of 59329 LinkedIn

Armoedebeleid geen overbodige luxe

De Paarse kabinetten hebben de hangmat van de pamperende verzorgingsstaat in de jaren ‘90 omgebouwd tot een trampoline waarmee werklozen en arbeidsongeschikten naar de arbeidsmarkt kunnen springen. Als je maar werk hebt, luidde het credo, dan komt alles vanzelf goed.

Is dat wel zo, vraagt SCP-onderzoeker Stella Hoff zich af in Uit de armoede werken. Ze zocht uit óf, en zo ja om welke redenen, een groep mensen die in 2004 tot de categorie armen behoorde in 2007 aan de armoede ontsnapt was. In 2004 had 9 procent van alle huishoudens in Nederland (1,3 miljoen mensen) een inkomen onder de armoedegrens: maandelijks 860 euro netto voor een alleenstaande, 1610 euro voor een echtpaar met twee kinderen.

 

In de onderzochte periode van 3 jaar heeft zo’n 60 procent van de deelnemers aan het onderzoek zich inderdaad aan de armoede weten te ontworstelen. Een meerderheid dus. Ze hebben dat soms te danken aan een nieuwe partner, aan kinderen die het huis hebben verlaten of die met een betaalde baan bijdragen aan het huishoudinkomen. Veel vaker is de verklaring dat de kostwinner zijn of haar uitkering voor een betaalde baan verruild heeft of meer uren is gaan werken.

 

De Amsterdamse hoogleraar Paul de Beer berekende in 2001 overigens dat over een periode van 10 jaar 40 procent door het vinden en behouden van werk duurzaam boven de armoedegrens uitkomt. Waarschijnlijk valt een deel van de mensen die volgens het SCP-onderzoek 3 jaar lang uit de armoede wisten te blijven na die periode dus alsnog terug. Toch is het geen slechte score, temeer omdat ruim de helft van de armen niet actief werk zoekt.

 

Een slechte gezondheid, kinderen of andere zorgtaken kunnen actief zoekgedrag in de weg staan. Er zijn ook mensen die vinden dat een baan financieel onvoldoende oplevert. Voor die laatste categorie is het ronduit ontmoedigend dat betaald werk weliswaar de belangrijkste uitweg uit de armoede is, maar dat degenen die meer uren of überhaupt betaald werk vinden, niet per se boven de armoedegrens raken.

 

Het gaat om zo’n 280.000 werkende armen. Daar vallen alleenstaande moeders onder die parttime werken, maar ook zelfstandigen zonder personeel die geen aanspraak kunnen maken op minimumloon. De kans om tot armoede veroordeeld te blijven, neemt vooral toe door de ‘verkeerde’ herkomst: autochtonen hebben een vijf keer grotere kans om boven de armoedegrens uit te komen dan niet-westerse allochtonen, die in de onderzoeksgroep ook nog eens sterk ondervertegenwoordigd zijn. Vrouwen zijn in het nadeel, evenals 35-plussers, laagopgeleiden en mensen met een slechte gezondheid.

 

Samengevat: activerend arbeidsmarktbeleid is in veel gevallen een werkzaam medicijn tegen armoede, maar biedt geen garantie voor de toekomst. Het is te hopen dat het nieuwe kabinet aan het relatieve succes van beleidsinstrumenten om armoede te bestrijden niet de conclusie verbindt dat flankerend armoedebeleid een overbodige luxe is geworden.

 

Will Tinnemans is publicist

 

Stella Hof: Uit de armoede werken. Omvang en oorzaken van uitstroom uit armoede, SCP, Den Haag, 2010, ISBN 978 9037705195, 84 pagina’s, € 16,90.

Verstuur dit artikel naar Google+