of 59345 LinkedIn

Verschil tussen bouwkundigen en inspecteurs

Reageer
In Binnenlands Bestuur van 19 juni jl. stond een artikel over medewerkers uit de bouw die kunnen overstappen naar de gemeenten, om daar aan de slag te gaan als bouwinspecteur. Dit wekt de indruk dat deze bouwkundigen direct aan de slag kunnen gaan. Zo gemakkelijk is het echter niet. Medewerkers uit de bouw zullen stevig bijgeschoold moeten worden voor ze als inspecteur aan de slag kunnen.

De laatste jaren is het aantal bouwinspecteurs bij de gemeenten gedaald. Er is een dringende behoefte aan inspecteurs ontstaan,onder andere doordat het huidige bestand aan inspecteurs vergrijsd is.  Nieuwe medewerkers worden slechts beperkt gevonden doordat steeds minder jongeren kiezen voor een technisch beroep. En de studenten die wel deze richting kiezen, willen meestal niet bij de overheid werken.

 

Bij de gemeente Amsterdam heeft dit bijvoorbeeld geleid tot een fors personeelstekort bij Bouw- en Woningtoezicht van circa 50 medewerkers (vastgesteld in juni 2008) op een totaal van 250 fulltime medewerkers (vergunningverleners en handhavers). In de komende jaren zal de vraag naar BWT medewerkers niet afnemen door o.a. de toegenomen vraag naar kwaliteit en veiligheid in de fysieke omgeving. Werven van alleen studenten met HBO Bouwkunde levert niet de gewenste instroom op. Een soortgelijk beeld zien we in het MBO.

 

Bij de huidige complexiteit van bouwen is dat een onwenselijke situatie.  Niet alleen is de complexiteit van de bouw de laatste jaren sterk toegenomen, maar ook wordt er steeds meer gevraagd op het gebied van milieu, geluid en (brand)veiligheid. De omgevingsvergunning maar ook de toegenomen controle op de kwaliteit van de bouw- en woningtoezicht versterken dat effect.

 

Vergunningen en ontheffingen zijn ingewikkelder geworden en vereisen van de inspecteur een stevige juridische kennis. Voor het werk van inspecteur zijn zeer gekwalificeerde medewerkers nodig die een goede en passende opleiding achter de rug hebben.

 

Door de huidige economische crisis dreigen veel medewerkers in de bouw (tijdelijk) werkeloos worden. Voor buitenstaanders lijkt dit een eenvoudige oplossing voor het personeelsprobleem bij de gemeenten.  Helaas is dit niet het geval.  Het aperte verschil tussen een bouwkundige en een inspecteur betreft de benodigde juridische kennis en het kunnen omgaan met bestuurlijk-politieke belangen. De toepassing van de wet- en regelgeving in het bouw- en woningtoezicht vraagt om specifieke kennis die moet worden opgedaan en in de praktijk verder worden verdiept.

 

De huidige bouwopleidingen in zowel HBO als MBO sluiten onvoldoende aan bij de gewenste praktijk van de gemeenten.  De medewerkers uit de bouw, hoe ervaren ook, zullen ongeveer 1,5 jaar moeten worden omgeschoold in de praktijk voordat zij als volwaardig inspecteur aan de slag kunnen.  Op de korte termijn levert dit daarom helaas nog geen oplossing op. Gezien de toekomstige verschuiving in toezicht en handhaving is een verbreding van kennis bij bouwkundigen en benutting van hun praktijkervaring een goede ontwikkeling.

 

Ronald Prins
Directeur Dienst Milieu  en Bouwtoezicht Amsterdam

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.