of 59162 LinkedIn

‘Allereerst ben ik burgemeester, later pas VVD’er’

‘Hoe kom je goed in de functie van burgemeeser? Daar doe je normaal twee jaar over. Met de bestuurscrisis en het conflict over het schaliegas kreeg ik politiek Boxtel op een presenteerblaadje. Binnen twee maanden was ik ingevoerd.’

Mark Buijs werd deze zomer burgemeester van Boxtel. Niks inwerken en rondneuzen. Met een lokale bestuurscrisis en het schaliegasoproer werd hij meteen in het diepe gegooid. ‘Een ideale start.’

Ieder nadeel heb zijn voordeel, zei een wijsgeer uit Barcelona eens. Burgemeester Mark Buijs (44) van het Brabantse Boxtel kan erover meepraten. Buijs was koud burgemeester of het schaliegas­oproer bereikte zijn kookpunt. De regio pikte het Haagse gedram niet langer. Te midden van de bonje met Den Haag brak in Boxtel tot overmaat van ramp ook nog een bestuurscrisis uit, die wethouder Wim van der Zanden van de lokale partij Balans fataal werd. Een minderheidscollege bleek de enige uitweg. Een akeliger begin voor een burgemeester kun je je niet voorstellen. ‘En toch was dit de ideale start’, zegt Buijs monter.

Je bent pas burgemeester als je in die rol kruipt, constateert Buijs in brasserie En Garde op de Markt in Boxtel. ‘Hoe kom je goed in die functie? Daar doe je normaal twee jaar over. Je moet de omgeving leren kennen, de politiek. Met de bestuurscrisis en het conflict over het schaliegas kreeg ik politiek Boxtel op een presenteerblaadje. Binnen twee maanden was ik ingevoerd.’

Er was in Boxtel nog nooit een bestuurscrisis geweest. ‘Ik kwam uit een gemeente, Heusden, waar crises nogal eens voorkwamen, dus ik kon uit ervaring adviseren. Ik was in Heusden ook wethouder geweest voor een lokale partij, dus ik wist hoe zo’n partij in de raad en het college functioneert. De raad wilde graag met mij sparren. Ik heb alle raadsleden persoonlijk gesproken. Als mensen personen zijn voor elkaar, dan gaan ze anders met elkaar om. Het persoonlijke toefje is essentieel.’

Buijs kreeg na het vertrek van de Balans-wethouder zo veel (politieke) zaken op zijn bordje, dat hij in feite burgemeester annex wethouder is geworden. ‘Ik had het liever anders gezien. De burgemeester moet de ruimte hebben om burgemeester te zijn; de kwetsbaarheid moet niet te groot worden. Maar als je de gemeenteraad oproept een einde te maken aan de crisis en zijn verantwoordelijkheid te nemen, dan kun je zelf niet de andere kant opkijken.’

De raad heeft die verantwoordelijkheid volgens hem voortreffelijk op zich genomen. ‘Zelf had ik al economische zaken, nu kreeg ik er het hoog frequent spoor bij, dat is gekoppeld aan de nieuwe rondweg en het zwaarbeladen dossier over de bouw van een hoogspanningsstation voor het datacentrum van Rabobank Nederland. We zijn wellicht onvoldoende trans­parant geweest bij de beslissing om dat station voor de deur van het kerkdorp Lennisheuvel neer te zetten. Ik hoop dat we in maart goede verkiezingen draaien en er een coalitie kan worden gevormd die steunt op een meerderheid in de raad. Dan kan ik pas echt burgervader zijn.’

In het geweer
Dat was Mark Buijs deze zomer in ieder geval wel tijdens het schaliegasoproer. De gemeente was voor Buijs’ komst voorstander van proefboringen naar schaliegas geweest, maar kwam daarop terug toen gans Boxtel in het geweer kwam. Het volksoproer kreeg handen en voeten na een vonnis van de bestuursrechter in 2011, die na protest van een buurtbewoner en de Rabobank bepaalde dat er geen tijdelijke ontheffing van het bestemmingsplan voor proefboringen mocht worden verleend. In Boxtel zouden in een gebied van 25 bij 25 kilometer uiteindelijk tachtig boorplekken nodig zijn om er schaliegas te winnen. De vrees bestaat dat boringen kleine aardbevingen veroorzaken en het grondwater verontreinigen. Nadat de gemeente eerst verrast was geweest door het verzet, ging zij uiteindelijk voorop in de strijd tegen de boringen.

‘Ik kon mijn rol als burgervader pakken. Niet door oneindig in te gaan op de inhoud, maar door het gevoel van de mensen te vertalen. Ik moest dit moment nemen om mij te vereenzelvigen met de gemeenschap’, zegt Buijs terugkijkend op de hectische zomer. En dat deed hij.

