen in hem op. ‘Leuk is het niet, maar het hoort er ook bij. Dat is het voordeel dat je politieman bent geweest, waarbij mensen met stenen naar je hebben gegooid en met een bijl voor je hebben gestaan. Het maakt dat je daar wel wat laconiek in wordt.’

Hij begreep de onvrede deels wel, ‘want je tast belangen van mensen aan’. Maar de bezem moest onder meer door de vele ondernemingsraden. ‘Je had veertig ondernemingsraden. Als je gladheidsbestrijding wilde doen, moest je met acht ondernemingsraden onderhandelen. Dat is voor de stad niet uit te leggen. Als je één organisatie wilt zijn die op één manier werkt, wil je niet dat er allemaal schotjes tussen staan.’

De ziekte en het overlijden van Van der Laan waren een loodzware periode. ‘Als Van der Laan er niet gezeten had, was ik niet naar Amsterdam gekomen. Hij was mijn running mate. Niet dat we veel bij elkaar over de vloer kwamen of vrienden waren, maar we wilde hetzelfde: geen arrogante hoofdstad, maar een verantwoordelijke hoofdstad. We wilden netjes partner met het rijk zijn en niet gaan blazen, netjes met de buren in de metropoolregio omgaan. We wilden de stad dienstbaar maken. Als je dan iemand, die zo krachtig en zo sterk is, ziet vechten om dat vol te houden en geleidelijk aan steeds meer los moet laten, is dat heftig.’

Hij voerde vele persoonlijke gesprekken met Van der Laan over wat hij zichzelf aandeed om zich zo lang voor de stad te blijven inzetten en wanneer het moment zou zijn om te stoppen. ‘Dat is heel ingewikkeld. Je ziet dat iemand aan het vechten is en zich vastklampt aan het werk, maar tegelijkertijd moet de stad en de gemeente ook door. Er waren heel veel moeilijke momenten. Tot dat het telefoontje komt waarvan je weet dat het komt.’

Smetje
Er kleeft wel een smetje aan zijn tijd in Amsterdam. Het SP-raadslid Erik Flentge deed vorige maand een moreel appèl op Van Gils gedaan om de kosten van een commissarissen-leergang van 11.611 euro terug te betalen. Die volgde Van Gils in 2018, het jaar waarin hij uit Amsterdam vertrok. De gemeente had er in 2017 toestemming voor gegeven. ‘Ik vind het een rare discussie’, stelt Van Gils.

‘Als je een moreel appèl doet, moet je dat bij mij komen doen in plaats van het in een krant te roepen.’ Daarnaast is het een zakelijke afspraak geweest in het kader van management development. ‘Het is geen excessieve cursus geweest, maar een hele normale opleiding waar normale afspraken over zijn gemaakt.’ Op de vraag of hij de kosten terug gaat betalen, is hij resoluut: ‘Nee, natuurlijk niet.’

Terug in Rotterdam nu. Niet meer als gemeentesecretaris, maar als wethouder. Een ambitie die hij nooit koesterde, maar die door het gedwongen vertrek van zijn voorganger, Adriaan Visser, op zijn pad kwam. ‘Ik ben niet gevraagd, maar heb zelf mijn vinger opgestoken.’ Hij was lang actief in D66, maar altijd achter de schermen. ‘Een politiecommissaris en een gemeentesecretaris moeten neutraal zijn.’ De portefeuille zou dezelfde blijven als zijn voorganger: financiën, organisatie, haven en grote projecten, zoals Feyenoord City. Een klus die Van Gils wel zag zitten. ‘Ik ken de stad en ik ken de hoofdrolspelers.’ Hoewel hij het thuisfront had beloofd het rustiger aan te doen, kwam ook daar steun om het wethouderschap op zich te nemen. ‘Ze weten hoe leuk ik het vind om voor die stad te werken.’

Radicale kansengelijkheid is iets waar hij zich als wethouder hard voor wil maken. ‘Als je in Rotterdam-Zuid wordt geboren, sta je 3-0 achter ten opzichte van Hillegersberg; dat vind ik onverteerbaar. Daar moet je stevig op inzetten.’ Als wethouder grote projecten en haven kan hij daarin een belangrijke bijdrage leveren, zo stelt Van Gils. De ontwikkeling van Feyenoord-City kan en moet veel banen opleveren. Ook de haven zal veel extra werk opleveren, nu daar op de energietransitie moet worden geanticipeerd. De haven, en daarmee deels de stad zelf, moet zich opnieuw uitvinden, is zijn overtuiging.

‘De stad is niet groot geworden door stil te zitten. Dat moeten we nu ook niet doen. We hebben het economische tij mee, dus daar moeten we gebruik van maken. We moeten innovatief en adaptief zijn. Kijken waar de energie, de knowhow en de investeerders zitten. Als gemeente moeten we kijken hoe we ondernemers de ruimte kunnen geven om de stad beter te maken. Ik ben voor een dienstbare overheid.’ Snel handelen, je durven aanpassen in plaats van maandenlang broeden op visies en beleidskaders, stelt Van Gils. ‘Als je veel visie nodig hebt, moet je maar naar Specsavers gaan.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.