of 62284 LinkedIn

Avondklokrellen en handhaven: wat kan het bestuur?

Willlem Bantema Reageer

Door Corona zijn veel digitale ontwikkelingen in een stroomversnelling gekomen en lijkt veel maatschappelijke onvrede zich via sociale media een weg te banen in veel gemeenten, met rellen en grote openbare-ordeverstoringen tot gevolg. De onderzoeksgroep Cybersafety van NHL Stenden deed onderzoek naar online aangejaagde orderverstoringen en stelde vast dat burgemeesters vaak kiezen voor het aanspreken van organisatoren die online oproepen tot evenementen of verstoringen. Bijvoorbeeld door afspraken te maken of juist door te dreigen met het opleggen van sancties. Maar wat zijn de mogelijkheden als niet werkt?

Een van de mogelijkheden die nog weinig aandacht krijgt is het achterhalen van de schade op de individuen die het online hebben aangejaagd. Onno van Veldhuizen kon in 2018 de ontstane schade grotendeels verhalen op de online oproeper van een Project X feest – die zelf overigens niet aanwezig was bij de vernielingen op straat. Dat leidde volgens Bantema tot belangrijke jurisprudentie. Burgers kunnen verantwoordelijk worden gehouden voor ontstane schade en politie-inzet als gevolg van een online oproep.” Aan de hand van digitaal bewijs kan een reconstructie leiden tot een aantoonbaar aandeel van online oproer in de uiteindelijke schade die op straat is ontstaan (zie ook Blokkeerfriezen).

Een digitaal gebiedsverbod zou ook kunnen bijdragen. Er is een voorbeeld van een civielrechtelijke uitspraak waarbij een man een verbod opgelegd kreeg voor het aanmaken van sociale media profielen voor een bepaalde tijd, omdat hij herhaaldelijk lasterlijke (en smaad) berichtgeving over zijn ex-geliefde verspreide via sociale media. Studenten van NHL Stenden (Thorbecke Academie) stellen in een recent onderzoek in opdracht van de onderzoeksgroep Cybersafety vast dat er nog geen eenduidige definitie is van een digitaal gebiedsverbod en dat meer inzicht nodig is in de voorwaarden en de handhaafbaarheid van zo’n verbod. De vraag is ook of personen of organisaties beperkt kunnen worden in online uitlatingen en in hoeverre de gemeente, als fysiek afgebakend gebied, kan gaan over online en moeilijk te begrenzen gedrag.

 

Een andere te verkennen mogelijkheid, waar een sterk signaal vanuit gaat, is de aanpassing van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Het online oproepen tot een samenkomst – zeker als duidelijk is dat het niet gaat om een demonstratie – kan niet gezien worden als het bij een gemeente aanmelden van een bijeenkomst. Het is voor burgemeester en gemeenten dan niet mogelijk om een inschatting van veiligheid en risico’s te maken en het is ook niet in te schatten hoeveel mensen het zijn en op welke plek het gaat plaatsvinden. Wanneer er een expliciete bepaling wordt opgenomen waarin bepaalde online oproepen (onder bepaalde condities) verboden worden kunnen burgemeesters hun bevoegdheden – zoals bijvoorbeeld de preventieve last onder dwangsom, in stelling brengen.

 

De bevoegdheden van burgemeesters sluiten steeds minder goed aan om de digitale ontwikkelingen. Het is frappant dat burgemeesters geen online bevoegdheden hebben, terwijl ze wel verantwoordelijk zijn voor de openbare orde. Dat is grotendeels gelegen in juridische waarborgen (vrijheid van meningsuiting- privacy) die niet uit het oog verloren moeten worden. Daarnaast moeten burgemeesters ook hun kracht – als verbinder – niet verliezen.  Burgemeesters kunnen ook online die rol vertolken door een tegengeluid te maken. Of een beroep doen om het fatsoen van de inwoners – zoals ook Aboutaleb onlangs deed. De kunst daarbij is om het online gedrag te beïnvloeden zonder onderdeel van discussies of polarisatie te worden.

Willlem Bantema, docent-onderzoeker lectoraat Cybersafety /Thorbecke Academie/ NHL Stenden

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.