Doelwit was zijn partijgenoot in Den Haag, de gelauwerde en door de wol geverfde minister van Economische Zaken Henk Kamp. Buijs: ‘Ik ben VVD’er, dus ik heb als eerste indirect een lijntje uitgegooid naar de VVD-fractie in de Tweede Kamer. Daar zat het knap dicht. In eerste instantie ook bij de provinciale fractie. Daar was de VVD gewoon voorstander van de proef­boringen. Dus ben ik langs de VVD heengegaan. Daar waar ik steun kan vinden, zoek ik steun. Ik ben allereerst burgemeester van Boxtel en pas later VVD’er.’

Niet leuk
In Den Haag en Den Bosch viel het pleidooi tegen proefboringen weliswaar als zaad op de rotsen, de landelijke VVD begon zich toch zorgen te maken over de lokale oppositie. ‘Ze vonden het in het zicht van de raads­verkiezingen niet leuk dat een VVD-burgemeester in opstand kwam tegen het beleid van een VVD-minister’, constateert Buijs droog. ‘Als je dan wilt dat de VVD in Brabant de grootste partij blijft, dan moet je kappen met dat schaliegas. Dat electorale besef is uiteindelijk doorgedrongen, denk ik.’

Het VVD-bestuur is één, de Tukker Henk Kamp was twee. Buijs blikt terug: ‘Kamp kende het dossier beter dan het ingenieursbureau dat onderzoek had gedaan naar de proefboringen. Als een bestuurder zo in de details gaat, weet je één ding: die is aan het doorduwen. Hij wist gewoon hoeveel druk er op ieder aardgasveld zit. Dat lijkt lovenswaardig, maar in feite ben je dan als bestuurder een verlengstuk van de ambtenarij die zijn gelijk wil halen. Besturen doe je op afstand. Kamp voerde de discussie over het schaliegas naar de details, terwijl we moeten discussiëren over de vraag hoe we duurzaam energie kunnen opwekken.’

In september meldde Kamp dat er een onderzoek komt naar alle locaties in Nederland waar proefboringen naar schaliegas kunnen plaatsvinden. Dat zal zo’n anderhalf jaar in beslag nemen. ‘Nu doorgaan was niet de beste weg’, zei de minister. Proefboringen zijn (voorlopig) van de baan, maar het gas heeft wel diepe sporen getrokken in Boxtel. Een wethouder stapte op omdat nota bene zijn eigen partij had geroepen dat een andere wethouder niet genoeg tegen was geweest.

Buijs: ‘Iedereen was en is tegen. De discussie ging over: wie was het eerst tegen en wie is het meest tegen? Je kunt alleen maar tegen zijn en dat zijn we in Boxtel, daar is geen discussie over, maar we willen de negatieve energie nu ombuigen naar een discussie over duurzame energie. Windmolens krijg je doorgaans niet weggezet in het landschap, na deze discussie gaat dat wellicht wel lukken.’

Automatisme
In de brasserie ligt het Brabants Dagblad op de stam­tafel. De krant opent vandaag met het bericht dat alle burgemeesters in de regio uit het openbaar bestuur komen. ‘Eerst wethouder, dan burgemeester; het blijft een automatisme in dit land.’ Buijs heeft het gelezen. ‘Ik sta er ook tussen, maar de krant heeft zijn werk niet goed gedaan. Want nergens staat wat die burgemeesters hebben gedaan vóórdat ze wethouder werden. Nu lijkt het alsof we geen benul hebben van geld verdienen, dat niemand iets maatschappelijks heeft gedaan. Ik ben jaren ondernemer geweest, had in Heusden een kunst- en antiekhandel en verbouwde huizen om ze weer te kunnen verkopen. Ik deed dat met mijn vrouw en de zaken liepen goed. Dat hadden we tot in lengte van dagen prima kunnen volhouden.’

Toch koos ondernemer Buijs er in 2006 voor om wethouder te worden in Heusden. Waarom? Zegt burgemeester Severijns van Oirschot in hetzelfde Brabants Dagblad niet dat ondernemers in gemeenteland snel tegen teleurstellingen aanlopen? Mark Buijs: ‘Het was een enorme schok, dat geef ik meteen toe, maar niet één die mij ontmoedigde. Als mens en zakenman had ik altijd alles alleen gedaan, of met mijn vrouw. Hard gewerkt maar ook voor de gemakkelijke weg gekozen. Juist om nu eens níet die gemakkelijke weg te kiezen, koos ik voor het wethouderschap. Dat was geen masochisme, maar een uitdaging om mijzelf completer te maken. Niet gaan voor de winst uit je eigen bedrijf, maar gaan voor de samenleving en voor een breder perspectief.’

