of 58952 LinkedIn

Ambtenaren en de vrijheid van meningsuiting

In het publieke debat speelt het recht op vrijheid van meningsuiting een grote rol. Het gaat hier om een in de Grondwet vastgelegd recht, waar veel waarde aan wordt gehecht. Dit grondrecht geldt echter niet onbeperkt voor iedereen: voor ambtenaren is een beperking in de wet opgenomen.
Zij moeten zich onthouden van het openbaar maken van gedachten of gevoelens als daardoor een goede vervulling van hun eigen functie of het goede functioneren van de openbare dienst in gevaar zou komen. Ambtenaren die zich hier niet aan houden kunnen zwaar worden gestraft.

Een ambtenaar van de provincie Limburg was van mening dat sprake was van misstanden bij de aanbesteding van het busvervoer. De verantwoordelijk gedeputeerde zou een bepaald vervoersbedrijf hebben bevoordeeld. De ambtenaar maakt hiervan melding en doet een beroep op de klokkenluidersregeling. Na extern onderzoek wordt de conclusie getrokken dat van misstanden geen sprake is. De ambtenaar krijgt een waarschuwing dat hij terughoudend moet zijn tegenover de pers.

Wanneer hij echter vervolgens een boek over de kwestie schrijft, treedt de provincie hard op. Een strafontslag volgt. Onlangs heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan (LJN BK9640). Van het boek zijn 20 exemplaren verspreid, maar dat geringe aantal is geen reden om de zaak lichter te beoordelen. Volgens de Raad heeft de ambtenaar de grenzen van de nog wel toegelaten vrijheid van meningsuiting overschreden. De ambtenaar beweert nog dat het slechts om een fictief verhaal gaat, maar die vlieger gaat niet op. De gebeurtenissen en personen die worden beschreven zijn zeer herkenbaar. In het boek worden het provinciale bestuur en de leidinggevende afgeschilderd als niet integer, onbetrouwbaar en onbekwaam. De provincie heeft de ambtenaar terecht ontslagen, aldus de Raad.

Een zware straf. Een ambtenaar mag dus niet straffeloos uit de school klappen over in zijn ogen bestaande misstanden bij zijn werkgever. Maar mag de ambtenaar wel een afwijkende mening openbaar maken? Dat is niet per definitie verboden. Het gaat er om of het functioneren van de openbare dienst in gevaar komt. De ambtenaar die duidelijk maakt dat hij zijn werk gewoon zal blijven uitvoeren, heeft wel een zekere mate van vrijheid van meningsuiting.

Anja Hoffmans
Advocaat bij Clingendael Advocaten
Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Michiel Jonker (ambtenaar/voormalig klokkenluider) op
Bijzonder interessante column! Ik heb de uitspraak van de CRvB even opgezocht. Wat me opvalt, is het volstrekt ontbreken van een inhoudelijke motivering door de CRvB waarom het boek van de betreffende ambtelijke klokkenluider volgens de CRvB een terechte reden is voor strafontslag. De twee relevante passages in de CRvB-uitspraak luiden als volgt:

"In het bijzonder wordt betrokkene verweten dat hij in het bewuste boek op ook voor buitenstaanders en/of niet-ingewijden herkenbare wijze een aan de werkelijkheid ontleend beeld van de provincie Limburg heeft gegeven, dat als zeer kwetsend moet worden aangemerkt voor een aantal personen. In het boek heeft betrokkene het functioneren van het provinciale bestuur en van zijn leidinggevende op zodanige wijze neergezet als niet integer, onbetrouwbaar en onbekwaam, dat een verdere samenwerking feitelijk onmogelijk is geworden. "

En: "Met appellanten is de Raad voorts van oordeel dat de ongefundeerde weergave van vermeende misstanden en de geringschattende beschrijving van het provinciebestuur en daarbij werkzame personen als een ernstige schending van de in artikel 125a AW vervatte norm is aan te merken. "

Maar waarom? Wat heeft betrokkene nu eigenlijk gezegd dat niet toelaatbaar is?

De zaak is voor mij pregnant omdat ik zelf een voormalige klokkenluider ben. Een half jaar geleden heeft de rechtbank geoordeeld dat ik door mijn werkgever terecht was bestraft omdat ik in een interne email "een grens" had overschreden, hoewel noch mijn werkgever, noch de rechter hebben aangegeven welke grens dat dan is. Dit is vreemd, omdat het EVRM onder andere vereist dat er "in een beperking van de vrijheid van meningsuiting moet zijn voorzien bij een voldoende voorspelbare en kenbare regel, die zijn basis vindt in de wet".

Het lijkt erop dat de CRvB de (ongemotiveerde) wil van de werkgever tot wet verklaart. Dat is toch wel een heel bijzondere interpretatie van de wet, en met name ook van het EVRM.