of 62284 LinkedIn

Vrouwelijke bestuurder heeft rolmodel nodig

Marcelle Hendrickx 1 reactie

Aan de vooravond van 2021 blijft het aantal vrouwen in politiek-bestuurlijke rollen, waaronder het wethouderschap, naar verhouding nog ver achter bij het aantal mannen in deze rol. Hoe komt het toch dat vrouwen zich minder laten zien in het openbaar bestuur en als zij wel de stap zetten, dat ze eerder afhaken? De Wethoudersvereniging is actief bezig deze vraagstukken te onderzoeken om zo een bijdrage te kunnen leveren aan het vergroten van het percentage vrouwen in de rol van wethouder én hen ook voor langere tijd te behouden in deze rol.

We zien vaak dat het probleem ‘minder vrouwen dan mannen in het openbaar bestuur’ wel wordt aangekaart, maar zonder hierbij een begin van een oplossing aan te dragen. Wij hebben met het onderzoek dat de afgelopen maanden is uitgevoerd juist niet alleen een probleem vast willen stellen, maar ook écht oplossingen willen aandragen. Uiteraard hebben de politieke partijen de vrije hand in wie zij kandideren en doen zij er goed aan de beste kandidaat naar voren te schuiven,  maar ik geloof nooit dat dit in de meeste gevallen een man van gemiddeld 55,5 jaar moet zijn.

 

In een serie diepgaande bijeenkomsten met vrouwelijke wethouders waarin casuïstiek uit de werkpraktijk is besproken, is het beeld bij de onderzoekers ontstaan dat in Nederland nog steeds een sterke mannelijke opvatting wordt gevolgd over de rol van bestuurder. Deelnemers geven aan dat een bestuurder een ‘sterke persoonlijkheid’ is, die ‘resultaatgericht, daadkrachtig en besluitvaardig’ is. Je moet als bestuurder ‘een dikke huid hebben’ en vooral zaken niet persoonlijk opvatten. De verschillende bestuurders zien hier een contrast met een meer vrouwelijke opvatting, waar de focus vaak ligt op de mens, de relatie en het gevoel, op het tonen van kwetsbaarheid, het creëren van win-win situaties en de lange termijn.

 

Op de vraag hoe die vrouwelijke wethouders in hun werkpraktijk werden en worden geconfronteerd met een andere (vaak negatieve) opvatting over hun rol, kwamen de volgende voorbeelden: ‘je reageert te gevoelig’, ‘als je daar niet tegen kunt ben je niet geschikt voor deze rol’, ‘je bent te gevoelig’, ‘je bent te betrokken, je moet zakelijker zijn’, ‘ja, het is misschien niet oké, maar dat is nou eenmaal de politiek’, ‘jij wil er maar over praten, je moet het veel meer van je laten afglijden’, ‘je trekt het je teveel aan’. De deelnemers ervaren dergelijke reacties als negatieve kritiek dat zij niet mogen zijn zoals ze zijn, in de rol van wethouder.

 

Door het ontbreken van vrouwelijke collega’s en of rolmodellen die op een vergelijkbare manier hun bestuurdersrol vervullen, spiegelen en conformeren veel vrouwelijke wethouders zich in de praktijk aan hun mannelijke collega’s. Hierdoor voelen zij zich niet altijd vrij (en veilig) om hun gevoelens te delen, om steun te vragen (want dan ben je zwak) en om hun belevingswereld in te brengen (te kwetsbaar). Vragen als: ‘ben ik hard genoeg’, ‘ben ik niet te sensitief’, ‘ben ik nou een zeur’ en ‘ben ik hier wel geschikt voor’ kwamen in de bijeenkomsten met vrouwelijke wethouders regelmatig naar voren. Er werd niet getwijfeld aan de eigen competenties, maar wel aan het hebben van een voldoende dikke huid om deze rol op dezelfde manier als mannen te vervullen. Gelijktijdig werd hierbij het besef geuit ‘maar als vrouw breng je juist ook iets anders aan tafel, wat ook goed is!’

 

De verschillende gesprekken werden begeleid door intervisiebegeleider Hilda de Reeder. Zij zegt: ‘We begonnen aan deze serie bijeenkomsten om te bekijken welke drempels er waren voor meer vrouwen in het openbaar bestuur en welke vooroordelen er zijn onder vrouwen. We zijn ervan geschrokken dat zoveel van de drempels werkelijkheid bleken te zijn, maar er was vooral ook strijdbaarheid aan tafel om samen te werken aan een toegankelijker openbaar bestuur!’

 

Het bespreken van de rol en invulling van het wethouderschap door vrouwen onderling (b)lijkt een goede manier te zijn om met elkaar te duiden en te begrijpen waar bovenstaande uitingen over gaan. Veelal gaan ze over de opvatting die heerst over de bestuurdersrol en gaan ze veel minder over de betreffende persoon zelf. De steun die vrouwen ervaren hebben in intervisiebijeenkomsten sterkt hen in hun rol en biedt een platform om te sparren en onzekerheden weg te nemen. Omdat zij ervaringen kunnen delen en in alle openheid ook twijfels kunnen uiten en kunnen sparren, kan het creëren van vrouwelijke netwerken helpen het percentage (ervaren) vrouwelijke bestuurders te vergroten.


Marcelle Hendrickx, voorzitter van de Wethoudersvereniging

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Pieter Lanser op
De vraag welk rolmodel vrouwelijke bestuurders nodig hebben, wordt, als we niet oppassen, ingehaald door de vraag of waar we überhaupt nog mensen vinden die belangstelling hebben voor het openbaar bestuur.



https://www.linkedin.com/pulse/wie-wil-er-vandaa …