Ieder nadeel heb zijn voordeel. Dat was zo met de bestuurscrisis in Boxtel en het schaliegasoproer, maar die wijsheid bepaalt ook zijn bestuurlijke behendigheid, zegt Buijs. ‘Ik ben dyslectisch. Natuurlijk levert dat moeilijkheden op, maar het heeft ook voordelen. Dat had ik in Heusden al: wethouders zaten soms de hele dag op hun kamer stukken te lezen. Je leest de mail, maar het verhaal erachter ken je niet. Ik liep als wethouder altijd rond. Ik kende iedereen, kwam overal en wist wat er speelde. De maillezers wisten alles van het scherm, maar ik zag of mensen ook achter hun woorden stonden. Een ambtenaar kan een nota voorbereiden en op de mail zetten, maar als ik hem zie en spreek, dan kom ik erachter dat hij het er totaal niet mee eens is. Misschien heeft hij groot gelijk, misschien niet. Zo’n veiligheidsklep laat ik liggen als ik achter mijn bureau blijf hangen.’


CV
Mark Buijs (1968) is geboren in Herpt, in de Brabantse gemeente Heusden. Hij heeft rechten, economie en aan de HTS gestudeerd, maar niet één studie afgemaakt. Buijs is landelijk lid van de VVD, maar werd in 1999 raadslid voor de lokale partij Heusden ÉÉN. Hij was van 2006 tot juni van dit jaar wethouder ruimtelijke ordening, economische zaken en volkshuisvesting in Heusden voor Heusden ÉÉN. Op 1 juli werd Mark Buijs benoemd tot burgemeester van Boxtel.


‘Brabanders zijn verbinders’

Je bent premier, wat doe je?
Ophouden met het bang maken van mensen. Rond verkiezingstijd zie je de bangmakerij in spotjes altijd weer voorbijkomen. Als je mensen wilt ontplooien en minder kwetsbaar wilt maken, dan ga je ze toch niet bang maken? Mensen kruipen in hun schulp en geven daarmee de helft van hun vrijheid op. Daar gaat de VVD nu juist over! We zijn banger geworden, we hebben onze vrijheid ingeleverd en we hebben er tien politieagenten bijgekregen. En o ja, we moeten niet hakken in de stedenbanden met Derde-Wereldlanden. Het is zó gemakkelijk en alle partijen denken er electoraal garen bij te spinnen, maar het is zó gênant.

In een tijdmachine, waar naartoe?
Ik zou naar het begin van de twintigste eeuw willen. Onbegrijpelijk dat het toen levende vertrouwen in de toekomst zo snel en zo radicaal kon omslaan. Alles was positief gericht, en toch waren een paar jaar later tijdens de Eerste Wereldoorlog twintig miljoen mensen omgekomen. Ging het te goed? Hoefden mensen niet meer na te denken?

Favoriete land en stad (niet Nederland).
Hongarije en Pécs. Culturele hoofdstad van Europa in 2010. Meer dan 150 duizend inwoners. Ik heb in 2000 nabij Pécs een boerderijtje gekocht, gesloopt en met nieuw materiaal in de oude stijl herbouwd. Hongarije is meer dan duizend jaar onderdrukt geweest, door de Moren, de Zwaben, de Oostenrijkers, de Duitsers, de Russen. Je kunt tien jaar verzet plegen, tachtig jaar lukt ook nog wel, maar hoe ga je om met duizend jaar onderdrukking? Hongaren hebben geleerd om in gevangenschap te leven. Ze blijven zichzelf, maar accepteren ook buitenstaanders. Wij noemen dat met onze vooringenomenheid graag collaboratie en dat was soms ook wel zo, maar er zit toch een bewonderenswaardige overlevingskunst in. Het is fijn dat je als buitenlander wordt geaccepteerd. Dat zou in Nederland ook moeten.

Waarin onderscheidt Brabant zich?
Er is hier een uniek netwerk tussen mensen dat je nergens anders tegenkomt. Ik heb het in Boxtel ook weer gezien. Je hebt hier zo’n dertig kernvrijwilligers, die telkens met een andere club iets doen. In Brabant zijn we minder direct dan jullie in het noorden, maar dat betekent ook dat jullie elkaar vaker afstoten. Wij trekken alles aan en stoten niets af. Brabanders zijn verbinders. We hebben een groot netwerk – oerdegelijk en ijzersterk.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.